lundi 6 avril 2009

Op weg naar een Brussel waar het goed leven is Tweetalig onderwijs als voorbode van meertaligheid

Simone Susskind, Voorzitter van Actions in the Mediterranean/Doctor Honoris Causa aan de ULB (www.simonesusskind.
be)
Op een autoloze zondag stelde ik voor aan mijn dochter, die met haar baby Ethan op bezoek was in de stad, om een wandelingetje te maken. Het was een zonnige dag, de lucht was blauw en Brussel schitterde in het heldere licht.
We liepen in het midden van de Louizalaan tussen een heleboel
gezinnen op de fiets en luisterden naar de vrolijke stemgeluiden die afgewisseld werden met stiltes en met het knarsen van de traagrijdende trams die af en toe halt hielden om hordes wandelaars in of uit te laten stappen.
Hoe meer we het centrum naderden, hoe dichter de massa werd en hoe meer verschillende talen we hoorden spreken. De keelklanken van het Duits vermengden zich met het zangerige Italiaans of
Spaans. Arabisch overstemde gesprekkenin het Engels. Het Vlaams bokste op tegen het Frans. En verder hoorden we Russisch, Kroatisch, Pools en alle mogelijk denkbare andere talen: een echte
toren van Babel!

MULTICULTUREEL BRUSSEL
Ik dacht bij mezelf dat Brussel de laatste jaren flink veranderd was. De tijd dat enkel het typisch Brusselse Frans het landschap domineerde is voorbij, net zoals de afgelopen jaren alle huidskleuren
van onze planeet zich in de stad hebben verzameld, samen met de ambtenaren van de Europese instellingen, lobbyisten van alle mogelijke strekkingen, handelaars, journalisten, migranten en mensen
zonder papieren. Naarmate de Europese Unie zich uitbreidde, kwamen er talen bij.
Intussen vind je voor de keuken van elk land wel een restaurant, ruik je exotische geuren bij de kruidenier op de hoek en wedijveren de veelkleurige Afrikaanse fruit- en groentekramen met de Marokkaanse theesalons. Je loopt dagelijks voorbij de vrouwen van Matongé in hun boubou, de elegante vrouwen in Djellaba in de Brabantstraat, voorbij de jonge meisjes met hun Marokkaanse sluiers in Molenbeek en de Turkse verkopers met hun zwarte snorren in de Middaglijnstraat.
De parlementaire medewerkers tonen zich van hun mooiste kant tijdens het happy hour op het Luxemburgplein alvorens
ze met hun koffertje weer de trein opstappen of het vliegtuig nemen.
Dankzij deze vrolijke mix krijgen we dekans al die verschillende werelden te ontdekken op een oppervlakte van slechts een paar vierkante kilometer. Dit verschijnsel doet zich voor in de meeste grote steden van de wereld, en in Brussel, dat heel lang in alle betekenissen van het word een echte provinciestad is gebleven, vind
je nu zulk een divers cultureel aanbod dat allerlei dagjestoeristen voor zelfs maar een paar uur naar de stad komen om er te
proeven van de typische sfeer.

BRUSSEL IN BELGIË
Brussel is ook een complexloze stad. De inwoners hebben er
geen sterk nationaliteitsgevoel. Ze voelen zich niet echt Belg, Vlaming of Franstalig. Er zijn veel redenen voor dit gebrek
aan nationalisme, in de eerste plaats de geschiedenis. Na een tiental jaar Nederlandse overheersing, ontstond het koninkrijk België in 1830 op het Congres van Wenen, waar de resten van het rijk
van Napoleon werden verdeeld onder de overwinnaars. Het gebied was een bonte verzameling provincies, graafschappen en prinsdommen met een bevolking die Nederlands of Frans sprak. De bourgeoisie
van het land drukte zich uit in het Frans en de boeren en arbeiders in het Vlaams. Ze voelden zich verbonden door hun katholieke geloof, hun verzet tegen Oranje en de monarchie, de dynastie van Saksen-Coburg die de bourgeoisie van toen had uitgekozen om symbool te
staan voor het nieuwe land en om garant te staan voor zijn liberale grondwet.
Heel de 19de eeuw door was Brussel de hoofdstad van dat kleine, neutrale land dat aan kop liep in de industriële revolutie dankzij zijn centrale ligging in hartje West-Europa, tussen de landen in het
Zuiden (Frankrijk en Italië), in het Oosten (Duitsland) en in het Noorden (de Scandinavische landen en Groot-Brittannië).
Het was een doorgangsland, met een weinig bekende en landelijke hoofdstad.
Twee wereldoorlogen waren nodig, alvorens sommige Belgische streken en steden zoals Ieper en Bastogne hun opgang maakten in het collectieve geheugen. En de opkomst van het Vlaamse
nationalisme was nodig om het process te ontketenen dat zou leiden naar een federaal België, met gewesten en gemeenschappen, één van de ingewikkeldste en duurste institutionele systemen ter wereld. En tegelijkertijd ontstond en groeide de Europese Unie en koos ze
Brussel uit als hoofdstad.
De paradox van al deze ontwikkelingen en gebeurtenissen ligt
in het ontstaan in de jaren ‘60 van een rijk en egoïstisch Vlaanderen,
tegenover een verarmd Wallonië dat zich niet had weten
aan te passen aan de industriële en economische ontwikkelingen,
terwijl Brussel zich transformeerde tot een gewest, dat
door Vlaanderen en Wallonië nauwelijks werd erkend, maar
toch voor beiden onmisbaar was.
Een gewest, een stad, vol tegenstellingen, met zeer armen en zeer rijken, met ‘tweederangsscholen’ en Europese en internationale
scholen, waar de werkloosheid problematisch blijft,maar waar ook onvoorstelbaar veel rijkdom uit voortkomt.
En, als ‘hoofdstad van Europa’, is Brussel bovendien zetel van
de overgrote meerderheid van de instellingen, de activiteiten en
het leven van de Europese Unie. Daardoor is de stad uitgegroeid
tot een wereldcentrum zoals New York, Washington, Londen,
Moskou en Peking.

BRUSSEL EN SAMEN-LEVEN
Hoe moeten we omgaan met deze interne tegenstrijdigheden?
Hoe kunnen we ervoor zorgen dat Brussel haar vele gedaanteveranderingen kan verwerken zodat er een ‘samen-leving’
ontstaat die goed is voor al haar inwoners?
De afgelopen jaren is er veel vooruitgang geboekt. De Brusselse
politici hebben ingezien dat ze rekening moesten houden met
de diversiteit van de stad en haar inwoners, dat ze iets moesten
proberen doen aan de getto’s – zowel de fysieke alsook die in
de hoofden van de mensen –, dat ze de kantoorwijken moesten
aanpakken die er na vijf uur volledig verlaten bijliggen.
Maar de socio-economische, culturele, nationaliteits- en
identiteitsproblemen zijn verre van opgelost. De grens tussen
het ontdekken van de ander, het waarderen van de verschillen
en die als een verrijking zien aan de ene kant, en de angst voor
al wie anders is, de neiging zich af te sluiten, afwijzing en haat
aan de andere kant, is flinterdun. Als we van Brussel een stad
willen maken ‘waar het goed leven is’, is de rol van politici en de
maatschappij op alle niveaus van primordiaal belang.

TWEETALIG BRUSSEL
Ik kom even terug op onze wandeling die autoloze zondag in
september toen we omgeven waren door al die verschillende
talen. Onze stad is de hoofdstad van een tweetalig land, en ik
hoop dat dat ook zo blijft. Het Frans en het Nederlands zijn de
officiële talen en zullen dat ook blijven. Ook de vele minderheidstalen hebben bestaansrecht en kunnen een verrijking zijn
voor alle inwoners van onze stad, meer specifiek op vlak van cultuur en onderwijs. Alle studies tonen aan dat wie meerdere
talen kent en gebruikt, meer kans heeft om een goede baan te
vinden en meer open staat voor andere culturen. En van bij de
twee talig onderwijs als voorbode van meertaligheid

IMMERSIE ONDERWIJS
Leerlingen in immersie-onderwijs worden in een
taalbad gedompeld door onderwijs te krijgen in een
voor hen vreemde taal, alsook in hun moedertaal
De ‘klaswissel’ van Windroos (NL) en La rose des vents (FR): 2 x per
week wisselen de leerlingen van school, en krijgen Nederlands en Frans van een ‘native’ leerkracht.
(Sint-Jans-Molenbeek)

Mijn dochter Noa en haar broer Amos, wier moedertaal Frans is, liepen school in Brussel. Tijdens de kleuterschool en de lagere
school gingen ze naar het Joodse onderwijs. Daar hebben ze naast de geschiedenis en de culturele gebruiken van het Joodse volk, de basis van het Hebreeuws geleerd. Toen ze Beth Aviv – zo heette de
school – verlieten, begrepen ze die taal en konden ze ze spreken.
In het Franstalige lyceum Decroly, de vooruitstrevende school waar ze daarna les volgden, hebben ze absoluut geen vooruitgang geboekt in het Nederlands.
Ze deden geen enkele moeite de taal te spreken en hebben nooit contact gehad met Nederlandstalige leeftijdsgenoten.
Het Engels daarentegen leerden ze bijna automatisch via de computer, de televisie en de muziek waar ze graag naar luisterden. Ondanks de vijf uur Nederlandse les per week waren ze niet
in staat om vlot te spreken en bovendien hielden ze niet van de taal.
Het is pas tijdens hun voortgezette studiesdat ze verplicht werden te werken aan hun Nederlands, dat een heel belangrijk deel uitmaakte van hun studieprogramma.
Ze leerden het uiteindelijk enkel omdat ze moesten, maar zonder
al te veel enthousiasme. Op het einde van haar studies vertrok Noa met het Erasmusprogramma voor een semester naar Madrid. Toen ze terugkwam sprak ze vloeiend en vol vuur Spaans. Ze heft in de Spaanse hoofdstad haar studies voortgezet en is er gaan wonen.
Amos werkt in Brussel en gebruikt zijn Nederlands enkel als het echt moet voor zijn baan bij L’Oréal.

ISRAËL TWEETALIGE SSCHOLEN
(Hebreeuws-Arabisch)
Op een van mijn vele reizen naar Israël en Palestina, enkele maanden na het begin van de tweede Intifada in juni 2001, kreeg ik de kans om een educatief project te bezoeken dat me de ogen heeft geopend en wild enthousiast maakte: een tweetalige school!
U moet weten dat in Israël ongeveer 20% van de bevolking Palestijns is. Die Palestijnen zijn volwaardige burgers van de staat Israël, maar hebben te kampen met veel discriminatie die in hoofdzaak te wijten is aan het onopgeloste conflict tussen de twee volkeren.
Het Arabisch is de tweede officiële taal van het land, maar er zijn maar heel weinig Joodse Israëliërs die de taal spreken terwijl wel alle Palestijnen, die Israëlische staatsburgers zijn, het Arabisch studeren en vloeiend spreken. Dit verschil draagt bij aan de sociale, economische en culturele segregatie tussen de twee gemeenschappen, die het conflict tussen de twee volkeren voortdurend vergiftigt.
De tweetalige school die ik bezocht, is het resultaat van de koppige inspanning van een vereniging van Joden en Palestijnen die maar al te goed beseffen hoe hoogdringend het is dat kinderen uit beide gemeenschappen met elkaar kunnen communiceren, dat ze de geschiedenis en cultuur van hun klasgenootjes en deze vorm van ‘samen leven’ leren kennen, wat constructief is bij de opbouw van een gedeelde identiteit. De stichters van het project (Hand in Hand) hebben in 2000 een eerste school op poten gezet in Jeruzalem en een tweede in Galilea, waar ongeveer 50% van de bevolking Palestijns is.
In 2006 is er ook een derde school opgericht in het centrum van
het land (de Driehoek) waar er eveneens veel Palestijnen wonen en vorig jaar kwam er een vierde school in Beersheba.
In het begin weigerde de Israëlische minister voor onderwijs het
project te steunen, maar na enkele jaren moest hij wel, aangezien
de wet dat voorschrijft.
Wat typisch is voor die scholen is dat 50% van de kinderen
Joods is en 50% Palestijns. De eerste drie jaar van de lagere
school hebben de leerlingen twee leerkrachten, één van Joodse
oorsprong (met het Hebreeuws als moedertaal) en één van
Palestijnse origine (met het Arabisch als moedertaal).
De school viert alle christelijke, joodse en moslimfeestdagen. Zowel
de ouders als de leerkrachten en kinderen worden betrokken
bij discussies die voor controverse zorgen tussen beide gemeenschappen, of het nu gaat over de viering van de onafhankelijkheid van de staat Israël – voor de Palestijnen de Naqbah ofwel catastrophe – of over andere culturele en historische gebeurtenissen.
Na twee jaar zijn de kinderen perfect tweetalig en hebben ze
duurzame vriendschappen opgebouwd met hun medeleerlingen
uit de andere gemeenschap. Na het derde jaar van de lagere
school krijgen de kinderen les van telkens één leerkracht, in de
ene of de andere taal.

TWEETALIGE SCHOLEN IN BRUSSEL:”oui vs nee”
Toen ik dat zag, dacht ik onmiddellijk dat dit onderwijssysteem
ideaal zou zijn voor Brussel. In Brussel is de meerderheid
Franstalig, in ongeveer gelijke mate als de Joodse bevolking in Israël. De redenen die de initiatiefnemers van de tweetalige scholen hebben bewogen dit project op poten te zetten, zouden ook Brusselse beleidsmakers moeten kunnen motiveren. Het grote verschil tussen Israël en Brussel is dat niemand bij ons zijn toevlucht heeft genomen tot geweld; de afgelopen 50 jaar moeten we slechts gewag maken van één politieke moord.
Ik ben gauw naar Marie Arena gegaan, indertijd minister voor onderwijs van de Franse Gemeenschap en heb haar voorgesteld om een pilootproject op te zetten in Brussel. Ze reageerde positief
maar wees me erop dat ze de steun nodig had van haar collega van de
Vlaamse Gemeenschap, Frank Vandenbroecke. Ik heb hem enkele maanden later ontmoet, maar kreeg jammer genoeg nul op het rekest.
Waarom? Geen idee. Is hij er dan geen voorstander van dat jonge, Nederlandstalige en Franstalige Brusselaars perfect tweetalig zijn, de cultuur van de andere leren kennen en diepgaande banden opbouwen met de jongeren van de andere gemeenschap?
Waarom het niet gewoon proberen? Het immersie-onderwijs waar veel Franstaligen wel voor te vinden zijn, wordt met argusogen bekeken door de Nederlandstaligen, die bang zijn overspoeld te zullen worden door de Franstaligen. Anderen denken dan weer dat de kinderen uiteindelijk geen van beide talen fatsoenlijk
zullen beheersen.
Wist u trouwens dat onze taalwetgeving tweetalig onderwijs in ons land verbiedt en dat onze onderwijsnetten volledig gescheiden zijn? Dat een ‘native’ Nederlandstalige leerkracht de taalgrens niet
kan oversteken om in het Franstalige onderwijs les te geven? Hij verliest zijn anciënniteit, zijn pensioenrechten en krijgt bovendien een lager loon dan aan Nederlandstalige kant.

CONCLUSIE
Is het moment niet aangebroken, na de herhaaldelijke politieke en institutionele crisissen van de afgelopen jaren, om op een creatieve manier na te denken over een nieuwe aanpak, over nieuwe vormen
om aan taalonderwijs te doen? Er zijn al verschillende nieuwe experimenten opgestart, zowel in Brussel als in andere gewesten. Zo is er bicultureel onderwijs, waarbij leerlingen die thuis een andere taal spreken, een deel van de lessen in hun moedertaal krijgen. In
Finland bijvoorbeeld, is gebleken dat dit soort onderwijs, bedoeld voor kinderen uit velerlei landen, tot uitstekende schoolresultaten
leidt. Dit onderwijsmodel zou bijvoorbeeld interessant kunnen zijn voor kinderen van Marokkaanse en Turkse migranten. Intussen laat ook een akkoord tussen de ministers voor onderwijs van de twee gemeenschappen in beperkte mate toe dat Nederlandstalige leerkrachten Nederlands mogen onderwijzen in het Franstalige systeem.
Maar het tweetalig onderwijssysteem dat voor mij tot voorbeeld strekt, is erg verschillend van al deze experimenten; het laat kinderen uit verschillende culturen en taalomgevingen toe om op dezelfde schoolbanken te zitten, de taal van hun medeleerlingen te leren en samen lessen te volgen, Nederlandstaligen en Franstaligen,
zij aan zij.
Nu de wereld een dorp is geworden, is het spreken van meerdere talen een onbetwistbaar voordeel. Je kan er andere culturen, andere volkeren en andere tradities mee leren kennen. Je stelt je makkelijker open voor anderen, je angst neemt af en bijgevolg ben je toleranter, meer begripvol en minder geneigd negatief of
soms gewelddadig te reageren. Bovendien is uit meerdere onderzoeken gebleken dat kinderen die al van kleinsaf aan meerdere talen leren, meer slaagkansen hebben in hun studies en zo hun land
aan de top helpen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling. Het is dus een recept dat enkel kan worden toegejuichd door al wie wil dat België een leiderspositie inneemt in het hart van Europa.
Vanzelfsprekend met Brussel op kop.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
Simone Susskind, grande dame du cosmopolitisme bruxellois a vingt à trente ans d’avance sur nos politiques. Son superbe article paru dans KVS express (l’excellent magazine publié par le très interculturel KVS dirigé par le très cosmopolite Jan Goossens) mérite une lecture approfondie tant il fourmille de bonnes idées, d’intelligence et aussi de générosité. Nous invitons nos lecteurs à le lire avec énormément d’attention car il est de nature à faire faire un pas de géant au dialogue interculturel à Bruxelles et ailleurs.

Aucun commentaire: