vendredi 18 septembre 2009

Onderwijskoepels verzaken aan hun pedagogische plicht

Nadia Fadil, Bambi Ceuppens e.a. over versleten religiebegrip, verkeerde aanpak van pestgedrag op school en grenzen aan diversiteit. Fadil is sociologe aan de K.U. Leuven, Ceuppens is antropologe aan het Afrikamuseum Tervuren.Met de afkondiging van hoofddoekenverbod, heeft het onderwijs gefaald, schrijft een groep wetenschappers van de universiteiten van Leuven en Gent. "Moslimmeisjes krijgen de boodschap mee dat ze, anders dan andere adolescenten, niet het recht hebben hun eigen keuzes te maken, terwijl de jongeren die hen pesten de boodschap meekrijgen dat het recht van de sterkste geldt".
Het lijkt erop dat het basisrecht op onderwijs voor alle meisjes in Vlaanderen alleen gewaarborgd kan worden in scholen in een islamitische zuil. Diegenen die deze situatie eerst institutioneel creëerden, hebben nu het lef om te zeggen dat ze dat geen goed idee vinden
De recente tussenkomst van kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen in de discussie over het hoofddoekenverbod doorbreekt eindelijk het lange stilzwijgen van pedagogen. Het huidige hoofddoekendebat gaat immers niet over volwassen vrouwen maar om schoolgaande meisjes. Die komen er in de actuele discussies amper aan te pas. Dat heeft te maken met een overspannen houding jegens religie en wereldbeschouwing, die versterkt wordt door een actuele islamvrees. Het is ontstellend hoe de hoofddoeken van adolescenten in overjaarse denkschema"s over godsdienst en zijn sociale verankering begrepen worden, in plaats van als uitdaging in de wording van een inclusieve, emanciperende pedagogie.

Veel commentatoren bekijken de belevenis van jonge moslims door de bril van hun eigen ervaringen in het verzuilde Vlaanderen van weleer. Ze kunnen zich niet voorstellen dat de keuze voor de islam, in verschillende vormen, ook een politieke keuze kan zijn: een identificatie met een subalterne groep. Hedendaagse jonge moslims nemen bij die keuzes niet voetstoots de religieuze ideeën van hun ouders over, noch volgen ze passief de leerstellingen van lokale imams. Ze sprokkelen hun informatie over de islam bij elkaar via verschillende bronnen zoals het internet en willen een engagement aangaan dat ze persoonlijk vormgeven. Hun individuele beleving van religie en spiritualiteit sluit naadloos aan, en is een uiting van de consumptiemaatschappij waarin ze leven.

Commentatoren die zich blindstaren op een vervallen Vlaams begrip van religie en de islam verliezen de adolescenten uit het oog om wie alles draait. Hoe anders te verklaren dat de scholen in Antwerpen en Hoboken niet de jongeren aanpakken die meisjes onder druk zetten maar de slachtoffers zelf viseren en hen het recht ontzeggen een vrije keuze te maken? Het argument dat meisjes onder druk staan om een hoofddoek te dragen, verwijst wel naar die conditie van adolescentie, maar bezwijkt halverwege onder het gewicht van islamofobie. Deze druk wordt namelijk volledig los gezien van andere vormen van sociale druk waaraan jongeren blootstaan, inclusief die om géén hoofddoek te dragen. En die laatste wordt nu via een hoofddoekenverbod tot institutionele druk verheven. Een emanciperend pedagogisch proces bestaat er niet in om sociale druk onder jongeren te vervangen door de institutionele druk van regels en wetgeving, wel om jongeren weerbaar te maken door hen de instrumenten te geven om ermee om te gaan en hun eigen weg te vinden.

Laten we wel wezen: jongeren die anderen onder druk zetten omdat ze zich niet kunnen vinden in hun gedrag, kledij, favoriete muziek, levensstijl of wat dan ook, vertonen pestgedrag. Moslimmeisjes die onder druk gezet worden om een hoofddoek te dragen (of af te zetten) worden gepest. En wat belet de bezorgde schooldirecties om pestende jongeren aan te pakken zoals ze dat doen met anderen? In plaats daarvan kiezen ze ervoor een ronduit verkeerd, zelfs gevaarlijk, signaal te geven. Moslimmeisjes krijgen de boodschap dat ze, anders dan andere adolescenten, niet het recht hebben hun eigen keuzes te maken, terwijl de jongeren die hen pesten de boodschap meekrijgen dat het recht van de sterkste geldt: de directie legt zonder democratisch overleg haar wil op, zoals die jongeren hun wil proberen op te leggen aan moslimmeisjes die geen hoofddoek dragen. Zo worden, in naam van de emancipatie van moslimmeisjes, stereotiepe genderverhoudingen bevestigd.

De betrokken directies hebben de afgelopen week vaak gezwaaid met de term "pedagogisch project". In werkelijkheid verzaken ze aan hun pedagogische plicht om jongeren te leren om te gaan met pestgedrag, met elkaar in dialoog te treden en elkaars keuzes te respecteren. Er is dus nood aan een inclusieve pedagogie, met respect voor religie en levensbeschouwing.

Door autoritair en eenzijdig hun wil op te leggen, tonen de Antwerpse scholen hun onmacht en falen om hun pedagogische verantwoordelijkheid ten aanzien van de nieuwe generaties op zich te nemen. Het hoofddoekenverbod is ook een uitdrukking van het pedagogische failliet van de onderwijskoepels en het ministerie van Onderwijs. Terwijl GO! in allerijl een algemeen hoofddoekenverbod heeft ingevoerd, blijft binnen het katholieke onderwijsnet (buiten Antwerpen) de regeling van kracht dat scholen zelf kunnen kiezen. Dat getuigt van een minimaal engagement met de complexe en cruciale kwestie van inclusieve pedagogie. Het is bovendien ironisch dat individuele scholen wel kunnen kiezen of ze de hoofddoek toelaten of niet, zodat ze het recht krijgen hun leerlingen dergelijke individuele keuze te ontzeggen.

In plaats van concurrentie tussen onderwijsnetten en individuele scholen aan te moedigen, moet het ministerie van Onderwijs erkennen dat pestgedrag onduldbaar is. In het Vlaamse onderwijs zouden, in het belang van het recht op individuele keuzevrijheid, jongens én meisjes het recht moeten hebben om uit te komen voor hun mening, in hun conversaties en gedrag, zolang ze daar anderen geen leed mee berokkenen of beledigen. Dit impliceert dat het ministerie de scholen die al een hoofddoekenverbod invoerden terug fluit en dat verbod opheft in het gemeenschapsonderwijs. Sinds een paar dagen lijkt het erop dat het basisrecht op onderwijs voor alle meisjes in Vlaanderen alleen gewaarborgd kan worden in scholen in een islamitische zuil. Diegenen die deze situatie eerst institutioneel creëerden, hebben nu het lef om te zeggen dat ze dat geen goed idee vinden. Omdat een school best een weerspiegeling is van de samenleving, zo beweert Pascal Smet, terwijl dat ironisch genoeg precies een van de argumenten is tegen een hoofddoekenverbod.

Maar de religieuze diversiteit moet blijkbaar ophouden aan de schoolpoort. Het zou Pascal Smet sieren mocht hij een voortrekkersrol nemen in een debat over inclusieve en emanciperende pedagogie.

Karel Arnhaut (antropoloog, UGent); Nadia Fadil (sociologe, KU Leuven); Sarah Bracke (sociologe, KU Leuven); Bambi Ceuppens (antropologe, Afrikamuseum Tervuren); Meryem Kanmaz (sociologe, UGent); Sarah De Mul (literatuurwetenschap, K.U.Leuven). Zij zijn de auteurs van Een leeuw in een kooi. De grenzen van het multiculturele Vlaanderen, dat eind deze maand verschijnt bij Meulenhoff-Manteau.

Aucun commentaire: