jeudi 18 juin 2009

Welke staatshervorming bedoelt men

Minister van staat Mark Eyskens (CD&V) helpt misverstanden over het Belgische staatsprobleem uit de wereld.

Een uitsluitend Franstalig België bestaande uit Brussel, een aantal Vlaamse maar sterk verfranste gemeenten rond Brussel en Wallonië zal nog een hele tijd de Belgische dienst kunnen uitmaken tot de Fransen erin slagen de hand te leggen op de felbegeerde hoofdstad van Europa.
De kans dat de integrale N-VA-stelling het in België zal halen is kleiner dan de probabiliteit dat een meteoor neerploft in het zwembad van Bart De Wever.

Dertien procent van de stemmen in Vlaanderen behaalde N-VA bij de regionale verkiezingen. 'Heel mooi resultaat', vindt Mark Eyskens, die evenwel toevoegt: 'De scherpe communautaire visie van iemand als De Wever, goed voor 13 procent in Vlaanderen, vertegenwoordigt in heel België, waar de staatshervorming moet plaatsvinden, slechts 7 procent. Wat betekent dat De Wever 93 procent andersdenkenden moet overtuigen van zijn eigen grote gelijk als hij zijn standpunt onverkort wil realiseren.'
De huidige politieke toestand in België druipt van de paradoxen die niet zelden een surrealistisch karakter vertonen. In 2007 verkreeg Yves Leterme 800.000 voorkeurstemmen in Vlaanderen maar geen enkele stem in Wallonië (en zijn partij evenmin) en toch werd hij federaal premier, zonder enige democratische legitimiteit in het andere landsgedeelte. Hetzelfde geldt voor vicepremier Reynders, die veel stemmen behaalde in Franstalig België maar geen enkele in Vlaanderen en toch de tweede belangrijkste minister werd van het hele vaderland.

VREEMDE TOESTAND.

De Vlamingen ijveren voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde omdat dat logischerwijze beantwoordt aan de federale indeling van het land. Maar aan de Vlamingen wordt nooit uitgelegd dat zonder complexe apparentering (wat betekent dat men splitst zonder te splitsen) dat voor gevolg zal hebben dat in het kiesarrondissement Brussel twee Vlaamse zetels verloren gaan. Die zullen door de Franstaligen worden ingepikt, wat niet belet dat de Franstaligen zich met hand en tand afzetten tegen de splitsing van B-H-V. Als de Vlaamse regering werk maakt van het activeren van werklozen en ook een strenge controle uitoefent en daardoor bijdraagt aan het verminderen van de werkloosheidsuitgaven, komt dat ten goede niet aan de Vlaamse maar wel aan de federale begroting, waarvan dan weer een aanzienlijk deel ten goede komt van Wallonië.

België is een federaal land met alleen maar regionale partijen, wat een unicum is in de wereld. Geen enkel Waals politicus uit de federale regering, hoezeer die ook in Vlaanderen wordt bekritiseerd en afgekeurd, kan door Vlaamse kiezers worden gesanctioneerd. Bovendien blijkt dat Vlaamse politici electoraal scoren als zij althans in woorden Brussel en Wallonië schofferen en beschuldigen van ondoelmatigheid, verkwisting en profitariaat, En toch moeten diezelfde politici, die elkaar terwijl Franstalige politieke leiders bij hen verkiezingssucces behalen als ze de Vlamingen afschilderen als egoïstische separatisten en halve of hele racisten.over de taalgrens heen met verbale massavernietigingswapens hebben bestookt, na de verkiezingen broederlijk en zusterlijk verenigd rond een onderhandelingstafel plaatsnemen om een gemeenschappelijke federale regering te vormen.

Dat dit niet van een leien dakje loopt, is nogal vanzelfsprekend. De politieke landkaart is erg versnipperd in Vlaanderen, met negen politieke partijen. Het invoeren van een verkiezingsdrempel van 5 procent heeft de kleine partijen ertoe gebracht zich vast te zuigen aan de grotere partijen en onfortuinlijke kartels op te richten die allemaal geleid hebben tot veel muizenissen, gestuntel en uiteindelijk scherven. Ons kiesstelsel is zeker aan verbetering toe ten einde de politieke versnippering tegen te gaan en de efficiëntie van de democratische besluitvorming te verhogen.

Wellicht is een herziening van het kiesstelsel het belangrijkste hoofdstuk van een nieuwe staatshervorming. Dat er wat schort aan de vaderlandse instellingen is nogal evident, maar men legt onvoldoende uit dat een staatshervorming uitsluitend behoort tot de bevoegdheden van het federale parlement en dat daar een grondwettelijke tweederdemeerderheid moet worden gevonden. De communautaire onderhandelingen volledig overlaten aan de gewesten en gemeenschappen is dan ook een heel exotische benadering van het Belgische staatsprobleem.

Na de gewestelijke verkiezingen van 7 juni blijkt dat N-VA 13 procent van de stemmen in Vlaanderen heeft behaald, wat een heel mooi resultaat is. De scherpe communautaire visie van iemand als Bart De Wever, goed voor 13 procent in Vlaanderen, vertegenwoordigt in heel België, waar uiteindelijk de staatshervorming moet plaatsvinden, slechts 7 procent. Wat mathematisch betekent dat De Wever in het vaderland 93 procent andersdenkenden moet overtuigen van zijn eigen grote gelijk als hij zijn standpunt onverkort wil realiseren. De kans dat de integrale N-VA-stelling het in België zal halen is kleiner dan de probabiliteit dat een meteoor neerploft in het zwembad van Bart De Wever (iets wat ik hem toewens, althans het zwembad zonder de meteoor). Communautaire akkoorden tussen Vlamingen en Franstaligen veronderstellen dat beide partijen niet alleen water in de wijn doen maar ook het gezicht verliezen, op zulke wijze echter dat het niet of zo weinig mogelijk opvalt. Dat is dan de echte politieke kunst. Een communautair akkoord kan maar worden bereikt als de twee gemeenschappen er beter van worden. Men moet dus een win-winsituatie creëren en een zero-som-spel met winnaars en verliezers tot elke prijs prijs vermijden.

De absoluut noodzakelijke hervorming van de Belgische staat moet inderdaad op bepaalde domeinen de autonomie en dus de verantwoordelijkheid van de gewesten vergroten en coherenter maken. Maar dat moet gepaard gaan met het versterken en efficiënter laten functioneren van de federale overheid. Regionale en federale overheden zijn in alle federale landen complementair zodat de sterkte van de ene goed is voor de doelmatigheid van de andere. Poneren dat de federale staat moet worden uitgehongerd en doodgefolterd gaat in tegen elk samenhangend staatsconcept, tenzij men natuurlijk uitgaat van de stelling dat men de staat wil misvormen om hem at the end of the day te ontmantelen. Toch is het een gevaarlijke illusie dat met de afscheiding van Vlaanderen België zou verdwijnen. Een uitsluitend Franstalig België bestaande uit Brussel, een aantal Vlaamse maar sterk verfranste gemeenten rond Brussel en Wallonië zal nog een hele tijd de Belgische dienst kunnen uitmaken tot de Fransen erin slagen de hand te leggen op de felbegeerde hoofdstad van Europa.

Onze zevende staatshervorming moet worden geplaatst onder het motto 'goed bestuur' en niet uitgaan van 'etnische' rivaliteiten. Indien heftige politieke schermutselingen tijdens de eerstvolgende maanden elk communautair akkoord onmogelijk zouden maken, moet men overwegen om, naar het voorbeeld van het Centrum Harmel na de oorlog, een aantal niet-politiek verkozen verantwoordelijken uit sociaaleconomische en academische kringen samen te brengen om een blauwdruk op te stellen van 'hoe een efficiënte Belgische federale staat eruit zou moeten zien'. En bij ontstentenis van een grondwettelijke meerderheid in het federale parlement kan men door het afsluiten van samenwerkingsakkoorden tussen de gewesten en gemeenschappen een aantal hervormingen doorvoeren. De regering-Tindemans I heeft indertijd behoorlijk werk gemaakt van een voorlopige staatshervorming in afwachting van een degelijke grondwettelijke oplossing.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
LES PARADOXES DE MARK EYSKENS
Mark Eyskens, vieux sage de la politique belge a commis un article décapant sur ce que nous appellerons les paradoxes de la politique belge. Nous en relèverons quelques uns repris de son analyse publiée dans le Morgen et dont nous n’avons guère trouvé de trace dans la presse francophone.
Premier paradoxe :
La N-VA de Bart De Wever fait 13 en Flandre, c’est à dire au niveau national pas plus que sept %. Et il devrait imposer sa vision de la réforme de l’Etat à 93 de Belges. Nonsense !

Deuxième paradoxe : aux élections fédérales, Leterme a obtenu 800.000 voix de préférence et Flandre et pas une seule en Wallonie.
Et malgré tout il est devenu premier ministre sans aucune légitimité en Wallonie et à Bruxelles.
Même chose pour Didier Reynders qui occupe le gros ministère fédéral des finances et qui a fait toutes ses voix en Belgique francophone et aucune en Flandre

Troisième paradoxe. Les Flamands exigent un “splitsing” du Canton de Bruxelles Hall Vilvorde sans se rendre compte que cela va leur faire perdre deux sièges au bénéfice des francophones (par le jeu complexe des apparitements) qui eux n’en veulent à aucun prix.
Quatre: si les Flamands obtiennent une meilleure activation des chômeurs dans leur région par un contrôle plus strict, c’est la caisse fédérale qui en bénéficiera et par ricochet les Wallons.
Cinquième paradoxe : la Belgique est un pays fédéral géré par des partis essentiellement régionaux ce qui n’existe nulle part

Un ministre fédéral wallon, si critiqué soit-il en Flandre, ne saurait être sanctionné par l’électorat flamand.
Conséquence et paradoxe : les politiciens flamands vont gagner beaucoup de voix en critiquant la gestion de Bruxelles et de la Wallonie et en traitant les Wallons de profiteurs. Quant aux bonzes des partis bruxellois ou wallons , il feront des voix en taxant les Flamands de séparatistes voire même de racistes.
Comment vont-il réussir ensuite à négocier des compromis dits à la belge à la table des négociations?
Une révision du système électoral belge s’impose donc comme un chapitre essentiel de la prochaine réforme de l’Etat. Celle-ci relève de la compétence d’un parlement fédéral et nécessite une majorité des deux tiers. Aussi, selon Eyskens sa vision a autant de chance de convaincre les 93% qu’une météorite de tomber dans la piscine de son jardin.
Autrement dit, chacun devra une fois de plus mettre beaucoup d’eau dans son vin. Autrement dit il faut du « win win » de part et d’autre.
Surtout, selon l’ancien premier ministre, lui-même fils de premier ministre, ce serait une illusion de croire qu’une sécession flamande mettrait fin à la Belgique. En effet celle-ci continuerait à vivoter sous forme d’une région wallonne plus une région bruxelloise plus quelques villages francophones de Flandre et ce jusqu’à ce que… la France se décide à mettre la main sur la capitale de l’Europe qui lui fait tant envie.

Aucun commentaire: