dimanche 24 mai 2009

Tussenstand: Campagne in crisis

Liesbeth Van Impe is politiek redactrice van de krant.

Na de affaire rond Dirk Vijnck werd geloofwaardigheid uitgeroepen tot het campagnethema. Zo krijgen we een campagne over bijna niets, terwijl het over bijna alles zou moeten gaan

Nog twee weken scheiden ons van de verkiezingen, maar als u weet waarover die eigenlijk gaan, dan mag u het nu zeggen. Zelden heeft het een campagne zo lang aan een thema, een duidelijke inzet of keuze ontbroken. Enkel het wat etherische probleem van 'de geloofwaardigheid' is een constante in de commentaren, al zou niemand kunnen zeggen wie er nu een claim op legt en wie niet. Het komt er voorlopig op neer dat Jean-Marie Dedecker alle anderen een gebrek aan geloofwaardigheid verwijt, zonder zelf met de pluimen te gaan lopen. In het drijfzand van de antipolitiek wil hij gerust zelf in de smurrie wegzinken, als hij maar wat anderen meetrekt.

DE INZET IS DUIDELIJK, TOCH?
Zelden is het echter ook zo duidelijk geweest waarover de verkiezingen zouden moéten gaan. Niemand kan naast een financieel-economische crisis kijken die de vergelijking met 1929 doorstaat. De vraag hoe die moet worden aangepakt, zou het debat moeten beheersen. Politici zouden er hun hele métier in kunnen tentoonspreiden: korte en lange termijn, ideologie en pragmatiek, ambitieus beleid en budgettaire keuzes, Europa, België en Vlaanderen. Maar dat krijgt u voorlopig niet. Het mediatieke 'hoogtepunt' van deze campagne blijft de affaire-Vijnck. Ontluisterend? Zeker. Bepalend voor de toekomst van deze aardkloot? Geenszins.

Waarom wordt het evidente debat niet of nauwelijks gevoerd? Politici zullen de schuld bij de media leggen: die zijn niet geïnteresseerd in de antwoorden op de crisis, verpakt in durf- en andere plannen. Ze hebben een beetje gelijk. Maar ook niet meer dan dat.

Een eerste probleem is dat we de crisis met z'n allen nog altijd niet voldoende voelen. Het Belgisch systeem heeft tal van economische stabilisatoren, van automatische indexering in tijden van inflatie tot een sociaal vangnet dat zeker op korte termijn performant is. De eerste schokgolven van een crisis worden vrij goed opgevangen en doorgaans is het herstel alweer begonnen voor de effecten van de crisis volledig voelbaar zijn. Wie vandaag het slachtoffer is van een collectief ontslag, zal meestal nog enkele maanden zijn vaste loon op zijn rekening vinden. Vaak volstaat dat om de crisisperiode te overbruggen.

DRINGEND GEZOCHT: EEN DRAAGVLAK
Daarin verschilt deze crisis met de meeste vorige. Hij gaat dieper en dreigt veel langer te duren. Internationale instanties als Oeso en IMF spreken al van jaren, hoopvolle berichten over een heropleving in 2011 moeten met de grootste omzichtigheid behandeld worden. Geen enkele economische stabilisator kan dan nog vermijden dat velen hard zullen worden getroffen. Het is dus aan de politiek om verstandig, maar vastberaden in te grijpen om de schade te beperken, de last solidair te spreiden, de context voor het herstel te creëren en de fundamenten van de welvaartsstaatsense of urgency bij de bevolking is te vroeg harde maatregelen aankondigen dan ook politieke zelfmoord.

De illusie wordt dus gekoesterd dat de politiek nog wel even kan wachten. Het is nog maar een paar maanden geleden dat crisisberichten er als volgt uitzagen: 'Op wijnbeurs X is de crisis te voelen doordat mensen niet minder, maar goedkopere wijn kopen' of 'Vlaming twijfelt iets langer om skivakantie te boeken'. Gitzwarte berichten kan je dat niet noemen. Pas recent duiken de echte onheilstijdingen op: fenomenale stijging van de werkloosheid, recordaantal faillissementen.

Is dat een reden om die economische stabilisatoren maar meteen af te schaffen, zoals sommige liberalen opwerpen? Laat de mensen de crisis voelen, dan zullen ze ook de noodzaak van besparingen begrijpen, is de redenering. Absoluut niet. Het vertragingseffect op de crisis is een pluspunt, het geeft de politici even ademruimte om een oplossing te verzinnen. Maar ze moeten wel vroeg genoeg en dubbel zo hard beginnen werken aan het noodzakelijke draagvlak, want uiteindelijk zal er toch moeten ingegrepen worden. Liefst voor de gevolgen ten volle voelbaar zijn. En dat gebeurt nu niet.

Voor die passiviteit zijn de politici de eerste verantwoordelijken. Geen enkele focusgroep wordt wild van besparingsberichten, geen campagne-adviseur vindt een strategie van hel en verdoemenis een goed idee. En dus pakt sp.a uit met wat goed is voor de mensen en Open Vld met een dubbele jobkorting, een bijzonder sterk staaltje van politics in denial. CD&V zegt wel dat nieuwe beloftes problematisch zijn, maar hult zich in strategisch stilzwijgen als het over de oplossingen gaat. Het is één zaak om erop te wijzen dat de volgende Vlaamse regering het in 2010 met 1,5 tot 2 miljard minder zal moeten doen, maar een geheel andere zaak om te verduidelijken waar je dat geld wil halen. Een campagne blijkt niet het goede moment om daarover klaarheid te scheppen.

Evidente electorale berekeningen kunnen het stilzwijgen grotendeels verklaren, maar niet helemaal. Een tweede molensteen hangt de Vlaamse en Belgische politiek om de nek: het eigen immobilisme, de totale politieke impasse. De strijd op leven en dood in Wallonië en de dreigende versnippering in Vlaanderen kunnen het probleem bovendien na 7 juni alleen maar groter maken. Een politicus die weet wat er moet gebeuren, kan vandaag op geen enkele manier garanderen dat het na de verkiezingen ook effectief gebeurt.

Ook dat probleem wordt zorgvuldig uit de weg gegaan. CD&V heeft om begrijpelijke redenen weinig zin in een grondige evaluatie van wat er de voorbije twee jaar verkeerd is gelopen en wat haar aandeel daarin was. Ze hoopt dat Kris Peeters en Herman Van Rompuy samen net genoeg leiderschap uitstralen om de ellende van formatie en halfbakken regeringen te doen vergeten. Open Vld probeert CD&V wel af en toe op die flank aan te vallen, maar moet door het eigen aandeel in alle mislukkingen toch een beetje op zijn tellen passen. En sp.a blijft het moeilijk hebben om voluit oppositie te voeren, zeker als Frank Vandenbroucke het boegbeeld is. De angst om de antipolitiek te voeden zit er bovendien diep in. Het is maar de vraag of het niet nog erger is om het debat volledig aan populistisch rechts over te laten.

En dan zijn er de media. Die berichten natuurlijk wel over de crisis en ze vragen de politici ook wat ze van plan zijn te doen. Alleen verwachten ze een antwoord dat in een halve minuut te proppen valt. Televisie is zowat het enige medium dat er in een campagne echt toe doet en dat heeft nu eenmaal zijn eigen wetten. Een economisch herstelplan kritisch uitbenen levert geen spannende televisie op.

Een debat tussen Bart Somers en Jean-Marie Dedecker over overlopers geeft wel vuurwerk. Een item over het Antwerpse VB-hoofdkwartier waar een overijverige militant sp.a-affiches ophing, levert leuke beeldjes op. En Dedecker over fatsoen laten praten, kan ook wel wat kijkers lokken. Het is tekenend dat zowat het enige adrenalinemoment van deze campagne de affaire-Vijnck was. Pro memorie: dat ging over een politieke toerist die per ongeluk in de Kamer verzeild raakte en naar verluidt goed broodjes kan ronddragen. Maar de affaire rond de man bleek een uiterst mediagenieke steekvlam. Waarna geloofwaardigheid tot het campagnethema uitgeroepen werd. Zo krijgen we een campagne over bijna niets, terwijl het over bijna alles zou moeten gaan.

DE REDDING HEET WK VOETBAL
De kiezer beseft de ernst van de situatie nog niet helemaal, de politiek kan en wil hem er nu liever niet op wijzen. Er zal wel ingegrepen worden als de toestand echt dramatisch wordt (rijkelijk te laat dus), met maatregelen waarover tijdens de campagne zedig gezwegen werd. Op televisie doen we nog even alsof er niets aan de hand is. Als aanslag op de geloofwaardigheid kan dat tellen.

Na de economie en het politiek bestuur in dit land is ook de campagne in crisis. En dat is geen overdrijving. Woensdag schaarde Herman Van Rompuy, nochtans een wijs man, zich in een rijtje illustere voorgangers: hij hoopte dat de organisatie van het WK voetbal in 2018 het imago van ons land wat kan opvijzelen. Erger moet het echt niet worden.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
TOUT VA TRES BIEN MADAME LA MARQUISE…
Deux semaines avant les élections, rien ne bouge en Flandre et la campagne la plus terne d’après guerre tourne autour de pécadilles sans qu’on ne devine ou ne dévoile le véritable et terrible enjeu.

La Belgique est au bord du gouffre et la crise économique est au moins aussi redoutable que celle de 1929. Seulement voilà, grâce à nos filets sociaux efficaces, les Flamands ne sentent pas la crise ou seulement assez superficiellment. Alors les politiques préfèrent éviter le sujet. Certes la vague antipolitique et le populisme de droite occupent les esprits mais tout cela permet d’éviter le vrai débat et surtout les grands sacrifices qui tôt ou tard seront exigés de la population. En Wallonie tout tourne autour de querelles de personnes qui se détestent médiatiquement.

Dans le court terme “tout va très bien madame la marquise, si ce n’est que nous déplorons un petit rien”.

Demain, la Flandre, la Belgique, l’Europe devront se serrer la ceinture comme rarement auparavent. Ce sera une question de survie. Comme Churchill autrefois, les politiques ne pourront plus rien promettre hormis “blood, tears and sweat” le sang, les larmes et la sueur.

Le vrai débat aura lieu après les élections. Profitons donc de nos derniers moments de quiétude. L’air est doux, savourons les longs week-end de mai. Et vivons bien tant que nous ne sentons pas trop les rigueurs de la crise. Mais soyons conscients que celle que nous traversons en ce moment sera plus longue plus profonde et surtout plus meurtrière que toutes celles que nous avons connues jusqu’ici.

Mais attention voilà que surgissent les premiers cavaliers de l’apocalypse: un accroissement phénoménal du taux chômage, une augmentation inquiétante des faillites…
L’actuelle passivité des politiciens, leur mollesse risque de coûter cher à la Flandre et de mettre à mal sa cohésion sociale.

Le politicien qui aujourd’hui jouerait les Cassandre, comme le fit autrefois Dehaene serait montré du doigt et on lui rirait au nez.

Par conséquent Kris Peeters et Herman Van Rompuy adoptent un profil bas et un style de gouvernace mou et consensuel, question de limiter les ravages du tsunami que représente en Flandre le mouvement anti politique (NVA+Dedecker+VB= >30%)

Mais que se passerait-il si on se retrouvait le sept juin avec une majorité issue de cette droite populiste?
MG

Aucun commentaire: