lundi 23 août 2010

Wie bedient de nieuwe hefbomen?

De zomer van 2010 is gekomen en gegaan. Het festivalsei-
zoen heeft onbezorgde uitgelaten-
heid, muziek en nieuwe vrienden gebracht, maar eindigt in mineur door enkele tragische gebeurteni-
ssen op de afsluiter, Pukkelpop.

Als evenementen steeds massaler moeten worden, groeit vanzelfsprekend ook de statistische kans op ongevallen. Je kunt ‘het leven zoals het is' een weekend lang buitensluiten, maar het komt toch terug.
Economisch heeft deze zomer het gevoel versterkt dat er licht is aan het einde van de tunnel. De sociaal-economische indicatoren zijn niet eenduidig, maar over het algemeen wijzen ze in de goede richting. Het vertrouwen neemt, ondanks de risico's op een terugval of zelfs een langdurige periode van deflatie, stapje voor stapje toe. (…)
Politiek zijn in eigen land de geesten volop in beweging. Op de onderhandelingstafel van preformateur Elio Di Rupo liggen bevoegdheidspakketten en bedragen die tot voor kort tot de taboewereld behoorden. Niets garandeert vooralsnog een succesvolle regeringsvorming, omdat onduidelijk blijft welk verhaal achter een mogelijk compromis zal steken. Wordt het slechts een korte wapenstilstand bij een nieuwe demarcatielijn tussen noord en zuid? Of tekent zich een inhoudelijke consensus af over de manier waarop beleid zal worden gevoerd in een omgeving van drastische besparingen? De ene dag lijkt het ietsje meer op het ene, de volgende meer op het andere. Maar als zelfs in Steenstrate de simpele eis voor een algehele en onmiddellijke Vlaamse onafhankelijkheid kan worden gematigd, is niets onmogelijk.

Maar wat komt er nadien?
Wie wint en wie verliest staat niet bij voorbaat vast. De tijd brengt altijd nieuwe verrassingen. Autonomie en responsabilisering zijn geen eindpunt, maar een begin. Wat nieuwe hefbomen brengen, hangt in de eerste plaats af van wie ze bedient. BART STURTEWAGEN, De Standaard)

EIGEN VERANTWOORDELIJKHEID IS GOED VOOR IEDEREEN
Regio's moeten zelf belastingen kunnen heffen

'De verdedigers van de solidariteit moeten wel bedenken dat als de federale begroting in elkaar stuikt, de subsidies aan de sociale zekerheid ook wegvallen.' (De Standaard)
De vraag van de Vlaamse regeeronderhandelaars om de 'responsabilisering' van gewesten en gemeenschappen op de agenda te plaatsen, wekt grote vrees bij de Franstalige onderhandelaars. Volgens FRANS VANISTENDAEL is dat niet terecht.
De Vlaamse vraag doet de Franstaligen twijfelen aan de goede trouw van de Vlaamse onderhandelaars. Er is angst voor een verborgen agenda om de preformatie te kelderen, het land in de chaos te storten en op die manier België op te blazen. Maar deze vrees is irrationeel. Het overhevelen naar de gewesten en gemeenschappen van de politieke verantwoordelijkheid voor hun uitgaven, door hen de bevoegdheid te verlenen zelf belastingen te heffen om die uitgaven te financieren, wordt beschouwd als de ultieme doodsteek voor België. Het tegendeel is echter waar. Dit kan worden aangetoond aan de hand van de voorwaarden die door vooraanstaande Franstalige politici worden aangegeven als kader waarbinnen eventueel onderhandeld zou kunnen worden.

Failliet vermijden
De eerste voorwaarde is dat 'de staatshervorming niemand armer mag maken'. Het staat vast dat de Belgische federale staat tijdens de volgende regeerperiode budgettair verder wordt uitgekleed en zelfs failliet zal gaan, indien er nog bijkomende bestedingsbevoegdheden worden overgeheveld en er niet tegelijk responsabilisering komt in de vorm van tenminste tariefbevoegdheid voor de gewesten en gemeenschappen. Dergelijke failliet kan leiden tot chaos in de federale administraties en uiteindelijk tot het uiteenvallen van de Belgische staat. Dat dit proces snel tot verarming zal leiden voor alle streken van het land, staat als een paal boven water.

Indien de gewesten en gemeenschappen daarentegen het bedrag van hun inkomsten kunnen bepalen door het tarief van enkele belangrijke belastingen aan te passen, dan hebben zij de fiscale hefbomen zelf in handen om de verarming te bestrijden. Van de bestuurders van Wallonië en Brussel mag toch worden aangenomen dat zij voldoende bekwaam en zelfstandig zijn om met eigen mensen en ongehinderd door federale schoonmoeders zo'n herstelbeleid te voeren? Dergelijke hervorming stelpt ook de aan de gang zijnde federale budgettaire aderlating naar gewesten en gemeenschappen.

Dit is een van de essentiële voorwaarden voor het in evenwicht brengen van de federale begroting. Het is niet onwaarschijnlijk dat zowel Brussel als Wallonië het in een eerste fase moeilijker zouden hebben dan Vlaanderen om met succes zo'n herstelbeleid te voeren. Daarom moet een in de tijd beperkte overgangsfase worden voorzien.

Solidariteit redden
De tweede voorwaarde is het veilig stellen van de interpersoonlijke solidariteit en een fundamentele gemeenschappelijke sokkel van sociale zekerheid. De voorstellen tot fiscale en budgettaire responsabilisering tasten noch de solidariteit, noch de kern van de sociale zekerheid aan. Fiscaliteit wordt vaak beschouwd als het instrument van interpersoonlijke solidariteit. Dit is een verkeerde opvatting. Belastingen zorgen ervoor dat er geld in de schatkist belandt, maar op zichzelf dragen zij geen geld rechtstreeks over van één burger naar een andere. Dat laatste gebeurt voornamelijk in de sociale zekerheid.

De voorstellen tot responsabilisering laten de sociale zekerheid evenwel intact. Het feit dat de fiscale en budgettaire responsabilisering van de gewesten en gemeenschappen een essentieel instrument is om de federale schatkist ademruimte te geven, betekent ook dat ze het belangrijkste middel is om de federale fiscale subsidies aan de sociale zekerheid te handhaven. De verdedigers van de solidariteit moeten wel bedenken dat als de federale begroting in elkaar stuikt, ook de subsidies aan de sociale zekerheid wegvallen.

Stabiliteit verzekeren
De derde voorwaarde is dat de stabiliteit van het land moet verzekerd worden. Uit het voorgaande kan men besluiten dat stabiliteit alleen dan verzekerd is, wanneer tenminste de federale overheid een stabiele begroting kan opstellen en de federale administraties kunnen blijven functioneren. Dat kan alleen wanneer de fiscale verantwoordelijkheid voor de bestedingen naar de gewesten en gemeenschappen wordt doorgeschoven.

Bij de Franstaligen beklemtoont alvast de pre-formateur ook dat het zwaartepunt van België zich naar de gewesten en gemeenschappen moet verplaatsen. Hij noemt daarbij een lange lijst van overgehevelde bevoegdheden op. Deze overheveling zal evenwel niet tot een verplaatsing van het zwaartepunt leiden, zolang de beslissing om de belastingen te heffen volledig op federaal niveau blijft.

De beslissing over politieke en sociale prioriteiten kan nooit of zelden correct en efficiënt genomen worden, wanneer de bevoegdheid om uit te geven bij één overheid ligt maar de fiscale bevoegdheid om het geld daarvoor binnen te halen bij een andere.

Tot slot maken de voorstellen tot responsabilisering de financieringsmechanismen eenvoudiger en vooral het gehele politieke beslissingsproces democratischer. Alle ingewikkelde verdeelsleutels kunnen worden opgeborgen en vervangen door één enkele tariefbevoegdheid van de gewesten en gemeenschappen en een gedeelde bevoegdheid over de belastbare grondslag.

Geen doodgravers
Maar bovenal zullen de belastingbetalers hun politieke vertegenwoordigers rechtstreeks rekenschap kunnen vragen over de middelen die zij vragen om uitgaven te doen in gewesten en gemeenschappen. In het huidige financieringssysteem wordt de belasting opgelegd door een federaal parlement dat geen controle heeft over bijna de helft van zijn uitgaven. Terwijl de regionale parlementen uitgaven goedkeuren, zonder dat één enkele van hun vertegenwoordigers enige verantwoordelijkheid draagt voor de financiering. Een nieuwe financieringswet brengt de 'taxation' terug naar de 'representation' waar ze thuishoort. Dit is in overeenstemming met het beginsel 'No taxation without representation', een van de grondpijlers van de democratie.

Het moge duidelijk zijn dat de voorstanders van reponsabilisering door een aanpassing van de financieringswet niet de doodgravers zijn van België, maar enkel voorstanders zijn van fiscale en budgettaire verantwoordelijkheid. Zij zijn het vertrouwen van de Franstalige onderhandelaars meer dan waard.

FRANS VANISTENDAELWie? Hoogleraar emeritus van de KULeuven. Wat? De Franstaligen moeten niet vrezen voor een fiscale responsabilisering van de regio's. Waarom? Als die responsabilisering er niet komt, raakt ook de Belgische begroting niet op orde.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
LE COMBAT DES GEANTS
Il y eut ce week-end le spectaculaire affrontement annuel des géants de Ath inscrit parmi les chefs-d'oeuvre du patrimoine immatériel de l'Unesco. Vaincu en 2006, 2008 et 2009, le berger David a de nouveau perdu son combat samedi face à son légendaire ennemi Philistin Goliath et la toute grande foule des Athois qui ne manqueraient pour rien au monde cet affrontement annuel.
Il y eut les émouvantes aventures de la petite géante et du plongeur géant qui attira plus de 800.000 personnes dans les rue d’Anvers ce même week-end. « En zo kon men dit weekend volwassen mannen, stoere Antwerpenaars, zien huilen op pleinen en kaaien in hun stad. Men kon er massa's zien samentroepen achter een voortschrijdend reuzenbeeld. Waarom? Omdat ze het moment niet wilden missen waarop de ene reus de andere zou terugvinden. Omdat ze even wilden geloven in de verbindende kracht van poëzie. ”Kan kunst de wereld redden?” (Bart Eeckhout, de Morgen)
Mais surtout, il y eut le terrible clash des géants politiques qui a opposé Laurette Onkelinx à Bart De Wever. La N-VA veut régionaliser l’impôt des personnes physiques. “Inacceptable” pour les francophones. « Sous les yeux écarquillés des autres présidents de parti, ces deux-là se sont violemment opposés - notamment au sujet du sort de la Région bruxelloise. Selon Le Soir, excédée par la vision de la N-VA pour Bruxelles, la vice-Première ministre a fini par lâcher qu’elle ne croyait plus guère à une issue positive pour les négociations en cours et pour le pays :
- "Mais là, je parle pour Laurette!", a-t-elle fulminé....
- "Alors, il faut vous préparer rapidement à la fin du pays !", a répondu Bart De Wever devant des témoins médusés.
Ce à quoi Laurette Onkelinx a rétorqué:
- "Ne vous inquiétez pas, nous nous y préparons déjà. Et Bruxelles n’est pas à vendre"...
« Et dimanche ? Rebelote : Philippe Muyters (N-VA) a remis sur la table l’idée d’une régionalisation de l’impôt des personnes physiques. "Pour nous, a-t-il dit, il serait bon de passer d’un système de subvention à un système clair et transparent permettant aux entités fédérées de percevoir les impôts. Ce qui, a-t-il complété, n’exclut pas qu’une certaine forme de solidarité continue entre les entités fédérées." Coup de bambou chez certains négociateurs francophones qui voient là une ligne rouge franchie par les nationalistes flamands. "Régionaliser l’IPP, c’est clairement mettre à mal la solidarité interpersonnelle !, se fâche un francophone. Cela va, en outre, créer des distorsions dans le marché du travail entre entités fédérées, ainsi qu’une concurrence fiscale entre Régions !" Bref : intolérable. ».
Autrement dit, les deux géants de la négociation - le PS et la N-VA - ne se font plus guère confiance. A la N-VA , on flaire le piège, le guet-apens, voire le "coup monté". "C’est au jeu de celui qui réussira à faire partir la N-VA de la table des négociations ou à la faire rentrer bredouille de la négociation", se désespère une source flamande. Côté francophone, on dit : "Il y a des éléments qui n’entrent pas dans le périmètre de ce que nous sommes prêts à négocier. La régionalisation de l’IPP en fait partie. Point."
« Et ce lundi (roulement de tambour), une nouvelle session plénière (avec les sept présidents de parti) doit avoir lieu. Au menu (notamment) : Bruxelles et la scission de l’arrondissement de Bruxelles-Hal-Vilvorde. "Dans le contexte actuel, il ne faut pas être un grand devin pour savoir que personne ne va présenter de larges concessions", pointe un négociateur.
Attention, roulement de tambour, les géants vont s’affronter donc au coursd' un tournoi final entre le champion Bart et son challenger Elio.

KAN KUNST DE WERELD REDDEN ?
(…)Kunst vermag wel even de wereld te doen stilstaan en levens bijeen te brengen die daarna weer elk hun weg gaan. Men zou dat gemeenschapsvorming kunnen noemen.
In hetzelfde weekend waarin de Duiker door Antwerpen trok, verzamelden zich in Hasselt drie dagen lang zestigduizend en meer jongelui om uitbundig te drinken, te vrijen en naar uitstekende muziek te luisteren. In Brussel kwamen nog eens zoveel jongeren met een wat afwijkende muzieksmaak bijeen voor een uitbundig housefestival. En dat gebeurde allemaal zonder noemenswaardige incidenten.

De internationale media zullen het wel weer anders gezien hebben maar het vreedzame succes van de Duiker, Pukkelpop of de City Parade zegt meer over de openheid, diversiteit en verdraagzaamheid van de Vlaamse Gemeenschap dan de treurige bijeenkomst van een paar honderd xenofobe nationalisten in Ieper. (Bart Eeckhout,Chef politiek)

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
LES ARTISTES NOUS SAUVERONT ILS ?
Cette question qui paraît frivole est en vérité tout à fait fondamentale.
Martin Heidegger vieillissant pensait, comme le grand poète Hölderlin, que seul un nouveau dieu pourrait nous venir en aide. Edgar Morin est persuadé que seul l’imprévisible nous sauvera. Nous avons la grande naïveté de croire que ce sont les artistes et certainement pas le politique qui nous sauveront et le bel article de Bert Eeckhout nous renforce dans cette conviction.
MG

ZEVEN ARGUMENTEN VOOR EEN MEMORABEL REUZENWEEKEND
Met 800.000 kijklustigen liep Antwerpen storm voor de avonturen van de Duiker en de Kleine Reuzin. Wat maakte de passage van het straattheatergezelschap Royal De Luxe zo bijzonder?

1. Samen staren. Een massa volk die zich onder begeleiding van opzwepende muziek door de stad beweegt... je ziet het niet elke dag voor je deur passeren. Als goedhartige rattenvangers van Hamelen wisten de reuzen in een mum van tijd een wolk aanhangers rond zich te scharen.

2.Levensecht. Of ze nu een douche namen of een wandelingetje maakten met een step... de reuzen van Royal de Luxe leken te leven. Hun bewegingstaal was hyperrealistisch. Als ze sliepen, zag je ze 'ademen'. Aandoenlijk was het moment toen de Kleine Reuzin zaterdag op de Meir halt hielt, om enkele peuters te laten schommelen op haar gigantische arm. De houten pop knipperde met de ogen en leek de kleintjes echt vertederd aan te kijken.

3. Leve de traagheid. De Duiker trok dit weekend aan een rotvaart van 2,5 kilometer per uur langs de Leien, ondanks de halsbrekende toeren ter hoogte van de voetgangerstunnel. Daar ging de kolos in pure James Bond-stijl over een kabel met spandoek. Maar 'reuzen kijken' betekende voor het publiek vooral: wachten en geduld oefenen. Het verhaal meebeleven was een oefening in traagheid en onthaasting.

4. Lokale verankering. De Duiker stapte eerder al rond in Nantes, Berlijn en Santiago de Chili, maar Antwerpen kreeg een lokale variant: het reuzenspektakel knipoogde naar de stadslegende van Brabo en Antigoon, maar ook naar de rederij Red Star Line, waarvan een zak met brievenpost 'teruggevonden' werd.

5. Spel van contrasten. De logheid van de machinerie en de monumentaliteit van de poppen stond de actie niet in de weg. Stel je voor: twee reuzen die de Moonwalk dansen op het Sint-Jansplein! Royal de Luxe goochelde dit weekend met contrasten. De immense schaal van het straattheater, waarbij een complete stad overhoop gezet werd, leek maar een bijverschijnsel. De poëzie en de vindingrijkheid wonnen het van het gladde spektakel. In de schaduw van de reuzen opereerde ook een bende lilliputters, die als een goed geolied apparaat de kraan en de takels bedienden van deze hedendaagse versie van Gullivers reizen.

6. Een vervolgverhaal. De duiker, zijn hand en de kleine reuzin was een work-in-progress. Het verhaaltje, over drie dagen uitgesmeerd, had niet veel om het lijf. Maar spanning opbouwen kunnen de Franse artiesten als geen ander.

Duizenden fans leefden mee met de houten sprookjesfiguren en wilden graag het vervolg kennen. Ze kregen het parcours niet op voorhand ter beschikking, maar moesten afgaan op een summier uurschema. En op de tamtam.

De uitgebreide media-aandacht wakkerde de nieuwsgierigheid nog aan. Zo speculeerde Royal de Luxe met succes op de goede werking van de geruchtenmolen.

7. Antwerpen binnenstebuiten. De hele stad liet zich ontdekken als een schouwtoneel. Geraffineerde straatkunst speelde zich niet ergens af in een afgeschermd hoekje, maar gewoon in de drukste winkelstraten en op de grootste pleinen.

Nieuw was de overweldigende aanwezigheid van fietsers, die niets wilden missen en via sluipwegen een snelle verbinding zochten.

Aucun commentaire: