lundi 31 mars 2008

EU wijst Fitna af

BRDO - Een groot aantal buitenlandse leiders heeft zich zaterdag uitgesproken tegen de film Fitna van Geert Wilders.
De Europese Unie stelt het standpunt van de Nederlandse regering volledig te steunen. De ministers van Buitenlandse Zaken van de 27 EU-landen stellen zich achter het standpunt van de Nederlandse regering dat de film de islam gelijkstelt met geweld. Die voorstelling van zaken wordt door de EU-ministers „scherp afgewezen”.

Ze stellen tegelijkertijd dat mensen die zich beledigd voelen door de film daarin geen excuus mogen vinden voor agressie of bedreigingen. Wie beledigd is, kan naar de rechter. Ook vinden de ministers dat de productie van de film valt binnen het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting.

De regering van Afghanistan heeft zaterdag een wereldwijd verbod van de Koran-film van Geert Wilders geëist. Fitna „bevat beledigingen aan het adres van de grote profeet van de islam, Mohammad”, aldus een uitgegeven verklaring. De regering stelt dat de publicatie van de film „een verkeerde interpretatie van de vrijheid van meningsuiting is, die zal leiden tot haat tussen de mensen van de wereld”.

Foto: REUTERS

samedi 29 mars 2008

Brusselse kloof arm-rijk dramatisch

BRUSSEL - De sociale kloof tussen arm en rijk wordt steeds groter
in Brussel. 'Die kloof vormt een reëel gevaar voor de stad en haar toekomst',
zegt de Brusselse minister-president, Charles Picqué (PS)
.


Van onze redactrice

'Brussel wordt belangrijker als internationaal uithangbord. Dat is een goede zaak, maar terzelfder tijd verloederen de oude wijken', zegt minister-president Picqué. 'Als Europese hoofdstad trekt Brussel internationale kaderleden en ambtenaren aan. Tegelijk is het aandeel laaggeschoolden in het gewest aan het stijgen. Tien procent van de bevolking in Brussel is analfabeet.'

Cijfers van de Federale Overheidsdienst Economie geven aan dat de kloof tussen arm en rijk in het Brussels Gewest in amper vier jaar tijd aanzienlijk gegroeid is. Tussen 2001 en 2005 is het aandeel van de 10 procent armste Brusselaars in het totale inkomen van het gewest gehalveerd. Het aandeel van de 10 procent rijkste Brusselaars is over diezelfde periode van 29 procent naar 34 procent gestegen.


Ook een studie van het Brussels Observatorium, dat de Brusselse arbeidsmarkt bestudeert, omschrijft de situatie als 'verontrustend'. Bovendien concentreert de armoede zich in centrale wijken van het gewest.

'De situatie in Brussel verslechtert', zegt ook Brussels en Vlaams parlementslid Sven Gatz (Open VLD). 'Er zijn steeds meer armen. Een derde van de Brusselse kinderen wordt geboren in een generatie-arm gezin.'

Volgens Gatz is de internationale migratie de oorzaak van de dualisering in Brussel. 'De witte Brusselse middenklasse wordt oud en sterft. Ze wordt vervangen door migranten die uit kwetsbare bevolkingsgroepen komen. De jongeren uit de middenklasse verkiezen de Rand rond Brussel. Ondertussen wordt het zuidoosten van Brussel onbetaalbaar voor de modale Brusselaar, omdat het wordt ingenomen door mensen die voor de internationale instellingen werken.'

Laethem, la plus riche; Saint-Josse, la plus pauvre

Selon les chiffres publiés par le SFP Economie, les trois communes les plus riches de Belgique se trouvent en Flandre: il s’agit de Laethem-saint-Martin située en province de Flandre occidentale (19.820 euros de revenus par habitant), Keerbergen (19.419 euros) et Oud-Heverlee (19.089). La commune de Lasne, située en Brabant wallon, est la quatrième commune la plus riche de Belgique. A l’autre bout du classement, la commune bruxelloise de Saint-Josse-ten-Noode (Bruxelles) demeure la plus pauvre du royaume avec un revenu de 7.079 euros, précédée par Molenbeek (8.836) et Saint-Gilles (9.216). Six communes bruxelloises se retrouvent parmi les plus pauvres, dont Bruxelles-Ville.


Source : Le Vif-L’Express

6000 ministres

Au lendemain de l’annonce de la composition du nouveau gouvernement Leterme 1er, une représentante de la République populaire de Chine en Belgique s’étonnait du grand nombre de ministres et secrétaires d’État dans notre pays (60 postes ministériels: régionaux, communautaires et fédéraux). Elle a raison. Si l’on reportait le nombre de nos éminences ministérielles à l’échelle chinoise, il devrait y avoir 6.000 ministres dans l’Empire du Milieu, peuplé d’un milliard trois cent mille habitants.


Source : Le Vif-L’Express

Filip Dewinter tevreden met Fitna, LDD wil debat


De film van Geert Wilders beroert ook de Belgische politiek. Vlaams Belang-kopstuk Filip Dewinter toont zich "zeer tevreden" over de film Fitna. Lijst Dedecker pleit ervoor om het debat over de "donkere kanten van de islam" ook in Vlaanderen te voeren.

Dewinter
"Ik had gehoopt op een islamkritische film zonder provocaties en dat is precies wat het geworden is", zegt hij. De film heeft volgens Dewinter geen nieuwe inzichten of beelden laten zien, maar dat vindt hij geen probleem. "Deze film is correct." Op de website van de Belgische politicus is een link naar de film geplaatst. Alle heisa die van tevoren aan de film werd gegeven is 'paniekvoetbal' geweest, vindt de Vlaamse politicus. "Iedereen die Wilders tegen heeft gewerkt, zal nu beseffen de verkeerde kant te hebben gediend: de kant van de islamfundamentalisten."

LDD
Volgens Lijst Dedecker (LDD) heeft de film "zijn effect niet gemist". "Iedereen zegt 'oef' omdat de moslimgemeenschappen zich hier en elders rustig houden, maar niemand blijkt er bij stil te staan dat de vrijheid van meningsuiting bijna ondergeschikt is gemaakt aan de reacties die de film had kunnen uitlokken", aldus LDD-kopman Jean-Marie Dedecker.

Angst
Dat miljoenen mensen de film intussen hebben bekeken, bewijst voor Dedecker "dat de angst voor 'De Chaos' (Fitna) veel dieper ligt bij de Westerse bevolking, dan de politiek wil inzien". "Een groot deel van de bevolking is bang en bezorgd voor de donkere kanten van de islam", aldus Dedecker. Hij vindt dat die "donkere kant van de islam" meer politieke aandacht verdient. Volgens Dedecker laten onze politici het recht op vrije meningsuiting nog te veel afhangen van "de schuivende tolerantiegrens van de moslims". "Het lage incasseringsvermogen van de moslims bepaalt nu die intolerantiegrens. Ook in Vlaanderen is de politiek veel toleranter voor de fundamentalistische gelovigen, dan voor wie die religies of de maatschappelijke uitwassen in vraag durven stellen", luidt het.

Debat
Lijst Dedecker pleit ervoor om het debat over de "donkere kanten van de islam" ook in Vlaanderen te voeren. Daarbij ligt de bal volgens Dedecker in het kamp van de moslims zelf. Zij moeten maar eens bewijzen dat de uitwassen van de islam maar van een kleine minderheid komen, meent LDD.


belga/novum/odbs/sam

Vlaams Belang gekozene in Jette spreekt alleen Frans

JETTE - Viviane Moreau, die voor het Vlaams Belang zit in de raad voor maatschappelijk welzijn in Jette, spreekt alleen Frans. Dat is gebleken toen ze enkele dagen geleden de eed moest afleggen: ze bleek niet in staat een zin in het Nederlands te zeggen, aldus La Libre Belgique.

Volgens La Libre Belgique waren de Vlaams politici in Jette met stomheid geslagen door de Franstalige eedaflegging van Moreau.

Brigitte Gooris (Open VLD) merkte droog op dat het surrealisme van Magritte nog steeds aanwezig is in Jette.


svw

Huis van Culturen wil alles tweetalig

Sint-Jans-Molenbeek - Het Huis van Culturen en Sociale Samenhang zoekt twintig Nederlandstalige ouders om de cursussen voor kinderen en jongeren tweetalig te maken. Dat is vooral nodig voor de ateliers muziek, breakdance en plastische kunsten omdat die animatoren alleen Frans spreken.

“Voor onze doelgroep jonger dan twaalf jaar is de nood het hoogst, omdat er veel Nederlandstalige kinderen onze cursussen volgen,” vertelt Peter Vercruysse van het Huis van Culturen. “Maar ook Franstalige ouders willen dat hun kinderen meer Nederlands spreken tijdens de ateliers.” Het Huis is nu op zoek naar ouders die de docenten op taalvlak ondersteunen en begeleiden, en het Nederlands op een speelse en informele manier in de ateliers laten binnensijpelen.

Het Huis van Culturen wil vanaf volgend jaar een beurtrolsysteem oprichten waar ouders
van cursisten, kennissen en familieleden elkaar aflossen. De ouders mogen wel niet in dezelfde cursus als hun kinderen zitten en ze krijgen er ook niet voor betaald. Heel wat Franstalige animatoren zien een ondersteuning in het Nederlands wel zitten. Dansleerkracht Marie Limet, die lesgeeft aan acht- tot twaalfjarigen, zou maar wat graag hulp krijgen van Nederlandstalige taalcoaches. “Ik heb niet altijd de tijd om alles in het Nederlands uit te leggen en te vertalen. Het tempo van de lessen is dan ook vrij hoog.” Ook van huis uit Franstalige leerlingen staan positief tegenover meertaligheid. “Ik krijg maar twee uur Nederlands op school,” zegt Yassine Bebarbi (17), die een cursus stadsgraffiti volgt. “En het is toch belangrijk om Nederlands te leren als je
later werk wilt vinden.”MV


Taalcoach worden? Bel naar Peter
Vercruysse op 0497-59.97.29 of mail naar
mccs-hcss.info@molenbeek.irisnet.be

Bruxelles, capitale de toutes les communautés

La majorité des habitants de la ville que se disputent francophones et néerlandophones n’en sont pas originaires.

«Si la Belgique est impossible, l’Europe est également impossible, car si on ne peut concilier deux ou trois communautés et langues comment le faire à 27.»
Tel est le constat de l’écrivain bruxellois et flamand Geert Van Istendael, auteur d’un livre d’explication de la Belgique à l’intention de ses voisins, le Labyrinthe belge (1). Pour un Anglais, un Français ou même un Tchèque, Bruxelles est d’abord la capitale de l’Europe unie. Pour un Belge, celle de la Belgique. Et, pour un Flamand, aussi celle de la Flandre.

Par son architecture, il ne fait pas de doute que la ville est flamande. Il ne fait pas plus de doute qu’y sont concentrées les institutions politiques de la Flandre. Mais, par un étrange paradoxe, elle n’est pas peuplée de Flamands (moins de 15 % du million de Bruxellois). Les politiciens flamands viennent y faire leurs adresses publiques et, au soir tombé, comme les 350 000 «navetteurs» qui chaque jour s’y rendent pour travailler, ils quittent la ville pour leur tranquille province.


Façade.
Le seul quartier qui pourrait se voir décerner l’épithète de flamand tourne autour de la bien nommée rue de Flandre, une sorte de boboland avec ses maisons en rénovation, et de la rue Antoine-Dansaert avec ses boutiques de stylistes branchés, jusqu’aux quais qui font face au quartier, lui très miteux, de Molenbeek, un ancien faubourg ouvrier flamand, aujourd’hui peuplé de chômeurs issus de l’immigration. Non loin de là, quai aux Pierres-de-Taille, le Théâtre royal flamand (KVS) dresse sa façade décorée. L’édifice, construit au début du XXe siècle, a une valeur symbolique pour la communauté flamande : celui de la reconnaissance de sa langue, le néerlandais, comme langue de culture, après des décennies de domination du français au sein de ses propres élites. A la fin des représentations, les spectateurs peuvent se retrouver au Restaurant de Flandre, un établissement qui, signes des temps, affiche : «cuisine marocaine et italienne».

Car de nos jours à Bruxelles, la ville que se ­disputent francophones et néerlandophones, la majorité de la population n’est ni flamande ni wallonne, mais allochtone. A la différence de la France, ces immigrés - dont beaucoup de Marocains et de Turcs qui ont succédé après les années 60 à la première vague d’immigration italienne - n’ont pas été repoussés vers les banlieues, mais vivent au cœur de la cité qu’ils partagent avec les autochtones, ainsi qu’avec des dizaines de milliers d’eurocrates. Ce changement d’identité de la ville, Jan Goossens, l’actuel directeur du KVS, l’a bien perçu en élargissant son répertoire et en introduisant le sous-titrage en français. «Avant la rénovation, nous avons passé cinq ans dans un ancien entrepôt à Molenbeek, où vivent beaucoup d’étrangers. Ce fut une confrontation brutale mais productive avec la réalité. L’ancien public flamand ne venait pas, et nous avons dû tisser des liens avec l’environnement. On y a développé un projet interculturel et multilingue.»

Théâtre d’une minorité, le KVS est devenu le théâtre de la diversité. Il produit des artistes issus de l’immigration et n’hésite pas à affronter les préjugés, comme ce fut le cas avec la publication de l’affiche d’une madone beurette aux seins nus qui a déclenché les foudres des mémères catholiques et des skinheads flamingants. «J’adore appartenir à une minorité dans notre capitale, dit Goossens. On est obligé de se poser des questions intéressantes que beaucoup vont devoir se poser, parce qu’on vit dans un monde où, dans les grandes villes, il devient rare qu’une culture ait une position dominante. Sans oublier nos racines, il faut que nous nous percevions tous comme des Bruxellois qui ont une identité hybride. La majorité vient d’ailleurs, elle est multilingue et la lingua franca n’est pas sa langue.»

Les Bruxellois aiment se qualifier de «zinneke». Littéralement, explique l’écrivain néerlandophone Geert Van Istendael, le mot veut dire «chien bâtard» en référence à ces chiens que les habitants jetaient dans la putride Senne, un cours d’eau remblayé depuis plus d’un siècle.


Appartenance.
Les Bruxellois se rappellent que tous les Wallons et les Flamands ont un grand-parent de l’autre communauté, et les patronymes des habitants ne révèlent en rien leur appartenance communautaire. «C’est l’existence de gens multilingues qui rend la ville vivable», explique l’homme qui dirige la partie néerlandophone du KunstenFestivaldesArts, un premier événement
culturel bilingue lancé à Bruxelles dans les années 90. Il ajoute: «Les intellectuels se disent que si les hommes politiques ne sont pas capables de s’accorder, ils vont le faire eux.»

Jan Goossens pense, lui, que les hommes politiques vont «finir par se parler» . «Ce pays, dit-il, va nous survivre, entre autres grâce à Bruxelles, car on ne peut pas la déplacer pour la mettre au milieu de la Flandre ou de la Wallonie.» Cela n’est pas si sûr: une des revendications des francophones qui se radicalisent est de relier Bruxelles à la Wallonie par un couloir passant par la petite commune périphérique de Rhode-Saint-Genèse, soit un couloir de quelques kilomètres.

(1) Publié en français au Castor astral (2004). http://www.liberation.fr/actualite/monde/277293.FR.php

© Libération

vendredi 28 mars 2008

Khatibi, l'étranger professionnel

Khatibi se présente lui-même comme un "étranger professionnel". A 70 ans, l'écrivain marocain, né le 11 février 1938 à El-Jadida, republie ses ouvrages les plus importants et les classe en trois volumes, par genres littéraires. Ses poèmes sont les seuls textes à bénéficier d'un sous-titre: il ne s'agit pas tout à fait de poésie, mais, à l'exception du premier recueil 'Le Lutteur de classe à la manière taoïste', paru pour la première fois il y a trente-deux ans, plutôt de réflexions sur la forme et l'attitude poétique, autour de la question de l'amour et de sa variante conceptuelle, "l'aimance": "Une relation de tolérance réalisée, un savoir-vivre ensemble, entre genres, sensibilités, pensées, religions, cultures diverses".

Une oeuvre multiforme, et pourtant homogène, car dominée par des thématiques cohérentes, celles de l'altérité et de l'identité, de la critique rationnelle de l'islam, de la mystique du signe, de la métaphysique de l'amour, de la vie conçue comme métamorphose initiatique, de l'omniprésence des morts. Philosophe et sociologue de formation, Abdelkébir Khatibi est sans doute plus dans son élément dans la théorie politique ou littéraire que dans la fiction proprement dite. Et le genre romanesque a été, du reste, en dépit du regroupement que son éditeur propose ici, peu pratiqué par lui. Car son premier "roman" est, en réalité, une autobiographie intellectuelle, à la tonalité poétique remarquablement tenue et inspirée.

La Mémoire tatouée, qui fut édité dans la collection "Les lettres nouvelles" chez Denoël en 1971, raconte le voyage d'un Marocain: El-Jadida, Essaouira, Marrakech, Rabat, Paris, Londres. Et l'apprentissage d'une "altérité", qui va marquer le futur écrivain, "l'énigme d'une dissidence commune et nécessaire contre l'intolérable, l'indignité, la dévastation inconsidérée de l'humain et du surhumain", écrira-t-il plus tard.

Ecrivain très précoce qui, dès l'âge de 12 ans, envoie à la radio et aux journaux des poèmes en arabe et en français "sous l'influence incontournable de Baudelaire", cédant à "une fascination inexorable", Abdelkébir ("prénom qui se réfère à l'un des 99 attributs d'Allah") a, du fait de son bilinguisme, une conscience très aiguë de la spécificité du français et de l'arabe, de leurs écritures, de leurs fonctions sémiologiques diverses. C'est ce qui le rapprochera de Barthes et de Derrida. "Nous nous intéressons aux mêmes choses, écrit Barthes: aux images, aux signes, aux traces, aux lettres, aux marques." Mais en écrivant en français, c'est aussi au vaste problème d'une littérature colonisée et à décoloniser qu'il s'attaque. Comment exprimer la culture arabe dans la langue du colonisateur? Question que se posent la plupart des écrivains maghrébins de sa génération. Dans un rapport ambigu avec l'ennemi: "Les Français qui nous colonisaient, dit ma mère, ressemblent, au moment de l'Indépendance, aux enfants séparés du sein maternel. Pour ma mère, seule cette séparation pouvait expliquer la folie de nos agresseurs."

La prose de Khatibi se réorientera progressivement vers une narration plus conventionnelle (avec notamment ses romans, Un été à Stockholm, Triptyque de Rabat ou la fiction historique Pèlerinage d'un artiste amoureux), mais ses débuts sont extraordinairement lyriques et plutôt conçus comme un chant poétique, quoiqu'il décrive des événements très concrets de sa jeunesse. Notamment sa déconvenue face au racisme des Français, en pleine guerre d'Algérie, à la fin des années 1950, quand il étudiait à la Sorbonne. "En pays étranger, avais-je le droit de regarder en face le dégoût de l'autre? Quand sa haine n'avait pas de prise, elle pouvait le décomposer, je souffrais d'être objet de sa haine, et souhaitais oublier l'insulte; mais le jeu était tentant."

Le Livre du sang, que Gallimard publie en 1979, est probablement la plus grande réussite littéraire de Khatibi, qui trouve là le ton juste alliant sa prose poétique, son inspiration classique, son inventivité stylistique, autour de l'androgynie. "Libère en toi la nature de l'oiseau, et de tous les êtres impossibles! Libère en nous la blessure de ton être double: plus d'un animal barbare, plus d'un signe cruel seront immolés en ta grâce." Il renouera avec cette veine mythologique et presque fantastique dans son plus récent Féerie d'un mutant (2005).

SPIRITUALITÉ LAÏQUE
Mais c'est le choix d'essais qui permet de mesurer vraiment l'envergure de l'oeuvre: dans le dialogue qu'il entretient avec les écrivains qu'il admire. Tous sont réunis par l'obsession du langage, d'une spiritualité laïque, d'une organisation symbolique du monde. Mais, avant d'établir ce dialogue, s'interrogeant sur son appartenance à la culture musulmane, il s'oppose à toute forme de traditionalisme, sans renier la tradition culturelle dont il relève: "Le traditionalisme, écrit-il en 1988, n'est pas la tradition: il est son oubli et en tant qu'oubli, il fixe l'ontologie à ce dogme : primauté d'un Etant (Dieu) immuable et éternel, invisible et absent. (...) color=red>Le traditionalisme se nourrit de la haine de la vie. Se dévorant lui-même et de siècle en siècle, il
se renverse dans le monstrueux et la démonie. Vingt ans plus tard, Khatibi décrit la psychologie des attentats-suicides et du terrorisme en général, autour du thème de "l'homme-bombe".

Extrait:
"J'appartiens à un pays magnifique qui est marginal. Il est de force vive. Je lui dois ma naissance, mon nom, mon identité initiale. Je lui dois mon histoire, sauf le récit de ma liberté d'esprit, celle d'avoir à inventer un espace et une relation de dialogue avec n'importe quel être venant vers moi. Je me modifie au contact de l'étranger qui me veut du bien, grâce au discernement et à la clarté d'esprit. Et, après tout, vivre avec soi-même avec la liberté d'esprit, partager le principe de communauté d'esprit avec le proche, le voisin, le lointain, l'ancêtre qui nous fait encore signe, est le destin de tout intellectuel contemporain qui soit conséquent en parole et en acte. Mondialiste et altermondialiste à la fois, je migre dans cette constellation d'affinités actives avec les scientifiques, les penseurs et les artistes. En tout cas, je fais mon travail, c'est-à-dire la transfiguration de mon expérience en un chemin initiatique"
"L'Intellectuel et le Mondialisme" (Essais, p.323.)

Geert Wilders politicien populiste a diffusé sur internet son film anti coranique

Les autorités néerlandaises craignent une crise internationale comparable à celle provoquée par la publication des caricatures danoises de Mahomet.
Pour le premier ministre, Jan Peter Balkenende, "Le film amalgame islam et violence, nous rejetons cette interprétation".


Comme il l'annonçait depuis novembre 2007, Geert Wilders, 44 ans, fondateur du Parti de la liberté (PVV, 9 députés sur 150), a diffusé un court-métrage de dix-sept minutes pour montrer ce qu'il appelle le caractère "fasciste" du Coran, livre dont il a demandé l'interdiction et qu'il a comparé au Mein Kampf d'Hitler.

La "discorde", (ou la "division", en arabe) est visible sur le site d'échange de vidéos www.liveleak.com spécialisé dans les images d'actualité et de guerre.

Le film est délibérément provocateur, montrant dès les premières secondes l'une des caricatures les plus controversées du prophète Mahomet, une bombe dans le turban. La suite est une superposition de citations du Coran et de propos virulents de prêcheurs radicaux, souvent antisémites, avec des images d'attentats récents revendiqués par Al-Qaida (attentats du 11 septembre 2001 à New York, 11 mars 2004 à Madrid, 7 juillet 2005 à Londres) et autres images d'exécution d'otages en Irak, sur fond de musique dramatique. A des images de pendaisons d'homosexuels et de mutilations génitales féminines est associé le commentaire: "Les Pays-Bas du futur ?"

Les Pays-Bas craignent à présent une réaction violente dans le monde musulman..

Belgische moslimorganisaties veroordelen 'Fitna' scherp

De film "Fitna" van de Nederlandse politicus Geert Wilders heeft niets te maken met vrije meningsuiting, maar alles met vreemdelingenhaat en racisme. Dat zeggen de Federatie van de Marokkaanse Verenigingen, de Unie van de Turkse Verenigingen en het Platform Allochtone Jeugdwerkingen vandaag in een gemeenschappelijk persbericht. Ze roepen de Belgische politici op de film scherp te veroordelen.

"Deze film zal een nieuwe golf van islamfobie veroorzaken, wat uiteindelijk de bedoeling van de maker is", aldus de organisaties. "Dit kan de maatschappelijke rust alleen maar verstoren en de maatschappelijke tegenstellingen nodeloos en nutteloos versterken. En daar is niemand mee
gediend."

De organisaties roepen op om de steeds toenemende moslimhaat "krachtdadig" een halt toe te roepen. "We weten waar jodenhaat en antisemitisme toe hebben geleid", luidt het.

"Daarom moet op deze film ook in ons land een krachtig politiek antwoord komen van onze regeringsleiders en al wie politieke verantwoordelijkheid draagt. Niemand kan zich langer verschuilen achter het recht op vrije meningsuiting. Dit recht is immers niet absoluut."

Net als vele Nederlandse moslimorganisaties roepen de organisaties nog op niet in te gaan op "deze provocatie". Ze verwachten ook dat de moslims "waardig en sereen" zullen reageren.

La Maison des 140 cultures

Photo A Dewez

SAINT-GILLES: Inauguration d'un remarquable outil culturel dans le bas de la commune, rue de Belgrade.
La Maison des Culture offre de magnifiques espaces où s’exprimeront les 140 nationalités vivant à Saint-Gilles


Certains affirment que Saint-Gilles est la commune européenne accueillant le plus de cultures sur son sol (140 exactement). En tout cas, celles-ci ont désormais «leur» maison. Après des années d'efforts, la Maison des Cultures ouvre ses portes, rue de Belgrade. Un espace polyvalent dont profite le bas de Saint-Gilles, bien moins doté en infrastructures culturelles que le reste de la commune

Maison des Cultures. Ici, la préposition «des» prend tout son sens. L'idée est d'accueillir les activités culturelles produites par tous les habitants sans discriminations, quels que soient les origines et les mondes culturels. «Il ne s'agit pas de marginaliser les cultures en les cantonnant à un lieu qui leur serait réservé. Mais au contraire de créer une dynamique où toutes ces cultures
se rencontrent», a dit le bourgmestre empêché Charles Picqué, présent à l'inauguration. L'infrastructure communale semble répondre à ces besoins. Au rez et à l'étage, on trouve deux salles polyvalentes (250 et 370 m2), une salle de réunion, une salle de réception ainsi qu'un espace scénique, une cuisine, un bar, un foyer et un studio. La programmation affiche complet pour de nombreux mois.

Le site occupe une ancienne imprimerie. Il est situé à côté du dépôt de la Stib, dans une zone qui cumule les handicaps socio-économiques. La maison s'inscrit dans un plan de revitalisation du quartier: 17 logements mitoyens sont prévus. Elle est par ailleurs à deux pas de la gare du Midi et de la rue Fonsny, où la SNCB a de gros projets. Deux rues plus loin, on trouve l'espace Rodelle, récemment rénové.

Cette Maison des Cultures est le fruit d'un énorme travail qui a débuté en 2000. La commune a dû frapper à toutes les portes pour financer le projet: politique des grandes villes, programmes européens Urban 2 et Feder, Région bruxelloise et Cocof. Au total, le projet a coûté 1,676 million d'euros. Même la commune sans le sou a fourni sa modeste contribution: 52.000 euros.

La Maison des Cultures est un concept imaginé par la Commission communautaire française, (Cocof). Il y en a deux actuellement (Molenbeek et Saint-Gilles) et plus aucune autre n'est envisagée. L'infrastructure saint-gilloise bénéficiera une subvention annuelle. Pour Françoise Dupuis, ministre de tutelle, cette infrastructure doit travailler à stimuler les échanges entre les cultures.

Anciaux niet naar opening Spelen

woensdag 26 maart 2008
BRUSSEL - De Vlaamse minister van Sport, Bert Anciaux (Spirit), zal niet aanwezig zijn op de openingsplechtigheid van de Olympische Spelen.
'De belangrijkste reden van mijn aanwezigheid op de Olympische Spelen is de Belgische atleten te ondersteunen', zegt Anciaux. Hij wil dan ook niet dat zijn afwezigheid tijdens de openingsceremonie als een boycot geïnterpreteerd zou worden. 'Ik ben nu eenmaal niet zo protocollair aangelegd.' De minister spreekt tegelijkertijd ook duidelijke taal: 'Ik wil met mijn aanwezigheid een evenwicht vinden tussen het steunen van de atleten als minister van Sport en toch op mijn hoede blijven en proberen niet mee te lopen in de Chinese propagandamachine.'

Les jardins de Bagatelle

Blik, luisterend oor, smaak en tolerantie

Marie-Louise Borremans, vertel ons wat over uw kookboek met Afrikaanse recepten.
Wel, het werd uitgegeven bij Roularta in het Frans en het Nederlands. Ik heb ook een website
(marielouiseb.com gekoppeld aan een site over Afrikaanse schrijfsters van Perth afrik.com) met recepten, gedichten, anekdotes en jeugdherinneringen: slapen in een hutje en zich wassen in de rivier. Het is meer dan een kookboek, het is als een vakantieverhaal.

De wereldkeuken komt aan bod?
Veeleer de Afrikaanse: avocado’s, mango’s en ananassen hebben geen exotisch tintje meer in Europa. Ik geef kooklessen en doe mijn inkopen in de buurt: zoete aardappelen, maniok, rietsuiker, gekookte banaan... De basis is Afrikaans, de grammatica van Marie-Louise en de woordenschat sprokkelde ik tijdens mijn reizen en ontmoetingen. Achter elk recept schuilt er een spreekwoord. Naar ’t schijnt verspreidt mijn keuken de Afrikaanse parfums.

Afrikaanse culinaire symfonie met vreemde invloeden? En hoe is deze interculturele plek ontstaan?
Op mijn veertigste, bij mijn aankomst in België, ben ik herboren. In het begin is het ontstaan uit een droom over la dolce vita en gastvrijheid. Aanvankelijk waren er zes tafels; mijn grootheidswaanzin op z’n Afrikaans deed de rest: mijn behoefte aan ruimte en ontmoetingen, mijn behoefte aan een plek waar de mensen zich goed voelen.

Wie komt hier?
Iedereen: Engelsen, Amerikanen, Zweden, Denen, vreemd genoeg weinig Afrikanen behalve de jongeren dan. En veel Vlamingen: zij zijn nieuwsgierig en proeven graag alles. Ook al zijn ze er niet altijd even dol op, ze zijn zeer ruimdenkend. Samengevat, een vrij kosmopolitisch publiek dat wordt aangetrokken door de omgeving, de aanwezige magie, het onthaal, het persoonlijk contact en de mond tot mond reclame. Ik houd er van kinderen en ook baby's te verwelkomen. In Europa wordt er te weinig ruimte voorzien voor baby’s en ouderen.

Uw klanten zijn een beetje uw vrienden…
Bijna mijn familie. Vaak zijn het jongeren, soms zakenlui, ambtenaren en Europees afgevaardigden. Er zijn ook Spanjaarden die al vijftien jaar langskomen. Ze zijn soms tachtig jaar oud en houden van muziek. Ze eten, zingen en bespelen verschillende muziekinstrumenten van al even verschillende oorsprong. Wereldmuziek en Afrikaanse keuken. Als ik mijn klanten zou moeten beschrijven aan de hand van een formule, dan zou ik zeggen dat ze zeer ruimdenkend zijn. De meeste zijn expats, mensen die veel reizen. Kortom, ik bied een plek aan waar mensen hun eigen cultuur kunnen meebrengen en die vervolgens kunnen uitwisselen.

Een herberg voor iedereen?
Veeleer een Afrikaanse herberg. Je hoort hier alle soorten muziek, van klassiek tot djembé, maar de kern ligt bij zangeres Césaria Evora die hier enkele keren te gast was en die er van genoten heeft.

Wat betekent het “interculturele” voor u?
De ontmoetingen, het aandachtig en gewetensvol luisteren naar de ander, zwijgen als je niets gevraagd wordt, luisteren en geven wat je kunt, jouw blik naar de ander wenden, de persoon volledig erkennen als een menselijk wezen dat respect verdient. Blik, luisterend oor en smaak.

Wat hebben deze ontmoetingen u bijgebracht?
Wij hebben verbazingwekkende klanten die we als vrienden ontvangen.

Afrikaanse gastvrijheid?
Mijn trouwe klanten zijn mijn zonnetje in huis. Ik heb een Griekse klant die me telkens hij van Santorini terugkomt, een pot honing meebrengt. Deze honing is afkomstig van een eiland waarvan er slechts 15 kilo per jaar wordt geproduceerd! En dan zijn er mijn mascottes die fantastische vrienden meebrengen, mensen met sterke persoonlijkheden.

Is kosmopolitisme een soort elitarisme?
Voluntarisme misschien. Ik ben de vrucht van mijn ontmoetingen, want ik wou dat ze rijk en vruchtbaar waren.

Brussel, hoofdstad van het interculturele, zegt u dat iets?
Mijn Franse klanten zeggen me dat Brussel cooler is dan Parijs. Ik als halfbloed voel me goed in deze stad die zich uitstrekt over twee culturen: de Afrikaanse en de Europese. De buurt hier is tegelijk Matonge en Parijs. Ik ben een boek aan het schrijven over de halfbloeden die weten wie ze zijn, indien ze intelligente ouders hadden – zoals ik - die hun uitgelegd hebben wie ze zijn en wat hun dubbele erfenis is. Daarover zwijgen doet lijden.

Is de Belgische cultuur ook niet een halfbloed?
De Brusselaar omschrijft zich als een zinneke. Ik heb tijdens verscheidene etentjes het daarover gehad met halfbloeden: we waren met 160. Dat waren momenten van intense ontroering, veel verdriet en oneindig veel liefde. Elk verhaal is anders. Vaak getuigen de verhalen over de verwerping van twee gemeenschappen. Ik ben één en al oor voor de verhalen die op deze plek verteld worden. Ontdekken wie we zijn, vereist veel individueel werk. De wereld van halfbloeden is op zoek naar een antwoord op hun dubbele erfenis die vaak voor hen verborgen werd.

U lijkt me sereen. U spreekt niet over uw lijden, integendeel.
Ik heb hard gewerkt en veel overwonnen. Het boeddhisme heeft me daarbij enorm geholpen en de weg naar verdraagzaamheid open gesteld. Via het schrijven heb ik me ook een zekere pijn kunnen ontdoen. Ik schrijf en lees veel zoals mijn vader: zijn boek en zijn pijp, dat is hij helemaal.

Creativiteit, zegt dit woord u iets?
Ik creëer elke dag op elk moment, in de keuken, via de ontmoetingen, via het schrijven. Zich niet in de toekomst wanen, maar intens het hier en nu beleven en het leven dankbaar zijn.
Mijn culinaire basis verandert weinig, maar mijn ontmoetingen geven deze basis steeds een nieuwe dimensie. Dat is de beloning van het delen. Dit delen is de ontkrachting van het buitensporig individualisme dat hier talrijk aanwezig is. In Europa kijkt men niet naar de ander zijn bord. In Afrika en in mijn restaurant staat het eten op tafel en bedient ieder zich. Rijkdom en afzondering zijn hier wet, in de arme landen van Afrika is delen wet.

Herderstraat 17 – 1050 Brussel – 02 205 82 29


Marc GUIOT

Betoging tegen Nederlandse politieker Wilders

AMSTERDAM - De antiracistische organisatie Nederland Bekent Kleur houdt zaterdag op de Dam in Amsterdam een demonstratie tegen de ’intolerante en discriminerende standpunten’ van de Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders. De organisatie verwacht duizenden betogers.

Les nationalistes et la géographie!!!

mercredi 26 mars 2008

Bruxelles, capitale de toutes les communautés



La majorité des habitants de la ville que se disputent francophones et néerlandophones n’en sont pas originaires.

« Si la Belgique est impossible, l’Europe est également impossible, car si on ne peut concilier deux ou trois communautés et langues comment le faire à 27.» Tel est le constat de l’écrivain bruxellois et flamand Geert Van Istendael, auteur d’un livre d’explication de la Belgique à l’intention de ses voisins, le Labyrinthe belge (1). Pour un Anglais, un Français ou même un Tchèque, Bruxelles est d’abord la capitale de l’Europe unie. Pour un Belge, celle de la Belgique. Et, pour un Flamand, aussi celle de la Flandre.
Par son architecture, il ne fait pas de doute que la ville est flamande. Il ne fait pas plus de doute qu’y sont concentrées les institutions politiques de la Flandre. Mais, par un étrange paradoxe, elle n’est pas peuplée de Flamands (moins de 15 % du million de Bruxellois). Les politiciens flamands viennent y faire leurs adresses publiques et, au soir tombé, comme les 350 000 «navetteurs» qui chaque jour s’y rendent pour travailler, ils quittent la ville pour leur tranquille province.
Façade. Le seul quartier qui pourrait se voir décerner l’épithète de flamand tourne autour de la bien nommée rue de Flandre, une sorte de boboland avec ses maisons en rénovation, et de la rue Antoine-Dansaert avec ses boutiques de stylistes branchés, jusqu’aux quais qui font face au quartier, lui très miteux, de Molenbeek, un ancien faubourg ouvrier flamand, aujourd’hui peuplé de chômeurs issus de l’immigration. Non loin de là, quai aux Pierres-de-Taille, le Théâtre royal flamand (KVS) dresse sa façade décorée. L’édifice, construit au début du XXe siècle, a une valeur symbolique pour la communauté flamande : celui de la reconnaissance de sa langue, le néerlandais, comme langue de culture, après des décennies de domination du français au sein de ses propres élites. A la fin des représentations, les spectateurs peuvent se retrouver au Restaurant de Flandre, un établissement qui, signes des temps, affiche : «cuisine marocaine et italienne».
Car de nos jours à Bruxelles, la ville que se disputent francophones et néerlandophones, la majorité de la population n’est ni flamande ni wallonne, mais allochtone. A la différence de la France, ces immigrés - dont beaucoup de Marocains et de Turcs qui ont succédé après les années 60 à la première vague d’immigration italienne - n’ont pas été repoussés vers les banlieues, mais vivent au cœur de la cité qu’ils partagent avec les autochtones, ainsi qu’avec des dizaines de milliers d’eurocrates. Ce changement d’identité de la ville, Jan Goossens, l’actuel directeur du KVS, l’a bien perçu en élargissant son répertoire et en introduisant le sous-titrage en français. «Avant la rénovation, nous avons passé cinq ans dans un ancien entrepôt à Molenbeek, où vivent beaucoup d’étrangers. Ce fut une confrontation brutale mais productive avec la réalité. L’ancien public flamand ne venait pas, et nous avons dû tisser des liens avec l’environnement. On y a développé un projet interculturel et multilingue.»
Théâtre d’une minorité, le KVS est devenu le théâtre de la diversité. Il produit des artistes issus de l’immigration et n’hésite pas à affronter les préjugés, comme ce fut le cas avec la publication de l’affiche d’une madone beurette aux seins nus qui a déclenché les foudres des mémères catholiques et des skinheads flamingants. «J’adore appartenir à une minorité dans notre capitale, dit Goossens. On est obligé de se poser des questions intéressantes que beaucoup vont devoir se poser, parce qu’on vit dans un monde où, dans les grandes villes, il devient rare qu’une culture ait une position dominante. Sans oublier nos racines, il faut que nous nous percevions tous comme des Bruxellois qui ont une identité hybride. La majorité vient d’ailleurs, elle est multilingue et la lingua franca n’est pas sa langue.»
Les Bruxellois aiment se qualifier de «zinneke». Littéralement, explique l’écrivain néerlandophone Geert Van Istendael, le mot veut dire «chien bâtard» en référence à ces chiens que les habitants jetaient dans la putride Senne, un cours d’eau remblayé depuis plus d’un siècle.
Appartenance. Les Bruxellois se rappellent que tous les Wallons et les Flamands ont un grand-parent de l’autre communauté, et les patronymes des habitants ne révèlent en rien leur appartenance communautaire. «C’est l’existence de gens multilingues qui rend la ville vivable», explique l’homme qui dirige la partie néerlandophone du KunstenFestivaldesArts, un premier événement culturel bilingue lancé à Bruxelles dans les années 90. Il ajoute : «Les intellectuels se disent que si les hommes politiques ne sont pas capables de s’accorder, ils vont le faire eux.»
Jan Goossens pense, lui, que les hommes politiques vont «finir par se parler» . «Ce pays, dit-il, va nous survivre, entre autres grâce à Bruxelles, car on ne peut pas la déplacer pour la mettre au milieu de la Flandre ou de la Wallonie.» Cela n’est pas si sûr : une des revendications des francophones qui se radicalisent est de relier Bruxelles à la Wallonie par un couloir passant par la petite commune périphérique de Rhode-Saint-Genèse, soit un couloir de quelques kilomètres.
(1) Publié en français au Castor astral (2004).


http://www.liberation.fr/actualite/monde/277293.FR.php
© Libération

dimanche 23 mars 2008

DE PIANO FABRIEK WORDT INTER CULTURELE FABRIEK

“Declic betekent dat onze gasten op een nieuwe manier over hun omgeving en de maatschappij gaan nadenken”
De pianofabriek van Sint Gillis heeft alle kenmerken van een inter culturele organisatie. Ze maakt deel uit van de 22 gemeenschapscentra die in het Brusselse. Door de Vlaamse Gemeenschapscommissie gesubsidieerd, zijn ze in de jaren tachtig ontstaan.

Hoe intercultureel überhaupt?
Pianofabriek is een culturencentrum, in het meervoud. Dat betekent dat wij samenwerken met allerlei allochtone groepen die hier kunnen vergaderen en hun activiteiten organiseren; We proberen er een inter culturele dynamiek aan te geven. Mijn taak is innter culturele coördinatie. Daarvoor krijg ik trouwens subsidies. Het gaat om een samenlevingsinitiatief; inter cultureler kan moeilijk. De bedoeling is dat ik activiteiten organiseer die het samenleven van gemeenschappen bevorderen. Dat kan van alles zijn:voor een deel cultureel, ook sociaal werk. Sint Gillis is daar typisch voor met haar verscheidene culturele verenigingen en vzws. Die mensen komen samen met ons dingen organiseren. Dat is in die mate intercultureel in zoverre niet alleen Chileen of Portugezen daaraan deelnemen.

Lukt dat altijd?
Soms wel, soms niet. Plaats hebben we genoeg. Dus komen die verenigingen af een toe met elkaar opbezoek. Neem maar dat een groep hier vergadert terwijl een andere groep een fuif organiseert dan ontstaat er vanzelfsprekend contact. De cafetaria heeft als het ware een interculturele functie. Die bestaat trouwens niet zo lang.
Iedereen komt hier eigenlijk samen, de hele buurt om zo te zeggen; Ze zijn niet verplicht te betalen zodanig dat we een beetje de rol spleen van een buurthuis;
Declic is zo een vereniging. Problemen worden zo opgelost;
Er wordt gestreefd naar burgers met elkaar te brengen opdat ze contact met elkaar zouden ontwikkelen.
Onlangs zijn we op reis gegaan naar Senegal meteen aantal jongeren uit de buurt: zeer intercultureel eigenlijk, ofschoon we maar met dertien waren, Moslims, Kristen, vrijzinnigen, van alles en nog wat.

Intercultureler kan inderdaad moeilijk!
En of! Vier moslims een paar Kongolezen en twee meisjes met hoofddoek .en een bekeerde; Dat was een inleving in dat prachtige land waar je altijd interessante mensen ontmoet. Het interculturele zit er degelijk wel in.
Heel veel migranten in Brussel meer bepaald hierin Sint Gillis brengen hun eigen muziek met zich mee.
Wij zien ons verplicht die mensen een podium te geven en een kans zich uit te leven.
Voor elk concert kies ik een thema: bv de luit, de Iranese, Turkse, Marokkaanse luitmuziek komt dan aan bod. Het jaar daarop hebben gitaar als thema genomen: dat is de kapstok waarop ik dat ophang.
Liefst werk ik met mensen die hier in de buurt leven, kunstenaars die kwaliteit leveren voor een gemengd publiek. Die mogen daar naartoe om en voor weinig geld; Dan ontstaat wel een declic hoor.
Declic betekent dat onze gasten op een nieuwe manier over hun omgeving en de maatschappij gaan nadenken;
Het is een nobel doel maar niet zo gemakkelijk te bereiken.

Gemakkelijk is anders.
Er zijn wel dikwijls problemen van groepsgedrag die men moet regelen. Gebrek aan respect is eigenlijk het probleem. Die jonge gasten geloven niet genoeg in zichzelf;
Dat is eigenlijk mijn diagnose: minderwaardigheidsgevoel is namelijk het probleem waarmee wij te kampen hebben.
Ze doen dan stoer en gedragen zich raar.
In Senegal bv hebben sommige jongens voor het eerst in hun leven de afwas gedaan wat niet vanzelfsprekend is.
Ik maak me toch niet e veel illusies over de impact van dat alles.

Werkt u samen met de Jacques Frank ?
Toch wel. Er komen trouwens veel Franstaligen naar ons toe. We geven allerlei veel cursussen:salsa, tango, thai chi, capoera en noem maar op. Allemaal voor mensen uit de buurt, kinderen in de eerste plaats. Er komen heel wat allochtone kinderen die het onderwijs in het Nederlands volgen naar ons toe om onze cursussen te volgen en steun te krijgen bij het leren van die taal..
We zij enorm veel met de buurt bezig wat een zeer positieve invloed op die buurt blijkt te hebben.
Het inter culturele komt slechts sedert enige jaren in gang ook aan bod omdat . men het nut daarvan beter begint te beseffen.
Het inter culturele leeft hier op straat en op school. Hier in Sint Gillis is dat werkelijk een realiteit geworden. Vanzelfsprekend doen we mee aan de zinneke parade; dat betekent heel wat ateliers organiseren alsook vergaderingen met verenigingen en kunstenaars. Het gaat om een inter cultureel proces.
Verleden jaar was recyclage het thema. De Ekwatorianen zijn dan meer van zins iets Ekwatoriaans te doen maar dat is in tegenstelling met de geest dan de Zinneke parade. We hebben ze er toch van kunnen overtuigen zich in te schrijven in een gemeenschappelijk inter cultureel atelier waar Marokkanen en Ekwatorianen naast elkaar werken en vooral met elkaar. Maar ze wantrouwen elkaar vooral in het begin. Er zijn spanningen geweest maar eigenlijk bleek het teen succes te zijn.
In Sint Gillis zijn er ontzend veel verenigingen die onder de impuls van de mission locale samenwerken op wijkfeesten en zo meer. Sint Gillis is eigenlijk een vreselijk kosmopolitische gemeente. Je hoort er allerlei talen,, zeer veel Spaans vanwege de Zuid-Amerikaanse bevolking.
Waar ik bijzonder prijs opstel is het organiseren van inter religieuze concerten.
Renaissance Polyfonie versus soefi vindt plaats in onze wijkkerken. Da parochie heeft haar eigen publiek, de Marokkanen brengen dan hun publiek mee ze zijn dan dolgelukkig dat ze eens in een kerk mogen binnen lopen. Omgekeerd is dat een stuk moeilijker. In Dakkar mocht dat bv niet.

Bent u zelf gaan veranderen onderinvloed van die hele dynamiek?
Dat zal wel. Ik zal nu anders naar een Afrikaan kijken dan tevoren. Dat is wel degelijk een ervaring; Je wordt er gewoon anders van.

Brosella krijgt na 30 jaar eigen kantoorruimtestyle

Sinds 1977 organiseert de vzw Brosella het jaarlijkse internationale Folk en Jazz festival in het openlucht Groentheater in het Ossegempark, aan de voet van het Atomium.
De organisatie werkt al 30 jaar zonder kantoor en personeel en op kracht van vrijwilligers. Nu krijgt Brosella een eigen lokaal ter beschikking in het Lyceum Martha Somers in Laken, van waaruit de organisatie zich kan professionaliseren.

Brosella programmeert zowel grote namen uit de folk en jazz als aanstormend talent. Het gratis festival groeide uit tot een begrip in het Brusselse muzikale landschap.
De DJANGOFOLIES en de Brosella Guitar Show maar ook de Palace Music Club en de Delicatessen zijn vaste waarde geworden.

Bert Anciaux:
"Ik ken Brosella al jaren en kijk iedere keer op hoe Henri en zijn harde kern van vrijwilligers erin slagen om telkens opnieuw het publiek te verwennen met verrassende muziek."

HEMISPHERES

"EÉN ENKEL RAS, DE MENSHEID DE AARDE IS MIJN VADERLAND, DE MENSHEID IS MIJN FAMILIE"Lantaarns die een vaag licht op het plafond schilderen. Op de vloer, een Perzisch tapijt. Aan de muur, portretten van vrouwen uit andere landen die de tafelgenoot toespreken. In deze rijkelijk gedecoreerde soek heerst de reisgeest: Bagdad, Ankara, Jeruzalem, Peking,… We zijn overal en voelen ons kiplekker van Liban tot China, na een doortocht in Iran. Onze zintuigen worden geprikkeld. De take-off naar andere horizonten is ogenblikkelijk. Pilav van dadels, Armeense lamsgehaktballetjes, Libanese Mezes of gemberthee, een keuken als Duizend-en-een-nacht. In hartje Brussel is het restaurant luisterend naar de veelzeggende naam "Hémisphères" van Soraya Boremans, een typisch voorbeeld van deze nieuwe geest die onze eetgewoonten inspireert. Een etentje bij Hémisphères staat synoniem voor een fictieve reis doorheen de vijf continenten.

Hémisphères, uw baby, wordt omschreven als een "interculturele omgeving". Wat betekent dit nu juist?
Soraya Boremans: Een verlangen om de ander te leren kennen via een etentje, via een tafel die buitenlandse smaken aanreikt. Individueel of in groep, rond een thema over de vijf continenten, van India over de Kaukasus tot Afrika, aangetrokken door onze wereldgastronomie, tentoonstellingen en conferenties. Wij verwelkomen NGO's en ambassadeurs voor verschillende thema's: homeopathie, natuurgeneeswijzen, syndicalisme, gendergelijkheid, etc.
Het voluntarisme om verschillen, grenzen en getto's te overbruggen. De mensen hebben het begrepen en het is precies dit wat ze hier komen zoeken en ze vinden het. Politici, ambtenaren, docenten, en vele ouderen en jongeren komen over de vloer.
Dit stemt overeen met de spontane interculturele geest van de Belg over het algemeen en de Vlaming in het bijzonder. We hebben een aanzienlijk Nederlandstalig klantenbestand door de nabijheid van kantoren en de Vlaamse bibliotheek. Ook verwelkomen we Vlaamse ministers. Vlamingen hebben voor wat het interculturele betreft een streepje voor.

Denkt u?
Het is een vanzelfsprekendheid voor deze plek en het overstijgt onze verwachtingen. Wij ontvangen brieven en mails van overal ter wereld. Ik zweer het, in Algerije, vanwaar ik afkomstig ben, doet zich net hetzelfde tafereel voor. Ik heb het geluk in een kosmopolitische omgeving geboren te zijn, net zoals mijn man. Hij werd geadopteerd door een Vlaming van Brussel, mijnheer Boremans, mijn fantastische grootvader, schoonheidsaanbidder, goeroe op zijn eigen manier en reisgids van zijn staat. Hij sprak Chinees en Thais. Hij was een ware man van de wereld, van verschillende hemisferen… zijn zoon, mijn man, een Marokkaan die zoals ik restauranthouder is, is net zoals hij: een echte Brusselaar.

Kent u veel gelijkaardige restaurants?
Les jardins de bagatelle, le Malte, le Bazar, le Riad, er zijn er veel. Dit is eigen aan Brussel, een stad die de ideale bakermat is voor zulke open plekken. De toekomst van Brussel is intercultureel. De gemeenschappen die zichzelf niet kennen zijn multi, de dynamiek, het gewemel en de fusie zijn inter. De Belg heeft hier meer dan één aanleg voor. Hij is als het ware ondergedompeld in het interculturele, het is een beetje zijn cultuur. Hij heeft legers, bezetters, handelaars en reizigers zien voorbijkomen. Zelfs hier zijn we bijna meertalig vanaf onze geboorte. Ik ben bevoordeeld met een bijzonder geschoolde en ruimdenkende moeder die mij geleerd heeft de strenge opvoeding van mijn vader te overstijgen. Ik ontdekte de waarden van het feminisme, de emancipatie via de opvoeding en ik heb een opleiding tot leerkracht gevolgd.

Is het personeel multicultureel?
De kok is Nepalees en we laten een Thai langskomen om bepaalde culinaire thema's toe te lichten. Dit trekt de klanten aan: de wereldkeuken, de diensters die van overal komen, kortom ik wou mijn mondiale familie opnieuw samenstellen.

"Eén enkel ras, de mensheid". "De mensheid is mijn familie". Dit staat op de muren, kijk maar. In het begin gooide ik alles door elkaar, zeker als vrouw, Arabische en Moslim met een voorliefde voor het Boeddhisme en India. Boeddha en ik vormen een liefdeskoppel. Na de geboorte van mijn tweede zoon ben ik naar India gegaan om alles even te laten bezinken. Ik wist niet meer wie ik was, te veel identiteiten, ik was het noorden kwijt. In India heb ik mezelf teruggevonden. Ik ontdekte er de Islam, de échte: open, met ethische en menselijke dimensies die de goede en mooie daden looft. Door mijn ontmoetingen met de mystiek geïnspireerde geestelijke mentors, Omar Kahyam, Ibn Arabi, heb ik mijn Islam op maat gecreëerd. Dit zijn leermeesters die jou helpen te ontsnappen aan de uitgestippelde wegen. Eigenlijk, zoals de hadith het zegt, heb ik de Koran begrepen alsof die voor mij alleen geschreven was.

De vrouwen brengen beweging en vooruitgang in de Islam?
Gaat het nu om wereldburgerschap, het interculturele of de spiritualiteit, het zijn de vrouwen die de dingen in beweging zetten dankzij hun energie waarmee zij hun wonden als gevolg van de cultuurschok kunnen helen. Nadat ik, mijn moeder en mijn zus, Algerije ontvluchtten en hier aankwamen, waren we in beroering. We voelden wrok en hadden heimwee. Dit stelde ons open voor de synergie tussen de mensen, de culturen en de waarden. De vrouwen zijn gevoelig voor het menselijke en stimuleren het veel gemakkelijker en liever dan de mannen. Het is ook deze woede, deze razernij ten opzichte van de man die alle rechten inneemt en gaarne plezier vindt in de bekrompenheid van het vrouwelijk, die hen sterker maakt. Dit stimuleert ons als vrouwen om te reageren tegen het heersende bekrompen en loochenend machismo. Als mijn man verschilt van die geformatteerde, strenge en regressieve mannen, dan is dit volkomen door de invloed van zijn vader. De vrouw bezit echt wel een extra aan ziel en spiritualiteit want zij schenkt leven. Dit maakt haar creatief en dapper. Ofwel is zij onderdanig, ofwel verzet zij zich en laat zij zich gelden, zoals ik, dankzij de steun van mannen die haar respecteren. Mijn man was niet op zoek naar een onderdanige vrouw, maar wel naar een volwaardige partner.

We zijn partners, vennoten en een mythisch koppel geworden in deze wijk. Ons geheim is dat we veel reizen. Dit is de baobab van onze geest en we geven dit door aan onze kinderen. De ontmoeting met de ander wapent je tegen alle tegenspoed.


Ecuyerstraat 65 – 1000 Brussel – 02/51393070 Maandag tot vrijdag van 11 u tot 22u30 zaterdag van 18u tot 24u één vrijdag per maand, concertavond.


Marc Guiot

200 studenten nemen deel aan geslaagde Plug-in Brussel


Wat de studenten vooral verraste, is dat ze op een initiatief als Plug-in een ander beeld van Brussel krijgen. De stadswandeling met de gidsen van Brukselbinnenstebuiten bood de studenten een aangenamer en genuanceerder beeld van de stad. Ook de contrasten in Sint-Joost-ten-Node gaven op een positieve manier een beeld van de multiculturaliteit en de diversiteit van Brussel.

Zoals minister Anciaux het samenvatte:
"Brussel is een boeiende stad. Werken en wonen in de hoofdstad vormt door de grote diversiteit een fijne uitdaging.
En het aanbod is enorm, kijk maar naar de vele vacatures."

Meer info:
Tineke Sonck, woordvoerder van Bert Anciaux: 0473/96.73.51

Schrijfster Nasreen verlaat India na doodsbedreiging














De Bengalese romanschrijfster Taslima Nasreen heeft India verlaten voor Europa, nadat zij zich verscholen heeft moeten houden wegens doodsbedreigingen van militante islamisten, zo heeft haar uitgever Sibani Mukherjee vandaag bekendgemaakt.

Nasreen vertrok uit New Delhi voor medische verzorging in Europa, aldus Sibani Mukherjee die de precieze bestemming niet wou onthullen. Vrienden van de schrijfster bevestigden haar afreis vandaag.

In 2002 is Nasreen in Bangladesh tot een jaar cel veroordeeld wegens haar roman "De Schaamte" waarin zij beschreef hoe een hindoefamilie te lijden had onder moslims in dat land, waar ze overigens in de meerderheid zijn.
Zij heeft in Europa, de VS en India in ballingschap geleefd.



afp/ka

jeudi 20 mars 2008

Pro Bruxsel wil meer autonomie voor de hoofdstad

Er is een nieuwe partij in de maak die expliciet de Brusselse belangen wil verdedigen. Pro Bruxsel, zoals de partij heet, is vast van plan deel te nemen aan de gewestverkiezingen in 2009. Dat viel te vernemen in de marge van een persvoorstelling van het Platform van de Brusselse burgers.

Expo Black Paris - Black Brussels

Brussel - Dicht bij ‘ons’ Matonge, in het Museum van Elsene, loopt een tentoonstelling over de kunst van de Afrikaanse diaspora in Parijs tussen 1906 en vandaag. De expo, eerder te zien in Duitsland en daar ook samengesteld, werd hier aangevuld met werk uit ‘Black Brussels’.

Parijs vormt momenteel de grootste Afrikaanse enclave in Europa. Ongeveer een vijfde van de twaalf miljoen inwoners uit de hoofdstad en de banlieues is van Afrikaanse, Antilliaanse of Afro-Amerikaanse origine. Je zou kunnen zeggen dat de artistieke wisselwerking tussen het Noorden en het Zuiden in de Franse hoofdstad dan ook haar grootste concentratie heeft. De tentoonstelling toont alvast een aantal interessante en boeiende werken: zowel van artiesten van Afrikaanse origine, als van anderen die op een andere manier een band hebben met het continent.

Josephine Baker
Na de Eerste Wereldoorlog, toen liefst 193.000 zwarten in het Franse leger hadden meegevochten, werd het beeld van de ‘primitieve wilde’ verdrongen door dat van de ‘goede, moedige en volgzame’ zwarte. Op Banania-affiches worden zwarten afgebeeld als grote kinderen. Bananen zullen even verderop in de tentoonstellingsruimte nog terugkomen: Josephine Baker, de zwarte Amerikaanse die vanaf 1925 ging optreden in de Revue nègre van het Théâtre des Champs-Elysées, danste in een rokje van bananen op het ritme van de charleston, een tot dan in Europa ongekende muziekstijl. “Aangezien ik op het podium een verpersoonlijking ben van de wilde, probeer ik in het leven zo beschaafd mogelijk te zijn,” is een van haar gevleugelde uitspraken. Beneden in de tentoonstellingsruimte strooit de uit Sudan afkomstige kunstenaar Hassan Musa ook kwistig bananen en ander fruit over zijn grote doeken uit. In een referentie aan Baker en het beeld dat Europa van haar had, figureert op zijn doeken een zwarte vrouw, haar naaktheid slechts verhuld door bananen of ander fruit, soms vergezeld van blanke mannen in koloniale kledij, en met Arabisch schrift erbij. Who needs banana in Bagdad?, heet een werk van hem uit 2003 dat de tentoonstellingsaffiche siert.

Maar terug naar de mezzanine, waar we met Josephine Baker zijn terechtgekomen in de wereld van de jazz, die door de Eerste Wereldoorlog het oude continent bereikte. Zwarte muziekgroepen werden door het Amerikaanse leger gerekruteerd om in de zijlijn van het slagveld te spelen. Behalve met Baker maakten de Parijzenaars ook kennis met Sidney Bechet. In 1923 vond in Parijs de première plaats van het ballet La création du monde. De muziek van Darius Milhaud was erg geïnspireerd door jazz, Fernand Léger liet zich voor het decor, waarvan u in de tentoonstelling enkele ontwerpen in aquarel kunt bewonderen, inspireren door Afrikaanse mythen. Er is ook aandacht voor de Belgische jazzscene van weleer en voor één persoon in het bijzonder: de Brusselaar Robert Goffin, die verschillende standaardwerken schreef over jazz, waarvan er één door niemand minder dan Samuel Beckett naar het Engels werd vertaald: The Best Negro Jazz Orchestra. Uiteindelijk komt men in het historische gedeelte ook uit bij de négritude als literair project, met grote namen als Léopold Senghor.

Migratie
In de grote tentoonstellingsruimte beneden staat, ligt of hangt het werk van de hedendaagse kunstenaars. De gebruikte media zijn heel divers, een van de redenen waarom Black Paris - Black Brussels, nooit gaat vervelen. Vele kunstenaars focussen op het leven en de problemen van de Afrikanen, in Europa of in Afrika, op thema’s zoals migratie, ontheemdheid, of vooroordelen. Zoals de Spaanse Héctor Médiavilla, die foto’s maakt en films draait in het milieu van de zogenaamde sapeurs: Afrikanen die naar Europa zijn gekomen om er in de grootstad grote sier te maken in chique pakken, maar soms toch door heimwee naar Afrika worden verteerd. Van de Congolees Chéri Samba, een van de bekendste kunstenaars aanwezig, worden enkele maatschappijkritische, van commentaar voorziene werken getoond.

Jota Castro komt uit Peru, woont nu in Brussel, maar focust in zijn installaties van vlaggen vooral op Frankrijk en op de uitsluitingsmechanismen in de Franse samenleving. Darryl Evans, van blanke Zuid-Afrikaanse afkomst, kwam tijdens de apartheid in Frankrijk terecht en maakte prachtige foto’s in het milieu van de zwarte Afrikanen in de wijk Goutte d’Or in Barbès. Barthélémy Toguo uit Kameroen behandelt het thema van de migratie: een eenvoudig houten stapelbed van verschillende verdiepingen hangt hij vol goedkope plastic reistassen en tot buidel geknoopte Afrikaanse stoffen. Even verderop dobbert een houten bootje, beladen met dezelfde vracht, in een zee van flessen.

Samuel Fosso uit Kameroen poseert zelf voor foto’s waarop hij de draak steekt met westerse clichés: hij poseert als piraat bijvoorbeeld, of als rijke Amerikaanse vrouw. Iets soortgelijks doet de Burundees Aimé Ntakiyica, die leeft en werkt in Beersel. Hij portretteert zichzelf in Europese folkloristische kostuums: in Tiroler pak, in Schotse kilt... met een vijftal anderen vertegenwoordigt hij ‘Black Brussels’. Fotografe en videaste Marie-Françoise Plissart is ook een van hen, van haar wordt de videofilm De stroom in Kinshasa getooond, een van de onderdelen van de expositie Kinshasa, the imaginary city uit het Belgische paviljoen op de architectuurbiënnale van Venetië in 2004. Plissart maakte de tentoonstelling samen met architect Koen Van Synghel en antropoloog Filip De Boeck, en werd toen bekroond met de Gouden Leeuw. Ook van Belgiës belangrijkste levende schilder, Luc Tuymans, ziet u een werk uit de befaamde serie Mwana Kitoko - Beautiful White Man, een beeld van Koning Boudewijn in uniform, op bezoek in Congo.


Black Paris - Black Brussels, nog tot 27.4.2008, Museum van Elsene,
Jean Van Volsemstraat 71, Elsene, info via museum@elsene.be

Navo-commandant bezorgd over film Wilders

De hoogste commandant van de Navo maakt zich zorgen over de eventuele gevolgen van het uitzenden van Fitna, de antikoranfilm van de Nederlandse politicus Geert Wilders. "Het probleem is de extremisten; die willen hier hun voordeel mee doen, of dat nu redelijk is of niet", zei de Amerikaanse generaal John Craddock.

Navo-functionarissen vrezen vooral dat
Nederlanders vaker het doelwit zullen worden van aanslagen als de omstreden film wordt uitgezonden. "Het zou jammer zijn als soldaten met die nationaliteit verantwoordelijk worden gehouden voor iets waar ze niets mee te maken hebben", zei Craddock.

Wilders heeft gezegd de vijftien minuten durende film nog deze maand uit te brengen. Het is de bedoeling de koran in de film af te schilderen als een fascistisch boek.

Obama veroordeelt zijn predikant

PHILADELPHIA: De Amerikaanse presidentskandidaat Barack Obama heeft zijn voormalige predikant veroordeeld voor diens anti-Amerikaanse en racistische uitlatingen. De Democratische politicus weigerde echter de geestelijke te verstoten.

Obama reageerde dinsdag in een toespraak in Philadelphia op de controverse rond dominee Jeremiah Wright, die jarenlang de geestelijk leider van de zwarte presidentskandidaat was. Wright blijkt kort na de terreur van 11 september 2001 te hebben gezegd dat de aanslagen een reactie waren op het eigen terrorisme van de Verenigde Staten. In een preek uitte Wright ook felle kritiek op de heerschappij van de „rijke blanken”.

In de speech, bedoeld als kernbetoog over het rassenvraagstuk, waarschuwde Obama het rassenprobleem te misbruiken door het centraal thema van de verkiezingen te maken. Hij riep de Amerikanen op zich met de echte problemen bezig te houden, ondanks de nog steeds bestaande spanningen tussen blanken en zwarten.

Leterme premier, "no future" ? (extraits)

Leterme n'a pas mis les problèmes non résolus au frigo, selon l'antique technique belge. Il les a repoussés à plus tard, aux semaines et aux mois à venir.

Le truc tient en un mot "phasage". "Phasage!" un mot que les ministres répètent comme une incantation, une parole magique capable d'opérer un sortilège. "Phasage", de "phase", mot qui désigne chacun des aspects que présente la lune à un observateur terrestre selon son éclairement par le soleil.
"Phasage!": on fera ce qu'on pourra quand on pourra. Promettre la lune, en somme.

Leterme n'a pas mis les problèmes non résolus au frigo, selon l'antique technique belge. Il les a repoussés à plus tard, aux semaines et aux mois à venir. Il a pavé son avenir de chausse-trapes qui seront autant d'occasions de disputes pour des hommes et des femmes qui n'ont pas démontré jusqu'ici leur profond désir de faire équipe ensemble. Leterme Ier, "no future"?


Par Michel Konen

Obama calme la tempête soulevée par son pasteur

Le candidat à l'investiture démocrate a pris ses distances avec les propos racistes de son ancien pasteur en les qualifiant de «stupides».

L'incontournable question raciale aurait pu faire dérailler la campagne d'un candidat noir prêchant l'unité et la réconciliation nationales. Mardi, Barack Obama a prouvé qu'il avait l'habileté et l'étoffe d'un vrai leader en affrontant «bille en tête» la polémique déclenchée par les propos racistes de son ancien pasteur, Jeremiah Wright.

Obama, en qui les extrémistes de droite voient un islamiste déguisé, a affirmé qu'il ne pouvait renier un homme qui l'avait «introduit à la foi chrétienne», pas plus qu'il ne pouvait renier «la communauté noire», dans ce qu'elle a de bon et de mauvais, ni sa «grand-mère blanche» reflétant les préjugés de son époque : les États-Unis, confrontés à des problèmes qui ne sont «ni blancs, ni noirs, ni latinos, ni orientaux», ne doivent pas rester «ligotés au passé». Barack Obama veut incarner une autre génération et l'avenir.

200 studenten nemen deel aan geslaagde Plug-in

Brussel
Wat de studenten vooral verraste, is dat ze op een initiatief als Plug-in een ander beeld van Brussel krijgen. De stadswandeling met de gidsen van Brukselbinnenstebuiten bood de studenten een aangenamer en genuanceerder beeld van de stad. Ook de contrasten in Sint-Joost-ten-Node gaven op een positieve manier een beeld van de multiculturaliteit en de diversiteit van Brussel.

Zoals minister Anciaux het samenvatte:
"Brussel is een boeiende stad. Werken en wonen in de hoofdstad vormt door de grote diversiteit een fijne uitdaging. En het aanbod is enorm, kijk maar naar de vele vacatures."


Meer info:
Tineke Sonck, woordvoerder van
Bert Anciaux: 0473/ 96.73.51

Bart de Wever interviewé par la Libre belgique. Quid de Bruxelles‏

Combien d'années donnez-vous encore à la Belgique ?
Impossible à dire. C'est une évolution à long terme. Et je ne vois pas pourquoi cela s'arrêterait. Ce n'est pas une circonscription fédérale qui pourrait changer le cours de l'histoire. Mais il y a beaucoup de problèmes comme le statut de Bruxelles. Je suis un conservateur. Pas un révolutionnaire. Et cela dépend aussi beaucoup de l'évolution de l'Europe. Pour moi d'ailleurs, la Belgique est déjà un niveau supranational. Un niveau national demande une démocratie avec une certaine homogénéité. La Belgique n'est qu'une conférence diplomatique permanente entre deux pays.

Quel est votre projet ultime ? Une séparation ? Deux petits Etats indépendants ?
Je pense que l'évolution va provoquer une évaporation de la Belgique. On n'est pas au Kosovo ni au XIXe siècle. On est membre de l'Union européenne qui, aujourd'hui, décide de 60 pc de nos lois. On ne sera jamais complètement indépendant.

Que faites-vous de Bruxelles ?
C'est une question difficile. Bruxelles est géographiquement en Flandre, mais elle a été francisée en profondeur. A Bruxelles, ce sont des vrais Belges. La Flandre ne peut pas dire: "Bruxelles est à nous". Bruxelles, qui est un enfant de la Belgique, appartient aux Bruxellois, mais aussi aux autres Régions. Bruxelles n'est rien sans la Flandre. La Flandre est amputée sans Bruxelles. Il
faut travailler ensemble. Les Wallons y seront aussi toujours les bienvenus. On ne va pas construire les murs.

L'islam enseigné dans les écoles allemandes?

Cette semaine, la conférence allemande sur l'islam s'est réunie pour la troisième fois à Berlin, sous la présidence du ministre de l'Intérieur Wolfgang Schäuble. Il s'agit d'un organe informel consultatif en matière d'intégration des musulmans en Allemagne. La conférence a recommandé l'introduction de l'enseignement de l'islam dans les écoles allemandes. Sabine am Orde commente: "On ne peut pas attendre des solutions pratiques de cette conférence - et ce n'est pas seulement parce qu'il n'y a tout simplement pas eu de dialogue avec les musulmans depuis des décennies, et que en conséquence le processus demande plus de temps. L'enseignement religieux islamique est difficile à réglementer au niveau national, car l'éducation relève de la compétence des Länder. Un interlocuteur commun, reconnu par tous les musulmans, a du mal à émerger de la conférence. Les associations conservatrices ne représentent qu'une infime parte des musulmans allemands et les musulmans indépendants ne représentent qu'eux-mêmes. Il est donc peu probable qu'ils trouvent un représentant pour parler d'une seule voix."

Moslims willen actie tegen islamhaat

De moslimwereld komt met een actieplan om islamhaat aan te pakken. De leiders van de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC), donderdag en vrijdag bijeen in de Senegaleze hoofdstad Dakar, zijn van plan juridische stappen te nemen tegen bijvoorbeeld politieke tekeningen die moslims tegen borst stuiten.

"Geen vrijheid zonder grenzen"
OIC-voorzitter Abdoulaye Wade, de president van Senegal, zei dat vrijheid van meningsuiting niet hetzelfde kan zijn als vrijheid van godslastering. "Er bestaat geen vrijheid zonder grenzen", aldus Wade.

"Islam onder vuur"
Op de top werd een dik rapport uitgedeeld waaruit volgens de OIC blijkt dat de islam onder vuur ligt. Het gaat dan om zaken als de antikoranfilm van Geert Wilders en de Deense spotprenten van de profeet Mohammed. De belangrijkste auteur van het rapport, Hemayat Uddin, zegt dat wettelijke stappen nodig zijn omdat de islamofobie wereldwijd de spuigaten uitloopt. "Het bevindt zich nu op het niveau van haat, van xenofobie en we moeten iets doen."


novum/vsv
Het laatste Nieuws

Ooit zal hier de sharia ingevoerd worden

Een ex-straathoekwerker uit Boom trekt aan de alarmbel. 'De integratiesector is geïnfiltreerd door moslimfundamentalisten', zegt hij. Minister Marino Keulen reageert geschokt en kondigt maatregelen aan.

Het verhaal van Peter Calluy speelt zich af in 2004. Toen overtuigde hij zijn partij, de SP.A, om hem aan te stellen als straathoekwerker. Hij wou bruggen slaan tussen autochtonen en allochtonen, moslims en andersdenkenden.

Simultaan startte SP.A-gemeenteraadslid Saïd Touhafi het jongerenproject El Islaah in jeugdhuis De Dijk. Al snel gaat het mis. Calluy: 'Ik ving uitspraken op als "alle homo's tegen de muur". De leiding van El Islaah in het jeugdhuis zei: "Jullie, Belgen, beschermen de homo's zodat onze jongeren ook het risico lopen homo te worden."

Uiteindelijk stapten alle andere jongerenverenigingen, inclusief de holebivereniging Eksit, uit het jeugdhuis.

Touhafi en de voorzitter van El Islaah, Fouad Belkacem, hitsten de jongeren op. 'Ze vonden dat de aanslag in Madrid "goed gelukt" was. En na de dood van (Hamasleider) sjeik Yassin gingen ze demonstreren met de Arabisch-Europese Liga (AEL) van Dyab Abou Jahjah.'

Touhafi, toen nog SP.A-gemeenteraadslid, zei zelf: 'Och, het is een kwestie van tijd, ooit zal hier toch de sharia ingevoerd worden.'

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 werd het Vlaams Belang met 29,7 procent de grootste partij van Boom. Het mozaïekgemeentebestuur voert nu een hard, repressief beleid van zero tolerance. De kloof tussen de verschillende gemeenschappen is nog steeds even groot.


Hans Van Scharen

N-VA pleit voor cursus inburgering in land van herkomst

Als het van N-VA afhangt, moeten nieuwkomers de die naar Vlaanderen willen komen om in hun land van herkomst een basiscursus inburgering te volgen. Dat moet het kans op een succesvolle integratie verhogen, zegt Vlaams parlementslid Gino De Craemer. Hij wil op termijn ook een echt
inburgeringsexamen invoeren.

(belga) - Het Vlaamse inburgeringsbeleid werkt niet slecht, maar is voor verbetering vatbaar, luidt de analyse van de N-VA. Sinds de start van het inburgeringsdecreet op 1 april 2004 zitten alle cijfers in de lift. Zowel het aantal aanmeldingen bij de onthaalbureaus, het aantal inburgeringscontracten en het aantal inburgeringsattesten.

Uit nieuwe cijfers blijkt bijvoorbeeld dat er in 2007 in het Vlaams gewest 27.147 nieuwkomers waren. Daarvan sloten er bijna 12.000 een inburgeringscontract. Uiteindelijk behaalden 4.788 een inburgeringsattest. Dat attest is het bewijs dat het inburgeringstraject werd afgerond en de nieuwkomer over voldoende taalkennis beschikt.

De partij wil nog een stap verdergaan en de inburgering in het land van herkomst bevorderen. Wie zich in België wil vestigen moet ter plaatse een basispakket inburgering kunnen krijgen. . Het is de droom van De Craemer om ook bij ons een inburgeringsexamen te voorzien.

A la pointe du dialogue entre juifs et chrétiens

Que de chemin parcouru depuis le mea culpa catholique, la rencontre de l'Eglise et de la Synagogue, la recherche patiente d'un dialogue, l'effroi partagé devant la Shoah ! Mais "nous n'avons pas le droit de nous endormir", conviennent, d'entrée, deux grosses "pointures", juive et catholique, Gilles Bernheim, 55 ans, grand rabbin de la synagogue de la Victoire à Paris, et Philippe Barbarin, 57 ans, archevêque de Lyon, deux exégètes de la même génération, tous deux séducteurs, brillants prédicateurs, chefs de communauté.

Philippe Barbarin et Gilles Bernheim connaissent par coeur les textes sacrés de la Torah et du Talmud, des Evangiles. Ils évoquent leurs souvenirs communs en France ou dans des yeshivot new-yorkaises. Porteurs de deux traditions éloignées pendant deux millénaires, ils mettent la charité au-dessus de tout, conformément aux Ecritures communes. Ils témoignent, dans ce dialogue, avec élégance, souci de vérité, sans mièvrerie, d'un rapprochement historique et salutaire.

Même sur des points aussi disputés que le personnage de Jésus ou le rapport entre la foi et la loi, les "lignes" ont bougé. "Ce qui nous sépare encore, ce sont les dernières quarante-huit heures de Jésus", explique le rabbin Bernheim, dans un raccourci saisissant sur le mystère chrétien de la Crucifixion et la Résurrection. Il ne dit même pas mot de l'Incarnation de Jésus, homme Dieu, "scandale pour les juifs", tonnait Paul dans ses épîtres (à propos de la Résurrection). Gilles Bernheim n'hésite pas à parler de la parole prophétique de Jésus, sa vision messianique, les "fondements authentiquement juifs" de la morale chrétienne.

Il ne se console pour autant pas que l'Eglise ait, pendant tant de siècles, déjudaïsé" Jésus, l'ait "hellénisé", en ait fait un sujet d'"horreur" pour les juifs cause des conversions forcées, des baptêmes imposés, de la litanie des pogroms. hilippe Barbarin répond que, si le travail est loin d'être terminé, l'enseignement de l'Eglise a changé, que les catholiques savent désormais de quel "riche terreau 'humanité" est né Jésus, qu'il est "un beau fruit de la tradition et de la sainteté" du peuple juif. Et ajoute : "Nous avons encore à apprendre des juifs pour mieux comprendre la parole de Dieu et l'enseignement de Jésus."

Repris par Jésus, l'amour est le "commandement ultime" de la tradition juive.

Ce dialogue se termine par l'obligation d'une "vraie fraternité" entre chrétiens et juifs, voie de salut pour l'humanité. Il n'y manque même pas l'humour dont le rabbin Bernheim dit joliment qu'il est "une manière de ne pas faire peser sur l'autre la dimension tragique de l'existence" et qu'il est "la fine pointe de la charité".


LE RABBIN ET LE CARDINAL de Philippe Barbarin et Gilles Bernheim. Ed.
Stock, 302 p., 19,50 €.


Henri Tincq
Article paru dans LE MONDE édition du 13.02.08.

mercredi 19 mars 2008

MC Solaar, Arsenal en Jimmy Cliff op Couleur Café

MC Solaar en Le Peuple de l'herbe zijn eind juni te zien op Couleur Café, het festival in Tour&Taxis in Brussel. De organisatoren hebben vandaag de eerste namen van de affiche bekendgemaakt. Het festival loopt van 27 tot 29 juni.

MC Solaar stelt er zijn zevende album voor (Chaptitre 7) terwijl Le Peuple de l'herbe met hun nieuw plaat 'Radio Blood Money' komen.
Naast deze twee Franse groepen zijn al acht andere namen bekend: Orishas, Arsenal, Kassav', Jimmy Cliff, Kery James, Konono N°1, Raul Paz en Omar Perry.

"Goede mix"
"Net zoals elk jaar putten we inspiratie voor het programma uit de vier hoeken van de wereld, met afwisselend vaste waarden en opkomend talent. Het festival vindt plaats op vier podia in een fantastisch decor, waar heel wat animaties te beleven zijn. De traditionele tentoonstellingsruimte Cool Art Café en het dorp gewijd aan de solidariteit zijn er opnieuw bij", zeggen de organisatoren.

Brussel is vervelendste toeristische stad

Reissite TripAdvisor ondervroeg 1.100 reizigers en concludeerde daaruit dat Brussel de vervelendste toeristische trekpleister van Europa is. Londen blijkt de vuilste stad en Parijs heeft de beste keuken. De schoonste steden van Europa zijn volgens TripAdvisor Zürich, Kopenhagen en Stockholm. Londen deelt zijn imago als vuilste stad met Rome en Athene. De Britse hoofdstad is volgens de ondervraagde reizigers ook de duurste van het oude continent, voor Parijs, Rome, Venetië, Oslo en Moskou. Praag is de goedkoopste, gevolgd door Boedapest en Lissabon.
Brussel wordt als vervelendste stad gevolgd door Zürich, Oslo, Warschau en Zagreb. Het beste nachtleven is te vinden in Londen, Amsterdam en Parijs.

Bruxelles, plus que bilingue! Une richesse ou un problème?

Le vendredi, 15 décembre dernier, l’association Bruxelles en Couleurs a organisé sa journée de rencontre annuelle autour du thème «Bruxelles, plus que bilingue! Une richesse ou un problème?»

Au mois d’avril 2006, Bruxelles en Couleurs - Brussels Gekleurd a lancé une pétition afin de pouvoir continuer à fonctionner sur une base bilingue à Bruxelles. Cette pétition était une réaction à la décision de la COCOF, qui voulait arrêter toute attribution d’aide financière destinée à notre organisation à cause de notre identité bilingue consciente.

Ceci dit, pendant notre journée de rencontre, nous avons voulu sortir du cadre restreint d’un conflit avec la VGC ou la COCOF. En effet, nous avons surtout essayé d’analyser comment et combien une organisation socioculturelle bruxelloise, s’adressant directement à tous les Bruxellois, quelque soit leur langue ou leur origine, peut quand même être subventionnée par les différentes autorités. Tout ceci sans abandonner les enjeux multilingues ou sans se cacher derrière des constructions juridiques artificielles et forcées.


La session était introduite par Roel Jacobs, juriste, historien et guide bilingue de la ville de Bruxelles. Ensuite, il y avait Chantal Kesteloot, docteur en histoire et Guido Fonteyn, ancien journaliste et publiciste.
«Le plurilinguisme bruxellois doit être vu dans une perspective plus large. Le phénomène ne se limite pas uniquement au «syndrome de facilités linguistiques», mais la langue joue un rôle déterminatif dans la formation identitaire d’un groupe de gens. (…) (Jacobs)»

«La situation actuelle à Bruxelles est intéressante dans sa complexité. Bruxelles "est un centre" est un centre cosmopolite situé au cœur du monde, où tout se rencontre. A cause de cela, l’histoire dans un coin perdu du monde est moins complexe et moins intéressante comparée au cas de Bruxelles. A Bruxelles, il serait une grande erreur de mener la politique flamande de façon aveugle et restreinte comme la vision qu’en tant que Flamand, il vaudrait mieux être exclusivement Flamand. Une telle gestion exclurait une partie importante de la richesse culturelle bruxelloise. En effet, le patrimoine culturel bruxellois est avant tout un centre de convergence d’éléments francophones, flamands et beaucoup d’autres. (Jacobs)»

«Les différents noms en français et en néerlandais ne sont pas l’extériorisation d’un conflit linguistique, mais relèvent d’une toute autre perception : les appellations flamandes se rapportent à une perspective du Moyen Age, tandis qu’en français, on prend en considération une perspective remontant à la Révolution Française. Il faut avant tout conserver le patrimoine culturel, et avec cela ces deux visions différentes. (Même plus, il se pourrait que l’ouverture de la perspective flamande à une audition francophone soit la priorité par excellence à Bruxelles)Etre confronté à plusieurs langues est loin d’être un appauvrissement, au contraire, c’est une richesse. (Jacobs)»


Chantal Kesteloot distingue à Bruxelles un paradoxe et une évidence:
«Une évidence qui consiste en une société de composition diverse, une administration fonctionnant dans un cadre bilingue et un climat plurilingue. Le paradoxe est cependant que la législation oblige les citoyens et les institutions à choisir et à confronter ce choix à ce qui se rapporte à la vérité régionale, qui est beaucoup plus intéressante. De plus, selon Kesteloot, ce paradoxe au niveau linguistique cache beaucoup plus: il y a entre autres les différents défis au niveau de l’emploi, l’effectuation et la possession du pouvoir, le fonctionnement économique et la culture. Qui possède le pouvoir, et comment cela se traduit culturellement? L’évidence actuelle se base sur des circonstances historiques. Aujourd’hui, on vit dans un État fédéral et on remarque que la construction fédérale est considérée comme le dispositif par excellence garantissant la stabilité et la continuité de la Belgique. Kesteloot souligne qu’il ne faut pas remonter si loin dans l’histoire pour rencontrer d’autres visions à ce propos.
Il n’y a pas si longtemps, les défenseurs du modèle fédéral étaient considérés comme les destructeurs de l’état unitaire qu’était la Belgique à l’époque. En d’autres termes, la vision actuelle a complètement changé. (…) (Kesteloot)»

«On a conclus en disant que l’identité flamande est centrée autour d’un noyau linguistique, ce qui est incontestablement justifié, vu que la langue flamande, à défaut de reconnaissance francophone, a été menacée à disparition à plusieurs reprises. Les francophones ont toujours considéré le flamand comme un dialecte, tandis que les Flamands n’ont cessé d’exiger une forme de reconnaissance
culturelle et administrative. Néanmoins, leur langue continuait à être vue comme inférieure, ce qui a résulté en une lutte unilatérale pour des régions réunies autour d’une seule langue. Le grand poids symbolique attaché à l’aspect linguistique explique en grande partie la valeur émotionnelle des sondages linguistiques (la différence entre ce qu’on est vraiment et ce qu’on veut être. Rappelons par exemple les nombreux Flamands qui préconisaient être francophones). Le lien linguistique explique pourquoi le mouvement flamand a exigé que la langue de l’enseignement soit automatiquement la langue maternelle des sujets,tandis que les francophones s’étaient agrippés au principe de la liberté du père de famille. A Bruxelles, cette liberté des pères de famille a été restaurée dans les années septante, mais a provoqué un effet inverse, dans le sens où beaucoup de familles francophones homogènes de Bruxelles ont envoyé leurs enfants à une école néerlandophone. Ceci est le résultat direct d’un changement des circonstances
économiques.

Comme le point de gravité économique de la Belgique se trouve actuellement du côté flamand, les francophones ont intérêt à envoyer leurs enfants à des écoles néerlandophones, en vue d’un futur bilinguisme (et par conséquent beaucoup de possibilités professionnelles) de leurs poulains. Après tout, le débat actuel reste dominé par les frustrations anciennes. Le poids social d’une langue n’a pas diminué et les francophones craignent une flamandisation totale. Les rôles ont été renversés: là où à l’époque, la Flandre considérait le bilinguisme comme dispositif soutenant la francisation de la Belgique, les francophones craignent que ce même bilinguisme mène à une néerlandisation. A part cela, il y également la réalité européenne et les conséquences de la migration…(Kesteloot)»


Guide Fonteyn a terminé la session matinale en parlant des avantages et des désavantages des villes multilingues:
«Un avantage important d’une ville unilingue est que sa gestion est beaucoup plus facile. Mais il y a plus que la langue. La langue peut – à l’intérieur d’un territoire bien délimité – dissimuler une gestion différente au niveau de la santé publique, de la culture et d’ici peu aussi au niveau économique. Fonteyn estime qu’une telle bipolarité pourrait être résolue par la création d’une troisième communauté, une communauté bruxelloise.
La solution résiderait plutôt dans une meilleure collaboration et non pas en une diminution du poids des différentes communautés. (Fonteyn)»

Fonteyn réfère au cas de la ville suisse bilingue, Biel, et au quartier chinois de la ville de Montréal. Il ajoute néanmoins que le cas de Bruxelles est relativement unique et qu’en fait, il faut être fier d’une telle ville légalement bilingue. Il regrette l’accentuation des problèmes, tandis que l’unicité de Bruxelles mérite d’autant plus d’être soulignée(…)»

«Fonteyn prétend que le modèle bruxellois souffre d’une tension énorme qui ne relève pas pour autant d’un conflit franco-néerlandophone, mais plutôt des changements démographiques. Ainsi, 40% de la population est actuellement d’origine allochtone, et une grande partie n’a pas la nationalité belge. On tend à impliquer ces allochtones dans la gestion communale et de créer une sorte de communauté internationale. Ceci est – du moins selon Fonteyn – une mauvaise idée. Il se trouve que ces étrangers ne sont pas un groupe homogène, ce qui se voit déjà chez les enfants où il faut distinguer ceux qui sont européens et ceux qui sont immigrés. Toute mesure qui considère les «enfants migratoires» comme un groupe à part entière est contre-productive et empêche une intégration fertile.(…)»

«La commission communautaire générale peut influencer la relation entre la région de Bruxelles et l’Europe, mais on n’a pas besoin de nouvelles structures. Fonteyn veut absolument s’écarter d’un logique genre «eux» et «nous», vu que Bruxelles est la capitale de tout le monde. Les différences à l’intérieur de la ville de Bruxelles ne peuvent pas prendre trop de poids. Fonteyn distingue deux éléments essentiels: D’une part, il remarque une pauvreté extrême chez les gens venus des pays de l’Europe de l’Est et chez les citoyens belges âgés. A Bruxelles, il y a de plus en plus de sans-abri, ce qui est un nouveau phénomène évidemment inacceptable. Par ailleurs, l’aide portée à l’égard de ces personnes ferait un beau projet commun pour la VGC et la COCOF. D’autre part, il est important de ne pas continuer à contester certaines facilités et droits: l’égalité entre hommes et femmes, la discrimination sexuelle, la séparation entre Etat et Religion… Celui qui refuse d’accepter ces principes basiques, ne pourra pas trouver sa place au sein de notre société.(Fonteyn)»


Le discours des trois orateurs a été prolongé dans un groupe de travail au cours de la session d’après-midi.
Après avoir réjoui d’un repas excellent, soigné par Dar al amal, trois groupes de travail ont travaillé de façon assidue. Comme déjà indiqué, le premier groupe prolongeait la discussion du matin autour du «plurilinguisme pratique».

Les questions suivantes ont été posées:
Quelle est la langue véhiculaire des réunions des organisations plurilingues?
A quel public s’adressent-elles?
Est-ce que la connaissance d’une ou plusieurs langues devient le critère prioritaire pour la sélection de collaborateurs?
Les gestionnaires, doivent-ils être bilingues?
Le plurilinguisme, signifie-t-il plus de charge de travail?
Qu’en faut-il des frictions emportées par les différences de culture?
Peut-on parler d’une autre culture de se réunir?
Quelles langues sont prioritaires par rapport aux autres ou veille-t-on à mettre en pratique une gestion d’échange linguistique?

Enfin, il y avait le groupe travaillant autour de la «question institutionnelle», présidé par le président de la Vlaamse Gemeenschapscommissie (Commission de la Communauté flamande), monsieur Vanraes. Normalement, le président du parlement bruxellois francophone, monsieur Doulkeridis serait également présent, mais a été excusé au dernier moment.

Ce groupe s’est penché sur les questions suivantes:
Le cadre institutionnel actuel, permet-il que des organisations qui travaillent sur des matières liées aux droit de personnes (bien-être, culture…), ne choisissent pas une seule langue, ou bien travaillent et sont structurées de manière bilingue?
Est-ce que la VGC peut jouer un rôle à ce niveau?
Est-il préférable qu’à Bruxelles, ville cosmopolite, les autorités refusent de soutenir des organisations structurées de manière bilingue, justement parce qu’elles veulent s’adresser à tous les Bruxellois? Et est-ce que cela ne stimule pas la création de structures artificielles, en pratique surtout difficiles pour ces organisations mêmes?
N’existent-ils pas d’autres critères pour déterminer qu’une organisation se prétendant bilingue ou multilingue, rend possible le déploiement d’une action ouverte à tous les différents groupes linguistiques existants?

Une fois de plus, la journée s’est révélée trop courte. Néanmoins, elle était passionnante et intéressante.
Les personnes intéressées peuvent obtenir un rapport plus détaillé des différents exposés et consulter les discussions sur notre site Web ou s’adresser au secrétariat de Bruxelles en Couleurs.
Nous nous reverrons l’année prochaine!

Cet article est écrit sur base d’un texte de Roel Jacobs et le compte-rendu de Bernard Desmet sur les interventions de Chantal Kesteloot et Guido Fonteyn (pas encore vérifié par les orateurs).