mercredi 31 mars 2010

Steeds meer hooggeschoolde Nederlandstaligen

Het terras van De Markten op de Oude Graanmarkt, midden in de 'Vlaamse' Dansaertwijk. © Saskia Vanderstichele

Brussel - De stadsvlucht mag de voorbije jaren dan toegenomen zijn, het aantal hooggeschoolde Nederlandstaligen in het Brussels Gewest stijgt wel degelijk. Op vijf jaar tijd groeide die groep met 7 procent. Dat blijkt uit cijfers van VUB-demograaf Didier Willaert, die brusselnieuws.be opvroeg.

Brussel en stadsvlucht, het zijn twee begrippen die al sinds de jaren ‘60 onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Sinds begin de jaren 2000 versnelt de trend bovendien ook nog eens. Vooral jonge gezinnen trekken uit de hoofdstad weg op zoek naar een betaalbare woning en groen.

Uit cijfers van VUB-demograaf Didier Willaert blijkt nu dat het aantal Nederlandstaligen met een diploma hoger onderwijs niet onder die trend lijdt. Tussen 2001 en 2006 - het laatste jaar waarvoor cijfers beschikbaar zijn – groeide de groep zelfs aan met 7,2 procent. Opmerkelijk: in diezelfde tijdsspanne nam het aantal Franstalige hooggeschoolden in het Gewest net af met 4,4 procent.

Het totale aantal Franstalige hoger opgeleiden blijft wel fors hoger dan dat van de Nederlandstaligen. Van de totale groep met een Nederlandstalig en/of Franstalig diploma bleek 86,3 in 2001 een Franstalig en 12,3 procent een Nederlandstalig diploma te bezitten. 0,7 procent beschikt over een diploma in de beide talen.

Aantrekkingskracht klopt stadsvlucht
Zijn Nederlandstalige Brusselaars dan minder geneigd de stad te ontvluchten? "Neen, de uitstroom is zelfs sterker bij Nederlandstalige hoger opgeleiden dan bij Franstaligen", weet Willaert. "Maar de aangroei door migratie naar Brussel blijkt bij diezelfde Nederlandstaligen nog groter dan de uitstroom."

De stadsvlucht, tonen de cijfers, blijkt overigens nog steeds een fenomeen van dertigplussers. Brussel blijkt met andere woorden erg populair bij Nederlandstaligen tussen het moment waarop ze hun diploma halen en het klassieke tijdstip voor stadsvlucht.

Dansaert-academici
Hoe groot het aantal Brusselaars met een Nederlandstalig hoger diploma ondertussen is, blijkt ook uit een kaart per wijk die Willaert opmaakte. De illustratie toont hoe de groep vooral goed vertegenwoordigd is binnen de Vijfhoek, in de wijken links van de centrale lanen, de ruime Dansaertwijk zeg maar. Hun aandeel in het totale aantal hooggeschoolden bedraagt er minstens 26 procent. In de meeste wijken ten westen en noorden van de Vijfhoek heeft ten minste 13 procent van de hooggeschoolden een Nederlandstalig diploma. (lees verder onder de kaart)

Kaart: Aandeel Nederlandstaligen in de groep van hooggeschoolden met een Franstalig en/of Nederlandstalig diploma, 2001

De populariteit van de hoofdstad bij Nederlandstalige hooggeschoolden staat in schril contrast met de situatie aan Franstalige kant. Daar vinden hoger gediplomeerden veel minder vaak de weg naar het Gewest. Tegenover die lagere instroom staat wel dat Franstalige hoger geschoolden de hoofdstad minder snel verlaten dan Nederlandstalige.

Cultuur en files
Vanwaar die aantrekkingskracht op Nederlandstalige hooggeschoolden? “De voorbije tien jaar merk je een verandering in de houding die mensen aannemen tegenover de stad”, stelt Patrick Deboosere, eveneens demograaf aan de VUB, vast. “Vroeger trok al wie zich dat kon permitteren naar de Rand. Vandaag zie je dat steeds meer mensen net voor de stad kiezen als ze zich dat kunnen veroorloven.”

Deboosere vermoedt dat het culturele aanbod in Brussel een sleutelrol heeft gespeeld om Nederlandstaligen naar de hoofdstad te lokken. “Daarnaast speelt zeker ook het comfort van een woonplaats in de buurt van het werk een rol. Hoe groter de mobiliteitsknoop, hoe aantrekkelijker een stadswoning”, zegt Deboosere.

Scholen
De demograaf wijst erop dat ook het overheidsbeleid terzake een bocht heeft gemaakt. “Tot in de jaren ’80 werd de stadsvlucht aangemoedigd door steeds verder te verkavelen. Dat is gestopt en heeft plaatsgemaakt voor campagnes die mensen naar de stad moeten halen."

Er is volgens Deboosere dan ook geen reden om aan te nemen dat de groeitrend de voorbije drie jaren zou afgeremd zijn. "Wat de toekomst brengt weten we dan weer niet. Ook dat hangt gedeeltelijk van de overheidsinspanningen af. Voor jonge ouders is de beschikbaarheid en nabijheid van kinderopvang en scholen bijvoorbeeld erg belangrijk."

mardi 30 mars 2010

FRANSTALIGEN KIJKEN NIET GRAAG NAAR EIGEN GEBREKEN

Bart De Wever kan nu opnieuw worden afgeschilderd als Vlaamse extremist.pn/Bert Van Den Broucke


De N-VA heeft bij het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) een klacht ingediend tegen de krant Le Soir. De krant zou volgens N-VA aanzetten tot haat en racisme. LUCKAS VANDER TAELEN noemt de gewraakte demarche van de krant 'pervers'.

De N-VA gaat klacht neerleggen bij het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, naar aanleiding van een column in Le Soir waar het Vlaamse woonbeleid in één adem genoemd wordt met etnische zuiveringen in Nigeria of het verdrijven van priesters uit Marokko. Wat voor de partij van Bart De Wever niet door de beugel kan, is de foto van een Nigeriaans massagraf als illustratie bij het artikel. Le Soir verdedigt zich door te zeggen dat de column slechts een 'levendige oproep was om de basisprincipes van democratie en broederlijkheid in herinnering te brengen'.

Ik heb in deze krant al geschreven wat ik denk over bepaalde aberraties van het decreet 'Wonen in eigen streek' (DS 4 maart). Ik denk dat het hoog tijd is dat de regels aangepast worden en dat we in Vlaanderen moeten durven nadenken over de onaanvaardbare gevolgen van soms goed bedoelde maatregelen. We moeten als Vlamingen ook tonen dat we onszelf in vraag durven te stellen en over alles een open discussie willen voeren.

Maar hoe zeer ik kritische vragen heb gesteld bij het decreet 'Wonen in eigen streek', het zou nooit bij me opkomen dit te gaan vergelijken met vormen van etnische zuiveringen in Afrika. Die vergelijking is zo overtrokken dat het meteen het hele debat onderuit haalt en iedereen zich ingraaft in zijn eigen gelijk.

FDF
Het is een merkwaardig kenmerk van bepaalde Franstalige columnisten om enkel over Vlaanderen te schrijven als er daar volgens hen weer eens fundamentele mensenrechten geschonden worden. Komt daarbij dat ze zichzelf zien als de herauten van de ideeën van de verlichting en de Franse Revolutie en ze niet gehinderd worden door enige zin voor nuance. Maar hun grote zwakte is hun blindheid tegenover de onhebbelijkheden van hun eigen cultuur en hun totaal gebrek aan kennis van de Vlaamse realiteit, meestal versterkt door hun al even grote onkunde van het Nederlands.

Le Soir lijkt last te hebben van een acute vorm van schizofrenie als het gaat over de verhouding met Vlaanderen. Soms neemt de krant lovenswaardige initiatieven om Vlaanderen beter voor te stellen aan zijn lezers. Maar op andere momenten weegt de erfenis van het verleden, toen Le Soir nog het officieuze partijblad was van het FDF.

En dan duiken chroniqueurs op, zoals voormalig hoofdredacteur Yvon Toussaint die het bekrompen Vlaanderen oproept om 'de bedorven lucht te verjagen met frisse wind'. Ze zien zichzelf al te graag als de behoeders van 'de waarden van gelijkheid, openheid en moderniteit', strijdend tegen de 'geobsedeerden van de zuiverheid van het bloed, de heilige grond en het geloof', zoals te lezen stond in de column van Jean-Paul Marthoz, die aanleiding was tot de klacht van de N-VA. Geef toe, dit soort proza valt niet zo vaak te lezen in de Vlaamse pers. Maar helaas worden dergelijke hoogdravende volzinnen zelden bovengehaald om het eens te hebben over de kleine kantjes van de grote culture française.

Ik heb nog nooit een Franstalige column gelezen waarin men zich afvraagt hoe het toch mogelijk is geweest dat het FDF tot ver in de jaren zeventig affiches verspreidde waarin 'Brussel Vlaams' in gotische letters was geschreven en Vlamingen zo werden geassocieerd met de nazi's. Geen Franstalige intellectueel is toen opgestaan om dit soort verdoken racisme aan te klagen. Net zomin als er ooit ergens een analyse is verschenen waarin een Franstalige op zoek gaat naar de reden waarom zijn taalgenoten het zo moeilijk blijven hebben om Nederlands te spreken als ze in Vlaanderen komen. Welke intellectueel ten zuiden van de taalgrens zal eens schrijven dat vele Franstaligen last blijven hebben van een nauwelijks verholen cultureel superioriteitsgevoel? En dat hun zelfverklaarde openheid zich al te vaak beperkt tot wie hun taal spreekt? Wie zal eens openlijk durven schrijven dat de lamentabele taalkennis van veel Franstaligen lange tijd haast principieel is geweest ?

Ik schrijf dit niet graag, omdat ik een zelfkritiek van binnen een gemeenschap veel interessanter vind dan kritiek van een buitenstaander. Daarom heb ik er ook geen probleem mee als Le Soir mijn column over het Vlaamse decreet 'Wonen in eigen streek' publiceert. Wij moeten als Vlamingen tonen dat we niet te beroerd zijn om onszelf in de spiegel te kijken. Franstaligen houden ons echter liever een spiegel voor en kijken niet graag naar hun eigen gebreken. Want hoezeer er bedenkingen geformuleerd kunnen worden bij het decreet, het zou elke Franstalige kritiek erop veel geloofwaardiger maken als men zou durven schrijven dat bijvoorbeeld taalvereisten in Wallonië niet nodig zijn, al was het maar omdat het gewoon ondenkbaar is dat iemand in een Waalse stad het in zijn hoofd zou halen om een andere taal te spreken dan het Frans. Het is natuurlijk leuk zich te amuseren met een zekere verkramptheid van politiek Vlaanderen, door een komiek in het Frans te laten bellen met het gemeentehuis van Dilbeek en dan aan te klagen dat het personeel aldaar geen Frans mag spreken. Dat is inderdaad een vrij extreme en voorbijgestreefde vorm van taalflamingantisme. Maar probeer maar eens in het Engels of het Nederlands te bellen naar om het even welk Waals gemeentehuis. Daar zijn geen regels nodig om enkel in het Frans bediend te worden, door de perfecte eentaligheid van de meeste Franstaligen.

Massagraf
Ik begrijp de verontwaardiging van Bart De Wever. Het is niet de eerste keer dat Le Soir uitglijdt: in 2008 riep een journalist op om de hele N-VA te laten verdrinken op zee. Dat is onaanvaardbaar. Net zoals de foto van een Nigeriaans massagraf niet hoort bij een artikel waar men het over het woonbeleid heeft. Dat is een perverse manier om meer te suggereren dan er geschreven staat. Maar ik betwijfel of De Wever gelijk heeft klacht in te dienen tegen de krant. Hij maakt op die manier de al vrij zelfingenomen auteurs van dit soort proza belangrijker dan ze in feite allang niet meer zijn. Daardoor kan hij eens te meer voorgesteld worden als een Vlaamse extremist die niet kan verdragen dat de waarheid geschreven wordt. Misschien moet hij maar eens met zijn gekende scherpe pen deze schabouwelijke en abjecte demagogie onderuit halen.

LUCKAS VANDER TAELENWie? Vlaams parlementslid (Groen!). Wat? De verontwaardiging van Bart De Wever is begrijpelijk, maar niet zo wijs. Waarom? Nu maakt hij de auteurs groter dan ze in feite zijn.

WAAROM LE SOIR STRENG EN KRITISCH IS VOOR VLAANDEREN


Béatrice Delvaux op de redactie van Le Soir.Tim Ricour

Bart De Wever (N-VA) verwijt de Franstalige krant Le Soir dat ze aanzet tot haat, omdat zij een opiniestuk publiceerde over de Vlaamse wooncode met daarbij een foto van een Nigeriaans massagraf. Hoofdredactrice BEATRICE DELVAUX legt uit waarom ze De Wever in zijn segregatiezucht 'hard zal blijven bestrijden'.

Verontwaardigd? Ja, we zijn eerst en boven alles verontwaardigd. Fundamenteel, in het diepst van ons hart. Onze krant beschuldigen van 'aanzetten tot racistische haat' is belachelijk, als het al niet beledigend, vals en onrechtvaardig is. Ik zal nooit woorden genoeg vinden om dat te zeggen namens mijn krant, haar journalisten en haar lezers, en als hoofdredactrice.

Alles wat we zijn - ons inhoudelijk project, de personen, de waarden - is daar het complete tegenovergestelde van. De strijd tegen de uitsluiting, het nationalisme en de segregatie, het bouwen van bruggen, mensen het woord geven die iets te vertellen hebben, hoe storend ook: dat is wat we willen en wat we elke dag doen.

We streven dat moedig en vastberaden na. Onhandig? Soms, uiteraard. We hebben niet de pretentie te beweren dat we zonder fouten zijn.

We staan Bart De Wever, voorzitter van de N-VA, dus toe dat hij bewust de twijfel aanwakkert, om zichzelf in de kijker te werken of zijn eigen tekortkomingen te maskeren. Hij heeft het recht dat te zeggen - wij zijn wél voor de vrijheid van meningsuiting - maar wij zullen hem op dat vlak hard bestrijden.

Menselijk falen

Le Soir en Vlaanderen. De relatie is duidelijk.
Ten eerste is er een grote nieuwsgierigheid, een totale openheid tegenover wat Vlaanderen is, wat het gecreëerd heeft, wat het denkt, en vaak is er ook een echte en diepe bewondering. Getuigen daarvan de krantenkolommen die we al jaren wijden aan Vlaamse opinies, de vele acties (Nord-Sud, Toernee General, dialogen tussen schrijvers), het peterschap van de KVS, een Vlaams theater in Brussel, waarvoor we in drie talen, waaronder het Nederlands, het programma verdelen onder onze Franstalige lezers. En nog zo veel meer.

Wij geloven in de vermenging, de communicatie, de dialoog. Wij zijn ervan overtuigd dat het separatisme een blijk zou zijn van een verschrikkelijk menselijk falen, want het zou een mislukking van mensen zijn die te trots, te egoïstisch, te navelstaarderig zijn om manieren te vinden om op een respectvolle manier samen te leven.

Ten tweede is onze relatie tot Vlaanderen kritisch en streng. Ja, we maken ons ernstige zorgen over zijn reglementen, zijn wetten, die om sociaaleconomische of andere redenen alleen maar tot doel hebben de toegang tot huisvesting, grond enzovoort te beperken, via criteria die worden voorgesteld als objectief maar die selectief omgaan met de rechten van anderen. Wij zien er een Vlaanderen in dat zich terugplooit op zichzelf, dat in de eerste plaats kiest voor zijn inwoners, zijn buren in de wijk. Wij vinden het heel moeilijk om te geloven dat de intenties werkelijk puur zijn. En we zullen ze blijven duiden, decoderen, en, als wij dat nodig achten, aan de kaak stellen. Zoals we ook doen met wetten voor Franstaligen als ze ons even grote zorgen baren.

Huiveren
Wij zijn duidelijk niet de enigen die huiveren als we horen praten over 'wooncode' of 'wonen in eigen streek'. De eerste tegenstanders en sceptici zijn opiniemakers en politici in het noorden van het land. De tweede zijn mensenrechtenexperts, die heel gevoelig zijn voor dat thema.

Het is de mening van een eminent expert onder hen, Jean-Paul Marthoz, die Le Soir heeft gepubliceerd. Bepaalde mensen hebben in de tekst alleen maar een etnische mengelmoes gezien, een belediging voor de democratie, een schandalige foto ter illustratie. Terwijl het ging om een waarschuwing en een alarmsignaal vanuit de perceptie die dingen zoals de wooncode losmaken in de wereld van de mensenrechten. De foto zelf wilde maar één ding illustreren: de uitspattingen waartoe de wet van de vergelding kan leiden.

Jean-Paul Marthoz heeft het nogal scherp gesteld. Maar uiteraard: het is een opiniepagina, bedoeld voor lezers die weten hoe ze zich een eigen mening kunnen vormen! Naar het model van de lange vrije tribune van Guy Verhofstadt in Le Monde, die stelde dat 'er duidelijk iets aan het rotten was' in de Franse republiek, als die op zoek gaat naar haar nationale identiteit. Heeft Sarkozy klacht ingediend tegen Le Monde omdat die aanzette tot haat? Heb ik commentaren gelezen die de tekst van Verhofstadt woord voor woord op één lijn plaatsten met de kijk van Le Monde? Was het een afgewogen consensustekst?

Zuiverheid
Jean-Claude Marthoz bouwt een redenering op, hij vergelijkt. Als hij bepaalde Vlaamse democraten geschokt en gekwetst heeft, dan spijt dat hem, net zoals ons. Dat was niet het doel van een tekst die fundamenteel twee democratische waarschuwingen wilde belichten: één ten aanzien van de Vlamingen, één - de voornaamste - ten aanzien van Franstaligen die in de verleiding zouden komen hun eigen wooncode op te stellen.

Ten eerste: 'Het democratische model vereist dat alle leden van een maatschappij volgens dezelfde principes en wetten behandeld worden.' Ten tweede: 'De reactie op de geobsedeerden van de zuiverheid van het bloed, de heiligheid van de grond en de eenheid van het geloof is niet de wet van de vergelding, maar een serene en vastbesloten gehechtheid aan de waarden van gelijkheid, openheid en moderniteit.'

Ja, Le Soir en haar hoofdredactrice beschouwen het uitroepen van die twee principes als 'een ode aan de stichtende waarden van de democratie'. Samen met een derde, die jullie, ondanks onze uiteenlopende meningen en jullie verontwaardiging gisteren opnieuw hebben getoond in jullie kolommen: de vrijheid van meningsuiting. Waarvoor duizendmaal dank!

«LE SOIR» ET LA FLANDRE
BEATRICE DELVAUX

Indignés ? Oui, nous sommes d’abord et avant tout indignés. Fondamentalement, viscéralement. Qu’on puisse accuser notre journal d’« incitation à la haine raciale » serait ridicule, si ce n’était insultant, faux et injuste. Je n’aurai jamais assez de mots pour le dire au nom de mon journal, de ses journalistes, de ses lecteurs et en ma qualité de rédactrice en chef.

Tout ce que nous sommes – projet éditorial, personnes, valeurs –, est exactement l’inverse de cela. Combattre l’exclusion, les nationalismes, les ségrégations, bâtir des ponts, donner la parole à ceux qui ont des choses à dire, même si elles sont dérangeantes, ce sont notre volonté et notre pratique quotidiennes. Poursuivies avec courage et détermination. Avec maladresse ? Mais oui parfois, évidemment. Nous n’avons pas la prétention d’afficher le «zéro défaut».

Nous ne pouvons donc permettre à M. De Wever, président de la N-VA , de cultiver ce doute, sciemment, sous couvert de se faire sa propre publicité ou de cacher ses propres dysfonctionnements. Il a le droit de le dire – nous sommes, nous, pour la liberté d’expression – mais nous le combattrons sur ce point férocement

Le Soir et la Flandre ? Le rapport est très clair.
Primo, il se veut d’abord d’une grande curiosité, d’une totale ouverture à ce qu’elle est, ce qu’elle crée, à ce qu’elle pense, et souvent d’une réelle et profonde admiration. En témoignent ces colonnes offertes à l’opinion flamande depuis des années, des opérations multiples (Nord-Sud, Toernee generale, dialogues d’écrivains), le parrainage du KVS, le Théâtre flamand de Bruxelles, dont nous distribuons à nos lecteurs francophones le programme en trois langues dont le néerlandais. Et tant d’autres choses.

Nous croyons au mélange, à la communication, au dialogue. Nous sommes convaincus que le séparatisme serait un aveu terrible d’échec du genre humain car ce serait celui de personnes, trop orgueilleuses, trop égoïstes, trop nombrilistes pour trouver un moyen de vivre ensemble de façon respectueuse.
Secundo, notre rapport à la Flandre est critique et sévère.

Oui, nous avons un réel souci avec ces règlements, ces lois qui sous couvert socio-économique ou autre, ont pour but de réduire l’accès à des logements, à des terrains, via des critères présentés comme objectifs mais qui trient, sélectionnent, les ayants droit des autres. Nous y voyons une Flandre qui se referme sur elle-même, qui choisit a priori ses habitants, ses voisins de quartier. Nous avons beaucoup de mal à croire que les intentions soient toutes réellement pures. Et nous n’aurons de cesse de les identifier, de les décoder et lorsque nous le jugeons nécessaire, de les dénoncer. Comme nous le faisons pour des lois francophones lorsqu’elles nous causent le même souci.

Nous ne sommes visiblement pas les seuls à frémir lorsque nous entendons parler de « wooncode » ou du décret « wonen in eigen streek ». Les premiers opposants ou sceptiques sont des éditorialistes et des hommes politiques du Nord du pays. Les seconds sont les observateurs des droits de l’homme très sensibles à cette problématique.
C’est l’opinion d’un éminent expert parmi eux, Jean-Paul Marthoz, que Le Soir a publiée. Certains n’ont vu dans cette chronique que des amalgames ethniques, une injure à la démocratie, une photo scandaleuse choisie pour l’illustrer. Alors qu’il s’agissait d’un avertissement et d’une mise en garde nés de la perception que les « wooncode et Cie » inspirent au monde des droits de l’homme. La photo publiée quant à elle ne voulait illustrer qu’une chose : les excès auxquels peut mener la loi du talion.

Jean-Paul Marthoz a forcé le trait. Mais oui, bien sûr. C’est une page d’opinion, que diable, pour des lecteurs qui savent se faire leur propre jugement ! A l’image de la longue tribune signée par Guy Verhofstadt dans Le Monde, décrétant qu’« il y a décidément quelque chose de pourri » dans cette République française à la recherche de son identité nationale. Ai-je entendu que Sarkozy déposait plainte contre Le Monde pour incitation à la haine ? Ai-je lu un commentaire assimilant mot pour mot la chronique de Verhofstadt avec l’éditorial du Monde ? Etait-ce un texte consensuel, mesuré ?

Jean-Paul Marthoz projette un raisonnement, il avertit. S’il a choqué et blessé certains démocrates flamands, il en est désolé, comme nous. Ce n’était pas l’objectif d’un texte qui, sur le fond visait deux mises en garde démocratiques : l’une à l’usage des Flamands, l’autre – la principale – à l’usage des francophones qui seraient tentés d’édicter leur propre wooncode.
Primo : « Le modèle démocratique exige de traiter les membres d’une société selon les mêmes principes et les mêmes lois. »
Secundo : «La réponse aux obsédés de la pureté du sang, de la sainteté du sol et de l’unicité de la foi n’est pas la loi du talion, mais un attachement serein et résolu aux valeurs d’égalité, d’ouverture et de modernité.»
Oui, Le Soir et sa rédactrice en chef qualifient la proclamation de ces deux principes d’« ode aux vertus fondatrices de la démocratie ».

En même temps qu’un troisième, que nos collègues flamands ont, malgré leurs divergences et leur indignation du moment, réaffirmé hier dans leurs colonnes : la liberté d’expression. Ce dont je les remercie infiniment !

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
DES BOUFFONS DIGNES DE LA SCENE DE L’ANCIENNE BELGIQUE

Bart De Wever, c’est comme notre Michel Daerdenne wallon, il lui arrive d’en faire trop. Et cette fois c’est manifestement le cas.
Fort de son succès médiatique à la très populaire émission « de slimste mens van Vlaanderen », il surfe depuis sur une vague de populisme qui le fait grimper dans les sondages. Plus "sobre" que Michel Daerdenne mais pas beaucoup moins intelligent, il sait qu’on l’aime dans les chaumières et au comptoir des cafés du commerce de Flandre, du Limbour et de Brabant.
Il faut rendre hommage à Béatrice Delvaux de la rectitude éthique de sa ligne éditoriale : "sa grande curiosité, d’une totale ouverture à la Flandre, à ce qu’elle est, ce qu’elle crée, à ce qu’elle pense, et qui souvent témoigne d’une réelle et profonde admiration. Ses colonnes offertes à l’opinion flamande depuis des années, des opérations multiples (Nord-Sud, Toernee generale, dialogues d’écrivains), le parrainage du KVS, le Théâtre flamand de Bruxelles ; ce mélange, à la communication, au dialogue. Son rapport critique et sévère à la Flandre quand celle-ci dérape. Sa hantise que le séparatisme serait un aveu terrible d’échec du genre humain car ce serait celui de personnes, trop orgueilleuses, trop égoïstes, trop nombrilistes pour trouver un moyen de vivre ensemble de façon respectueuse. »

De Wever ne rêve que de séparation et il sent qu’il a le vent en poupe. Mais attention, si son parti monte dans les sondages de manière vertigineuse, la NVA reste leparti d’un seul homme. Or on sait combien cette formule est dangereuse. Ce n’est pas Jean Marie Dedecker, aujourd’hui dans la tourmente qui le démentira, ni le Hollandais Fortruyn si bien imité par son compatriote Wilders.

De Wever qui fait flèche de tout bois ne manquera pas d’alimenter la chronique de nouvelles frasques et pantalonnades.
Les bouffons nous ennuient, nous leur préférons la sobriété sereine et efficace d’un Van Rompuy, la rigueur stricte d’un Demotte ou la fausse naïveté d’un Verhofstadt , voire même le cynisme du très cérébral Maingain.

dimanche 28 mars 2010

Le Times devient le premier quotidien britannique payant sur l'internet

Le Times deviendra en juin le premier quotidien britannique à passer au tout-payant sur l'internet, conformé-
ment au credo de son propriétaire Rupert Murdoch, qui veut rentabiliser l'information en ligne dans un paysage médiatique en plein bouleversement.


Dans quelques semaines, il en coûtera une livre (1,12 euro) par jour ou deux livres par semaine pour consulter les sites internet du quotidien né il y a plus de deux siècles et de sa version dominicale, le Sunday Times, a annoncé vendredi leur éditeur, News International (NI), filiale du groupe News Corp. de Rupert Murdoch.

Les deux journaux seront les premiers des quatre titres de News International à passer au modèle payant sur la Toile. Le quotidien The Sun et l'hebdomadaire dominical News of The World, des tabloïdes à grand tirage, suivront à une date non fixée, a fait savoir Rebekah Brooks, la patronne de News International.

Le Times et le Sunday Times deviendront au passage les premiers journaux nationaux britanniques à adopter un modèle totalement payant sur l'internet, conformément à la stratégie annoncée l'an dernier par Rupert Murdoch, qui veut rompre avec le concept de l'information gratuite en ligne.

Pour l'instant, dans le pays, seul le Financial Times a adopté un modèle partiellement payant, permettant la consultation gratuite d'une dizaine d'articles par mois.

Au sein de News Corp., le site du quotidien financier américain Wall Street Journal est déjà payant, une situation qui remonte toutefois bien avant son rachat en 2007 par le groupe de Rupert Murdoch.
Mais s'il est une première au Royaume-Uni, le passage du Times au modèle payant ne fait qu'illustrer une tendance de fond de la presse mondiale.

Les éditeurs de journaux, confrontés à la chute du lectorat et des recettes publicitaires des quotidiens dans de nombreux pays, tentent par tous les moyens de monétiser leurs contenus sur l'internet ou sur les autres supports numériques (comme l'iPhone et l'iPad) pour redresser leurs comptes.

Beaucoup, réticents à passer au tout-payant par peur de faire fondre leur audience en ligne, se se contentés d'une offre semi-gratuite (ou "freemium"), comme le Financial Times. En France, c'est le cas du Monde, de Libération et depuis peu du Figaro. Aux Etats-Unis, le prestigieux New York Times a également choisi ce modèle.
Dans ce contexte, News Corp. a lancé une offensive frontale contre la BBC , l'accusant d'étouffer la presse écrite en multipliant les contenus gratuits sur l'internet, avec l'argent du contribuable.

Dans cette épreuve de force, Rupert Murdoch a reçu un soutien surprise vendredi. John Humphrys, un des journalistes et présentateurs de la BBC les plus respectés, a écrit dans les colonnes du Sun pour défendre l'information en ligne payante, y voyant la seule solution pour que les journaux survivent à l'heure du numérique.

Mais la stratégie de Murdoch n'est pas sans risques, selon des experts du secteur. George Brock, professeur de journalisme à la City University de Londres, a jugé "très frappant" qu'il ait osé édifier une "muraille totalement payante" autour des contenus du Times. "Je soupçonne que la plupart des journaux opteront pour un mélange gratuit/payant", a-t-il dit à l'AFP.
Ce virage du Times intervient en plein chamboulement dans le paysage médiatique britannique. Jeudi, l'homme d'affaires russe Alexandre Lebedev, ancien membre du KGB, s'est offert le quotidien The Independent pour une livre symbolique, après avoir déjà mis la main sur le journal londonien du soir Evening Standard, qu'il a rendu gratuit.
(Belga)

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
FINI LA GAZETTE GRATUITE
Gazette vient de gazetta, une pièce d’un sou qui avait cours à Venise autrefois où fut inventé la feuille d’info du même nom.
Lire sa gazette sur internet est un plaisir gratuit. Profitons-en, ça ne va pas durer.

Faudra retourner lire ses quotidiens sur latte dans les bistrots qui les mettent à dispo, comme à Vienne et au Deux Magots, au Belga et à l’Athénée (une perle ixelloise que personne ne connaît, chuut ne le répétez pas).

Un café à deux € permet d'y lire cinq quotidiens papier. Excellent rapport qualité prix ! Non?

"Aux Etats-Unis, peu de procès contre des prêtres pédophiles ont abouti"

Le pape Benoît XVI, 83 ans, est pris dans la tourmente des scandales pédophiles dans le clergé catholique à quelques semaines du cinquième anniversaire d'un pontificat déjà marqué par de nombreuses controverses.

Entretien avec Frédéric Lenoir, historien des religions et directeur de la rédaction du Monde des religions.

Quand ont été révélées les premières affaires de pédophilie au sein de l'Eglise ?
C'est dans les années 2000 que les premiers scandales ont éclaté. En France, c'est surtout l'affaire de l'Abbé Bissey qui a fait office de révélateur. Il a d'ailleurs été condamné [en octobre 2000] à 18 ans de réclusion criminelle. Mais surtout, pour la première fois, son évêque, Monseigneur Pican, a été condamné pour non-dénonciation aux autorités des actes pédophiles commis par un prêtre. Juste après cette histoire, c'est aux Etats-Unis où l'on s'est rendu compte que les victimes de prêtres pédophiles étaient très nombreuses. Des milliers ont porté plainte.

Comment le pape avait-il alors réagi ?
Jean Paul II, à l'époque, a levé l'omerta et montré sa volonté de jouer la transparence. Le même type de réactions dont témoigne Benoît XVI aujourd'hui. La question est de savoir pourquoi rien n'a été dit avant. On sait que de nombreux évêques savaient ce qu'il se passait.

Est-ce que Benoît XVI est en danger aujourd'hui ?
Le scandale qu'il pourrait y avoir aujourd'hui, c'est si l'on prouvait que Benoît XVI savait. Après les révélations du New York Times, si on démontre que les consignes du pape ou du cardinal Ratzinger étaient de dissimuler, alors il y aura un énorme scandale. Mais pour l'instant, on ne peut rien reprocher à Benoît XVI. Jean Paul II, lui, n'a suivi ces affaires qu'à partir des années 2000. Avant on ne sait pas vraiment qui prenait en charge le suivi de ce dossier. En 2001, Jean Paul II a décrété que les cas de pédophilie devaient être signalés par les évêques à la Congrégation pour la doctrine de la foi, présidée de 1981 à 2005 par le cardinal Ratzinger. Depuis 2001, Monseigneur Ratzinger a été impeccable. Avant, c'est un mystère.

En dehors du cas de l'Abbé Bissey, y a-t-il eu beaucoup de procès ?
Il y a eu énormément d'arrangements, surtout aux Etats-Unis où peu de procès ont abouti. Les procès n'ont pas eu lieu et ces arrangements ont littéralement ruiné l'Eglise américaine. Sept diocèses ont été ruinés. En tout, c'est 2 milliards de dollars [1,49 milliard d'euros] qui ont été dépensés pour régler les histoires de pédophilie dans l'Eglise. Il y aurait eu 4 440 prêtres accusés d'abus sur des mineurs et le nombre de victimes est évalué à 11 000.
Qu'en est-il en France ?

En France une trentaine de dossiers sont en cours d'instruction. Il n'y a pas ce système d'indemnisation. La justice condamne. Mais la véritable question aujourd'hui c'est bien l'omerta : les évêques ont tout étouffé pendant des années. Ils n'ont pas dénoncé mais surtout ont déplacé les prêtres pour éviter le scandale, mettant en danger d'autres enfants.
Aujourd'hui, les évêques sont très alertés et les affaires dont on parle en ce moment sont toutes très anciennes. Il faut également rappeler que les pays européens les plus concernés, Autriche, Allemagne, Irlande, avaient un poids religieux très fort. La parole de l'enfant ne comptait pas par rapport à celle du prêtre et les parents préféraient le silence au scandale. En France, nous sommes dans une société traditionnellement très laïque, les enfants auraient sûrement été plus entendus et les parents auraient osé parler.

Pour en savoir plus :
– Le rapport John Jay, une étude indépendante du John Jay College of Criminal Justice de New York, rendue publique par l'Eglise catholique américaine (2004).
~ Le rapport Murphy sur les affaires de pédophilie dans l'Eglise d'Irlande publié par le ministère de la justice irlandais en 2009.
La lettre de Benoît XVI aux catholique irlandais (mars 2010).

THE NEW GERMANY

“The debate in Germany over Greece is polluting the atmosphere and creating anti-European feeling,” said Guy Verhofstadt, a former Belgian prime minister and leader of the centrist group ALDE in the European Parliament.

“In the space of a few weeks, we are destroying all our efforts to bring Europe closer together,” Mr. Verhofstadt said Wednesday, adding that, after the reunification of the country, “there is certainly a new Germany .”

German analysts have noticed the change, too. Joachim Fritz-Vannahme, Europe director of the Bertelsmann Foundation, a German research organization that focuses on democratic reform, said that Mrs. Merkel “finds herself in opposition to more or less all of the E.U.”

“In a very prominent way,” he added, “the German government is saying, ‘Our national interest comes first. We behave like all the others do.”’

Germany was historically a main motor of European integration, a project conceived as one of Franco-German reconciliation in the aftermath of World War II.

But leaders of the largest economy in Europe, and therefore the biggest contributor to the Union , began to take a more assertive line more than a decade ago when Chancellor Helmut Kohl was replaced by Gerhard Schröder, a politician from a younger generation.

At times during her period in office, Mrs. Merkel has asserted strong European leadership — on climate change, for example — but today’s crop of issues has prompted a different reflex.

“This is certainly farewell to the Germany of Kohl, which was, at the end of the day, ready to pay with a check for stability within the E.U.,” Mr. Fritz-Vannahme said.

Fearing that any bailout of Greece could break German constitutional or domestic law — and cost Berlin billions of euros — German support for any emergency mechanism is contingent on others meeting its tough terms.

Those terms include a statement that intervention would be a last resort, that the International Monetary Fund would be involved and that there will be new rules to prevent any repeat of the crisis.

One E.U. diplomat, who was not authorized to speak publicly, asserted: “The Germans are saying, ‘We have had 10 years of the euro. What has happened is proof that this is not working.”

COMMENTAIRE DE DIVERITY
VIVE VERHOFSTADT L’EUROPEEN COSMOPOLITE
Guy Verhofstadt le Gantois toscan a encore raison. Il accuse Merckel de saborder l’Europe avec ses velléités nationalistes et purement électoralistes de ne pas vouloir aider la Grèce à surmonter ses problèmes de déséquilibre budgétaire.Il a raison une fois encore.
Notre Guy national se révèle un Européen aussi passionné et passionnant que le flamboyant Cohn-Bendit. Comment ne pas l’aimer dans sa belle et généreuse posture européaniste et cosmopolite ?

'Maak van de stroper de boswachter'

Selahattin Koçack: 'Ik wil een betoging organiseren tegen geweld gepleegd in naam van de islam.
© Pieter-Jan Vanstockstraeten


BRUSSEL - Interview Selahattin Koçak schrijft boek over islam De Beringse schepen Selahattin Koçak (SP.A) had zijn buik vol van de Taouils en Osama's van deze wereld. Daarom schreef hij een boek over hoe híj de islam beleeft, onder de licht provocerende titel 'Wie is er bang van de islam?'.
Van onze redactrice

MOETEN WE BANG ZIJN VAN DE ISLAM?
'Neen, absoluut niet. Ik hoor vaak: “Uw islam, daar hebben we geen schrik van, maar de islam van mensen die bommen leggen of de islam die vrouwen onderdrukt, daar hebben we wél schrik van. Maar die islam is niet het geloof dat de zwijgende meerderheid belijdt. Daarom vond ik het belangrijk dat ik mijn stem liet horen. Ook al ben ik geen imam of academicus. Ik ben wel een moslim. Mijn boek beschrijft de islam zoals ik, mijn vrienden en mijn kennissen ze beleven. En dat is niet de islam van de extremisten.'

'De titel van het boek provoceert een beetje. Ik wil de Vlaming uit zijn kot lokken. Tegelijk richt ik me naar de moslims: ga eens na welke verantwoordelijkheid jullie dragen voor het feit dat sommigen bang zijn van de islam.'

'Als Jan Becaus 's middags op het journaal zegt dat er 81 doden zijn gevallen in Karachi in Pakistan, dan moeten we dat met zijn allen veroordelen. Want wie is er daar nog wie aan het vermoorden?'

U PLANT EEN OPTOCHT, ZEGT U?
'Ja, ik heb dat ideetje in De Laatste Show gelanceerd en er ongelooflijk veel positieve reacties op gekregen. Ik wil een betoging organiseren tegen al het geweld dat gepleegd wordt in naam van de islam. Moslims dragen borden met als opschrift: Niet in mijn naam. Ik ga met de vakbonden en sociale organisaties praten om die betoging te organiseren.'

'Onlangs heeft een imam in Engeland een fatwa uitgesproken over geweld gepleegd in naam van de islam. Dat zeg ik dus al jaren. Dat er 77 maagden op je wachten als je sterft in de jihad tegen ongelovigen, is bullshit. Het is een one way ticket to hell.'

EEN VAN DE VOOROORDELEN DIE U DE WERELD UIT WIL HELPEN, IS DAT DE ISLAM VROUWONVRIENDELIJK IS.
'Toen de profeet Mohammed 25 was trouwde hij met een 40-jarige vrouw. En zij was wel degelijk de baas. Als Mohammed Medina verliet, zei hij tegen zijn medewerkers: “Als er iets is, richt u dan tot Aisha,, zijn vrouw. Als je vandaag ziet hoe sommige mensen hun vrouw behandelen in naam van de islam, dan pik ik dat niet.'

'Neem nu de hoofddoek. In de koran staat dat de vrouw zich zedig moet kleden. Maar nergens staat dat ze een vogelkooi-achtig kleedje moet aantrekken waarmee ze van kop tot teen bedekt is. Dus stop met die zever, want het heeft niets meer met islam te maken.'

U BENT OOK TEGEN EEN HOOFDDOEKENVERBOD.
'Ja, omdat ik voor keuzevrijheid ben. Of je nu je dochter verplicht of verbiedt om een hoofddoek te dragen, het is krek hetzelfde. In mijn boek geef ik het voorbeeld van mijn dochter. Ze vroeg me of ze een hoofddoek mocht dragen. Ze moet me dat eigenlijk niet vragen. Het is haar zaak. Maar ik heb haar wel gevraagd: draag je hem voor Hem daarboven of voor hem hier beneden, je lief. Voor haar vriend, was het antwoord. Dat vind ik dus verkeerd. Eigenlijk zouden wij, mannen, ons buiten dit debat moeten houden. Ook ik moet er eigenlijk over zwijgen.'

U BENT ZELF OOK UITGEHUWELIJKT.
'Ja, bij mijn geboorte hebben mijn ouders me beloofd aan een meisje van een bevriende familie. Op mijn zestiende heeft haar vader mijn vader herinnerd aan de afspraak. We zijn getrouwd en weer gescheiden. We hebben drie kindjes gekregen, dus dat maakt het op zich al een goed huwelijk.'

HEEFT HET MET HET UITHUWELIJKEN TE MAKEN DAT JULLIE GESCHEIDEN ZIJN?
'Neen. Het had niets met de basis van het huwelijk te maken. Maar ik ben een tijdlang mijnwerker geweest, en daarna ben ik een andere richting ingeslagen en ben ik de wereld gaan ontdekken. Zo zijn we uit elkaar gegroeid.'

BENT U TEGEN UITHUWELIJKEN?
'Natuurlijk. Omdat ik de vrijheid van keuze zo belangrijk vind. Maar ik kan met de hand op het hart zeggen dat het in mijn omgeving bijna niet meer voorkomt.'

'GEEF MIJ VIJF JAAR ALS MINISTER EN DE INTEGRATIEPROBLEMEN ZIJN OPGELOST', ZEI U OP TV LIMBURG. HOE DAN?
'Ik heb geen Letermeke gedaan, hé. Het maakt me niet uit wie het oplost, maar tot nu toe heeft nog niemand het gedaan.'

'Maak van de stroper de boswachter, is mijn stelling. Want het probleem moet dringend juist aangepakt worden. Wat er nu gedaan wordt, is te flauw en te zeer gericht op het conflict. Ik heb nog geen enkele minister naar de allochtonen zien stappen om hen uit te leggen waarom verplichte taallessen goed zijn voor hén. Of neem het probleem van huwelijken met iemand van het land van herkomst. Dewinter en Dedecker vinden dat je dat moet verbieden, maar dat werkt niet. Je moet de mentaliteit van de mensen veranderen. Zeg hen dat het moeilijker zal zijn om werk te vinden, of dat hun kind een ouder zal hebben die niet meekan. Maar verbied niemand om met zijn vakantieliefje te trouwen, want dat zal niet lukken.'

'Wie is er bang van de islam?' van Selahattin Koçak, verschenen bij Borgerhoff&Lamberigts, 19,95 euro.

vendredi 26 mars 2010

'WERELDHOOFDSTAD VAN DE TALEN'

Volgens Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) is de noodzakelijke capaciteitsuit-
breiding in Brussel in de eerste plaats een opdracht voor het Franstalig onderwijs.

Voor CD&V is "Brussel de wereldhoofdstad van de talen" en speelt het Nederlands er een belangrijke rol. Vlaanderen moet dan ook mee instaan voor de capaciteitsuitbreiding in het Brussels onderwijs. "Voor ons is elk kind dat opgroeit in onze hoofdstad belangrijk," zeggen Paul Delva en Bianca Debaets. "Net daarom is het opvangen van het capaciteitsvraagstuk in Brussel - als gevolg van de bevolkingsexplosie - een gedeelde zorg én een gedeelde verantwoordelijkheid met de Franse gemeenschap."

“Er is vandaag, meer dan ooit, nood aan een Staten-Generaal voor het Onderwijs met alle actoren, netten en taalgemeenschappen om de problemen op korte en lange termijn aan te pakken," vult Brussels parlementslid Elke Van den Brandt aan.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
REUNIR D’URGENCE LES ETATS GENERAUX DE L’ENSEIGNEMENT BRUXELLOIS
“Er is vandaag, meer dan ooit, nood aan een Staten-Generaal voor het Onderwijs met alle actoren, netten en taalgemeenschappen om de problemen op korte en lange termijn aan te pakken," 5Elke Van den Brandt°

Ca alors mais c’est exactement ce que nous hurlons et prônons ici et sur Reflets depuis près de deux ans. Nous ne serions donc pas la voix qui clame dans le désert. Excellente nouvelle, on nous lit donc !(près de 300.000 visites)

Il faudra commencer par faire un audit autrement dit un diagnostique de la situation dramatique de l’enseignement à Bruxelles aujourd’hui. Réunir tous les acteurs des diverses communautés éducatives comme on dit c'est-à-dire : les pouvoirs organisateurs, les enseignants, leurs syndicats, les parents d’élèves, les PMS et aussi les élèves qui sont les premiers concernés. On s’apercevra très vite de la nécessité d’une révolution copernicienne pour sauver l’enseignement bruxellois menacé de faillite générale.

Ensuite et surtout, il faudra ensemble prévoir l’avenir. L’avenir c’est au bas mot 240.000 nouveaux habitants dont tout le monde attend la venue d’ici 2020. On attend en gros 40.000 élèves supplémentaires, de quoi justifier la construction de 89 écoles supplémentaires (Charles Picqué). “ Wie zal dat betalen, wie heeft zoveel pinke pinke, wie heeft zoveel geld ?”

Vaste chantier et méga défi.

Seule une collaboration étroite entre communautés française, flamande et autres communautés allochtones pourra nous aider à en sortir.

Qui donc relèvera le gant ? Pascal Smet qui un homme audacieux, créatif et pas du tout nationaliste pourrait nous étonner par un coup d’audace. Pourquoi ne prendrai-il pas l’initiative de ces Etats Généraux pour un Enseignement interculturel post communautaire et intrinsèquement bruxellois.

Van Rompuy: "Politiek erg duidelijke boodschap"

Het akkoord dat de landen van de eurozone bereikt hebben over een hulpmechanisme voor Griekenland is "een politiek heel erg duidelijke boodschap", waarvan de details later nog moeten worden uitgewerkt. Dat heeft Raadsvoorzitter Herman Van Rompuy gezegd na afloop van de eerste dag van de Europese lentetop. Hij hoopt dat het mechanisme nooit geactiveerd moet worden.

Op zijn persconferentie na afloop van de eerste dag van de lentetop, verduidelijkte Van Rompuy dat het mechanisme veronderstelt dat het IMF en de landen van de eurozone "gezamenlijk" in actie schieten als de Grieken daar om vragen. Het is dus niet zo dat Griekenland het in eerste instantie enkel met het IMF zou moeten doen. De vraag of Athene nul op het rekest kan krijgen als het om steun vraagt, weigerde Van Rompuy te beantwoorden wegens hypothetisch.

Niet laten vallen
"We hopen dat het mechanisme niet geactiveerd moet worden. We tonen dat de eurozone Griekenland nooit zal laten vallen en dat we bereid zijn tussen te komen", zei de Europese president. Van Rompuy zat overigens de vergadering van de premiers en presidenten van de eurogroep voor. "Niemand had er iets op tegen dat ik van de voorzitterstoel van de EU27-vergadering doorschoof naar die van de zestien landen van de eurozone, en daarna weer opnieuw de 27 lidstaten ging voorzitten."

Barroso
Commissievoorzitter José Manuel Barroso is "blij" dat het akkoord in de lijn ligt van zijn eerder gelanceerde voorstel voor een hulpmechanisme binnen de eurozone. Gevraagd of het feit dat het aan Van Rompuy toekomt om nu een task force op te richten die voorstellen op tafel moet leggen om tot een sterker toezicht op het economisch en budgettair beleid te komen, de rol van de Commissie op het vlak van het economisch beleid niet ondermijnt, antwoordde Barroso dat hij al langer vraagt dat de Europese Raad "zijn rol speelt". "De Commissie kan initiatieven nemen, maar ook de Raad moet zijn verantwoordelijkheid opnemen. Als institutionalist vind ik alle Europese instellingen belangrijk."

Trichet
Na afloop van de persconferentie van Barroso en Van Rompuy besteeg tot verbazing van de aanwezige journalisten Europese Centrale Bank-voorzitter Jean-Claude Trichet plots het podium. In een verklaring benadrukte hij het "moedige" optreden van Griekenland de voorbije weken en de "verantwoorde" beslissing van de eurogroep. Eerder op de dag verklaarde Trichet dat hij van de landen van de eurozone verwacht dat ze hun verantwoordelijkheid nemen. Eerst werd gedacht dat hij het Frans-Duitse akkoord daarmee afschoot, maar al gauw werd duidelijk dat het interview vooraf opgenomen was, nog voor het bekendraken van het akkoord. (belga/kh)

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
HERMAN SUPERMAN
Il est très fort ce Van Rompuy.
A peine arrivé en poste, voilà que la pire crise de l’histoire de l’euro lui tombe dessus et voilà qu’il trouve à la résoudre, sans crier gare, à la belge, pardon à la Van Rompuy , discrètement, patiemment par contacts innombrable, du travail de fourmi.
C’est vrai qu’il a un look de fourmi industrieuse mais qui se révéla prêteuse, c’est la son moindre défaut.

Obamadrama

Zonder schroom: ik was een ferme Obamafan, zag in hem veel hoop op een meer open, progressieve zelfs vriendelijke USA. Zoals velen snakte ik naar het einde van een desastreus Bushtijdperk, waarin de hele wereld (inclusief de USA) werd opgeofferd aan een rauw en meedogenloos kapitalisme, verpakt als enggeestig conservatisme.

Obama verpersoonlijkte vernieuwing, zou de eerste gekleurde president zijn en stond voor – naar USA-standaarden – uiterst vooruitstrevende gedachten: een sociale gezondheidszorg en het disciplineren van de farmaceutische industrie, beëindiging van de oorlogsexport (Irak, Afghanistan), sluiting van Guantanamo, respect voor homo’s in het leger, … voorwaar een top tien van goede voornemens die we alleen maar konden toejuichen.

Ruim een jaar later. Obama schippert zijn voorstel tot publieke gezondheidszorg met veel moeite doorheen het mijnenveld waarin ook zijn eigen partij graag explosieven verstopte. Het leek wel Goede Vrijdag: het was volbracht. Een gelouterde maar dolgelukkige president. Yes… he did it.

Ik kan me amper voorstellen hoe moeilijk en moeizaam deze president moet ageren en acteren. Ondanks het tweepartijensysteem blijkt de US-bevolking meer dan ooit een lappendeken van tegenstellingen, met grote conservatiefchristelijke groepen (the Bible Belt), een explosief groeiende latinobevolking, grootstedelijke progressieve, zelfs linkse kernen maar vooral een overweldigende verpaupering gesausd met restanten van een pioniersafkomst waarin wapens als paradoxaal symbool van autonomie én patriottisme gelden. Rare jongens die Amerikanen. Zonder enige schroom beschouwen ze zichzelf als gids en baken voor de ganse wereld. Met de implosie van de USSR verkleedden ze zich meer dan ooit als wijkagent van de wereld, niet vies van enig geweld bij (vooral veronderstelde) bedreigingen, met een mondvol democratische slogans in een autoritaire verpakking. Tegelijkertijd munt hun natie uit door een gigantische loonkloof, een waanzinnig hoog aantal gedetineerden – waarvan de grote meerderheid African Americans. De nog niet verteerde verwoesting van New Orleans (orkaan Katrina) maakte duidelijk hoe het Bushbeleid de slagkracht van de overheden uitholde en vleugellam maakte. Zou Obama deze sterke, overheersende tegenwinden kunnen weerstaan?

Tijdens de eerste maanden van zijn presidentschap taande mijn vertrouwen. De nieuwe president zou weliswaar Irak verlaten maar versterkte de Amerikaanse aanwezigheid in het bodemloze probleemgeval Afghanistan. Hij liet zich ongekend bij de uitvoering van nogal wat doodstraffen, negeerde het probleem van de homofobie o.a. in het leger… maar werkte blijkbaar koortsachtig aan zijn metaproject voor een algemene ziekteverzekering. De echo’s klonken eerder negatief: ’t zou hem niet lukken. Maar de stemming vorige week, hoe nipt ook, zette een voorlopig maar glorieus slotakkoord.

Toegegeven, als ik hem hoorde pleiten, vurig en overtuigd, met uiterst sociale argumenten, borrelde mijn nog niet gedoofde enthousiasme. Halleluja. Maar hoe straf is deze politieke overwinning? Het Knackvoorwoord van Rik Van Cauwelaert ontluistert krachtig, verwijst naar een pact met de farmasector, waardoor de president en de gezondheidszorg zich lieten ringeloren.

Ik blijf dus worstelen met het dilemma Obama. Gun ik hem het voordeel van de twijfel, waarbij ik besef met welke grote dosis pragmatiek en binnen welke krappe onderhandelingsmarges hij zijn politiek project kan concretiseren? Of geef ik ruimte aan mijn eerder cynische analyse dat hij, zoals ooit zijn voorganger J.F. Kennedy, vooral een mooiprater zal blijken die het oude, harde kapitalistische liedje verder zingt, maar met een mooiere stem en in een lieflijke toonaard? ’t Is nog te vroeg voor een antwoord ten gronde. Ondertussen koester ik mijn hoop op een Obamadrama met een gelukkige ontknoping. Of stel ik hier een contradictio in terminis?
Bert Anciaux

jeudi 25 mars 2010

Risk and Opportunity for Women in 21st Century

By KATRIN BENNHOLD

PARIS — Daniel Louvard does not believe in affirmative action. Time and again, the scientists in his Left Bank cancer laboratory have urged him to recruit with gender diversity in mind. But Mr. Louvard, research director at the Institut Curie and one of France ’s top biochemists, just keeps hiring more women.

“I take the best candidates, period,” Mr. Louvard said. There are 21 women and 4 men on his team.

The quiet revolution that has seen women across the developed world catch up with men in the work force and in education has also touched science, that most stubbornly male bastion.

Last year, three women received Nobel prizes in the sciences, a record for any year. Women now earn 42 percent of the science degrees in the 30 countries of the Organization for Economic Cooperation and Development; in the life sciences, such as biology and medicine, more than 6 out of 10 graduates are women.

Younger women, too, are sticking more with science after graduating: In the European Union, the number of women researchers is growing at a rate nearly twice that of their male counterparts, giving rise to what some have dubbed a fledgling “old girls network.”

But if progress has been dramatic since the two-time Nobel physicist Marie Curie was barred from France’s science academy a century ago, it has been slower than in other parts of society — and much less uniform.

In computer science, for example, the percentage of female graduates from American universities peaked in the mid-1980s at more than 40 percent and has since dropped to half that, said Sue Rosser, a scholar who has written extensively on women in science. In electrical and mechanical engineering, enrollment percentages remain in the single digits. The number of women who are full science professors at elite universities in the United States has been stuck at 10 percent for the past half century. Throughout the world, only a handful of women preside over a national science academy. Women have been awarded only 16 of the 540 Nobels in science.

The tug-of-war between encouraging numbers and depressing details is in many ways the story of the advancement of women overall. Women get more degrees and score higher grades than men in industrialized countries. But they are still paid less and are more likely to work part time. Only 18 percent of tenured professors in the 27 countries of the European Union are women.

And the big money in science these days is in computers and engineering — the two fields with the fewest women.

In the 21st century, perhaps more than ever before, there will be a premium on scientific and technological knowledge. Science, in effect, will be the last frontier for the women’s movement. With humanity poised to tackle pressing challenges — from climate change to complex illness to the fallout from the digital revolution — shortages of people with the right skill sets loom in many countries.

Therein lie both opportunity and risk for women: In the years to come, the people who master the sciences will change the world — and most likely command the big paychecks.

“Women need science and science needs women,” said Béatrice Dautresme, chief executive of L’Oréal Foundation and architect of the L’Oréal-Unesco For Women in Science awards, honoring five scientists each year from across the world. “If women can make it in science, they can make it anywhere.”

Many obstacles women face in general are starkly crystallized in scientific and technological professions. Balancing a career with family is particularly tricky when the tenure clock competes with the biological clock or an engineering post requires long stints on an offshore oil rig.

For couples, coordinating two careers is especially tough when both are in science. And 83 percent of women scientists in the United States have scientist partners, compared to 54 percent of male scientists.

Battling subtle and not-so-subtle prejudices is that much harder when they are transmitted by educators, from preschool teachers to Lawrence H. Summers, the former president of Harvard University . Ms. Rosser was one of the speakers at a conference in January 2005, where Mr. Summers said that differences in “intrinsic aptitude” between men and women were more important than cultural factors and discrimination in explaining why fewer women succeeded in the sciences.

At least one woman in the audience left in protest, Ms. Rosser recalled. Others, like herself, challenged Mr. Summers after his comments.

The notion that intellectual ability in men has a greater variability — that the most brilliant and the most deficient brains are found in men — first arose in 1894 to explain why there were more men in mental hospitals and fewer women geniuses. It has been discredited by empirical studies, most recently in June, by Janet Hyde and Janet Mertz of the University of Wisconsin , who showed that in some countries there is no difference between men and women at the highest level. Where a difference remains, it is shrinking and correlated with gender inequality, suggesting that cultural, rather than intrinsic, factors are at play.

But stereotypes run deep. At a presentation to high school girls a few years ago, Gigliola Staffilani, a professor of mathematics at the Massachusetts Institute of Technology, was asked whether for a woman being smart “makes it hard to date.” Mathematics departments in several universities lament a drop in the number of female applicants. At M.I.T., for example, the share of women applicants to the mathematics graduate program has declined to 13 percent this year from about 17 percent in previous years, Ms. Staffilani said. (But the quality of their applications was so strong, she added, that they will make up 22 percent of the student intake.)

The lack of women role models worries her. It reinforces a view that for girls, well, math class is tough.

Often, conditioning starts early. Blanca Treviño, a Mexican computer scientist and chief executive officer of Softtek, the largest private information-technology service provider in Latin America , recalls that the kindergarten teacher would call her to complain about her daughter, who was playing with a calculator instead of with dolls.

“The lady told me that my daughter was making up stories, saying that her mother had an office and an assistant,” Ms. Treviño said. “The idea that this could be true did not occur to her.”

In India , women scientists have complained that even in science textbooks women are depicted in traditional roles. And in the United States , some psychologists say that the surge in computer games marketed to boys is one explanation for the widening gap in computer sciences since the 1980s.

“There should be a concerted effort to undo these continuing stereotyped expectations,” said Lotte Bailyn, a professor at M.I.T.’s Sloan School of Management, who studied the phenomenon. “We need more TV shows with women forensic and other scientists. We need female doctor and scientist dolls.”

History shows that good science alone rarely has helped women get the credit they deserved.

Take Lise Meitner, an Austrian-born physicist who was instrumental in discovering nuclear fission with Otto Hahn but who did not share his 1944 Nobel Prize for it. Or Hedy Lamarr, another Austrian, who is remembered for the nude scenes in the notorious 1933 feature film “Ecstasy” and her Hollywood career rather than for developing a technology, with George Antheil, that became the basis for mobile telephony.

It was not until 1967 that the street outside Mr. Louvard’s office window in the Latin Quarter , named Rue Pierre Curie after Marie Curie’s physicist husband, was renamed Rue Pierre et Marie Curie. And it was not until 1995 that Marie Curie’s body was moved to the Panthéon, the monument to the French Republic ’s greatest minds. The inscription above the entrance still reads: “To the Great Men.”

It is a detail, but details matter. In dozens of conversations with women scientists and technology executives from the United States , Europe and Asia , a pattern emerged: Many attended single-sex schools and a significant number had scientist parents.

Although somewhat shielded from stereotyping, they still had to balance work and private life. Many do not have children (or have only one), and they are still more likely than the average educated woman to be single or divorced, Ms. Bailyn said.

In the Philippines , Lourdes Cruz, a biochemist and L’Oréal-Unesco laureate for the Asia-Pacific region this year, is a case in point. Educated in a girls’ school and encouraged by a chemist father, she had a successful research career between the University of Utah and the Marine Science Institute in Quezon City . There was never time for marriage, let alone children, she said.

“I spent a lot of time in the laboratory and that was my priority,” said Ms. Cruz, who studies the medical applications of a nerve poison in cone snails.

She often slept on a foam mattress in her office and set her timer to take night-time measurements during long-running experiments.

Women who managed to combine a career in science with family almost invariably say they got lucky in some way. Elizabeth Blackburn, 61, an Australian molecular biologist who shared the Nobel Prize in Medicine last year with Carol Greider, found out in the same week — when she was 37 — that she was pregnant with her son and that she had been offered tenure at the University of California at Berkeley .

Ms. Staffilani, 44, was offered tenure early, at 34, an age when many scientists in American academia have barely embarked on assistant professorships that give them about six years to strive for a permanent post. She was 36 when she had twins. By having two children at once, she had to spend only half the time away from teaching and publishing.

Edith Heard, 44, a British geneticist who runs the developmental biology and genetics department at the Institut Curie, said her good fortune had been moving to Paris with her French partner early on in her career.

“It was a turning point,” said Ms. Heard, a mother of two. “I couldn’t have done it in the U.K. and I couldn’t have done it in the U.S. ”

Several of the women with whom she went to university in Britain abandoned scientific careers when they had children, she said.

Ms. Heard benefited from a permanent contract with the French government when she was 28, allowing her to undertake risky experiments often not funded by short-term contracts more common elsewhere. She took 10 weeks’ maternity leave after the birth of each child and relied on France ’s state-subsidized child-care system. Perhaps most important, her husband, also a geneticist, shares family duties.

In this, too, Pierre and Marie Curie were trailblazers. If she is still an inspiration for women scientists, it is not only because she received two Nobel prizes, one in physics and one in chemistry. She also had a longtime marriage and two successful daughters.

Pierre, with whom she discovered radioactivity, refused to accept the 1903 Nobel Prize in Physics that was offered to him and Henri Becquerel unless his wife shared it.

Their daughter Irène Joliot-Curie won her own Nobel Prize in Chemistry, with her husband, Frédéric Joliot, in 1935. The other daughter, Eve, made the cover of Paris Match, became one of the first women war reporters in World War II and wrote her mother’s biography.Ms. Blackburn read that biography when she was in her teens. “I was impressed by her ability to find great satisfaction in doing science, the message that passionate involvement in science was something an admirable person could do, and her family life as described by her daughter,” she recalled.

Helpful husbands are becoming less rare. Mr. Louvard, whose wife also has a doctorate but gave up her science career to care for their three children, noted: “I see scientists turn up at conferences with their husbands and children now. That was unthinkable until pretty recently.”

But good will alone will not suffice. “The institutions have to change,” Ms. Blackburn said.

Ms. Rosser noted that at the Georgia Institute of Technology, where she served as dean until a year ago, women had to take sick leave to give birth, like all state employees.

Both women suggested that stopping the tenure clock for periods during which scientists — women and men — care for young children or elderly parents might motivate more women to pursue a scientific career. Some private universities, like Princeton and M.I.T., already do this. Ensuring that grant money does not dry up during parental leaves and including money for child care in research grants may be another suggestion. The key to any measure, they said, is to make it the default mode rather than optional in order to avoid stigmatizing women.

Recently, two shifts have begun to focus the thinking of politicians and companies: shortages of engineers and other highly qualified labor in the West, and rising numbers of science and technology graduates in countries like China and India , just as the economic balance of power is shifting eastward.

By 2017, a shortfall of 200,000 engineers is expected in Germany , and in Britain more than half a million skilled workers will be needed to satisfy the demands of the green energy, aerospace and transport industries. The United States , meanwhile, finds itself in the bottom third of the O.E.C.D. international rankings of mathematical and scientific aptitude at high school level. CONFERENCE

At the same time, developing countries — most notably in Asia — have increased their share of the global researcher pool, from 30 percent in 2002 to 38 percent in 2007, according to Unesco.

The Obama administration has made it a priority to get more women into science. Across the developed world, academia and industry are trying, together or individually, to lure women into technical professions with mentoring programs, science camps and child care.

“This talent pool is extremely important to us,” said Kerstin Wagner, head of talent recruiting for the German electronics giant Siemens. Despite the economic slump, Siemens is having trouble filling some 600 engineering jobs in the United States and more than 1,200 engineering jobs in Germany .

“Everything is in place for more women to succeed in science; now the different pieces just have to come together,” said Ms. Dautresme at the L’Oréal Foundation. “I believe this century will see a lot more women become leaders in science.”

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
LA FEMME EST L’AVENIR DE L’HOMME

Les femmes ont obtenu 16 prix Nobels sur 540 en sciences. Ce n’est pas énorme.
Mais sait-on que les femmes obtiennent plus de diplômes universitaires et de grades scientifiques que le hommes et ce dans l’ensemble du monde industriel?
Pourtant seules 18 % des femme se voient confier des chaires universitaires au sein des 27 pays de l’union européenne.
Du côté de l’informatique et dans le secteur de l’ingénieurie, deux domaines clefs, les femmes sont sous représentées. En revanche dans l'enseignement elles sont sureprésentées. Au vingt et unième siècle, les défis technologiques sont gigantesques (santé , environnement, énergie). L’avenir plus que jamais est aux scientifiques. C’est un domaine où désormais les femmes auront leur mot à dire.

“Women need science and science needs women,” selon Béatrice Dautresme, la patrone de la foundation l’Oreal. “If women can make it in science, they can make it anywhere.” Autrement dit si les femmes réussissent en sciences elles réussiront partout.

Le plus dur pour elles sera d’équilibrer vie professionnelle et vie familiale. Les différences hommes femmes sont moins de caractère naturel, génétique que de caractère culturel. Les stéréotypes sont tenaces et il arrive que l’éducation familiale, voire même scolaire, les renforce plus qu’elle ne les éradique.

La Chine et l’inde ont compris la nécessité de former un nombreux croissant d’ingénieurs et de scientifiques pointus. On sait d’ores et déjà qu’il manquera en Allemagne 200.000 ingénieurs d’ici 2017. l’Angleterre sait qu’elle aura besoin de 500.000 travailleurs très qualifiés notamment pour réussir l’économie verte.

Pour l’administration Obama amener plus de femmes vers les sciences est une priorité absolue. Que dit l'Europe confrontée avec le même problème?

Toujours selon madame Dautresme de la fondation L’Oréal. “I believe this century will see a lot more women become leaders in science.”

mercredi 24 mars 2010

Hoe wil de paus het kwaad uitroeien?


Nu al staat vast dat 2010 voor paus Benedictus XVI als een annus horribilis wordt geboekstaafd. De meldingen van seksueel misbruik door priesters en religieuzen namen de afgelopen weken almaar toe. De pauselijke brief aan katholiek Ierland bood excuses aan de slachtoffers en was streng voor de daders. Maar: 'Het is nu aan Benedictus XVI om als paus krachtdadig op te treden', vindt journalist en kerkkenner Bert Claerhout. Bert Claerhout is hoofdredacteur van Kerk & Leven en journalist bij Braambos-tv.

Er moeten welomlijnde psychologische criteria komen waaraan priesterkandidaten moeten beantwoorden. En tijdens de seminarieopleiding moet aandacht besteed worden aan de persoonlijke en psychologische ontwikkeling van de kandidaten, waarbij het vermogen tot emotionele intimiteit een centrale plaats inneemt
De kerkelijke seksschandalen schudden de wereld door elkaar. Ook in landen waar voorlopig nauwelijks nieuwe gevallen worden gemeld, zoals bij ons, herinneren ze aan een kwalijk verleden, waarin sommige kerkverantwoordelijken een soort van schemerzone creëerden waarin priesters en religieuzen die seksueel misbruik pleegden, uit de wind werden gezet.

De zweer is dus nog maar eens opengebarsten. In die mate zelfs dat de internationale pers gewag maakt van een pedofiliebom onder de rooms-katholieke kerk. Niet helemaal ten onrechte. Na de publicatie van Humanae Vitae in 1968 en de discussies over de openstelling van het priesterambt voor gehuwde mannen en voor vrouwen, maakt de rooms-katholieke kerk nu een van de grootste crisissen van de voorbije halve eeuw mee. Veel gelovigen nemen het niet dat hun kerk een loopje met haar boodschap neemt en willen een antwoord op de vraag waarom de betrokken priesters en religieuzen jarenlang ongestraft hun gang konden gaan.

Radicale nultolerantie
Paus Benedictus XVI beseft terdege dat de geloofwaardigheid van de kerk op het spel staat. Het lijdt geen twijfel dat de recente gebeurtenissen hem diep raken. Als voormalig aartsbisschop van München en curiekardinaal in Rome kent Joseph Ratzinger uiteraard de problematiek van het seksueel misbruik, die al decennialang het vertrouwen in de kerk ondermijnt. Als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer was hij in 2001 en 2002 bovendien van nabij betrokken bij de crisis die ontstond toen een nieuwe golf van schandalen de kerk van de Verenigde Staten op haar grondvesten deed daveren. Insiders bestempelen deze en de daaropvolgende jaren zelfs als een keerpunt in Ratzingers denken over deze kwestie. Ook al drong hij er aanvankelijk telkens weer op aan dat het onderzoek intern zou gebeuren, zonder er ruchtbaarheid aan te geven. Onder druk van de vele bezwarende getuigenissen en door gesprekken met andere kardinalen verscherpte hij zijn standpunt en werd hij almaar meer de pleitbezorger van een radicale nultolerantie.

Dat de zaak daarmee niet was opgelost, bewijst het nieuws van de afgelopen weken - ook al gaat het in veruit de meeste gevallen over feiten die dateren van tientallen jaren geleden. Door de schandalen in de Duitse kerk - onder meer in de school waar zijn broer, Georg Ratzinger, werkte - rijzen in de internationale pers bovendien almaar meer vragen over hoe Benedictus XVI eertijds in München de zaken heeft aangepakt. Om verdere speculaties en verdachtmakingen de kop in te drukken, komt daarover best zo snel mogelijk klaarheid.

Extern onderzoek nodig
Hoe dan ook, het is nu aan Benedictus XVI om als paus krachtdadig op te treden. In zijn pastorale brief aan de Ierse kerk, die vorige zaterdag werd gepubliceerd, bood hij, rijkelijk laat weliswaar, zijn verontschuldigen aan de slachtoffers aan. Om te beginnen was het al opmerkelijk dat hij zich, gezien gelijkaardige feiten in tal van andere landen, uitsluitend tot de Ieren richtte. Communicatie is evenwel nooit het sterke punt van Rome geweest. Gelukkig bleef het niet bij verontschuldigingen. De paus verzocht de daders zich voor God en de daartoe bestemde rechtbanken te verantwoorden. Daarnaast verweet hij de Ierse bisschoppen onomwonden ernstige fouten te hebben gemaakt. Niet alleen door een verkeerde beoordeling van de feiten, maar ook door de geëigende kerkrechtelijke procedures niet toe te passen. Van ontslagen onder de Ierse bisschoppen was evenwel geen sprake. De paus repte vooralsnog ook niet van een mogelijke oprichting van een externe en onafhankelijke commissie die moet nagaan hoe het Vaticaan het seksueel misbruik door priesters en religieuzen heeft aangepakt. Diverse experts en kerkjuristen drongen daar de voorbije weken nochtans op aan.

Ondanks de pastorale taal die de paus in zijn brief aan de Ierse kerk hanteert, kan de boodschap niet verkeerd begrepen worden: geen doofpotoperaties meer en een waarschuwing aan de bisschoppen dat ze er meer dan ooit op moeten toezien dat bij seksueel misbruik de procedures voortaan worden nageleefd. Voor de slachtoffers volstaat dat uiteraard niet. Hun leven is verwoest en verontschuldigingen gaan dan ook nooit ver genoeg. Hoe dan ook, de nabije toekomst moet duidelijk maken hoe Benedictus XVI het kwaad met wortel en tak wil uitroeien. Een grondige zelfanalyse lijkt daartoe onontbeerlijk. Ook moeten er welomlijnde psychologische criteria komen waaraan priesterkandidaten moeten beantwoorden. En tijdens de seminarieopleiding moet aandacht besteed worden aan de persoonlijke en psychologische ontwikkeling van de kandidaten, waarbij het vermogen tot emotionele intimiteit een centrale plaats inneemt. Wat ons dan onvermijdelijk weer bij de kwestie van het verplichte priestercelibaat brengt.

Celibaat herbekijken
Het klopt dat er nooit een rechtstreeks verband is aangetoond tussen het verplichte priestercelibaat en seksueel misbruik. Integendeel, de kans op seksueel misbruik binnen het gezin is groter dan die op eventueel misbruik door celibataire priesters. De onthullingen van de afgelopen maanden en jaren leren evenwel dat de manier waarop het celibaat in sommige klerikale milieus geïnterpreteerd en beleefd wordt, makkelijk tot de opvatting kan leiden dat ongehuwde priesters hoe dan ook een bevoorrechte positie innemen. Als er dan iets fout gaat, krijg je als reactie vaak een soort interne 'code van geheimhouding' of blinde zelfverdediging, waardoor misbruiken in stand worden gehouden.

Vandaar dat vele christenen niet meer geloven in een clerus van louter ongehuwde mannen. Ze vragen het Vaticaan het verplichte priestercelibaat op zijn minst bespreekbaar te maken. Vooralsnog tevergeefs. Het is zeer onwaarschijnlijk dat Benedictus XVI, die volgende maand 83 wordt, nog de kracht en de nodige voeling met de basis heeft om die verpletterende verantwoordelijkheid op zich te willen nemen.
(De Morgen)

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
LA PAILLE ET LA POUTRE

Désormais les langues se délient et les témoignages accablants se succèdent. Nous avons lu dans le Morgen de ce WE celui d’un sexagenaire qui a attendu le décès de son père pour casser le morceau et expliquer ce qu’il a vécu adolescent et qui l’a brisé dans les internats jésuites tellement réputés pour la formation des élites.
Dans une société occidentale qui visiblement est en train de perdre le Nord, la boussole «Eglise» est désormais de peu de secours. Comment accorder en effet le moindre crédit moral à une société d’hommes faits où parmi des bergers de dieu on retrouve une proportion non négligeable de brebis égarées promptes à dénoncer la paille chez autrui. Seule une réforme radicale du choix et de la formation des «fonctionnaires de dieu» pourra rendre à l’église catholique romaine, confrontée avec «la poutre» de la pédophilie, son prestige éthique totalement corrompu par des soutanes indignes.

Le plaidoyer catholique en faveur du célibat des prêtres est complètement périmé. Place aux femmes dans l’église et aux prêtres mariés. Des femmes et des professeurs ont pris depuis longtemps la place des enseignants prêtres dans les établissements jésuites. Qui s’en plaint?

Quand va-t-on comprendre enfin que ce sont les pulsions et les caractéristiques viriles qui sont responsable des succès mais aussi des excès de la civilisation occidentale. Le XXème siècle est en Occident celui de la sécularisation et de l’émancipation féminine. Les femmes sont enfin sorties de l’esclavage domestique (Kirche, Küche, Kinder)dans lequel elles furent si longtemps enfermées par une société cléricale et machiste.

Que désormais libérées de ces chaînes les femmes nous montrent à tous niveaux qu’elles valent au moins autant que les hommes; n’en déplaise aux intégristes machistes de toutes confessions persuadés du contraire.
C’est que l’éthique est au dessus des religions.

mardi 23 mars 2010

Les patrons se mobilisent pour le Grand-Bruxelles

Les patronats des trois Régions du pays se mobilisent pour dynamiser le développement de la métropole bruxelloise. Ils viennent de mettre sur pied une plateforme commune, la «Brussels Metropolitan Region».

«Brussels Metropolitan Region ».
Voici quelques mois, les organisations patronales de Bruxelles (Beci), de Flandre (Voka) et de Wallonie (UWE), avec l’appui de leur homologue fédérale (la FEB), ont imaginé de s’unir afin que les frontières de la Région bruxelloise ne s’apparentent pas à une muraille économiquement stérile. Le projet s’appuie sur le constat suivant. La métropole bruxelloise ne correspond pas aux limites administratives qui la définissent actuellement. Rien d’exceptionnel. C’est le cas de la plupart des grandes villes du monde. La particularité belge réside dans le cloisonnement qui en découle : alors que dans les autres cités majeures, des liens se tissent entre le cœur et sa périphérie, Bruxelles est littéralement coupée de son hinterland.

Si Bruxelles vit coupée de ses banlieues, économiquement, la ville agit comme un pôle d’attraction dont les bénéfices se font ressentir dans un rayon de plusieurs dizaines de kilomètres autour de la Grand-Place. Comme en témoignent les nombreux zonings industriels ou de bureaux qui garnissent les environs de la capitale. Sans oublier les centaines de milliers de navetteurs qui convergent quotidiennement vers les 19 communes – 52 % des 680.000 postes de travail sont occupés par des Wallons ou des Flamands.

La ville présente néanmoins de gros problèmes sociaux : un taux de chômage dépassant les 20 %, quatre des cinq communes les plus pauvres de Belgique sont bruxelloises, etc. Conséquences : les recettes fiscales ne répondent pas aux besoins budgétaires de la cité. Et les injections du pouvoir fédéral sont relativement faibles, comparées à d’autres capitales européennes. Illustration de cette faiblesse : au rythme actuel de croissance du métro bruxellois, près de deux siècles seront nécessaires pour obtenir une densité similaire aux réseaux parisien, londonien, voire madrilène.

Quand le cœur ralentit, le corps faiblit… « Les entrepreneurs flamands ont compris l’intérêt économique de Bruxelles. En allant à l’étranger, ils sentent l’importance de cette ville et sa valeur pour eux. Et ils ont l’impression que fiscalement, légalement, le moteur économique est freiné par cette Belgique complexe où tout est multiplié par trois en termes de normes. Ce sont donc les entreprises qui disent aux autorités : “Ça ne va plus” », explique Karel Lowette. De ce cri patronal est né le BMR. « La crise politique de 2007 a aussi joué, continue Emmanuel van Innis, président du Beci. Les entreprises étaient préoccupées par la détérioration de l’image du pays. On a senti que le lobby anti-belge gonflait et que les Etats-Unis s’interrogeaient sur la présence de l’Otan à Bruxelles. »

Aussi, les organisations patronales ont-elles commandé un rapport au bureau d’études helvétique BAK Basel Economics. Objectifs : déterminer les contours de l’hinterland bruxellois et ébaucher les pistes de développement. « Nous nous étions mis d’accord : nous ne contesterions pas ce qu’ils concluraient », raconte Emmanuel van Innis. Et le bureau suisse a dessiné un BMR qui correspond à l’ancienne province du Brabant, amputée de l’arrondissement de Louvain. Sans répondre à la réalité métropolitaine bruxelloise, le tracé a l’avantage de définir une zone administrativement homogène. Et qui représente un tiers du PIB de la Belgique.

BAK Basel Economics constate que la productivité est particulièrement élevée dans la capitale mais relève surtout que « la BMR évolue lentement vers une “jobless economic growth”. Autrement dit, la croissance économique est principalement générée par une productivité en hausse, mais qui ne génère que peu d’emplois supplémentaires. C’est une mauvaise nouvelle pour une région qui connaît un taux de chômage élevé. »

«Sur base de cette analyse, nous avons constitué des groupes de travail avec la collaboration de 180 chefs d’entreprises», précise Emmanuel van Innis. Des cogitations qui ont livré trois axes de développement pour Bruxelles : le renforcement du pôle international, le développement de niches économiques fortes comme les services financiers, et la promotion de l’innovation et de l’attraction, notamment culturelle. La concrétisation passe par un plan de 40 mesures à mettre en œuvre en une décennie, ainsi que par la création d’une structure permanente. La dernière signature figure désormais sur le document qui conférera une force juridique à cette structure : la « Brussels Metropolitan Region ». Son plus gros défi sera d’exister. Réellement.

Le problème de la gauche ... c'est le peuple

Au lendemain d’un succès spectaculaire, symétrique d’une déculottée historique de la droite républicaine, l’opposition doit aussi prendre en compte cette amère évidence : si elle domine le «pays légal», il existe, hors les murs, une masse de citoyens qui, sous des formes diverses, disparates, confuses, sont entrés en dissidence. Ces citoyens se recrutent pour l’essentiel dans les classes populaires. Et dimanche, comme chacun a pu le remarquer, ils étaient majoritaires. Ainsi la démocratie française, vote en fait sur un volcan.

La crise endémique qui mine la vie politique française, en dépit d’une élection présidentielle 2007 marquée par une très forte participation, réapparaît à la faveur d’un scrutin local. Le problème se pose à Nicolas Sarkozy, qui avait réussi à rétablir, à droite en tout cas, une certaine confiance dans l’action politique. Mais il heurte tout autant la gauche, qui a trop souvent cru conjurer cette désaffection populaire en la qualifiant de «populiste», mot creux qui a surtout pour fonction de rassurer le bobo. La clé de la présidentielle prochaine se trouve dans la reconquête des classes populaires. Pour la réussir, il faudra trouver, en matière sociale, bien sûr - c’est la priorité - mais aussi dans le domaine de la sécurité et de l’immigration, des projets justes et efficaces. Même sans le dire, le peuple vient de l’exiger.(Libé)

Et puis il y a ce petit paragraphe dans l’édito du Monde :
La question est désormais de savoir quels enseignements Nicolas Sarkozy tirera de ce camouflet. La stratégie électorale qu'il a imposée à la droite est contre-productive..
Quant aux deux dernières années de son mandat, elles vont être tiraillées entre deux tentations : celle de réaffirmer le volontarisme politique qui avait convaincu les Français en 2007, au risque, désormais, de les exaspérer un peu plus ; ou celle de calmer le rythme et l'ampleur des réformes annoncées, au risque de paraître se déjuger et renoncer.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
DEVOIR CIVIQUE !?
Ce qui manque c’est un vouloir civique.
L’école se doit, dit-on, de former des citoyens. Mais les profs sont fourbus et le spectacle qu’ils offrent devant le tableau noir est aussi pathétique que celui qui se joue dans la chambre des députés généralement aux trois quarts vide.

Rendre le vote obligatoire ne résout rien. En Belgique il l’est et beaucoup envisagent de le supprimer !
Simplement, on a l’impression que la crise atteint le moral civique plus profondément qu’on ne l’imaginait. Les gesticulations du pantin Sarko n’amusent que lui et encore, même Carla, lassée va voir ailleurs, dit-on, s’il n’y est pas. Lui aussi donne des signes de réelle fatigue. Quant aux chamailleries de la gauche gnan gnan elles exaspèrent les Français à juste titre. Raminagrobis embusqué, Dominique Strauss Kahn, attend son heure, tapis dans l’ombre. Martine se donne des allures d’institutrice courroucée, Ségolène minaude et Marine arbitre, derrière le zinc, les discussions de comptoir tout en servant des espressos et des bières pression aux consommateurs mécontents. Quant aux verts, personne ne les prend vraiment au sérieux même si le petit facteur attendrit les dames mûres.

Bref, la politique, tout le monde s’en fout et lui préfère la grosse bouffe, le foot, la pêche à la ligne ou le gros rouge qui tâche.
En Hollande, c’est pareil et Harry Potter, premier ministre falot est démissionnaire. Le bon peuple batave de la plus ancienne démocratie occidentale veut faire confiance à Wilders qui se donne des airs d’Amadeus avec sa tignasse jaune en forme de perruque. Wilders veut déclarer le Coran hors la loi et mettre les mahométans au pas. Hitler n’a pas vraiment commencé autrement. En Belgique c’est le bordel : les trains déraillent, le trafic paralyse la capitale et les routes sont percées comme du gruyère. L’infarctus menace et pas que Jean Luc Dehaene que le Rubrick cube DHL rendra fou. Les Anglais eux se préparent à déloger les caviaro socialos et sortir les conservateurs de la naphtaline. Tout ceci ne serait que folklore si la Grèce ne partait pas en vrille suivie de l’escadrille en feu des endettés ibères et portugais. Pire que tout, le modèle occidental, prônant la consommation à outrance ferait long feu en Allemagne, locomotive du néo libéralisme par excellence. En effet, l’Allemagne, incapable de digérer la RDA serait en train de se faire doucement mais sûrement digérer par elle. Le modèle démocratique occidental, malmené par la mondialisation est partout contesté.

Un spectre hante l’Europe, celui de la mort lente de la démocratie victime non pas du virus de la grippe, somme toute assez inoffensif, mais de celui de la morosité qui génère l’indifférence et le désespoir.
Il faut refonder la politique et pas qu’en France.

UN ALLEMAND SUR QUATRE REGRETTE LE MUR DE BERLIN
Finalement, tant à l'est qu'à l'ouest, beaucoup d'Allemands se verraient bien revenir au socialisme. Pourvu qu'il y ait du travail, de la sécurité et de la solidarité.

Un Allemand sur quatre estime qu'il serait parfois souhaitable que le Mur de Berlin existe encore, selon un sondage publié lundi par le quotidien populaire Bild. Cette proportion est sensiblement la même selon que l'on se trouve à l'ouest (24%) ou à l'est (23%) de la frontière qui séparait la RFA de la RDA jusqu'en 1990. Ils sont même 16% à l'ouest et 15% à l'est à considérer que "rien de mieux ne pourrait arriver".
Quelque 80% des 1001 personnes interrogées par l'institut Emnid accepteraient de vivre dans un régime socialiste, tant qu'on leur assure "un emploi, la solidarité et la sécurité". Même à l'ouest, ils sont 72% à envisager favorablement la vie sous le socialisme. La "liberté" ne constitue un but politique important que pour 28% des sondés à l'est et 42% à l'ouest.
LeVif.be, avec Belga

QUEL TYPE DE BROUTANT ÊTES-VOUS?
Les Américains se comportent de plus en plus comme des « broutants » d’information, qui vont chercher leur pâture à la fois « online » et « offline », indique une nouvelle étude du Pew Research Center sur l’audience des médias. L’internaute aime goûter différentes prairies, mais reste tout de même assez fidèle aux quelques pâturages qu’il connaît, suggère cette étude : 21% seulement des internautes disent ne fréquenter qu’un seul site d’information, mais 57% affirment se limiter à « 2 à 5 sites » d’information.

Le ruminant du web reste aussi toujours peu disposé à payer pour les informations qu’il tire de son ordinateur. 7% des Américains seulement seraient prêts à payer pour l’accès à un site d’information. Les quelques médias, comme le New York Times, qui comptent bientôt tarifer leurs services « ont une rude bataille devant eux» rappelle le Pew Center. Ce à quoi le New York Times répond ce lundi que « même 5 à 10% de lecteurs payant serait un succès».

Les perspectives économiques de l’information online restent en 2010 aussi « troubles » que jamais, conclut le Pew Center. En 2009, pour la première fois depuis 2002, le volume de publicités payées en ligne a même reculé, de 4,6% par rapport à 2008. 79% des lecteurs disent ne jamais, ou pratiquement jamais, cliquer sur les publicités en ligne. En résumé, le lecteur internet est volage mais casanier, et radin : est-ce vraiment nous?

COMMENTAIRES
Broutante effrontée et curieuse, Je malaxe volontiers deux ou trois langues. Peu payeuse mais orgueilleuse, je me suis prise à payer de l'info juste pour avoir le droit de faire goûter le lait de mon petit commentaire. Histoire de se sentir brebis pas galeuse en quelque sorte et cela les journaux l'ont bien compris puisque Libé inclus, la plus part ont réservé leurs enclos à leurs seuls abonnés. Autrement dit, pour payer, il faut que me prenne réellement envie d'y frotter mes petites cornes.... Heureuse de comprendre que le choix des moutons pour les pelouses googleliennes étaient le début d'une allégorie bien choisie.

Je dois être un ruminant conforme au standard de la race.
Pourquoi payer quand l'information est disponible en changeant de site. D'autant plus qu'il est intéressant de comparer les informations et les lignes éditoriales et de découvrir les différentes visions d'un pays ou d'un continent à l'autre.
Ce qui n'interdit pas de brouter par préférence les pâturages les plus proches et les plus habituels.

lundi 22 mars 2010

Gezondheidswet Obama goedgekeurd

219 STEMMEN TEGEN 212

Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden keurde gisteren president Obama's gezondheidshervorming goed. De uitslag van de stemming was 219-212. Alle Republikeinen stemden tegen.

De goedkeuring van de nieuwe ziektewet is een grote overwinning voor president Barack Obama. Het hervormen van de Amerikaanse gezondheidszorg was zijn binnenlandse prioriteit nummer één en een ambitie die een reeks Amerikaanse presidenten voor hem, waaronder Roosevelt, Nixon en Clinton, niet konden waarmaken.

"Vanavond, na bijna honderd jaar van valse hoop en frustratie, na decennia van proberen en een jaar van volgehouden debat, heeft het VS-Congres eindelijk verklaard dat de families, werknemers en de KMO's van Amerika de zekerheid verdienen om te weten dat ziekte noch ongelukken in dit land de dromen in gevaar moeten brengen waar ze hun hele leven voor gewerkt hebben", zei president Obama in een reactie vanuit het Witte Huis.

De nieuwe ziektewet kost 940 miljard dollar. 32 miljoen Amerikanen die het tot nog toe zonder moesten stellen, zullen nu ziekteverzekering krijgen. Daarmee zal 95 procent van de bevolking gedekt zijn.

De eindsprint naar de stemming vond plaats in een koortsachtige atmosfeer in Washington. Zaterdag en zondag hadden enkele duizenden conservatieve Tea Party-manifestanten zich verzameld voor het Capitoolgebouw.

Een aantal van hen bezondigden zich aan racistische verwijten tegenover zwarte Democratische parlementsleden. Onder hen: de zeventigjarige John Lewis, destijds een voorname medestander van martin Luther King. Eén manifestant spuwde op het zwarte parlementslid Emanuel Cleaver uit Missouri en werd vervolgens gearresteerd.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
OH YES HE CAN BUT AT WHAT COST?
Obama a gagné. Vraiment? Le prix politique de cette victoire historique, de justesse, est exorbitant . Oui les Americains auront enfin leur sécu (healthcare) mais leur président y laissera des plumes.

Les débats furent meurtriers,franchement racistes à l’occasion. L’Amérique en sort soulagée mais divisée profondément quand Obama se voulait rassembleur. Les Républicains on fait très fort en laissant entendre que Obama voulait conduire l’Amérique au socialisme.

Ce qui est sûr c’est que Obama a perdu son aura de Président superman. Il ne sera plus jamais celui dont on attendait : qu’il calme le jeu des antagonismes politiques traditionnels que Bush avait poussés au paroxysme.

“Let’s face it, he’s failed in the effort to be the nonpolarizing president, the one who can use rationality and calm debate to bridge our traditional divides,” écrit Peter Beinart. “It turns out he’s our third highly polarizing president in a row.” N’empêche que Obama a du cran et une volonté politique solidement chevillée au corps.

“This isn’t radical reform,” insiste le president démocrate “but it is major reform.” Autrement dit : it is “Change You Can Believe In”

Ce qui est sûr c’est qu’en risquant tout son crédit politique dans ce combat, Barak Obama a fait la démonstration qu’il est capable de concrétiser un rêve politiquement et de lui donner force de loi. « Oh yes he can »