vendredi 18 décembre 2009

INTERVIEW ANTROPOLOOG, EX-CGKR-DIRECTEUR EN BRUSSELAAR JOHAN LEMAN

Foto : Bart Dewaele
“Tijd voor een Marshallplan”
DOOR ISA VAN DORSSELAER

Vlaanderen houdt niet van grootstad Brussel. Nochtans zou het beter mee investeren in de achterstandswijken in de Kanaalzone, zegt Johan Leman. “In Molenbeek is bijna tien procent jonger dan drie jaar. Denkt Vlaanderen dat die later allemaal in Brussel blijven, terwijl de rijke, vergrijzende buur lonkt?” Isa Van Dorsselaer, foto Bart Dewaele


U verliet in 2003 uw plek aan het hoofd van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding. Heeft u het debat rond integratie veel zien veranderen?
“Tijdens de jaren negentig werd ook gesproken over de islam, maar het was vaak niet meer dan platvloerse folklore. Vliegende tapijten of djellaba’s in verkiezingsfolders en dies meer. Xenofobie was toen niet zo ingegeven door de islam, ze draaide om jobs die zouden worden ingepikt. Na de aanslagen van 11 september 2001 is dat beginnen te verschuiven. Het culturele discours domineert nu het debat. Alles draait rond die zogenaamde onverenigbaarheid van de islam met onze samenleving. ‘Zij’ moeten op hun anders-zijn inboeten om een plaats te kunnen krijgen bij ‘ons’.”

Speerpunt van dat debat lijkt de hoofddoek, die in sommige Brusselse wijken alomtegenwoordig is.
“Terwijl je geen grote theologische beschouwingen moet zoeken achter die hoofddoek. Weet u wat de antropoloog in mij zegt? Allochtone vrouwen doen het beter dan mannen. Ze presteren beter op school, ze vinden gemakkelijker werk. Ze emanciperen zich sneller. De hoofddoek is de vrijgeleide die vrouwen in staat stelt om dit leven te leiden. Loop eens rond in de Kanaalzone. Het straatbeeld is daar overdag heel vrouwelijk. Mannen sluiten zich op tot ’s avonds, omdat ze zich schamen over hun inactiviteit. Vrouwen voelen die gekwetste trots van mannen. Met de hoofddoek signaleren ze dat ze hun plaats tegenover hem niet vergeten zijn, terwijl ze tezelfdertijd toch doen wat ze willen. De hoofddoek is als een balsem op de gewonde ziel van veel maghrebijnse mannen.”

Wat betekent het dat er in het integratiedebat nauwelijks nog gesproken wordt over het sociaal-economische?
“Opnieuw de Kanaalzone. Je vindt er steeds dezelfde cocktail terug: een te hoge bevolkingsdichtheid en een snel aangroeiende bevolking, een hoge jeugdwerkloosheid, eenoudergezinnen. Als je dat mengt, stijgt de kans op delinquentie: dat blijkt al decennialang uit onderzoek. Molenbeek is op minder dan tien jaar van 68.000 naar bijna 84.000 inwoners gegaan – en dat is zonder de mensen zonder papieren gerekend, die ook nog eens met een paar duizend zijn daar. 58 procent van de jongeren onder de 29 jaar in oud-Molenbeek zit zonder werk, de rest heeft de afgelopen vijf jaar met periodes niet gewerkt. En dan zanikt men in Vlaanderen over islamisme en komt men een paar weken in Molenbeek rondlopen om dan een boekje te schrijven over de gevaren van de mannen met baarden. Dat is toch niet ernstig? Bij het sociaal-economische ligt het probleem én de oplossing. Maar die realiteit is ondergesneeuwd door het debat over cultuur en geloof. Er mag over cultuur gepraat worden, er zijn kernen van islamisme die zich opsluiten in hun fundamentalisme, maar dat is een beperkt nevenverschijnsel. Sterker nog, als we het sociaal-economische niet oplossen, creëren we een voedingsbodem voor dat andere.”

Hoe erg is het eigenlijk gesteld met die Brusselse wijken?
“Het is bijzonder erg. Er is op dat vlak geen enkele vooruitgang geboekt. Voor de Kanaalzone – van Kuregem in Anderlecht, over oud-Molenbeek en de Havenwijk tot in Laken – moet er een Marshallplan komen. Het kan toch niet dat een gemeente als Molenbeek er niet in slaagt om zijn politiekorps voldoende te bemannen omdat ze niet kunnen rekruteren in Brussel zelf, want daar zijn te weinig jongeren die hun middelbaar hebben afgemaakt. Er moet massaal geïnvesteerd worden in onderwijs. En we moeten plaatsen creëren waar mannen aan het werk zijn. Veel jongeren hebben hun vader niet zien werken en hun broer niet en ze hebben zelf ook geen job. Deze jongeren hebben dringend nood aan voorbeelden: rond zich mannen zien die overdag aan de slag zijn. Geef hen via wijkcontracten werk in het onderhoud van de gemeente, open jobateliers, wat dan ook, maar maak dat ze werken en dat ze een loon krijgen. Misschien haal je niet meteen die jongeren in de drugseconomie uit die spiraal, maar je zorgt er op zijn minst voor dat er geen nieuwe in verstrikt geraken en dat de jongeren die willen werken, toch al ergens aan de slag zijn.”

Maar er is toch al veel geld gepompt in die wijken?
“Begin jaren negentig is er een Impulsfonds voor Brussel opgericht na de eerste grote rellen met allochtone jongeren. Maar dan wilden ook Antwerpen en Gent en Luik en Charleroi geld. En wat overbleef van de pot voor Brussel, werd opgeslokt door de communautaire structuren, om de begroting van de VGC en andere communautaire administraties aan te vullen. Voor de jongeren was er geen euro over.”

Tien jaar geleden ging u er prat op dat Brussel een grootstad is zonder getto’s. Is dat niet aan het veranderen?
“Dat proces is bezig, ja. Er zijn kernen van gettovorming die sterker zijn dan tien jaar geleden, vooral door het blijvende karakter van de werkloosheid. Maar Brussel blijft meer dan pakweg Parijs of Rome een mozaïek. De jongeren zitten niet vollédig opgesloten in hun eigen desolate wereldje, er zijn er nog altijd die eraan ontsnappen. De Baronnen is gemaakt door een jonge regisseur uit de Havenwijk (Nabil Ben Yader, red.). Acteur Ben Hamidou komt uit die wijk.”

Hoe zit het met de nieuwere migratie? Herhaalt het verhaal zich met hen?
“De migranten uit Oost-Europa hebben veel van de plaatsen van de maghrebijnen ingenomen – zij het dat zij eerder seizoenarbeiders zijn die pendelen. Van de Pakistaanse migratie, die zich op de handel heeft gegooid, weten we nog niet veel. Onder de Afrikaanse nieuwkomers is veel armoede. Ze sluiten zich op in hun kerken. Van de nieuwere generatie migranten is door de band genomen de scholingsgraad wel hoger, het is een ander type migrant dan de ongeschoolde Marokkanen en Turken die in de jaren zestig en zeventig naar hier kwamen. We moeten die band tussen migratie en integratie weer aanhalen en beseffen dat het succes van de integratie mee afhangt van de selectie van wie men binnenlaat.”

De burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, zet zwaar in op burgerschap om zijn multi-etnische stad samen te houden.
“Goed zo, als men tenminste de hele definitie van burgerschap aanvaardt. Burgers delen een minimaal aantal gemeenschappelijke normen, waarden en gebruiken; ze aanvaarden een zekere mate aan sociale controle; ze zijn socio-economisch niet te ongelijk; ze maken voldoende deel uit van het sociale weefsel; en ze identificeren zich met de stad waar ze wonen. Helaas merk ik dat burgerschap in het hele debat eenzijdig verengd wordt tot normen en waarden: ze leven hier en ze moeten zich vereenzelvigen met onze cultuur. Gevolg: een rist inburgeringscursussen om hen de waarden van die samenleving bij te brengen. Maar dat is tot mislukken gedoemd: je kan dat burgerschap wel vergeten als er een grote kloof is tussen arm en rijk en er een deel is dat niet deelneemt aan de samenleving.”

De verschillende culturen in Brussel zouden vooral naast elkaar leven.
“En dan? Ik zie in het park van Laken elke avond een geïmproviseerde voetbalcompetitie onder Marokkanen, met eigen truitjes en een scheidsrechter. Ook dat is sociaal weefsel. Waarom zouden die gasten in een Vlaamse ploeg moeten spelen? Dat is een ideologische benadering.”

Vlaanderen lijkt niet meer te willen investeren in Brussel.
“Vlaanderen moet leren zakelijker te kijken. In sommige wijken van Molenbeek is tien procent van de bevolking jonger dan drie jaar. Als je dit suggereert, word je ervan beschuldigd een heraut van de verfransing te zijn, maar denkt Vlaanderen echt dat al die jongeren in Brussel zullen blijven? Nadat ze hier geantichambreerd zijn, zullen velen zich in Vlaanderen vestigen en daar de vacatures opvullen die de snel vergrijzende bevolking daar openlaat. Ze zullen naar Halle gaan en Asse en Grimbergen en Vilvoorde en Mechelen, gelokt door het idee van de riches flamands. Vlaanderen heeft er dus alle belang bij dat die jongeren goed opgeleid zijn. Maar zodra er over Brussel en geld gepraat wordt, trekt Vlaanderen zich terug in een egelstelling. Nee, men is liever bezig met inburgeringspakketten via het internet voor Turkije dan met de jongeren van Brussel.”
ISA VAN DORSSELAER

Aucun commentaire: