dimanche 22 mars 2009

De échte noden van de 262 daklozen van Brussel























Brussel telt 1.771 daklozen, waarvan er 262 daadwerkelijk op straat slapen, zo bleek uit de eerste daklozentelling in de hoofdstad (DM 7/2). Het steunpunt thuislozenzorg La Strada voerde met 145 vrijwilligers de telling uit in november. De resultaten werden vrijdag gepresenteerd door de Brusselse ministers Pascal Smet (sp.a) en Evelyne Huytebroeck (Ecolo). Volgens Antoin Galle blijven veel misverstanden over daklozen overeind.

Nog voor de koudegolf, op 19 november 2008, werden alle straten, stations, parkeergarages, tot Zaventem toe, even voor middernacht doorzocht om het aantal daklozen te tellen: 262, inclusief de groep Indische illegalen in de Marollen. Dat was dus voor de opening van de extra winteropvang op 21 november die het aantal gratis bedden met vierhonderd uitbreidde.

Brussel telt nu meer dan 1.700 opvangbedden. Terwijl sommige media berichtten dat de opvang overvol zat, bleven her en der plaatsen onbenut. In enkele dagcentra komt er veel minder volk. De scherpe kou weerhield een honderdtal mensen er niet van om op straat te slapen.

Onbegrijpelijke situaties? Sommige interventiediensten die de mensen hoogdringend menen te moeten redden, raken daarom gefrustreerd en betitelen deze straatbewoners met termen als "onwillig", "chronisch" en "onrecupereerbaar". Dat, terwijl de eerste vraag er een is van gehoord en gezien te worden. Dat kan alleen als je er de tijd voor neemt, als je wil luisteren zonder de straatbewoner met adviezen te overstelpen, zonder uniformen en zonder fotograferende journalisten. "Derrière ce pseudo-souci de sauver les gens en danger il y a une volonté profonde de normalisation", verklaarde de befaamde daklozenantropoloog Patrick De Clerck enkele maanden geleden. De confrontatie met de armoede wordt uit de weg gegaan. De 'sociale urgentie' past in onze individualistische maatschappij. Het is een uiting van de onmogelijkheid om nog een "wij" samen met de arme te construeren. Dat zou nochtans het uitgangspunt van elke hulpverleningsrelatie moeten zijn. Dat maakt ook de kracht uit van straathoekwerk of organisaties als Sant'Egidio. Indien het beoordelingsvermogen van de dakloze is aangetast, wordt er uiteraard ingegrepen, in samenwerking met alle betrokkenen en met bijvoorbeeld de straatpsychiater of de politiedienst voor daklozen Herscham.

Een dakloos koppel met een hond dat maanden in een metrostation doorbracht kreeg zoveel giften aan etenswaren, kleding en andere cadeaus dat er een metersdikke gevangenismuur rondom hen groeide. "Ik vraag zelfs niets", zei de man, "de mensen passeren en zetten er een zak bij, ze kijken mij niet eens aan! En ik heb helemaal geen honger!" Er kwam een vrachtwagen van de gemeente aan te pas om alles te kunnen verwijderen. De man had zelden honger omdat alcoholverslaving de appetijt wegneemt.

Dit voorbeeld illustreert meteen enkele redenen waarom daklozen geen gebruik wensen te maken van de opvang: hun hond is er niet welkom, ze hebben te veel dorst, samen als koppel kan niet, de slaapzalen zorgen voor onveiligheid en een totaal gebrek aan intimiteit. Er is ook geen rust, licht wordt aan- en uit gedaan, of een waanzinnige of drugverslaafde moet zonodig wat. Om 's morgens half uitgeput vast te stellen dat de schoenen onder je bed vandaan zijn gestolen.

Vandaar ook die andere permanente vraag: "Een kamerke alstublieft!" In Brussel is het bijna een onmogelijke zaak om dat te betalen, met een leefloon van het OCMW. Een sociale woning? 25.000 wachtenden vóór u! Het OCMW van Brussel heeft dertig transitwoningen. Veel eigendommen van de gewesten, stad en staat staan leeg. Onlangs werd het initiatief genomen om de wellicht 30.000 leegstaande panden te registreren.

Huisvesting is trouwens de bewezen effectieve prioritaire maatregel om de lichamelijke en geestelijke gezondheid van straatbewoners significant te verbeteren. Psychiater Tsemberis toonde dat aan met kleinschalige woonvormen voor schizofrene daklozen, met slechts minimale begeleiding ('Housing First' in New York). Voor de dakloze psychiatrische patiënten zijn de diensten 'beschut wonen' van Brussel ontoegankelijk: de wachtlijst is heel lang en alcoholgebruik wordt niet getolereerd. Voor deze dubbele diagnoseproblematiek, nog verzwaard door neurologische schade ten gevolge van alcohol, bestaat in Brussel geen verzorging. Deze patiënten botsen op veel onbegrip bij sociale diensten. De straatpsychiater van Brussel (SMES) moet met marginale middelen een onmogelijke klus klaren.

Voor alle aspecten van gezondheidszorg kan het belang van een referentiepersoon niet genoeg onderstreept worden. Heel wat straatbewoners hebben goede ervaringen met de integrale en gratis zorg door de 'Maison Médicales'. Helaas dreigen deze het slachtoffer te worden van hun eigen succes en het gebrek aan huisartsen.

Onder de daklozen treft men vele nationaliteiten aan. Mensen uit de buurlanden hebben hier geen enkel recht op steun, tenzij medische zorg. Een aantal van hen zijn hier al zo lang dat ze volledig vervreemd zijn van het land van oorsprong. Kunnen zij bijvoorbeeld na tien jaar bewezen verblijf toch geïntegreerd worden? En zolang de federale overheid geen duidelijke keuzes wil maken in verband met illegalen, is het hun verantwoordelijkheid om humane opvang te financieren. De reis verzorgen voor hen die spontaan willen terugkeren zou al een begin zijn. Bij deze zijn slechts enkele vragen aangehaald van een publiek dat veel problemen cumuleert en zo nergens 'past'.

Standaardantwoorden helpen niet, wel een aanbod op maat gelieerd aan de verwachtingen van de cliënt. In deze verkiezingstijd valt met het eerste te scoren, met het laatste niet. Standaardantwoorden kunnen enkel leiden tot meer onbegrip en ontworteling. Deze uitsluiting doodt meer dan de klimatologische omstandigheden. Om een dakloze te citeren: "Pourquoi je me mettrais à l'abri, je suis déjà mort pour tout le monde!"

Nog dit. De definitie van 'daklozen' is erg rekbaar. Het gaat hier om de puntprevalentie van letterlijk daklozen op 19 november 2008. Het aantal 'ooit' daklozen ('life-time'-prevalentie) bedraagt voor Brussel 60.000. Dit is meteen het bewijs dat het adagium 'eens vagebond, altijd vagebond' niet klopt.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
SURVIVRE!
"Pourquoi je me mettrais à l'abri, je suis déjà mort pour tout le monde!"
A côté des ghetos ethniques et communautaristes il y a également à Bruxelles un ghetto des insclus et des exclus, un ghettos des sans papiers, des sans abris et des sans espoirs. Bruxelles est comme une métaphore de la planère, une ville cosmos où l'apprentissage du vivre ensemble est devenu une question de survie collective. Sans solidarité interculturelle et interethnique personne à terme ne survivra dans un monde qui se démonde et surtout se déshumanise.

Aucun commentaire: