vendredi 5 mars 2010

Hoofddoek

Yves Desmet

De hoofddoekendiscussie zal nog wel even aanslepen. Even recapituleren: twee Antwerpse athenea beslissen de hoofddoek te verbieden. Leerlingen stappen naar de Raad van State, waar de auditeur het advies geeft dat niet de individuele school, maar alleen de inrichtende macht daarover kan beslissen. Hij wordt op zijn wenken bediend door het Gemeenschapsonderwijs, dat een hoofddoekenverbod instelt, dat volgend schooljaar in voege zou moeten treden.

Er volgt een nieuwe klacht tegen dat algemene verbod, waarop de auditeur bij de Raad van State zich blijkbaar bedenkt: niet het net is bevoegd, meent hij nu, maar de decreetgever, in casu het Vlaamse Parlement. Want alleen de Vlaamse parlementsleden mogen beperkingen aan de godsdienstvrijheid opleggen. Dat wordt in de praktijk een moeilijke klus, want de scheidslijn tussen voor- en tegenstanders van een hoofddoekenverbod loopt zelfs dwars door de partijen heen. Reden waarom ze de hete aardappel tot nog toe trouwens stelselmatig graag naar het niveau van de scholen en de netten hebben weggeduwd.

Maar ook principieel loopt het advies van de auditeur mank. In wezen gaat het hier immers om een conflict tussen twee grondwettelijk verankerde basiswaarden van een democratische rechtsstaat: aan de ene kant het recht op vrije godsdienstbeleving, die iedereen het recht geeft zijn of haar godsdienst te belijden, met inbegrip van de eventuele vestimentaire voorschriften, en aan de andere kant de vrijheid van onderwijs, die eenieder binnen bepaalde normen en voorwaarden het recht geeft onderwijs naar zijn eigen keuze te organiseren of te volgen.

De vraag is dan of het Vlaams Parlement het best geplaatst is om een afweging over het conflict tussen die twee waarden te beslechten, laat staan beperkende voorwaarden aan federale grondwettelijke artikels te verbinden. Dat lijkt meer een taak voor het Grondwettelijk Hof dan wel het federale parlement te zijn. Maar de algemene teneur van het advies klopt wel: om discriminatie en willekeur te vermijden, is er een algemene regelgeving nodig, wie die ook uitvaardigt.

Zeker voor een problematiek waarbij zowel voor- als tegenstanders valabele argumenten hebben, moet je dit niet overlaten aan het veld zelf, maar moet de wetgevende of rechterlijke macht uitmaken waar het evenwicht tussen de twee grondwettelijke rechten ligt.

Aucun commentaire: