lundi 15 juin 2009

BELGIE KIEST IN SPIEGELBEELD: RECHTS IN VLAANDEREN, LINKS IN WALLO

Vlaanderen, Wallonië en Brussel maakten zondag elk een aparte politieke keuze. Of toch niet?

Bij verkiezingen meer dan een eeuw geleden, in 1894, werden in Vlaanderen uitsluitend 'rechtse', katholieke politici tot kamerlid verkozen. De belangrijkste oppositiepartij, de socialistische, haalde al haar kamerzetels zonder uitzondering in de Waalse provincies. In de provincie Brabant konden dan weer alleen de liberalen enig tegengewicht bieden tegen het overwicht van de katholieke partij. En katholieken raakten in Wallonië vooral in Namen en zeker Luxemburg verkozen.

115 jaar later, vorige zondag 7 juni 2009, bleef dat plaatje in grote lijnen identiek: in Vlaanderen verschoven de stemmen naar rechts, naar CD&V, N-VA, Vlaams Belang en Lijst Dedecker. Tegen alle verwachtingen in bleef de PS toch de duidelijke marktleider in Wallonië, terwijl zowel de Vlaamse als de Franstalige liberalen de grootste partij werden in Brussel. Ondertussen scoorden de christendemocraten in Wallonië andermaal bovengemiddeld in Namen, terwijl het CDH in Luxemburg zelfs veruit de grootste partij bleef, met een resultaat van tegen dertig procent.

De cijfers vallen moeilijk te vergelijken omdat het kiessysteem en het partijlandschap grondig veranderden tussen 1894 en vandaag. Maar daardoor valt des te meer op dat de basisverhoudingen tussen de diverse ideologische stromingen in het land dezelfde bleven, al is de wereld van een dikke eeuw geleden vandaag onherkenbaar veranderd.

1894 was bovendien een bijzonder jaar. Toen werd het algemeen stemrecht voor het eerst toegepast, al kregen tal van bevoorrechtten, de rijken in de eerste plaats, nog meerdere stemmen. Tot dan toe waren de armsten van het stemrecht uitgesloten. 'Daardoor was het electoraat in 1894 zeer grondig veranderd', zegt Henk De Smaele, die geschiedenis doceert aan de Universiteit Antwerpen. 'Toch bleven de verhoudingen tussen de ideologieën grotendeels ongewijzigd.'

Als vandaag, sinds vorige zondag, het idee bestaat dat België uit 'twee landen' bestaat, een rechts Vlaanderen en een links Wallonië, die politiek elk hun eigen weg gaan, dan is dat een toestand die al van diep uit de negentiende eeuw dateert. Er mag dan wel, toch in Vlaanderen, hard worden gemopperd dat het politieke landschap sterk is versplinterd, zondag hebben de klassieke grote partijen elk in hun regio hun dominantie weer wat sterker in de verf kunnen zetten, de christendemocraten in Vlaanderen, de socialisten in Wallonië en de liberalen in Brussel.

POPULISME
Enkele jaren geleden sprak dat niet meer vanzelf. MR-voorzitter Didier Reynders kon sinds de verkiezingen van 2007 denken dat de liberalen het Waalse marktleiderschap definitief van de PS hadden overgenomen. En in 2004 zat CD&V zo ernstig in de penarie, dat de partij alleen kon hopen om weer de grootste in Vlaanderen te worden door een kartel te sluiten met de separatistische N-VA.

Het Vlaams-nationalisme vormt historisch de electorale reserve van de christendemocratie, waarvan het doorgaans een rechtse dissidentie is. Toen in 1936 de socialisten de grootste politieke formatie in België waren geworden, ontstond evenzeer een Vlaamse en vooral rechtse 'concentratie' van katholieken en nationalisten, al hield die niet lang stand.

In zijn boek Rechts Vlaanderen dat dit najaar verschijnt, over de band tussen religie en politiek in de negentiende eeuw, beschrijft Henk De Smaele die grondstroom in de Vlaamse politiek. 'De continuïteit is heel opvallend', zegt hij. 'Verzuring of teleurstelling in de politiek doet Vlaanderen altijd rechtser stemmen. Dat sluit aan bij een nationale identificatie, waarin katholiek- en Vlaams-zijn samengaan. Al is die grondstroom al van in de negentiende eeuw allerminst monolithisch. In het Daensisme, bijvoorbeeld in de Kempen, bestond zo een uitgesproken populistische stroming, zelfs met een antisemitische en xenofobe inslag.'

Even klassiek in Vlaanderen, zoals ook bij de jongste verkiezingen bleek, is de tegenstelling tussen het platteland en de provinciesteden, die behoudend stemmen en in de Vlaams-katholieke grondstroom blijven, en de steden. Daar bloeide in de negentiende eeuw het liberalisme, vandaag zijn het de enige plekken waar socialisten en groenen hun posities kunnen handhaven.

In moeilijke tijden ligt een keuze voor vertrouwde, rechtse partijen voor de hand. 'Dat lijkt inderdaad veilig', aldus De Smaele. 'Anti-establishmentgevoelens slaan zelden om in een keuze voor links. Bij linkse flaminganten is altijd een wrijving merkbaar omdat, om het kort te zeggen, de Vlamingen nu eenmaal rechts zijn. Dat was al een probleem voor de flamingantische liberalen van de negentiende eeuw.'

Als dit allemaal klopt, is het verschil in kiesgedrag tussen Vlaamse en Franstalige Belgen misschien niet eens zo groot. Stemmen de enen vooral rechts en de anderen vooral links, ze hebben alvast gemeen dat ze beiden een 'conservatieve' keuze maakten, door te kiezen voor de politieke traditie en voor de zekerheid van het bestaande, en elk weer nauwer aan te sluiten bij hun vertrouwde, klassieke politieke grondstroom.

'Het is maar wat je conservatief noemt', zegt Chantal Kesteloot, die verbonden is aan het Studie- en documentatiecentrum oorlog en hedendaagse maatschappij (Soma) en veel onderzoek doet naar de geschiedenis van de Waalse Beweging. 'Maar de verkiezingen van zondag toonden inderdaad een gehechtheid aan de oude, vertrouwde waarden. De Walen kozen voor de zekerheid die de PS hen voorhield.'

'Dat kwam vooral door de houding van Didier Reynders (die de PS vooral wegens de schandalen aanviel; red.), die als arrogant en zelfs bedreigend werd ervaren. Daar tegenover kon de PS een vertrouwd klinkend, beschermend discours voeren dat ook als geloofwaardiger werd ervaren. Want konden de Walen het wel vertrouwen om Reynders de baas in Wallonië te laten worden? Nochtans is het electorale potentieel van de MR groter dan hun resultaat van vorige zondag. De MR is nu zeker toe aan een intern onderzoek, ook naar het leiderschap van de partij.'

De MR-campagne heeft ook de schandalen overschaduwd die de PS blijven teisteren, hoe reëel die ook zijn, ook doordat de partij op veel plekken al zo lang de lakens uitdeelt. De almacht van plaatselijke partijbonzen heeft daar veel mee te maken, zegt Kesteloot. 'In de PS bestond altijd een traditie van lokale autonomie, waardoor de partijfederaties over een grote macht beschikken, zeker in Charleroi of Luik. Daar heeft men niet op Michel Dardenne moeten wachten, dat was ten tijde van André Cools al zo. Dat maakt het partijvoorzitter Elio di Rupo niet gemakkelijk om een eind te maken aan de affaires.'

VERNIEUWING
Waalse socialisten gaan wel eens prat op hun proximité, dat ze dicht bij de burger staan. 'Dat is zeker niet alleen in Wallonië of bij de PS zo', zegt Kesteloot. 'Het is heel typisch voor de hele Belgische politiek, veel meer dan voor Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië of zelfs Duitsland. België is nu eenmaal een klein land, en het is nog kleiner gemaakt door de macht van de gewesten en de gemeenten.'

Proximité krijgt wel eens populistische trekken - zoals bij Michel 'papa' Daerden? 'Dat werd ook al van José Happart gezegd', aldus Chantal Kesteloot, 'en dat was toch een heel ander type politicus. Zulke politici stellen zich graag op als lokale helden, die het als David tegen Goliath opnemen. Als het populisme al bij de traditionele partijen zelf zit, heeft Wallonië geen eigen Lijst Dedecker nodig, nietwaar.'

Maar traditie verklaart niet alles. Volgens Kesteloot is een tweede factor nodig: vernieuwing. 'Het CDH heeft zich dankzij verjonging en vernieuwing in zijn oude bastions kunnen handhaven. In het regeringsbeleid kon ook de PS een beeld van vernieuwing tonen. Een nieuwkomer als federaal minister Paul Magnette is in Charleroi erg belangrijk, zoals de partij dankzij minister-president Rudy Demotte ook kon groeien in het oosten van Henegouwen, dat nochtans buiten de industriële arbeiderstraditie ligt.'

Wat betekenen die klassieke grondstromen in de Belgische politiek dan? 'Het is moeilijk om daar grote uitspraken over te doen', meent Henk De Smaele. 'Er bestaat, zeker in Vlaanderen, nu eenmaal een cultureel-geografische constante. Simplismen als “de Vlaamse volksziel, helpen ons niet verder. Maar wat verklaart dat stemgedrag dan? Dat is nog maar weinig onderzocht. Politicologen staan er ook wat huiverig tegenover. Ze blijven in hun verklaringen hangen bij individuele sociale factoren.'

'En we moeten ook niet overdrijven', waarschuwt Chantal Kesteloot. 'Want wat is een dominante partij of ideologische stroming tegenwoordig? Twintig, dertig procent van het electoraat. Dat wil dus zeggen dat een meerderheid zich daar níet toe aangetrokken voelt.'
(De Standaard)

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
DEPUIS 1894, LA FLANDRE VOTE A DROITE, LA WALLONIE A GAUCHE
Plus ça change plus c’est même chose. Si on prend les résultats des élections 1894, on s’aperçoit que la Flandre a envoyé une majorité écrasante de députés catholique réactionnaires au Parlement belge dont l’opposition était principalement si pas essentiellement composée de députés socialistes originaires de Wallonie.
Les libéraux faisaient, comme aujourd’hui, le gros de leurs voix à Bruxelles et dans le Brabant. Le part catholique remportait un certain succès également à Namur et dans le Luxemburg. Cela a peu changé cent quinze ans plus tard. En effet si la Flandre a voté à droite en faveur du CD&V, de la N-VA , du Vlaams Belang et de la Lijst Dedecker. contre toute attente, le PS s’est maintenu en Wallonie tandis que les libéraux francophones et flamands ont fait un très bon score à bruxelles. De manière prévisible, le CDH, comme autrefois le parti catholique a marqué des points à Namur et dans le Luxembourg (environ 30%).
Au vrai, comme il y a cent ans la Belgique vote comme si elle était composée de deux pays séparés. Une Flandre noire et une Wallonie rouge et un Bruxelles à dominante bleue.
Historiquement, le “Vlaams-nationalisme” constitue une réserve électorale pour la démocratie chrétienne dont il est en vérité une dissidence droitière.
Tout ceci ressort du livre de Henk De Smaele Rechts Vlaanderen qui pointe ces constantes du paysage politique belge en soulignant « een uitgesproken populistische stroming, zelfs met een antisemitische en xenofobe inslag. » une tendance au populisme nationaliste voire à une certaine forme de xénophobie et d’antisémitisme.
Et si le libéralisme faisait de bons résultats dans les villes flamandes au 19ème siècle, c’est au tour des socialiste et groenen flamands de s’y affirmer davantage aujourd’hui.
Chantal Kesteloot, du Soma (Studie- en documentatiecentrum oorlog en hedendaagse maatschappij) confirme ces observations globales où elle décèle un réflexe très conservateur, les Wallons ayant à nouveau voté pour les bonnes vieilles valeurs socialistes et la garantie de sécurité et d’assistanat que leur offre le PS. L’arrogance de Didier Reynders n’a fait que renforcer ce réflexe conservateur.
Mais, selon Chantal Kesteloot, il ne faudrait rien exagérer ces phénomènes car la tendance idéologique et le parti dominant qui fait aujourd’hui pencher la balance globale dans chaque région ne dispose plus que d’une majorité de 30% dans un paysage où se multiplient aujourd’hui (surtout en Flandre) les petites formations. A quand donc la grande métamorphose avec à Bruxelles une ou plusieurs listes foncièrement interculturelles avec des Flamands, des francophones, des candidats belges issus de l’immigration à une ou plusieurs générations et des expats hypernomades ? A quand, le premier parti franchement cosmopolite ?
MG

Aucun commentaire: