mercredi 8 avril 2009

Vlaamse partijen ontstemd over halvering lessen Nederlands

Stedelijk onderwijs in Brussel-Stad riskeert eentalig Franstalige leerlingen af te leveren.© Foto archief

Brussel-Stad - Het voornemen van het Franstalig stedelijk middelbaar onderwijs in Brussel-Stad, om de lessen Nederlands te halveren van 4 uur naar 2 uur, stuit op veel verontwaardiging bij de Vlaamse partijen in Brussel. Ze betreuren dat het stedelijk onderwijs in tijden van crisis quasi eentalig Franstaligen zal afleveren.

De werkloosheid in het Brussels Gewest is vorige maand met 6,5 procent gestegen. Vooral eentalig Franstaligen blijken zonder werk te zitten. Dat maakt de maatregel van het Franstalig stedelijk onderwijs om de lessen Nederlands te halveren des te pijnlijker.

De maatregel past in een hervorming van het Franstalig onderwijs waarbij alle vakken een even aantal uren moeten krijgen. Het aantal lesuren Frans wordt daarin van 5 naar 6 uren gebracht en de leerlingen krijgen voortaan niet 1 maar 2 lesuren geschiedenis. Die verschuiving gaat echter ten koste van de lesuren Nederlands, die van 4 naar 2 uur gaan.

Bij de Vlaamse partijen in Brussel stuit de maatregel op heel wat ongeloof en kritiek. Minister Guy Vanhengel (Open VLD), binnen de VGC bevoegd voor Onderwijs, liet gisteren al weten ontstemd te zijn over de maatregel. Hij vindt dat die haaks staat op de ontwikkelingen rond meertaligheid in het onderwijs.

De SP.A verwijt de stad Brussel het Nederlands te negeren en uitsluitend Franstalige leerlingen af te leveren. Met de hoge werkloosheidscijfers in het Gewest, voornamelijk eentalig Franstalige werklozen en bedrijven die op zoek zijn naar tweetalige kandidaten, valt zo'n maatregel niet te verdedigen, luidt het. "In een stad die steeds kosmopolitischer wordt, waar je geen job vindt met één taal en waar tweetaligheid op zijn minst een noodzaak is, gaan de schooldirecties nu net de tegenovergestelde richting ingaan," zegt Brussels parlementslid Marie-Paule Quix (SP.A). "Dit getuigt van een onvoorstelbare wereldvreemdheid."

Vlaams Belang wijst dan weer op het tweetalige karakter van Brussel en vindt dat de stad Brussel met de maatregel de verdere verfransing en vervreemding van de hofodstad in de hand werkt.

Voor Lijst Dedecker is de halvering een pure minachting voor het Nederlands, maar echt schrikken van de maatregel doet de partij niet. Volgens LDD heeft Brussel haar 'achting' voor het Nederlands immers al gedemonstreerd door een Nederlandsonkundige schepen (Fouzia Hariche) aan het hoofd te zetten van het Brussels onderwijs en dus ook van de Nederlandstalige scholen in de stad.

De Vlaamse partijen hebben nu beslist om de maatregel aan te vechten bij de stad Brussel.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
INGERENCE !
Trop c’est trop ! Voilà que la Flandre entière s’en mêle. Sauf erreur grossière de notre part, les écoles de la ville de Bruxelles dépendent de la Communauté flamande et non pas de la Vlaamse Gemeenschap ! Que les grilles de la Communauté française prévoient et subventionnent l’option néerlandais quatre heures ou deux heures peut est un fait. Que la ville de Bruxelles en tant que pouvoir organisateur choisisse de programmer deux heures dans certaines sections relève de sa stricte prérogative. Le beau plaidoyer plaidoyer de Suzanne Susskind en faveur de la créations d’écoles bilingues à Bruxelles sur le modèle de celle qu’ell a visitées en Israêl (voir son article repris dans ce blog) s’est heurtée au refus radical du ministre flamand de l’enseignement (Vlaamse Gemeenschap). L’indignation feinte des partis flamands de Bruxelles qui font de la musculation préélectorale procède d’une méchante polémique. Nos lecteurs en tireront leurs propres conclusions.
MG

POUR MEMOIRE UN EXTRAIT DU TEXTE DE SIMONESUSSKIND
De tweetalige school die ik in Israël bezocht, is het resultaat van de koppige inspanning van een vereniging van Joden en Palestijnen die maar al te goed beseffen hoe hoogdringend het is dat kinderen uit beide gemeenschappen met elkaar kunnen communiceren, dat ze de geschiedenis en cultuur van hun klasgenootjes en deze vorm van ‘samen leven’ leren kennen, wat constructief is bij de opbouw van een gedeelde identiteit. De stichters van het project (Hand in Hand) hebben in 2000 een eerste school op poten gezet in Jeruzalem en een tweede in Galilea, waar ongeveer 50% van de bevolking Palestijns is.
(…) Wat typisch is voor die scholen is dat 50% van de kinderen
Joods is en 50% Palestijns. De eerste drie jaar van de lagere
school hebben de leerlingen twee leerkrachten, één van Joodse
oorsprong (met het Hebreeuws als moedertaal) en één van
Palestijnse origine (met het Arabisch als moedertaal).
De school viert alle christelijke, joodse en moslimfeestdagen. Zowel
de ouders als de leerkrachten en kinderen worden betrokken
bij discussies die voor controverse zorgen tussen beide gemeenschappen, of het nu gaat over de viering van de onafhankelijkheid van de staat Israël – voor de Palestijnen de Naqbah ofwel catastrophe – of over andere culturele en historische gebeurtenissen.
Na twee jaar zijn de kinderen perfect tweetalig en hebben ze
duurzame vriendschappen opgebouwd met hun medeleerlingen
uit de andere gemeenschap. Na het derde jaar van de lagere
school krijgen de kinderen les van telkens één leerkracht, in de
ene of de andere taal.

TWEETALIGE SCHOLEN IN BRUSSEL:
”OUI VS NEEN”
Toen ik dat zag, dacht ik onmiddellijk dat dit onderwijssysteem
ideaal zou zijn voor Brussel. In Brussel is de meerderheid
Franstalig, in ongeveer gelijke mate als de Joodse bevolking in Israël. De redenen die de initiatiefnemers van de tweetalige scholen hebben bewogen dit project op poten te zetten, zouden ook Brusselse beleidsmakers moeten kunnen motiveren. Het grote verschil tussen Israël en Brussel is dat niemand bij ons zijn toevlucht heeft genomen tot geweld; de afgelopen 50 jaar moeten we slechts gewag maken van één politieke moord.
Ik ben gauw naar Marie Arena gegaan, indertijd minister voor onderwijs van de Franse Gemeenschap en heb haar voorgesteld om een pilootproject op te zetten in Brussel. Ze reageerde positief
maar wees me erop dat ze de steun nodig had van haar collega van de
Vlaamse Gemeenschap, Frank Vandenbroecke. Ik heb hem enkele maanden later ontmoet, maar kreeg jammer genoeg nul op het rekest.
Waarom? Geen idee. Is hij er dan geen voorstander van dat jonge, Nederlandstalige en Franstalige Brusselaars perfect tweetalig zijn, de cultuur van de andere leren kennen en diepgaande banden opbouwen met de jongeren van de andere gemeenschap?
Waarom het niet gewoon proberen? Het immersie-onderwijs waar veel Franstaligen wel voor te vinden zijn, wordt met argusogen bekeken door de Nederlandstaligen, die bang zijn overspoeld te zullen worden door de Franstaligen. Anderen denken dan weer dat de kinderen uiteindelijk geen van beide talen fatsoenlijk
zullen beheersen.
Wist u trouwens dat onze taalwetgeving tweetalig onderwijs in ons land verbiedt en dat onze onderwijsnetten volledig gescheiden zijn? Dat een ‘native’ Nederlandstalige leerkracht de taalgrens niet
kan oversteken om in het Franstalige onderwijs les te geven? Hij verliest zijn anciënniteit, zijn pensioenrechten en krijgt bovendien een lager loon dan aan Nederlandstalige kant.

CONCLUSIE
Is het moment niet aangebroken, na de herhaaldelijke politieke en institutionele crisissen van de afgelopen jaren, om op een creatieve manier na te denken over een nieuwe aanpak, over nieuwe vormen
om aan taalonderwijs te doen? Er zijn al verschillende nieuwe experimenten opgestart, zowel in Brussel als in andere gewesten. Zo is er bicultureel onderwijs, waarbij leerlingen die thuis een andere taal spreken, een deel van de lessen in hun moedertaal krijgen. In Finland bijvoorbeeld, is gebleken dat dit soort onderwijs, bedoeld voor kinderen uit velerlei landen, tot uitstekende schoolresultaten
leidt. Dit onderwijsmodel zou bijvoorbeeld interessant kunnen zijn voor kinderen van Marokkaanse en Turkse migranten. Intussen laat ook een akkoord tussen de ministers voor onderwijs van de twee gemeenschappen in beperkte mate toe dat Nederlandstalige leerkrachten Nederlands mogen onderwijzen in het Franstalige systeem.
Maar het tweetalig onderwijssysteem dat voor mij tot voorbeeld strekt, is erg verschillend van al deze experimenten; het laat kinderen uit verschillende culturen en taalomgevingen toe om op dezelfde schoolbanken te zitten, de taal van hun medeleerlingen te leren en samen lessen te volgen, Nederlandstaligen en Franstaligen, zij aan zij.
Nu de wereld een dorp is geworden, is het spreken van meerdere talen een onbetwistbaar voordeel. Je kan er andere culturen, andere volkeren en andere tradities mee leren kennen. Je stelt je makkelijker open voor anderen, je angst neemt af en bijgevolg ben je toleranter, meer begripvol en minder geneigd negatief of soms gewelddadig te reageren. Bovendien is uit meerdere onderzoeken gebleken dat kinderen die al van kleinsaf aan meerdere talen leren, meer slaagkansen hebben in hun studies en zo hun land aan de top helpen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling. Het is dus een recept dat enkel kan worden toegejuichd door al wie wil dat België een leiderspositie inneemt in het hart van Europa. Vanzelfsprekend met Brussel op kop.

Aucun commentaire: