samedi 6 mars 2010

Inkomensongelijkheid in Brussel naar nieuw record

Brussel - De kloof tussen arm en rijk was nog nooit zo groot in Brussel. De inkomensongelijkheid in het Gewest is bovendien een stuk groter dan die in de rest van het land. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de FOD Economie.

Eerder deze week berichtte brusselnieuws.be dat de inkomenskloof tussen Brussel en Vlaanderen nog nooit zo hoog was.

Uit nieuwe cijfers van de FOD Economie blijkt nu dat ook de inkomensongelijkheid binnen het Gewest blijft groeien. De ongelijkheid steeg tussen 1990 en 2007 met een kwart en was nog nooit zo hoog. De gegevens zijn gebaseerd op de belastingaangiften van het jaar 2008 (inkomsten 2007).

Het Brussels Gewest blijft ook nationaal kampioen inzake inkomensongelijkheid. Zowel voor als na belastingen is de ongelijkheid er 20 procent hoger dan in Vlaanderen. Tegenover het nationaal gemiddelde is het verschil net iets kleiner. En in Wallonië volgt de inkomensongelijkheid het nationaal gemiddelde.

MAAK KENNIS MET DE GINI-COËFFICIËNT
In welke mate de verdeling van het inkomen gelijk is, wordt uitgedrukt door de Gini-coëfficiënt. Wanneer die 0 bedraagt is de inkomensverdeling volledig gelijk. Bedraagt die 1, dan is ongelijkheid volledig (en bezit één persoon dus het hele inkomen).

In concrete cijfers geeft dat het volgende: De Gini-coëfficiënt voor het Brussels Gewest steeg in 2007 naar 0,366 (na belastingen). In Vlaanderen bedroeg diezelfde coëfficiënt 0,304 in Wallonië 0,312 (meteen ook het Belgische gemiddelde).

Ook de evolutie van de ongelijkheid binnen Brussel laat zich in een Gini-coëfficiënt vatten: in 1990 bedroeg coëfficiënt 0.287 in het Gewest (na belastingen), een cijfer dat nu dus aangegroeid is tot 0,366.

HOE GROTER DE STAD,...
“De koppositie van Brussel heeft vooral met het stedelijke gegeven te maken,” legt sociaal geograaf Christian Kesteloot (KULeuven) uit aan brusselnieuws.be. “In een stad zijn de verschillen veel meer uitgesproken. Ook in Gent en Antwerpen zal je een grotere inkomensongelijkheid zien, zij het dan iets kleiner. Hoe groter de stad, hoe groter ook de ongelijkheid.”

Kesteloot wijst erop dat de lonen van tienduizenden werknemers van de Europese Unie niet eens zijn meegerekend in de Gini-coëfficiënt. "Zij vullen geen Belgische belastingaangifte in. Als je hun lonen ook kon meerekenen, zou de inkomensongelijkheid in Brussel nog een stuk hoger liggen dan in de rest van het land."
(brusselnieuws.be)

OPINIESTUK: HARDNEKKIGE ARMOEDE

door Anne Brumagne, hoofdredacteur van Brussel Deze Week

Brussel - Laatst vertelde een collega bezorgd hoe hij in zijn buurt, de wijk van de 'chique' Dansaertstraat, het aantal armen gestaag ziet toenemen. Het valt hem vooral 's avonds op, als het donker wordt, dat mensen de straat opgaan, op zoek naar iets bruikbaars, iets om te eten of ten gelde te maken. "Ik heb zelfs al een keer gezien hoe iemand met een stok probeerde flessen uit de glascontainer te halen." Wellicht om eventueel statiegeld alsnog te kunnen recupereren.

De indruk leeft dat het aantal armen in de stad toeneemt. Alleen laat armoede zich in het straatbeeld heel moeilijk meten. Blijft het bij een indruk of klopt het dat steeds meer mensen de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen?

Vorige week stelden de Brusselse ministers Smet en Huytebroeck in naam van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het tweejaarlijkse Brusselse Armoederapport voor. De welzijnsbarometer, een onderdeel van het rapport, toont aan dat er ondanks de dalende jeugdwerkloosheid andere indicatoren zijn die wijzen op 'de persistentie van een onrustwekkend hoge graad van armoede'. Nog steeds leeft één Brusselaar op vier onder de armoederisicogrens, dubbel zoveel als het percentage Vlamingen. De werkloosheidsgraad neemt lichtjes af maar blijft veel te hoog; de langdurige werkloosheid neemt nog altijd toe. Het aanbod van sociale huisvesting blijft ontoereikend: meer dan 26.000 huishoudens staan op de wachtlijst voor een sociale woning. Ook de sociale ongelijkheid binnen het Gewest blijft groot. In Sint-Joost-ten-Node, de armste gemeente, ligt het gemiddelde inkomen twee keer lager dan in de rijkste, Sint-Pieters-Woluwe.

Opkikker: het Armoederapport bevat voor het eerst ook een gebudgetteerd actieplan. Bij het begin van elke regeerperiode wil men geïntegreerde beleidsplannen opstellen, om ervoor te zorgen dat de vele overheden niet naast elkaar werken. Verder moeten de budgetten worden verhoogd om armoede te bestrijden en moeten bij beleidsbeslissingen armoede-effectenrapporten worden opgesteld. Bij elke beslissing moet dan gekeken worden wat het effect kan zijn op de armoede.

Over het rapport wordt binnenkort in het Brussels parlement een conferentie gehouden, en ook Pascal Smets partij SP.A en kartelpartner VlaamsProgressieven houden over het thema binnenkort een rondetafelgesprek. Men kan dus moeilijk zeggen dat politici niet met de Brusselse armoede bezig zijn. Maar om nu te zeggen dat er in de politieke wereld of de media een echte sense of urgency rond armoede zou bestaan?

Tegenwoordig zijn we vooral bezig met het omgekeerde thema: buitensporig hoge 'gouden parachutes' voor bazen die de financiële debacles voor hun bedrijven nochtans niet hebben kunnen vermijden. (Vier miljoen euro, zoals voor de CEO van Fortis: hoeveel huizen kan je daarmee tegenwoordig kopen in Sint-Pieters-Woluwe?) Ex-SP.A-politicus Luc Van den Bossche verklaarde op de radio dat zulke sommen, als ze contractueel zijn vastgelegd, nu eenmaal moeten worden uitbetaald, en dat het aan de persoon in kwestie is om te oordelen of hij er van afziet – de Brusselse SP.A'ers die rond armoede werken zullen niet zitten juichen als ze zoiets van een partijgenoot horen. Bedrijfsethicus Luc Van Liedekerke verklaarde in een ander programma dat contracten als die bij Fortis wel degelijk herzien zouden moeten kunnen worden.

Een arme zal geen boterham meer kunnen eten als de Fortisman zijn geld niet zou krijgen, maar toch staan de twee thema's, armoede en excessieve vergoedingen, niet helemaal los van elkaar: "Een grote inkomenskloof verdeelt en polariseert en moet dus afgeremd worden", staat in een recent rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

En misschien komt die sense of urgency er heel binnenkort toch wel: de vrees dat de financiële crisis en de daarmee gepaard gaande recessie in de 'reële economie' nog meer mensen de echte armoede zou kunnen induwen, ook in Brussel, is niet ongegrond. In de bedrijven worden uitzendkrachten nu al massaal buitengewerkt.

COMMENTAIRE DE DIVERITY
LE MUR DE LA HONTE EST A BRUXELLES UN MUR SOCIAL
Qui n’a pas remarqué que le nombre de mendiants ne cesse d’augmenter dans les rues de Bruxelles?
Qui n’a pas observé des démunis en train de fourrager dans les bulles de récupération de bouteille à la recherche de quelque vidange consignée. Qui n’a pas observé, le soir tomban ? quelque vieillard faisant les poubelles dans les quartiers prospères ? 22% des Bruxellois sont au chômage, soit 40% des jeunes dans certaines communes défavorisées. L’économie parallèle prospère dans les zones de non droit dont elle entretient « mafieusement » l’insécurité petrmanente (Kuregem). La criminalité, de plus en plus jeune et sauvage se déplace vers Uccle et les quartiers nantis. Indigné, le bourgmestre de Uccle demande plus de policiers et un effort à la justice.

Nonsense ! C’est de l’école qu’il faut exiger une remise en question et une plus grande efficacité, jamais on ne le dira assez. L’hiatus entre les communes prospères (Uccle, Woluwé, Boistfort…) et les communes du croissant pauvre (autour du canal) ne cesse de se creuser. L’écart de revenus entre La Flandre et Bruxelles va croissant. La Flandre manque d’infirmières, les zonings industriels autour de Zaventem se plaignent de ne pas trouver de personnel. Bruxelles agonise dans son carcan de 19 communes ; le Brabant flamand manque de bras. Un mur virtuel, symbolique et linguistique aussi infranchissable que l’ancien mur de Berlin isole Bruxelles de son hinterland. Mais quand les Flamands comprendront-ils que Bruxelles est une solution pour eux, une valeur ajoutée et non pas un problème ? Quand est-ce que Flamands et Wallons qui ont toujours rêvé de dégraisser la capitale comprendront-ils que Bruxelles est leur maître atout dans l’immense et âpre concurrence à laquelle se livrent les mégapoles (Lisbonne, Berlin, mais aussi Lille ou Cologne) ? on attend avec impatience les propositions d’un Pascal Smet. (Binnenkort wordt er in het Brussels parlement een conferentie gehouden, en ook Pascal Smets partij SP.A en kartelpartner VlaamsProgressieven houden over het thema binnenkort een rondetafelgesprek)

La régionalisation de la Belgique a mis Bruxelles sur les genoux. Si rien n’est fait pour y restaurer la cohésion sociale (politique de logement, d’enseignement, de formation audacieuses) des tensions sociales de plus en plus vives risquent de mettre le feu au poudres et de développer les germes de luttes sociales de plus en plus âpres, prémices d’une guerre civile larvée.

Aucun commentaire: