mardi 17 mars 2009

Stop de oorlog tegen mensen zonder papieren

Eva Brems (UGent), Bea Cantillon (UAntwerpen) e.a. eisen een regularisatie.

Sexy is het onderwerp al lang niet meer en toch trok premier Van Rompuy het dossier met nadruk naar zich toe. Want een menselijke tragedie is het wél en de nood is hoog. Honderden sans-papiers schuilen in schabouwelijke omstandigheden op universitaire campussen, tienduizenden anderen zijn er amper beter aan toe. De Gentse prof Eva Brems van het Centrum voor Mensenrechten, de Antwerpse sociologe Bea Cantillon en een indrukwekkende reeks academici trekken aan de alarmbel. Nog maar eens: 'De tijd verloopt en de regering doet niets.'

Het regeerakkoord van 18 maart 2008 voorzag een regularisatie van de mensen zonder papieren en definieerde daarvan de verschillende modaliteiten (waaronder de langdurige procedure en de duurzame lokale verankering). Het regeerakkoord kondigde een nieuw beleid aan inzake het verblijf van vreemdelingen: voortaan zou het voor personen geklemd in een statuut van juridisch en sociaal niet-bestaan mogelijk gemaakt worden om uit de clandestiniteit te stappen.

Het uitblijven van politieke beslissingen heeft de sans-papiers er al toe gebracht om hongerstakingen te voeren, en om, in de zomer van 2008, nog gevaarlijker acties te ondernemen, zoals het zich installeren in de hoogste cabines van kranen op bouwwerven. De tussenkomsten van vele actoren uit het middenveld hebben gelukkig geleid tot een beperking van het aantal wanhoopsdaden.

- Het schuldig verzuim van de regering om hulp te bieden aan personen in nood.
De tijd verloopt en de regering doet niets. Vandaag bezetten honderden mensen zonder papieren lokalen in een aantal universiteiten (ULB, VUB, UCL, UGent). Op die manier eisen zij publiekelijk hun recht op een regulier verblijf op. Die acties strekken er op vreedzame wijze toe hun eisen op de politieke agenda te houden en te herinneren aan de in het regeerakkoord gemaakte beloften. Zonder menselijke drama's tijdens de uren van hoge kijkdichtheid blijven de acties afwezig in de media. Meteen oefenen ze geen druk uit op de regering. Daarom zijn sommige mensen zonder papieren in hongerstaking gegaan. Tegenover de onverschilligheid lijkt dat hen de enig mogelijke actie om - als niet-burgers en politiek onbestaanden - in de politieke ruimte binnen te breken. Dit 'wapen van de armen', ondemocratisch in de ogen van degenen die hun stem niet willen horen, is misschien niet het meest legitieme. Maar het lijkt hen wel het enige dat hen uit de schaduw kan halen. De hongerstakende mensen zonder papieren zetten hun leven op het spel en beschadigen hun fysieke en mentale integriteit enkel en alleen opdat de regering en de bevolking aandacht zouden geven aan hun toestand.

- Een clandestiniteit die de economie op schandelijke wijze verrijkt.
De laatste jaren hebben sommige sans-papiers - met of zonder hongerstaking - voorlopige verblijfsvergunningen verkregen. Maar eens de periode van drie maanden voorbij is, worden ze opnieuw sans-papiers en begint de cirkel opnieuw.

De politieke impasse leidt tot toestanden die ver onder de grens van de menselijke waardigheid duiken. Het grootste aantal asielzoekers komt in België aan na een gevaarlijke reis vol afgrijzen, geweld en onzekerheid. Ten aanzien van hen blijkt de staat niet eens meer bij machte om zijn eigen regels toe te passen. Bij gebrek aan plaats in de daartoe voorziene opvangcentra dwalen zij door de steden. Vele sans-papiers die potentieel voor regularisatie in aanmerking komen, leven in clandestiniteit terwijl anderen worden opgesloten met het oog op uitzetting. Vele sans-papiers werken in ons land, dikwijls in zeer laag gewaardeerde banen in de landbouw, als huispersoneel of in de bouwsector. Stilaan vormen ze een 'infra-arbeidsmarkt' die karakteristiek is voor wat de antropoloog Emmanuel Terray de 'plaatselijke delocalisatie' noemt: de invoer van de voorwaarden van de 'derde wereld' in onze eigen samenleving, die van de 'eerste wereld'.

- De staat is een fabriek van mensen zonder papieren.
In hun dagelijks leven worden de mensen zonder papieren niet als rechtssubjecten behandeld. Hun statuut is getekend door willekeur, niet alleen van privépersonen als werknemers, eigenaars en verhuurders, maar ook van de instellingen en overheden, en dus van de staat. De sans-papiers zijn inderdaad een product van onze instellingen: ze bestaan als dusdanig alleen maar omdat de staat in gebreke blijft als gevolg van trage procedures, incoherente regelgeving en de angst voor een werkelijk onthaalbeleid. De complexiteit van het leven leidt ertoe dat er dan weer andere personen hun verblijfsrecht verliezen en opnieuw sans-papiers worden. Anderen nog, die clandestien in België toekwamen, durven niet uit de clandestiniteit te treden ondanks hun jarenlange aanwezigheid op 'onze' arbeidsmarkt.

Het ontbreken van een duidelijk en coherent migratiebeleid is schadelijk voor de staat zelf en zijn geloofwaardigheid. De onsamenhangendheid van dit 'beleid' kwam pijnlijk tot uiting bij de landuitzetting van de Equatoriaan Rothman Salazar in 2008, die daarna terugkwam met een studentenvergunning.

- Regulariseren om de democratie te versterken.
Wij walgen van de electorale afwegingen die het heersende niet-beleid openlijk begeleiden. Onder het voorwendsel extreem rechts de pas af te willen snijden, voeren de partijen thans de politiek die ze beweren te willen verhinderen. Wij weigeren dit gebanaliseerde politieke cynisme dat ten koste gaat van de meest kwetsbaren in onze samenleving. Zowat overal in Europa bedreigt dit cynisme de grondslagen van onze democratieën. De verdediging van het lot van de sans-papiers is eveneens een verdediging van onze eigen vrijheden. Het is de hoogste tijd om een einde te maken aan de oorlog tegen de mensen zonder papieren.

Wij vragen met aandrang aan de politici die hun verkiezingscampagnes aanvatten, om de wanhoopssituatie van de sans-papiers niet op een xenofobe wijze uit te buiten en, integendeel, aan de kiezers te tonen dat het mogelijk is om complexe menselijke problemen op een juiste en gevoelige manier aan te pakken. Het vinden van collectieve oplossingen die de waardigheid van elk individu respecteren, is immers de kern zelf van politiek in een democratische rechtsstaat.

Wij vragen aan de regering om binnen de kortst mogelijke termijn, en alleszins vóór de verkiezingen van juni, de nodige maatregelen te treffen om uit de huidige impasse te stappen die absoluut mensonwaardig is. Wij eisen een duurzame regularisatiepolitiek met duidelijke en gastvrije criteria, die zou bijdragen tot het herstel van de rechtszekerheid, het vertrouwen in het democratisch systeem en het respect voor de menselijke waardigheid. Er bestaat heel wat universitair wetenschappelijk onderzoek in die zin: het staat ter beschikking en ter inspiratie van de politieke verantwoordelijken.


Meer dan 500 personeelsleden ondertekenden deze platformtekst van het Universitair (en Hogescholen) steuncomité. Onder hen: Mateo Alaluf (ULB), Eva Brems (UGent), Bea Cantillon (UAntwerpen), Yves Cartuyvels (FUSL), Jenneke Christiaens (VUB), Eric Corijn (VUB), Jean De Munck (UCL), Wim Distelmans (VUB), René Foqué (KU Leuven), Jean-Louis Genard (Cambre-architecture), Corinne Gobin (ULB), Serge Gutwirth (VUB), Benoît Macq (UCL), Albert Martens (KU Leuven), Marco Martiniello (ULG), François Ost (FUSL), Rik Pinxten (UGent), Koen Raes (UGent), Andrea Rea (ULB), Peter Scholliers (VUB), Isabelle Stengers (ULB), Philippe Van Parijs (UCL).
17/03/09 07u50
Le droit à un séjour régulier
Plus de 500 signataires dont Mateo Alaluf (ULB), Eva Brems (UGent), Bea Cantillon (UAntwerpen), ... ( la Libre Belgique )
Les sans-papiers sont une création institutionnelle : ils n’existent en tant que tels que parce que l’Etat est en défaut. Une politique d’immigration, claire et cohérente, s’impose.
L’accord de gouvernement conclu le 18 mars 2008 prévoyait une régularisation des sans-papiers en définissant diverses modalités de son application (régularisation pour procédure d’asile anormalement longue, en cas d’ancrages locaux durables et d’offre de travail effective). Cette déclaration annonçait une nouvelle politique en matière de séjour des étrangers qui devait permettre aux personnes coincées dans un statut de non-existence juridique et sociale de sortir de la vie clandestine.
La non-décision politique a conduit des sans-papiers à entreprendre des grèves de la faim et, au cœur de l’été 2008, à initier des actions plus dangereuses encore, comme celles de s’installer au sommet de grues. L’intervention de nombreux acteurs, (associatifs, syndicaux ), a permis de limiter le recours à ces actions désespérées.
Une non-assistance gouvernementale à personnes en danger
Le temps passe et le gouvernement n’agit pas. Plusieurs centaines de "sans papiers" occupent actuellement des locaux dans les universités (ULB, VUB, UCL). Ils entendent ainsi faire valoir publiquement leur droit à un séjour régulier. Ces actions tentent pacifiquement de maintenir à l’agenda leurs revendications et de rappeler les promesses inscrites dans l’accord de gouvernement. Faute de drames humains spectaculaires aux heures de grande audience, ces actions sont actuellement peu présentes dans les médias. Du coup, elles ne semblent nullement presser le gouvernement. C’est pour ces raisons que certains s’engagent dans des grèves de la faim. Face à l’indifférence, ce type d’action leur paraît la seule susceptible de faire entrer dans l’espace politique des personnes qui ne sont ni des citoyens ni des sujets politiques. Cette arme du pauvre, perçue comme non démocratique par ceux qui ignorent leurs voix, n’est certes pas la plus légitime. Mais elle leur paraît la seule susceptible de les sortir de l’ombre. Ils mettent leur vie en danger, détériorent leur intégrité physique et mentale seulement pour que le gouvernement et la population prêtent attention à leur situation.

Au cours des dernières années, certains sans-papiers, grévistes ou non, ont obtenu des autorisations de séjour provisoires. Une fois le délai de 3 mois écoulé (parfois de 6 ou 9 mois), ils redeviennent à nouveau des sans-papiers. Et le carrousel se poursuit.
Ce blocage politique conduit à entretenir des situations qui se situent nettement en deçà du respect de la dignité humaine. La plupart des demandeurs d’asile arrivent en Belgique au terme d’un parcours périlleux, après avoir vécu des situations épouvantables de violences et de précarités. A leur égard, l’Etat n’est même plus à même d’appliquer sa propre législation. Des demandeurs d’asile errent dans les villes à défaut de places dans les centres d’accueil prévus normalement pour les accueillir. De nombreux sans-papiers, potentiellement régularisables, vivent dans la clandestinité alors que d’autres se voient enfermés en vue d’une expulsion. Nombreux parmi eux travaillent dans notre pays, souvent dans des emplois dépréciés, notamment dans l’agriculture, les services domestiques et la construction. Peu à peu, les sans-papiers constituent un infra-marché du travail qui réunit les conditions de ce que l’anthropologue Emmanuel Terray appelle la "délocalisation sur place", c’est-à-dire l’instauration de conditions du TiersMonde dans notre propre société, celle du "premier monde".
Dans leur vie quotidienne, les sans-papiers ne sont pas traités comme des sujets de droit. Leur statut relève de l’arbitraire. Nous ne parlons pas seulement de l’arbitraire des employeurs ou des propriétaires, c’est-à-dire de personnes privées. Nous parlons aussi de l’arbitraire des institutions et des administrations, c’est-à-dire de l’Etat. Les sans-papiers sont en effet une création institutionnelle : ils n’existent en tant que tels que parce que l’Etat est en défaut (lenteur des procédures, règles incohérentes, peur d’une vraie politique d’accueil ). La complexité de l’existence conduit des personnes à perdre leur droit au séjour et à re-devenir des sans-papiers. D’autres encore, arrivés clandestinement en Belgique, ne peuvent sortir de la clandestinité malgré de longues années de présence sur le marché de l’emploi de notre pays.
Plus largement, l’absence d’une politique d’immigration, claire et cohérente, nuit à l’action de l’Etat. L’incohérence de cette politique s’est particulièrement manifestée lors de l’expulsion de l’Equatorien Rothman Salazar en 2008 qui est revenu ensuite avec un permis d’étudiant.
Régulariser pour renforcer la démocratie
Nous sommes écœurés des visées électoralistes qui accompagnent ouvertement la non-décision politique. Sous prétexte d’endiguer l’extrême-droite, les partis appliquent désormais les politiques qu’ils prétendent vouloir empêcher. Nous refusons ce cynisme politique qui se banalise au détriment des plus vulnérables. Il menace un peu partout en Europe les fondements même de nos démocraties. La défense du sort des sans-papiers est aussi une défense de nos propres libertés. Il est temps d’arrêter la guerre aux sans-papiers.
Nous demandons aux hommes et aux femmes politiques qui s’engagent dans la campagne électorale de ne pas exploiter la situation de détresse des sans-papiers dans un sens xénophobe et de montrer aux électeurs qu’on peut traiter, de façon juste et sensible, des situations humainement complexes. Parce que trouver des solutions collectives qui respectent la dignité de chaque être humain est le propre de la politique en démocratie.
Nous demandons au gouvernement de prendre, au plus tôt, et avant les élections de juin, les mesures nécessaires pour sortir, de l’impasse actuelle, absolument indigne. Nous exigeons une politique de régularisation permanente fondée sur des critères clairs et généreux permettant de restaurer la sécurité juridique, la confiance dans le système démocratique et le respect de la dignité humaine. Des travaux et des réflexions universitaires existent en ce sens : ils sont à la disposition des dirigeants politiques.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
Une clandestinité qui enrichit de façon indigne l’économie
L’Etat comme fabrique des sans-papiers

Aucun commentaire: