mardi 9 mars 2010

Als de steden wankelen

Tom Naegels

En dat er een nieuwe schoolstrijd aankomt. Zo staat het op de nieuwssite Apache: 'De nieuwe schoolstrijd: stad versus platteland'.
In Antwerpen zijn er 2.500 kinderen voor wie geen school gevonden is.
In Brussel dreigt een tekort van drieduizend plaatsen - in het Nederlandstalige onderwijs alleen! En zelfs in Gent begint het probleem zich te laten voelen.
Alleen: wordt er iets aan gedaan? Nee, schrijft Apache, omdat een ontstellende meerderheid van de Vlaamse parlementsleden niet zelf in een stad woont.
'Velen kijken naar de stad als vergaarbak van alle mogelijke problemen. De plek waar asielzoekers naartoe gestuurd kunnen worden, Sodom en Gomorra.'
Een plek waar je desnoods gaat eisen dat er nultolerantie komt, op hoge toon en hier en nú, maar waar je zeker niet investeert in beter onderwijs.

Het is iets wat ik ook mis in veel politieke debatten: een visie op de staat van onze steden. En niet alleen in verband met onderwijs. Gaat het over Oosterweel, bijvoorbeeld, dan lees je veel over de Vlaamse economie, over mobiliteit en werkgelegenheid; over politieke daadkracht ook, de strijd tussen Janssens en Peeters (het lijkt wel een mop), de kunde van De Wever en de slappe kak van Groen!

Stadsontwikkeling wordt meestal slechts zijdelings vermeld, veeleer als een lokaal thema, een nimby-fenomeen: logisch dat de mensen van Merksem geen snelweg boven hun hoofd willen, maar ja, als we daar rekening mee moeten houden, dan beslissen we niets meer. En is het wel aan de inwoners van Deurne-Noord om te bepalen hoe snel een trucker uit Denemarken in Lissabon kan staan?

Terwijl stadsontwikkeling bij uitstek een nationaal thema is. Dat is iets wat je maar moeilijk aan de ontstedelijkte Vlaming duidelijk kan maken: hoezeer zijn blik op zijn land, zijn leven, zijn kinderen en zijn toekomst bepaald is door de plek waar hij niet meer woont. Kijk naar het effect van een verpauperd Borgerhout op de Belgische politiek van de afgelopen dertig jaar. Kijk naar het effect van een armoedig Molenbeek op de communautaire vrede. Kijk naar het effect van de Parijse banlieues op het Franse identiteitsdebat. Als Europeanen zich zorgen maken over hun identiteit, als ze zich afkeren van de islam, als ze bang zijn voor statusverlies, als ze menen dat de sociale cohesie is vervlogen en als ze politiek in alle richtingen vluchten om daar iets aan te doen, dan draait er op de achtergrond altijd een film van de gebroeders Dardenne. Nooit 'Het Dorp' uit Man Bijt Hond.

Een tijdje geleden stond er in de krant De Morgen een interview met Bart De Wever. Daarin zegt hij: 'Ik was afgelopen zomer op een barbecue met mijn oud-studiegenoten van de universiteit. Letterlijk níémand woonde nog in de stad. Dat is een gevaarlijke evolutie, want zo dreigt de stad een vergaarbak te worden voor de laagste sociale klassen, waar daarnaast alleen nog de superrijke believers overblijven.' Over die laatste term is er hier nogal wat gegrinnikt - ik wil mijn loonbriefje wel eens naast het zijne leggen, en naast dat van veel van zijn kiezers - maar de analyse klopt wel: de wat conservatievere, keurige middenklasse, de mensen die wij ons voorstellen als vrienden van Bart De Wever, trekt systematisch weg.

Precies daarom is het verzet van veel Antwerpenaars tegen dat viaduct zo fundamenteel. Niet omdat we verwende sloebers zijn die geen lasten willen dragen, maar omdat we die evolutie willen tegengaan. We moeten áf van de stad als nachtmerrie van de rand. We moeten de middenklasse weer naar de steden krijgen, en dat lukt niet alleen met nultolerantie en het honen van de volksmens: hup hup, doe wat aan je waarden en normen. Het vereist goede woningen, het vereist groen, het vereist crèches en scholen, het vereist een gezonde leefomgeving, het vereist een mensvriendelijke infrastructuur, het vereist een onderwijs dat de lagere klassen optilt en de hogere niet afschrikt. En ik weet niet of ik dat mag zeggen zonder bitter te klinken, maar het vereist ook wat gemeenschapszin bij de superrijke non-believers.

Ik begrijp dat mobiliteit belangrijk is. Ik begrijp dat CD&V, N-VA en Open VLD dat verdedigen. Ik begrijp ook dat hun politici vooral scoren in de buitenstedelijke gebieden. Toch zou het me interesseren: vragen ze zich ooit af wat er nodig zou zijn opdat ook zij weer in Antwerpen of Brussel komen wónen? Of denken ze enkel: hoe rij ik er zo snel mogelijk weer voorbij?

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
LES RICHES QUITTENT LES VILLES COMME LES RATS QUITTENT LE NAVIRE AVARIÉ
La thèse de Nagels est implacable : en Flandre et à Bruxelles, les riches quittent les villes comme les rats quittent le navire avarié.

Sa démonstration tient en trois points :

1)Même Bart De Wever s’inquiète: Les Flamands arrivés ou simplement parvenus quittent l’insécurité des villes et vont vivre confortablement dans les campagnes et les banlieues vertes où ils se retrouvent entre soi pour organiser des barbecues californiens. Seuls demeurent en ville les exclus, les paumés et quelques super riches.
( “afgelopen zomer was hij op een barbecue met mijn oud-studiegenoten van de universiteit. Letterlijk níémand woonde nog in de stad. Dat is een gevaarlijke evolutie, want zo dreigt de stad een vergaarbak te worden voor de laagste sociale klassen, waar daarnaast alleen nog de superrijke believers overblijven. )

2) La classe moyenne qui vote De Wever ou CD&V émigre loin des villes.(”De wat conservatievere, keurige middenklasse, de mensen die wij ons voorstellen als vrienden van Bart De Wever, trekt systematisch weg”)

3) Il faut absolument les ramener en ville (“We moeten de middenklasse weer naar de steden krijgen”.
CQFD.

Il n’est pas du tout impossible que le succès des nationalistes flamands s’explique par ce phénomène sociologique mal connu des Bruxellois et des Wallons en général.

Aucun commentaire: