jeudi 23 avril 2009

Analyse : De agent en zijn wettige zelfverdediging

Politiemensen mogen hun vuurwapen gebruiken, maar alleen in welbepaalde gevallen. © Foto archief

Brussel - Een politieagent van de zone Noord schoot zondagmorgen in Schaarbeek een man dood nadat die zijn collega had verwond met een knipmes. De vraag is of de agent zich kan beroepen op wettige zelfverdediging.

Zondagochtend 19 april, 7.30 uur. Bij de bushalte op het kruispunt van de Haachtsesteenweg en de Rogierlaan trekt een verwarde man van Marokkaanse origine de aandacht van een politiepatrouille. De jonge agenten, allebei ook van allochtone afkomst, stappen uit en gaan naar de man toe. Die begint te schelden, haalt een knipmes tevoorschijn en vliegt hen aan. Hij verwondt een van de agenten in de bovenarm.

Daarop trekt de ander zijn vuurwapen en schiet twee keer. Hij raakt de agressieveling een maal in de borst en een maal in de arm. De man – een gemeentearbeider in Schaarbeek, blijkt achteraf – zijgt neer op het trottoir en sterft ter plekke.

Het Brusselse parket heeft meteen na de feiten een onderzoeksrechter aangesteld, die de toedracht nu laat uitzoeken door de Algemene Inspectie, de interne controledienst van de politie. De vraag is immers of de agent die de schoten afvuurde, zich kan beroepen op wettige zelfverdediging. Zo niet wordt hij mogelijk vervolgd voor doodslag of slagen en verwondingen met de dood tot gevolg.

Politiemensen mogen hun vuurwapen gebruiken, maar alleen in welbepaalde gevallen. "En die staan netjes omschreven in de Wet op het Politieambt uit 1992," zegt Frank Hutsebaut, hoogleraar aan de Leuvense rechtsfaculteit. "Het komt erop neer dat agenten hun dienstwapen alleen mogen gebruiken als het nodig is om zichzelf of een ander te beschermen tegen een onrechtmatige aanval. Bovendien zal het onderzoek moeten uitwijzen of ook voldaan is aan de principes van subsidiariteit en proportionaliteit. Subsidiariteit betekent dat altijd eerst de minste vorm van geweld moet worden gebruikt, proportionaliteit dat er maar zoveel geweld als strikt noodzakelijk gebruikt mag worden. Het vuurwapen geldt daarbij als ultimum remedium," zegt Hutsebaut. "Aan mijn studenten herhaal ik altijd de slogan die boven de schietstand van de Antwerpse politie hangt: 'Leren schieten om niet te schieten'."

Els Enhus, hoogleraar Criminologie aan de VUB, noemt dit de moderne invulling van het gebruik van geweld door de politie. "Vroeger was het inderdaad anders. Toen was het bon ton bij de politie om er ijskoud op los te kloppen of te schieten. Tot in het midden van de jaren 1980 vielen er bij het neerslaan van betogingen nog doden. Maar wanneer een agent geweld gebruikt, heb je een legitimiteitsprobleem, en dat is de politie de afgelopen twintig jaar heel goed gaan beseffen. Ook tot in de opleiding is dat besef doorgedrongen. Dat is een grote stap vooruit."

Desondanks is er volgens Enhus in de opleiding en ook daarna veel te weinig aandacht voor het niet laten escaleren van een conflict. "Het eerste contact met de burger, de wijze waarop je iemand aanspreekt, is zo belangrijk voor het al dan niet escaleren. Daar trainen ze te weinig op in België. Men zou jonge agenten veel meer technieken moeten aanleren om mensen onschadelijk te maken zonder een wapen te gebruiken. Geweldbeheersing zonder kwetsen of doden, heet dat."

Een bijkomend probleem in Brussel is dat de agenten over het algemeen erg jong zijn. Omdat de Brusselse korpsen steevast onderbemand zijn, worden nieuwe agenten uit heel het land eerst enkele jaren naar Brussel gestuurd. "Ze zijn te jong," meent Enhus, die veel onderzoek gedaan heeft in Sint-Jans-Molenbeek. "Men zegt wel dat er meer en meer geweld gebruikt wordt tegen de politie, maar ik denk dat eerder het omgekeerde het geval is. De agenten zijn te onervaren. Rustig blijven, je er niet op smijten als je uitgescholden wordt voor 'sale flic', dat vraagt heel veel zelfbeheersing en ervaring."

Enhus heeft tijdens haar onderzoek vastgesteld dat jonge agenten in Brussel zich vaak bedreigd voelen, bang zijn en zich daardoor te snel defensief opstellen. "Met machogedrag lokken ze soms net een escalatie uit." Anderzijds heeft ze tijdens haar observatie van het politiewerk ook kunnen ervaren dat het werk heel zwaar is. "Elke keer weer moet je inschatten welk risico je loopt. Dat geeft een grote druk. Ik begrijp dat je soms overreageert. Maar het mag niet."

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
AU QUARTIER NORD : MEDIATEURS SOCIAUX EN ALERTE ROUGE
Du nouveau dans l’affaire du décès d’un citoyen d’origine marocaine abattu par un policier d’origine turque invoquant la légitime défense. On connaît les faits, personne ne les conteste. L’article de « Brussel deze Week » pose de manière très critique et très pertinente la question de la légitime défense invoquée par le policier qui a fait usage de son arme de service. A première vue, il semblerait qu’elle ait été abusément invoquée. Le gardien de la paix à la détente légère se serait fait remonter les bretelles par sse chefs. En effet tout policier assermenté se doit de mettre en œuvre des stratégies d’autodéfense graduées en fonction du degré de menace dont il se sent l’objet. Le policier schaerbeekois aurait, suggère-t-on ici manqué de sang froid face à une situation où il sentit son collègue menacé. Et d’ajouter que ces faits renvoient à un problème sérieux au sein du corps de police bruxellois ou on est obligé, faute de candidats bilingues, de recruter jeune, très jeune et dans tout le pays. Une fois formés et bien intégrés, les nouveaux agents demandent, généralement assez vite leur mutation vers des horizons provinciaux moins « stressants » que le terrain bruxellois. Patrouiller dans les rues de Namur est en effet moins stressant que de battre la pavé bruxellois.

DIALOGUE-BELGO-TURCO-MAROCAIN
En attendant, la tension monte à Schaerbeek dans le quartier Nord où les faits se sont déroulés. «Chaud, chaud» commentent les médiateurs qui sont sur la brèche jour et nuit pour éviter que le quartier ne s’embrase. La bourgmestre Cécile Jodogne a rencontré discrètement la famille de la victime qui tient une boulangerie de la rue de Brabant pour lui exprimer sa sympathie et ses vifs regrets. Cette nouvelle s’est répandue comme une trainée de poudre et a apaisé les esprits. L’ initiative a été vivement appréciée par la communauté marocaine toute entière. On craint que l’extrême gauche n’exploite cette affaire et aussi, et surtout que la tension ne monte dans les écoles et les quartiers entre Marocains et Turcs. La consigne qu’on reçue les médiateurs est claire, éviter à tout prix les incidents entre les deux communautés. Autrement dit, les médiateurs culturels sont investis d’une mission magnifique : contribuer à établir et à promouvoir un véritable dialogue interculturel entre familles turques et familles marocaines. Une initiative qui nous réjouit pleinement.
MG

Aucun commentaire: