mercredi 28 janvier 2009

Robert Capa: Tussen mens en oorlog

Golfe-Juan, Frankrijk, augustus 1948. Pablo Picasso en zijn vrouw Françoise Gilot. © Robert Capa

Brussel-Stad - Robert Capa, een van de grootste oorlogsfotografen van de 20e eeuw, hoopte na de Tweede Wereldoorlog voor altijd werkloos te kunnen blijven. In 1954 zocht hij nog één keer de gevarenzone op in Indochina. Het werd zijn laatste trip, hij trapte op een landmijn en bezweek aan zijn verwondingen, camera in de hand. 55 jaar na zijn dood krijgt hij in het Joods Museum zijn eerste Belgische overzichtstentoonstelling.
Grote stennis in fotoland begin vorig jaar, toen in Mexico-stad een doos met verloren gewaande filmrolletjes opdook van Robert Capa. De grootste bekommernis was of de duizenden negatieven eindelijk klaarheid zouden kunnen scheppen over De vallende soldaat, Capa’s beroemdste foto en de moeder aller oorlogsfoto’s, maar ook de meest gecontesteerde. Het op 12 juli 1937 in Life gepubliceerde beeld van een republikeinse soldaat die voor het oog van de camera neerzijgt tijdens de Spaanse burgeroorlog maakte van Capa op slag een beroemdheid. Pas later, toen er afdrukken opdoken van soldaten in soortgelijke posities, rezen er vragen over de authenticiteit. Had Capa, om zijn aanklacht tegen het geweld nog wat aan te dikken, het voorval in scène gezet? Zelf deed hij er het zwijgen toe, wat nog een andere, donkerdere theorie voedt: dat Capa de soldaat liet paraderen voor zijn lens, en zo de aandacht van de rebellen trok, waardoor de man door zijn toedoen om het leven kwam.
De foto valt meteen op als je het Joods Museum binnenwandelt, maar verder wordt er voorbijgegaan aan de discussie. Het is ook niet de essentie van deze omvangrijke, chronologische reeks van bijna 150 zwart-witbeelden, waarin vooral de humanistische kant van de Joods-Hongaarse fotograaf naar voor komt. Robert Capa, sigaret in de mondhoek, hield zich sterk te midden van de gruwel – zelfs in de ogen van de soldaten waar hij mee optrok kwam hij onvervaard over – maar eigenlijk haatte hij oorlog. Uit zijn reportages blijkt telkens zijn grote aandacht voor de slachtoffers, en het was zijn missie om het leed middels zijn beelden aan de kaak te stellen – hij was geen objectieve verslaggever. Als geen ander kon hij "de horror van een hele natie vatten in het individu", om het met de woorden van zijn vriend John Steinbeck te zeggen. Zoals in de sublieme foto van een moeder die in 1938 met haar kind door de straten van Bilbao loopt en opgeschrikt door een luchtaanval naar omhoog kijkt.
Trotski
De interesse voor fotografie van de in 1913 in Boedapest als Endré Friedmann geboren fotograaf wordt gewekt in 1932 in Berlijn, nadat hij op grond van communistische sympathieën uit zijn land is gezet. Om zijn studies aan de Deutsche Hochschule für Politik te financieren gaat hij bijklussen bij de Deutscher Photodienst. Zijn eerste gepubliceerde foto, Trotski tijdens een toespraak in Kopenhagen in 1932, bevat meteen zijn handelsmerk: hij slaagt erin de Russische revolutionair van dichtbij te fotograferen met zijn compacte Leica-camera.
Met de hete adem van de nazi’s in zijn nek ontvlucht hij Duitsland en vestigt zich in Parijs, waar hij de Hongaarse fotopionier André Kertész ontmoet, een fervente aanhanger van de Leica. Korte tijd later loopt hij er Henri Cartier-Bresson tegen het lijf en Gerda Taro, met wie hij een relatie begint. Samen bedenken ze het bewust Amerikaans klinkende pseudoniem Robert Capa, om zo beter aan de bak te kunnen komen.
Dicht op de huid
Zoals onze vergaring van nieuws nu grondig veranderd is door de snelheid waarmee digitaal genomen beelden verspreid worden, zo konden fotografen halfweg de jaren 1920 plots veel sneller en flexibeler werken door de introductie van kleinere negatieven en lichtgewichtcamera’s zoals de Leica en de ook redelijk compacte Rolleiflex. Gouden tijden breken aan voor de fotojournalistiek, fotografen reizen als sterren de wereld rond op kosten van gerenommeerde bladen als Life en Paris Match. Capa trekt zo van het ene front naar het andere –
de Spaanse burgeroorlog, het Chinees-Japanse conflict, de Tweede Wereldoorlog, het Israëlisch-Arabische conflict, de strijd in Indochina – waar hij zich onder het motto "als je foto niet goed is, zit je er niet dicht genoeg op" te midden van de actie waagt. Hij is niet zozeer een estheet zoals Cartier-Bresson dat was, maar gaat voor het meest sprekende beeld. Zijn foto’s plaatsen je midden in de conflictsituatie, alsof je het allemaal zelf meemaakt, vanaf dan de standaard voor elke oorlogsfotograaf.
De foto’s zijn ondertussen gemeengoed, maar wie kijkt naar de wazige beelden die Capa maakte tijdens de landing op Omaha Beach op 6 juni 1944, kan niet anders dan zich afvragen hoe de onbevreesde fotograaf tussen het kanonnenvlees overeind blijft. Dat er door een fout bij het drogen van de film maar elf foto’s bewaard zijn gebleven, maakt de beelden er nog krachtiger op. Even later is hij getuige van de bevrijding van Parijs. Je ziet hoe hij samen met de bevolking tegen de grond duikt bij het laatste luchtalarm. In maart 1945 landde hij per parachute met de geallieerden in Duitsland om daar door de linies heen te breken. De foto van de neergekogelde Amerikaanse soldaat op een balkon in Leipzig staat symbool voor het laatste slachtoffer van WO II.
Even indrukwekkend zijn de beelden die Capa maakt ver van de actie, als chroniqueur van de mens die zich geconfronteerd ziet met de gruwel. Een Siciliaanse boer die een Amerikaanse soldaat de weg toont naar de vijand; Joden op weg naar hun nieuwe beloofde land.
Magnum
Na de oorlog heeft Capa zijn buik vol van de miserie. Samen met Henri Cartier-Bresson richt hij in 1947 het fotoagentschap Magnum op, dat strijdt voor de rechten van de fotograaf en zijn engagement voor een humanere wereld hoog in het vaandel draagt. In volle Koude Oorlog reist hij als Amerikaans staatsburger met John Steinbeck door de Sovjet-Unie en portretteert het Russische boerenleven.
In 1948 getuigt hij van op de eerste lijn over de geboorte van de staat Israël. Capa kiest zoals steeds partij en toont hoe David Ben Goerion, de eerste premier van Israël, de onafhankelijkheidsverklaring voorleest.
Vanaf 1951 werd Capa voorzitter van Magnum, en maakte hij minder foto’s. Hij leefde een celebrityleven, en had veel beroemde vrienden. Die krijgen een aparte ruimte toebedeeld in het museum. Picasso als gentleman op een strand aan de Franse Rivièra, een door reuma in zijn bewegingsvrijheid beperkte Matisse of Hemingway die verpoost met zijn zoon tijdens een namiddagje jagen.
In 1954 wordt de "werkloze fotograaf" nog een keer verleid voor een oorlogsreportage. Hij trekt door Indochina aan de zijde van Franse soldaten, wanneer hij op 25 mei de patrouille verlaat om een foto te kunnen maken, gehoor gevend aan zijn eigen devies. Hij trapt op een landmijn en bezwijkt aan zijn verwondingen. Luttele minuten daarvoor had hij zijn laatste foto gemaakt.(B.D.W)
Robert Capa - Retrospectief - 23.1 > 19.4.2009 Zo > vr 10 > 17.00 - Joods museum van belgië - Minimenstraat 21, 1000 Brussel - 02-512.19.63
Tickets 3/5 euro

Aucun commentaire: