dimanche 7 mars 2010

Identiteit in tijden van Expeditie Robinson

ZEGGEN WIE JE BENT IS GEZOND EN NIET VRIJBLIJVEND

In het veelkantige identiteitsdebat van de jongste weken kan BART DE WEVER niet ontbreken. Als antwoord op het doorwrochte pleidooi van Guy Verhofstadt tégen een identiteitsdenken en vóór een postnationalisme, presenteert hij zelf een al even diepgaand werkstuk. En legt hij in één moeite door uit waarom neoliberale veelverdieners niet van identiteit houden.
Verhofstadts essay over identiteit (DS 24 februari) heeft alvast de verdienste dat de lectuur ervan mij, zoals de door Marcel Proust in bloesemthee gesopte madeleine, terugvoerde naar mijn studententijd begin jaren negentig. Toen waren de ideeën van Verhofstadt nog vers en voorwerp van een levendig intellectueel debat.

De Berlijnse muur viel en de wereld beleefde een kortstondige dronkenschap van optimisme. Francis Fukuyama voorspelde onomwonden het einde van de geschiedenis in een op handen zijnde universalisering van de westerse democratie. Dezelfde hoogmoedige gedachte werd 2000 jaar eerder al uitgewerkt door de Griekse filosoof Posidonius, die Rome de wereld zag herscheppen in een gemenebest van de mensheid waarin alle culturele verschillen voor eeuwig zouden vervallen. De globalisering werd begin jaren negentig nog enthousiast onthaald, zowel bij de gematigde linkerzijde als in het neoliberale kamp. Geloof in de nationale identiteit werd afgeschreven als een stadium dat de mensheid dringend voorbij moest. Meer nog, waar conflicten in de wereld vóór 1989 steevast door de ideologische bril van de Oost-Westtegenstelling werden geduid, werd de zwarte piet nu doorgeschoven naar het nationalisme. De gewelddadige ontbinding van Joegoslavië zou voor 1989 vanzelfsprekend worden verklaard in het Oost-Westschema, maar na 1989 werd het een verhaal van extreme nationalisten en etnische zuiveringen.

DESTRUCTIE EN ZELFSPOT
Het postmodernisme ontwikkelde een visie op identiteit waarbij de klemtoon lag op deconstructie en demythologisering. Tegen de achtergrond van de electorale doorbraak van een radicaal rechtse, nationalistische partij, sprong progressief Vlaanderen zo enthousiast op die kar dat deconstructie allengs veranderde in destructie. Vlaamse identiteit gold als een gevaarlijke illusie, gekoesterd door achterlijke lieden. Van de weeromstuit groeide er een nieuwe belgitude. In tegenstelling tot het traditionele belgicisme verheerlijkte die België niet wegens de Belgische identiteit maar juist wegens het gebrek daaraan. Als drager van een non-identiteit werd België opgewaardeerd van een natiestaat in volle neergang tot een gidsland naar de gedroomde postnationale wereld. Toen Paars in 1999 de macht overnam, werd het project 'Vlaanderen-Europa 2002' van Luc Van den Brande vervangen door de zogenaamde Kleurennota. Het verschil tussen beide documenten zat vooral in wat geschrapt werd: iedere verwijzing naar het Vlaming-zijn werd omfloerst en Vlaanderen was niet langer een culturele gemeenschap, maar een regio of een trefpunt. In 2002 sloegen de kwaliteitskranten naar aanleiding van 700 jaar Guldensporenslag met onverholen genoegen aan het demythologiseren. De open deur dat de veldslag van het graafschap Vlaanderen tegen de Franse kroon weinig verband houdt met het hedendaagse Vlaanderen, werd bij herhaling ingetrapt. Vlaanderen moest en zou weten dat 1302 slechts een verhaal was dat door 19de-eeuwse romantici werd opgerakeld om Vlaanderen uit te vinden. In de Vlaamse regering werd geopperd om 'Vlaanderen Boven' als feestlied te kiezen boven de Vlaamse Leeuw, kwestie van iedere verdenking van nationalisme uit te wissen met goedmoedige zelfspot.

De basis voor deze hoogmis van Vlaamse zelfschaamte werd enkele jaren eerder geleverd door Het klauwen van de leeuw, waarin historicus Marc Reynebeau grondig afrekende met de mythe van de Vlaamse identiteit. Wie het eerste deel van dat boek herleest, merkt dat Verhofstadt in zijn essay precies dezelfde gedachtegang probeerde te ontwikkelen. De oud-premier liet enkel alle waardevolle nuances vallen, voegde er een gênant slechte geschiedenisles aan toe en beschuldigde als uitsmijter alle vormen van identiteitsdenken van potentiële massamoord. Een mens vraag zich af of ze bij de Convergència Democràtica de Catalunya, voorvechter van de Catalaanse onafhankelijkheid, weten dat hun fractievoorzitter in het Europees parlement hen beoordeelt als lieden wier politiek streven uiteindelijk leidt tot de gaskamer. Eveneens ironisch is dat Verhofstadt uitgerekend Amartya Sen (die het kosmopolitisme à la Verhofstadt scherp veroordeelt) aanhaalt om zich te scharen achter diens terechte afschuw van het herleiden van mensen tot een eenduidige, enkelvoudige identiteit. Dat terwijl Verhofstadt zelf mensen het recht ontzegt om te kiezen voor een nationale identiteit en heel Europa beveelt tot het enkelvoudige, eenduidige pad van zijn postnationaal geloof. Of hoe de visionair uit Gent de opgewekte gasgeur uiteindelijk naar zichzelf trekt.

PORNOGRAFIE
De aanleiding voor Verhofstadts poging om voorop te lopen met ideeën die anderen lang voor hem veel beter en genuanceerder op papier hadden gezet, was het debat over de nationale identiteit in Frankrijk. Het verloop daarvan toonde vooral aan hoeveel speelruimte er intussen gegeven is aan lieden die de intellectuele veroordeling van identiteitsbeleving dankbaar gebruiken om het verkregen monopolie in te vullen met het aanprijzen van een gesloten identiteit. Het hele debat verzandde dan ook in een rondje islam-bashen vanwege extreemrechts. De linkerzijde antwoordde even voorspelbaar door er - naar het goede woord van André Glucksmann - voetstoots van uit te gaan dat het enige mogelijke verband tussen identiteit en burgerschap er één van uitsluiting is. Daarmee bewezen ze eer aan een boutade van historicus Eric Defoort: identiteit afwijzen omdat racisme bestaat, is zoals seks afwijzen omdat pornografie bestaat. Die boutade impliceert dat identiteit een natuurlijke menselijke behoefte is die men op een positieve manier kan beleven. En daarmee ligt de hamvraag op tafel: klopt dit wel? In tegenstelling tot wat Verhofstadt meent te weten, wordt al geruime tijd algemeen aanvaard dat nationale identiteit contingent is. Zoals alles wat wij maatschappelijk denken, is het een menselijke uitvinding. Identiteit is een sociale constructie die een groep mensen die elkaar niet persoonlijk kennen, tracht te verbeelden tot een samenhorige gemeenschap. Identiteit poneren als finaliteit is hopeloos achterhaald, identiteit moet benaderd worden als een functie. De vraag of deze functie nog positief kan inspelen op een gezonde behoefte en dus nuttig blijft in de 21ste eeuw is bijgevolg zeker legitiem. Mijns inziens is het antwoord op die vraag onomwonden ja.

KAMP NOORD
De mens is van nature een sociaal wezen. Etnocentrisme en xenofobie komen in alle tijden voor en zouden biologisch gebaseerd zijn op onze genetische voorkeur voor verwanten. De sociale psychologie toonde aan hoe snel mensen groepsgedrag ontwikkelen, zelfs in groepen die op louter fictieve basis worden afgebakend (voor de fans van Expeditie Robinson: kamp noord versus kamp zuid). Het politiek operationaliseren van een etnische groep door het articuleren van een eigen identiteit, is zo oud als de menselijke beschaving zelf. Al in de 10de eeuw omschreef een Duitse abt het begrip 'natio' als mensen die samen horen door gedeelde gewoonten, afkomst, taal en recht. Diverse auteurs toonden aan dat processen van natievorming ouder zijn dan de moderne natiestaten. Onmiskenbaar luidden die wel een fundamenteel nieuwe periode in waarbij de natie de ordening van het ancien régime verving. Voortaan zou een gemeenschap van burgers in zichzelf de legitimatie zoeken om het staatsgezag te dragen. In het ontstaan van dit moderne nationalisme ziet Verhofstadt een tegenstelling tussen het Franse en het Duitse model. Frankrijk zou een verlichte, republikeinse natie zijn, gebaseerd op de vrije keuze van wie ertoe wil behoren. Duitsland zou ontstaan zijn als een reactionaire, etnische natie waartoe mensen gedwongen werden. Dit onderscheid tussen een inclusieve, civiele identiteit en een exclusieve, etnische identiteit werd vlak na WOII al geconcipieerd door auteurs als Hans Kohn, maar hield wetenschappelijk geen stand. Het fundamentele verschil tussen de Duitse en de Franse weg naar de moderne natiestaat is dat Frankrijk eraan begon als een dynastiek geheel en Duitsland als een bestuurlijke lappendeken. Bij de Duitse eenmaking was men bij gebrek aan civiele structuur aangewezen op een sterk etnische articulatie van de verhoopte nationale identiteit. Nochtans waren het de Franse patriotten die het Jacobijnse ideaal van een eengemaakte cultuur tot een politiek axioma verhieven. Eugene Weber beschrijft in From peasants into Frenchmen hoe de Franse revolutionairen oordeelden dat de burgerlijke vrijheid alleen binnen de Franse cultuur gestalte kon krijgen en mensen dwongen om zich hiermee te identificeren. Verhofstadt zingt de lof van de Franse soldaten die de republikeinse waarden van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid in heel Europa uitdroegen. Maar wie daar destijds niet direct de meerwaarde van zag, dreigde kennis te maken met een Duitse wijsheid: 'Willst du nicht mein Bruder sein, schlag' ich dir den Schädel ein.'

ETHISCHE GEMEENSCHAP
De strikte tegenstelling tussen civiel en etnisch nationalisme waar Verhofstadt nog van uitgaat, sneuvelde door de evidente waarneming dat ieder identiteitsconcept bestaat uit een mix van civiele en culturele elementen. Dit maakt ruimte voor een evenwichtigere en dynamischere benadering waarbij men identiteitsbeleving kan beoordelen op basis van haar concrete definitie. Als de klemtoon ligt op etnoculturele elementen die niet door buitenstaanders kunnen verworven worden, heb je een gesloten nationalisme dat gebruikt kan worden om te mobiliseren tegen de andere. Ligt de klemtoon daarentegen op een burgerschap gebaseerd op civiele en culturele elementen (bijvoorbeeld verwerving van de taal) die men zich kan eigen maken als men tot de club wil toetreden, heb je een inclusief nationalisme. De maatschappelijke meerwaarde van een gezonde identiteitsbeleving ligt vooral in de creatie van een ethische gemeenschap. Zeggen wie je bent, is geen vrijblijvend statement. Het verbindt je tot alle andere spelers van dezelfde ploeg en vice versa. De organisatie van een impliciete solidariteit is in deze context vanzelfsprekend. Identiteit geeft ook antwoord op de vraag wie behoort tot het volk en wie niet. Op die manier creëert het een democratische gemeenschap. Volkssoevereiniteit dwingt nu eenmaal tot begrenzing (of kan Verhofstadt in zijn denkwereld verklaren waarom hij Europa als een entiteit beschouwt?). Deze maatschappelijke return van de natie wordt de jongste jaren trouwens opnieuw erkend. Getuige daarvan Nations matter van de progressieve socioloog Craig Calhoun, die stelt dat nationalisme cruciaal is voor het bestaan van democratie en solidariteit. Calhoun concludeert dat 'rather than wishing nationalism away, it is important to transform it'. De natie mag dan slechts één van de concentrische kringen zijn waarin ieder individu zijn/haar verschillende identiteiten vorm geeft en beleeft, ze biedt wel het niveau waarop wij doeltreffend onze directe overheid kunnen organiseren. Van op die eigen vierkante meter kunnen we de wereld tegemoet treden en op een realistische manier open staan voor wie ons tegemoet treedt.

BARST IN BELGIË
Wat kunnen we daarmee in de Belgische case? In tegenstelling tot de vrijwel algemeen verspreide opvatting was België als natiestaat geen louter kunstmatige constructie. Een Zuid-Nederlandse identiteit bestond tevoren al en lag mee aan de basis van het welslagen van de revolutie van 1830. De jonge natiestaat werd cultureel gedefinieerd als emanatie van haar hogere burgerij, die het cijnskiesrecht genoot en die volledig Franstalig was. De taalvrijheid in de grondwet werd door Charles Rogier treffend geduid als de vrijheid voor Franstaligen om nooit Nederlands te hoeven leren. Vanuit die optiek situeert historicus Herman Van Goethem de eerste echte barst in de Belgische natiestaat in 1893 door de invoering van het algemeen stemrecht. Daarmee trad de Fransonkundige, gewone Vlaming in de Belgische democratie. De Vlaamse Beweging veranderde geleidelijk van de ambitie om een betere definitie aan België te geven (met welk oogmerk Conscience ironisch genoeg zijn Leeuw van Vlaanderen had geschreven) naar de organisatie van een Vlaamse subnatie. De Vlaamse machtstoename provoceerde tegelijk een Franstalige tegenbeweging. De barst in de Belgische natiestaat zou vanaf dan steeds verder eroderen tot een onherstelbare breuk wanneer in de jaren zeventig de Belgische democratie zich volledig ontdubbelde in autonome Vlaamse en Franstalige entiteiten. België schraagt sindsdien geen ethische of democratische gemeenschap meer. Het land evolueerde snel tot wat Karel De Gucht omschreef als een permanente diplomatieke conferentie. De bestuurlijke daadkracht ervan als directe overheid wordt steeds problematischer. De Vlaamse deelstaat toont ambitie om het vacuüm op te vullen en schraagt een Vlaamse identiteit die in objectieve termen steeds sterker wordt. Maar in subjectieve termen slaagde het Vlaamse project er nooit in om de gehele bevolking te overtuigen. Het opgeven van België en het kiezen voor Vlaanderen haalt het bijgevolg (nog) niet op de positionering van de Vlaamse opinie in andere politieke breuklijnen. Voorlopig eindresultaat is daarom een bestuurlijk lamgeslagen federale staat en een identiteitsbeleving die (zowel Belgisch als Vlaams) te problematisch en te zwak is om meerwaarde te bieden aan een actief burgerschap.

TOSCANE
De meerwaarden van een gezonde identiteitsbeleving gaan dus vooralsnog aan ons voorbij. Dat is jammer als men bekijkt welke alternatieven er wenken. Enerzijds het gesloten nationalisme dat ons in een dialectiek van tegenstelling en conflict brengt. Anderzijds het postnationaal wereldburgerschap van Verhofstadt. Dat dit laatste verleidelijk is voor mensen die zich vlot naar een buitenverblijf in Toscane kunnen verplaatsen, is evident. Voor de veelverdiener is het volledig loskomen van gemeenschapsstructuren nu eenmaal de ultieme neoliberale droom. Voor wie minder geluk heeft, dreigt een onaangename wereld waarin je het als individu alleen moet zien te rooien op cultureel, economisch en democratisch vlak. In zijn recente boek De wereldburger bestaat niet, verwijt de Nederlandse PVDA-ideoloog René Cuperus de zogenaamde kosmopolitische nationalisten dat ze een wereld promoten zonder inbreng of betrokkenheid van de rest van de bevolking. Wie denkt dat de globalisering als vanzelf globale mensen voortbrengt - globale politiek, globale democratie, globale samenhorigheid - speelt met historisch en maatschappelijk vuur. Cuperus vraagt 'een fundamentele reset van het vastgelopen economisch-maatschappelijk systeem door een minder losgezongen en zelfzuchtige elite'. Wie het schoentje past, trekke het aan.
www.standaard.be/identiteitsdebat

BART DE WEVER Wie? Voorzitter van de N-VA. Wat? Identiteit is geen doel maar een functie. Waarom? De gezonde behoefte aan identiteit kan een maatschappij zeer goed aanwenden.

Eigenaardig dat het nodig is om hier zo'n discussie te voeren over identiteit. De Noren, Zweden, Denen, Nederlanders, Oostenrijkers, Zwitsers, Amerikanen, Grieken, etc..... vinden het helemaal normaal dat men ergens toe behoort, 'roots' heeft, maar niettegenstaande hun roots kunnen ze wel ergens anders wonen en gedijen. Waar heeft Verhofstadt het toch eigenlijk over? De oorzaak van deze de discussie toont eenvoudigweg aan dat Belgie een mislukte natie is, en dat sommigen daar nu een artificiele draai aan willen geven alsof het de volgende phase is in de verlichting. Ja, ooit, ooit zullen misschien alle mensen opgroeien als wereldburgers, maar Belgie is en blijft een mislukt en rommelig allegaartje zonder structuur.
Een zeer objectief, stevig onderbouwd, zelfkritisch werkstuk van een politicus die blijkbaar als cycloop rondloopt in het land der blinden. Hoe anders kan je én de intellectuele leegheid van Verhofstadts eerdere essays, én de oorverdovende stilte van nagenoeg de ganse politieke kaste, beter verklaren? Bartje for president, en wel snel een beetje !


COMMENTAIRE DE DIVERCITY
"WIJ WILLEN VLAMING ZIJN OM EUROPEEËR TE WORDEN"
VERHOFSTADT/DE WEVER: 15-15, AVANTAGE VERHOFSTADT
Le match Verhosfstad/Dewever ressemble à un remake d’une finale Henin/Clijsters. Les deux joueurs sont de haut niveau, parfaitement entraînés et dans une forme intellectuelle éblouissante. De Wever, historien de formation, prend de la hauteur par rapport à ses concurrents nationalistes brouillons Dedecker et Dewinter. De plus en plus, il s’impose comme la voix de la Flandre nationaliste non raciste et pas forcément xénophobe, quoique.

Au moment où partout en Europe les nationalistes, tiennent le crachoir, avant de tenir le haut du pavé (Wilders ?), De Wever a le vent en poupe. Son plaidoyer brillant pour la cause communautariste, régionaliste donc forcément nationaliste est on ne peut plus brillant, solidement argumenté et charpenté. Seulement, il ne convainc absolument pas DiverCity qui depuis toujours plaide pour un comopolitisme engagé à la fois comme solution au problème Bruxellois (le choix est entre la cohésion sociale et le cosmopolitisme zinneke ou la guerre civile) et au problème européen( l’opposition actuelle entre les Allemands nantis et vertueux en matière budgétaire et les Grecs désargentés montrés du doigt comme mauvais élèves de la classe européenne est tout simplement répugnante).

Nous autres Belges, devrions nous sentir à la fois grecs (de par nos racines culturelles méditerranéennes, de par notre dette publique indécente) et allemands (par notre pragmatisme germanique qui nous différencie de la France toute proche). On ne le dira jamais assez, nous les Bruxellois incarnons cette synthèse cosmopolite dont rêve Verhosftadt. Il a eu du nez, Verhofstadt en publiant son plaidoyer cosmopolite sous forme de carte blanche dans le Monde, ce qui a déclenché un véritable tsunami dans la presse flamande. C’était le but. Comme on pouvait s'y attendre, De Wever conclut son plaidoyer par une bordée antibelge: “De oorzaak van deze de discussie toont eenvoudigweg aan dat België een mislukte natie is, en dat sommigen daar nu een artificiële draai aan willen geven alsof het de volgende phase is in de verlichting. Ja, ooit, ooit zullen misschien alle mensen opgroeien als wereldburgers, maar Belgie is en blijft een mislukt en rommelig allegaartje zonder structuur.”

La Belgique, dit-il en substance, est un machin contre nature. C’est de bonne guerre mais ne nous convainc nullement. En somme, son idée fixe c’est : 'rather than wishing nationalism away, it is important to transform it' (Craig Calhoun). Autrement dit, il cherche à donner un coup de jeune à cette vieillerie de nationalisme identitaire que Sarkosy à imprudemment sortie de la boite de Pandore.

En revanche quand il cite l’ouvrage de Réné Coupérus De wereldburger bestaat niet il pousse le bouchon vraiment très loin : de Nederlandse PVDA-ideoloog René Cuperus verwijt de zogenaamde kosmopolitische nationalisten dat ze een wereld promoten zonder inbreng of betrokkenheid van de rest van de bevolking. Wie denkt dat de globalisering als vanzelf globale mensen voortbrengt - globale politiek, globale democratie, globale samenhorigheid - speelt met historisch en maatschappelijk vuur. Cuperus vraagt 'een fundamentele reset van het vastgelopen economisch-maatschappelijk systeem door een minder losgezongen en zelfzuchtige elite'.”

Qu’est ce à dire? Que les intellos cosmopolitisants à la Verhofstadt sont des illuminés coupés de la réalité du bon peuple? Qu’ils planent en rêvant en bord de leur piscine toscane à un monde cosmopolitiquement utopique? Avant guerre, le socialiste flamand, brillant intellectuel et écrivain engagé August Vermeylen disait déjà à qui voulait l’entendre:« Wij willen Vlaming zijn om Europeeër te worden ». Qui s’en souvient. Surtout, il fut très peu entendu. Mais on sent chez le libéral européaniste Verhofstadt comme un écho de ce magnifique cri du cœur.

IL SE PASSE QUELQUE CHOSE DE BIZARRE EN FLANDRE
KRISTIEN HEMMERECHTS
Des hommes politiques soi-disant de gauche, tel Luckas Vander Taelen (Groen !), évoquent «nos» valeurs et «nos» normes lisez : ouest-européennes, que «nous» devons défendre et que « eux » lisez : les musulmans doivent respecter, alors qu'un homme politique de droite comme Verhofstadt ne pense pas en termes de «nous» vs «ils/elles» lisez : les autres, car l'espace est menu entre «autre» et «ennemi».

La droite devient la gauche et la gauche devient la droite. Il est temps, sans doute, de supprimer ces termes.


MEER DAN 5.000 KOERDEN BETOGEN IN BRUSSEL
Naar schatting meer dan 5.000 Koerden of pro-Koerdische manifestanten hebben zaterdagnamiddag betoogd van het Noordstation in Brussel naar het Zuidstation. Ze wilden daarmee protesteren tegen de verschillende huiszoekingen in Koerdische milieus van vorige donderdag door het federaal parket.

De betogers vertrokken omstreeks 13.20u vanaf het Noordstation en zijn inmiddels aangekomen aan het Zuidstation. Om incidenten te vermijden was een aanzienlijke politiemacht voorzien. Daarnaast werden de manifestanten ook begeleid door hun eigen veiligheidsmensen. De organisatoren hadden gehoopt op zowat 10.000 betogers.
Aan het de Brouckèreplein was er even een opstootje tussen de betogers en een Turkse man. Die was uitgevaren tegen de Koerdische manifestanten. Bij een Turkse snackbar sneuvelden enkele ruiten. Er werd niemand aangehouden.

STAATSSECRETARIS KIR ONDER BESCHERMING STAATSVEILIGHEID
Brusselse staatssecretaris Emir Kir (PS) © TVB

Brussel - Brussels staatssecretaris Emir Kir (PS) staat een week lang onder bescherming van de Staatsveiligheid. Dat meldt La Dernière Heure vandaag.

Staatssecretaris Kir is van Turkse afkomst. Mogelijk wordt hij beschermd tegen Koerden die de huiszoekingen van donderdag niet pikken. Die huiszoekingen kaderden in een onderzoek naar de Koerdische Arbeiderspartij PKK waarbij achttien mensen werden opgepakt.

De woordvoerder van Emir Kir zegt niet te weten over welk onderzoek het gaat en weet ook niet of de bescherming met de huiszoekingen te maken heeft.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
NATIONALISTES FLAMANDS, KURDES, BASQUES, CORSES, IRLANDAIS ETC MEME COMBAT.
Résumons : la police entreprend une vaste opération de perquisitions dans les milieux kurdes de Belgique soupçonnés de recruter et d’entraîner de jeunes militants du PKK en Turquie. Protestations vives des ressortissants kurdes de Belgique et ensuite vaste manif à Bruxelles rassemblant cinq mille Kurdes dans les rue de Bruxelles. Le secrétaire d’Eta Emir Kir d’origine turque se sentant menacé serait placé sous haute surveillance policière. Belle démonstration de cohésion communautariste kurde. Impressionnant et redoutable pour la paix et la cohésion sociale. On se souviendra qu’il y a quelques années des nationalistes turcs avaient mis le feu à Saint Josse à un café kurde. Qu’en pense Bert De Wever, qu’en pense Guy Verhofstadt ? DiverCity pense qu’on observe là des phénomènes susceptibles d’exacerber les tensions nationalistes entre communautés arqueboutées sur leur identité ethnique.

«De maatschappelijke meerwaarde van een gezonde identiteitsbeleving ligt vooral in de creatie van een ethische gemeenschap. Zeggen wie je bent, is geen vrijblijvend statement. Het verbindt je tot alle andere spelers van dezelfde ploeg en vice versa.”(Bart De Wever).

Communauté éthique? Elle est belle la communauté éthique kurde de Belgique ! Wilders aussi se trompe, ce n’est pas l’islam qui est le facteur de risque majeur. Le déclencheur potentiel d’affrontements futurs est bien plus le communautarisme identitaire et nationaliste. Le seul anticorps capable de vaincre ce prurit nationaliste est selon DiveCity un volontarisme cosmopolite prônant le dialogue interculturel et interreligieux à tous niveaux. (même et surtout entre Wallons et Flamands, entre Kurdes et Turks etc).

Le concept de communauté éthique de De Wever et consort est un leurre. Seul le dialogue interculturel et le cosmopolitisme à la Verhofstadt sont véritablement de nature éthique. Mais attention, il ne va nullement de soi et exige un effort de tous et de chacun.

Aucun commentaire: