jeudi 7 mai 2009

Een zoektocht naar de verschillen tussen Wallonië, Brussel en de francofonie

Wellicht ontstaat zoiets als de Nieuwe Waal, die zich identificeert met zijn gewest, die de zwarte periode van zich wil afzetten en daarvoor meer vertrouwt op zijn Waalse gewest dan op 'Brussel', dat hem toch niet zo bijster veel heeft geholpen
Freelancejournalist, columnist en Walloniëkenner Guido Fonteyn over het 'nuttige' onderzoek van de krant 'Le Soir' en RTBF.

Franstalig België is veel minder homogeen dan de clichés willen doen geloven, zo blijkt uit nieuw onderzoek van 'Le Soir' en de RTBF. Krant en openbare omroep lieten daarvoor een peling uitvoeren bij 900 Walen en 880 Brusselaars. Guido Fonteyn bespreekt de resultaten van de 'zeer interessante enquête'.

Wallonië en Brussel hebben minder met elkaar gemeen dan algemeen werd gedacht, zo stelt 'Le Soir' met enige ontgoocheling vast bij een overigens zeer interessante enquête naar de toestand van Wallonië en (Franstalig) Brussel, en naar de meningen van Walen en Brusselaars over elkaar. De titel van het commentaar van 'Le Soir' is veelbetekenend: 'L'identité cosmopolite bruxelloise brouille les cartes francophones', of zoiets als "Brussel is meer ingewikkeld-cosmopolitisch en minder francofoon dan gedacht, en op termijn kan dit ons anti-Vlaamse Wallo-Brux-front in gevaar brengen", aldus 'Le Soir'.

Deze boodschap is in de eerste plaats voor 'Le Soir' zelf en haar confraters in de Brusselse francofone pers bestemd, die al een paar decennia teren op een anti-flamingantisme, waarbij Walen en francofone Brusselaars een verdedigend front vormen tegen de oprukkende Vlaamse beweging, die steeds meer autonomie wil. 'Le Soir' en met haar de hele francofone Brusselse pers én het overgrote deel van de Franstalige Brusselse politici mogen hun strategie herzien.

Dubbelzinnige schouderklopjes
Er bestaan in dit land dus geen drie maar vier opinies: de Vlaamse, de Waalse, de Brusselse en de Duitstalige, en voortaan moet daarbij een onderscheid tussen Wallonië en Brussel in acht worden genomen. De verliezende partij is hier de Franse gemeenschap, of de francofonie tout-court. Dit komt perfect overeen met de indeling van België in taalgebieden, die al dateert van de periode 1962/63. De hele staatshervorming is hierop gevestigd, en deze regel geldt voortaan ook voor Franstalig België. Dit betekent ook dat de staatshervorming werkt.

Met veel vreugde ('Franstaligen zeggen niet meer 'non'') merkte 'De Standaard' bij deze enquête op dat een ruime meerderheid van Walen én Franstalige Brusselaars geneigd is om de gewesten meer bevoegdheid te verlenen, vooral dan inzake de arbeidsmarkt. Het plaatje - of beter gezegd: het cliché - van een België waarin alleen Vlaanderen meer bevoegdheid wil en de andere gewesten (op Duitstalig België na) tegenstribbelen, klopt immers ook al niet meer. Zowel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als Wallonië affirmeren hun zelfstandigheid, al hebben ze voor de francofone buur vriendelijke, dubbelzinnige schouderklopjes over. Zo vinden de Brusselaars de Walen sympathiek en hardwerkend (maar een minderheid van de Brusselaars vindt de Walen ook 'lui'), terwijl de Walen de Brusselaars sympathiek en pretentieus vinden (en 'egoïst'). Van je vrienden moet je het hebben.

Dit alles kan mijns inziens tot twee elementen worden herleid.

Het eerste daarvan is dat als Wallonië en Brussel onderling zeer veel verschillen vertonen, zij deze verschillen vermoedelijk altijd hebben vertoond, maar dat deze verschillen sinds de indeling van het land in taalgebieden zijn toegenomen. Dit geldt vooral voor Brussel, dat op één generatie Brusselaars (of zeggen we 'een halve eeuw, met Expo 58 als keerpunt?') veranderde van een vettige, zelfvoldane, Belgische provinciestad naar de feitelijke hoofdstad van Europa. Meer dan veertig procent van de huidige inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is allochtoon, of is van diverse allochtone oorsprong: migranten, Europeanen, expats, asielzoekers. Het lijdt geen twijfel dat vroeg of laat de wettelijke structuur van deze metropool aan deze nieuwe toestand zal moeten worden aangepast.

Tekens van beterschap
Wallonië maakte tijdens dezelfde periode nare tijden door, met de delocalisering van de delfstoffenindustrie (waarvan de laatste hoofdstukken nu worden geschreven, met het doven van de laatste hoogovens), waardoor het fundament zelf van deze Waalse, op arbeid gevestigde maatschappij, werd weggeslagen. Er volgde een periode van doffe wanhoop en ellende. De miserie is nog altijd zichtbaar op straat aanwezig, in Charleroi, in La Louvière , in de Borinage, maar er zijn ook aanduidingen van beterschap. Wellicht ontstaat zoiets als de Nieuwe Waal, die zich identificeert met zijn gewest, die deze zwarte periode van zich wil afzetten, en die daarvoor meer vertrouwt op zijn Waalse gewest dan op "Brussel'', dat hem toch niet zo bijster veel heeft geholpen.

Als men nu in Vlaanderen ook nog van nu af aan het onderscheid zou willen maken tussen de begrippen 'Wallonië' en 'de francofonie', dan heeft deze enquête haar nut bewezen.

Aucun commentaire: