jeudi 26 mars 2009

Jeugdzorg moet op school beginnen

Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a) wil de leerlingenbegeleiding gevoelig versterken.

'Een derde meer kinderen in bijzondere jeugdzorg', kopte De Morgen gisteren. In totaal ging het in 2007 om 20.225 kinderen, wat neerkomt op bijna twee kinderen op de honderd. 80 procent van hen heeft problemen in het gezin. 'Een echte verklaring voor die cijfers heeft men niet meteen', schrijft minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke, 'en ongetwijfeld is er ook niet één verklaring. Zoals het ook niet zal volstaan om één maatregel te nemen.' Voor Welzijn en Justitie ligt hier een belangrijke taak, maar ook in het onderwijs kan er nog veel gebeuren.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het met de doorsneejongere tussen twaalf en achttien relatief goed gaat. Thuis, op school en in relaties met zijn vrienden. De meesten zeggen dat ze al bij al gelukkig zijn op hun huidige school. De overgrote meerderheid is lid van een sport- of jeugdvereniging. Nogal wat jongens gaan wel eens over de schreef, maar dat normoverschrijdende gedrag neemt af met de leeftijd.

Voor een minderheid van de jongeren ziet het er echter niet zo goed uit. Ze gaan niet graag naar school. Ze halen geen goede resultaten. Ze voelen zich niet goed in hun vel. Ze hebben geen of weinig vrienden en krijgen weinig steun thuis. Ze spijbelen vaak. Vorig schooljaar spijbelden ze in 4.800 gevallen hardnekkig. En in het slechtste geval komen ze in de criminaliteit terecht.

De problemen waarmee die kinderen en jongeren worstelen, zijn ingewikkeld. Ze goed aanpakken veronderstelt dat allerlei instanties (Welzijn, onderwijs, politie, Justitie, ...) hun werkwijze constant evalueren, bijsturen en onderling afstemmen.

Om goed samen te werken is jaren geleden al gestart met de zogenaamde Integrale Jeugdhulp. Een resem betrokken sectoren overleggen regelmatig, er zijn afspraken over het begeleidingsaanbod en de toegang ertoe. Vanuit de scholen en centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) bekeken levert dat in de praktijk voorlopig echter te weinig op. Bij een concrete doorverwijzing vindt men nog te vaak niet de juiste hulp. We moeten blijven investeren in die Integrale Jeugdhulp, maar er wel sterker op toezien dat de inspanningen ook echt resultaat opleveren voor de jongeren.

Daarnaast moet elke betrokken sector voor eigen deur vegen en kijken waar hij het zelf beter kan doen. Bij onderwijs is men daar noodgedwongen mee bezig. In deze sector bestaan immers geen wachtlijsten. Elk kind heeft recht op onderwijs, gelukkig, maar dat betekent ook dat de problemen die opduiken in de samenleving per definitie in de klas binnenstromen en dus aangepakt moeten worden.

Een aantal nieuwe maatregelen is al genomen. Zo bepaalt het nieuwe decreet over ouderengagement dat ouders ook duidelijke verantwoordelijkheden hebben ten opzichte van de school, bijvoorbeeld naar oudercontacten komen en zorgen dat hun kinderen op tijd zijn.

We hebben ook het takenpakket voor de CLB's verduidelijkt. Het CLB-profiel dat vandaag op de onderhandelingstafel ligt, toont wat de prioriteiten zijn: naast het stellen van diagnoses bij leerstoornissen en het geven van objectieve informatie bij de studiekeuze is de begeleiding van leerlingen met psychosociale problemen een kerntaak. Voor die leerlingen moeten CLB's kortdurende individuele begeleiding voorzien van twee tot acht sessies. Pas als het nodig is, worden ze doorverwezen naar meer gespecialiseerde instanties.

Maar daar mag het niet bij blijven. Afgelopen maandag nog organiseerde de Vlaamse Onderwijsraad een conferentie over leerlingenbegeleiding. Het opsporen en begeleiden van jongeren met psychosociale problemen was er een van de centrale aandachtspunten.

Investeren in krachtig zorgbeleid
De definitieve conclusies van de conferentie zijn nog niet beschikbaar. Maar er werd heel duidelijk gepleit om nog meer te investeren in een preventief en krachtig zorgbeleid in élke school. En om problemen van leerlingen, samen met de Centra voor Leerlingenbegeleiding, in een vroeg stadium te herkennen en snel naar oplossingen te zoeken. Een goede leerlingenbegeleiding kan zo ook soms voorkomen dat jongeren uiteindelijk in bijzondere jeugdzorg belanden. Of kortweg: jeugdzorg start op school.

Een algemene conclusie was dat scholen meer mogelijkheden moeten krijgen om de leerlingenbegeleiding te versterken. De deelnemers aan de conferentie dringen eropaan dat de volgende Vlaamse regering een verbetering van de leerlingenbegeleiding in het basis- en het secundair onderwijs bovenaan op de agenda zou plaatsen. Ze hebben gelijk, dat is echt nodig.
(de Morgen)

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
UN MINISTRE DE L’ENSEIGNEMENT GENIAL
Le gouvernement flamand compte quelques remarquables ministres. Bert Anciaux(sp.a), ministre de la culture est sans doute le Flamand qui a le mieux compris l’enjeu interculturel à Bruxelles. Au grand dam des flamingants de Flandre, du Limbourg et du Brabant et faisant fi de la colère de Louis Toback, Anciaux subventionne à Bruxelles une politique interculturelle audacieuse, généreuse et avant gardiste, soutient une maison africaine et un centre de culture marocaine. Bref il a vingt ans d’avance mais peu de Bruxellois s’en rendent compte. Beaucoup de francophones le regardent comme le flamingant de service qu’il n’est pas. Frank Vandenbroucke (sp.a) ministre du travail et de l’enseignement fait lui aussi un boulot génial qui contribue à faire de l’enseignement de Flandre un des meilleurs d’Europe quand celui de la communauté Française passe pour un des plus mauvais. VDB a une obsession : renforcer l’accompagnement des élèves en difficulté et ce depuis le plus jeune âge.
20.225 enfants soit deux % des élèves flamands sont confrontés à l’échec scolaire ce qui est dérisoire par rapport au désastre bruxellois. 80% des enfants flamands en difficulté sont issus de familles en détresse. Pour VDB c’est un vrai défi qu’il faut relever en prenant des mesures en amont. VDB constate que les enfants en difficulté scolaires flirtent avec la criminalité, brossent les cours, ont peu d’amis, sont mal dans leur peau sont à l’évidence très mal encadrés, voire pas du tout. En effet ils sont rarement membres d’un club sportif ou d’un organisme de jeunesse (club de jeunes, maison de quartier, groupement scout).
L’objectif du ministre est de les encadrer mieux grâce à une meilleure aide à la jeunesse (Integrale Jeugdhulp).
Les problèmes qui affectent notre société franchissent les portes des écoles. Il faut donc entre autre impliquer davantage les parents de ces enfants et les obliger par décret à participer aux réunions de parents et forcer à veiller à ce qu’ils arrivent à l’heure à l’école. Surtout, il faut ’améliorer l’accompagnement psychologique de ces enfants. A cette fin, VDB a créé des CLB (centra voor leerlingenbegeleiding ) autrement dit de véritables centres d’accompagnement chargés d’encadrer ces enfants et adolescents dans leur curriculum scolaire. Il s’agit d’un « coaching intégral » de deux à huit séances qui doit réconcilier ces élèves avec leur environnement scolaire. En cas d’échec de ces mesures d’accompagnement, ils seront confiés à des instances spécialisées. Certes les écoles de devoirs jouent un rôle efficace sous forme de rattrapage scolaire. Toutefois rien ne remplace une aide individualisée. On rejoint ici une des revendications des Etats Généraux de Bruxelles : venir en aide individuellement à un grand nombre de petits Bruxellois d’origine étrangère qui ont du mal à assumer leur scolarité.

Il n’est de meilleure politique de prévention et d’aide à la jeunesse en difficulté. La grande originalité de cette politique d’avant garde c’est qu’elle vise à déceler les problèmes chez les plus jeunes et d’assurer leur bon accompagnement quand les parents ont démissionné.
Un exemple à suivre de toute urgence à Bruxelles.

Aucun commentaire: