samedi 28 mars 2009

Wat doet architectuur met Brussel?

De verhouding tussen Brussel en hedendaagse (top)architectuur is al decennialang problematisch. Terwijl de stad Brussel - niet zonder vertwijfeling - een wedstrijd uitschrijft voor de Heizel (zie ook pagina 8), reageert Pascal Smet op de bijdrage van Luckas Vander Taelen, die vorige week schreef: 'Het volstaat het urbanistieke monster te bekijken dat onder impuls van Brussels minister-president Picqué rond het Zuidstation uit de grond is gerezen om te beseffen dat er in de hoofdstad maar weinig is veranderd sinds de Noordwijk een halve eeuw geleden tegen de vlakte is gegaan.'

Volgens Luckas Vander Taelen was Leopold II zowat de laatste staatsman met een visie op Brussel (DM 20/3). Hij vergeet nog Van den Boeynants, die midden jaren 60 net als Leopold II even de Franstalige onderkoning van een regering van liberalen en katholieken was geweest, en die niet Parijs maar Manhattan voor ogen had. We zien en voelen het nog steeds.

Ik weet niet of Luckas Change Brussels Capital of Europe... heeft gelezen. Het is een boek waarin toparchitecten een imaginair Brussel creëerden. Zonder opdracht van bovenaf, zoals Sarkozy. Er kwam een tijd later ook een Re-change, want de werkelijkheid beweegt, en dus de visies ook. Ook organiseerde BOZAR in 2007 een indrukwekkende tentoonstelling Brussels, Capital of Europe waarbij het gerenommeerde Berlage-instituut een ontwikkelingsvisie voor de Brusselse strategische zones als Europees stadsontwikkelingsproject uit de doeken deed. In de verbeelding van architecten werd de kanaalzone een woon- en recreatiegebied met een aanvullend Europees programma. In mijn verbeelding ook. Het zou de leefbaarheid van de zone met de meeste achterstelling ten goede komen, én de tewerkstelling in toerisme en horeca. In mijn werkelijkheid merk ik dat zelfs een openluchtzwembad, dat een hefboom is voor zo'n ontwikkeling, vertraagd wordt door te veel politici met te veel bevoegdheden, te particuliere belangen, en te weinig vista. Daar heeft Luckas gelijk. Iedereen bevoegd, niemand verantwoordelijk.

Brussel heeft echter geen nood aan een Leopold II, maar aan een Frank Beke, een Patrick Janssens, aan één progressieve burgemeester die de verschillen tussen de Brusselaars overstijgt, die een stedelijk beleid kan voeren waar de federale overheid, de gemeenschappen en de andere regio's aandeelhouders van zijn. Die de stad regisseert. Brussel heeft vooral nood aan ambitie, aan de wil om de (positieve) concurrentie met andere steden aan te gaan of zoals Patrick Janssens bij de presentatie van mijn boekje Eén stad - één visie, une ville - une ambition, one city - one future op 21 januari zei: "Hoe kan Antwerpen in hemelsnaam Barcelona zijn als Brussel weigert Madrid te zijn?"

Ruimte geven aan architectuur
Ik heb dus wel een visie en weiger in één bad gestoken te worden met andere politici van de stad. Ik heb bij de presentatie van mijn boekje een van de aanwezigen horen zeggen dat de conclusies van de Staten-Generaal daarmee al voor een groot stuk geschreven waren. Eigen lof stinkt, maar ik wil daar enkel mee zeggen dat een combinatie van gezond verstand, met een onbevangen blik, en een beschikbaarheid om ogen en oren te openen, letterlijk rond te lopen en te fietsen in de stad, de visie van een politicus kan voeden met de visie van de burgers. Ik ben geen architect, maar kan, door de aanleg van pleinen te koppelen aan internationale wedstrijden, ruimte geven aan architectuur. Wie nooit fietst, snapt de ergernis van fietsers over kasseien niet. Wie nooit met een kinderwagen wandelt, kent het belang van goede trottoirs niet. Wie niet reist, ziet niet hoe andere steden zich ontwikkelen.

Wat Brussel nodig heeft, is een 'coalition of the willing', stadspartijen die politici en mensen verenigen op basis van overtuiging en niet op basis van taalonderscheid. Die inzetten op de verscheidenheid maar werken aan een samenhorigheid. Die beseffen dat het enige wat ons bindt, Brussel zelf is. Brussel wordt gemaakt door zijn mensen, gebouwen en openbare ruimte. Met de heraanleg van het Flageyplein, weldra het Rogierplein en het Schweitzerplein geven we de private autoruimte terug aan de bewoners. De stad als ontmoetingsplaats. Als plaats waar mensen elkaar vertrouwen in plaats van elkaar weg te lopen of zichzelf op te sluiten in gated communities.

Om Brussel een smoel te geven komt het er vandaag niet op aan om grote lanen te trekken maar de bestaande openbare ruimte terug te geven aan de mensen, om gebouwen met gedurfde en duurzame architectuur neer te zetten. Grote projecten zoals een nieuwe skyline voor de Wetstraat zijn nodig, maar tegelijkertijd moeten we een beleid voeren van stedelijke acupunctuur: kleine ingrepen die het stedelijk weefsel herstellen.

Het komt er nu niet meer op aan om te klagen dat er geen visie is, het is nu tijd om een visie te ontwikkelen. Om de confrontatie aan te gaan met ideeën en de stad te bevruchten. Maar daarvoor moeten we ook onze stadsbewoners mee hebben. Vijftig procent van hen leeft niet in Brussel maar overleeft in Brussel en dat is helaas een verschil. Onze uitdaging is die verdomde Brusselse structuren sterk te vereenvoudigen, massaal te investeren in onderwijs, ook meertalig, werklozen naar jobs in de rand te brengen, van Brussel onze familienaam te maken, de verdeling in de stad op te heffen en de openbare ruimte écht publiek te maken. Met die ambitie, met die visie kunnen we de toekomst van Brussel maken.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
PASCAL LE KETJE DE BRUXELLES
Beaucoup reprochent à Pascal Smet d’en faire trop! Pas d’accord. C’est que ce petit Limbourgeois dynamique est tombé amoureux de Bruxelles et qu’il s’investit comme un diable pour lui donner un visage plus adapté à sa fonction de capitale de l’Union européenne. On ne saurait lui donner tort. Ce type a une vision de Bruxelles qui, à bien des égards, rencontre les préoccupations des Etats Généraux qui nous ont fasciné par la diversité des propositions qu’ils ont mises en avant en terme de mobilité, d’enseignement, d’emploi, d’interculturalité et d’urbanisme. Les têtes de listes des partis francophones bruxellois se contentent de se montrer sur de grandes affiches avec des slogans sans consistance. Quelles sont les visions pour Bruxelles de Picqué, Milquet, Uytebroeck et De Decker ? Pascal Smet, le petit flamand outsider a pondu un livre très stimulant sur sa vision de Bruxelles dont nous vous avons déjà recommandé la lecture. C’est un paradoxe mais les Spa sont plus engagés pour la capitale que la majorité des excellences installées qui briguent la succession Picqué. Beau thème de méditation !

Aucun commentaire: