mercredi 10 novembre 2010

Arrivederci Roma?!

Jonge, hoogopgeleide Italianen keren hun 'oude' vaderland de rug toe

Ze zijn jong, hebben één of meerdere diploma's, en zijn er sterk van overtuigd dat in hun geboorteland Italië voor hen geen toekomst is weggelegd. En dus ziet Italië zijn jong talent massaal naar het buitenland vertrekken. 'Bovendien krijgt Italië er geen andere Europese jongeren voor in de plaats. Want die trekken wel naar Berlijn, Londen of Parijs, maar zeker niet naar Italië.'
'Dag allemaal, na jaren van afwachten op “betere tijden, of op “het tij dat wel zal keren, ben ik mij er nu eindelijk van bewust dat dat niet zal gebeuren, omdat dit land daarvoor een radicale mentaliteitswijziging zou moeten ondergaan - een mentaliteit die mijns inziens net zo typisch Italiaans is als de mozzarella van buffelmelk. Italië is geen land waar je carrière maakt met je kennis en je capaciteiten, maar waar je mensen moet kennen die je vervolgens als kruiwagen kunt gebruiken.
Ik ben een psychologe, met een specialisatie in psychotherapie, maar ik werk als winkeljuf. Ik ben 36 jaar en heb nu eindelijk begrepen dat dit land mij geen enkele toekomst biedt. Ik overweeg ernstig om Italië te verlaten, maar ik weet echt niet waarheen. Bedankt voor jullie tips, Aida, vanuit Rome.'

Aida heeft haar verhaal gepost op 'Vivo Altrove' ('Ik woon elders'), een website voor en door Italianen in het buitenland, waar Italianen die zoals Aida het land nog niet hebben verlaten, tips sprokkelen van lotgenoten die hen zijn voorgegaan, en over Europa zijn uitgezwermd.

De website is een initiatief van de jonge Italiaanse journaliste Claudia Cucchiarato (31), die vijf jaar geleden haar studentenstad Bologna inruilde voor Barcelona. Alleen al in de Catalaanse kuststad wonen volgens haar meer dan 50.000 ingeweken Italianen. 'Het is een fenomeen dat zich niet tot Spanje beperkt, want jonge Italianen wijken ook massaal uit naar Berlijn of Parijs', vertelt Cucchiarato, aan de telefoon vanuit Barcelona. Een selectie van 72 getuigenissen van Italianen van overal ter wereld heeft Cucchiarato nu gebundeld in het gelijknamige boek 'Ik woon elders'. Stuk voor stuk zijn het verhalen van jonge, hoogopgeleide Italianen die het land ontgoocheld hebben verlaten.

GROTE KINDEREN
Maar wat maakt dit fenomeen dan zo Italiaans? Er zijn toch wel meer Europese jongeren die hun professioneel en persoonlijk geluk in het buitenland gaan beproeven? 'Dat klopt, wij jonge dertigers behoren tot de erasmusgeneratie. We hebben allemaal wel een semester of een academiejaar aan een andere Europese universiteit gestudeerd', aldus Cucchiarato. 'Toch durf ik dit een zeer typisch Italiaans verhaal te noemen. Italiaanse jongeren verlaten Italië, omdat ze het gevoel hebben dat ze in eigen land niet ernstig worden genomen. Wij worden als onzelfstandige, grote kinderen beschouwd en behandeld. Amper de helft van wie Italië verlaat, zal ooit op zijn stappen terugkeren. Veel Italianen stellen vast dat ze in het buitenland gelukkiger en meer succesvol zijn.'

'Bovendien staat Italië tweemaal aan de kant waar de klappen vallen', zegt Cucchiarato. 'Niet alleen de eigen jongeren vertrekken, en daarmee gaat dus ook de investering in hun opleiding verloren, maar Italië krijgt er bovendien niets voor in de plaats. Europese jongeren trekken massaal naar steden als Berlijn, Londen of Parijs - maar zeker niet naar Italië.'

En dat komt, althans volgens Cucchiarato, omdat die Europese jongeren net als de Italiaanse jeugd zelf goed weten waarom ze Italië best links laten liggen: 'Italië is een prachtig land, een land waar het voor jongeren goed zou moeten zijn om hun leven uit te bouwen. Maar in werkelijkheid is Italië een behoudsgezind, immobiel land dat op het verleden is gericht. In elke ranglijst zijn wij het oudst: we hebben de oudste politici, de oudste universiteitsprofessoren en de oudste bedrijfsleiders ter wereld... Dat die grijze generatie binnenkort moet worden vervangen, schijnt niemand te beseffen. In plaats van de jonge Italianen voor de opvolging klaar te stomen, jaagt het land zijn jonge talent - en op die manier zijn eigen toekomst - weg.'

TIJDELIJK CONTRACT TOT JE 40STE
Davide Conti (28), een jonge arts uit het Siciliaanse Messina, sluit zich bij die analyse aan. Aan de telefoon vanuit Wellington, in Nieuw Zeeland, waar hij in interne geneeskunde specialiseert, legt Conti nog enkele extra pijnpunten van het noodlijdende Italië bloot. 'Waarom ik uit Italië vertrok? Eerlijk gezegd was het veel moeilijker om een reden te vinden om nog te blijven. Er is geen generatiewissel in Italië. Jonge afgestudeerden vinden amper werk in hun domein of specialisatie, en als ze al werk vinden, dan moeten ze het vaak jarenlang met tijdelijke contracten stellen, sommigen tot ze een stuk in de dertig, of haast veertig zijn. Ook het loon voor een jonge afgestudeerde ligt een stuk onder het Europese gemiddelde.'

Conti vraagt zich af of de jonge Italianen een gebrek aan werkervaring werkelijk zo duur moeten betalen: 'In andere landen krijgen jongeren wél kansen. De beursmakelaars in Wall Street maken carrière tussen hun 25ste en hun 35ste, ze zijn in elk geval jonger dan veertig, net als de afdelingschefs in veel Amerikaanse ziekenhuizen.' De jonge arts wil niet spreken van jongerendiscriminatie in Italië, maar spreekt eveneens van een kwalijke mentaliteit: 'Het Italiaanse systeem biedt jonge professionals amper kansen. Italië is blijven steken in de oude sociale schema's van de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. De tijden zijn inmiddels veranderd, maar in Italië blijft alles bij hetzelfde. Twintigers en dertigers komen er niet aan te pas. Wij vormen de onzichtbare generatie.'

HET ITALIAANSE KASTENSYSTEEM
Heel wat jonge professionals mogen in Italië pas hun beroep uitoefenen, nadat ze een verplicht staatsexamen hebben afgelegd, en zich daarna (verplicht) bij een beroepsvereniging hebben ingeschreven. Het systeem is niet meteen vergelijkbaar met ons land, waar advocaten zich inschrijven aan de balie, en artsen bij de orde van geneesheren. In België moet een arts, advocaat of journalist na zijn studies immers helemaal geen staatsexamen afleggen - maar in Italië is die test zelfs noodzakelijk om in je sector te mogen solliciteren.

De journaliste Claudia Cucchiarato weigerde in dat systeem - volgens haar een 'geldklopperij' - te stappen, en daarom ruilde zij Italië in voor Spanje. 'Ik ben aan de universiteit van Bologna afgestudeerd in de communicatiewetenschappen. Als basis moet dat volstaan; journalist word je door ervaring op te bouwen en je persoonlijke kennis te verruimen. Door het staatsexamen voor journalisten in te voeren, groeit de pers in Italië uit tot een soort kaste', klinkt het hard.

HAPPY FEW
'Je mag het staatsexamen bovendien pas afleggen, nadat je twee jaar een betaalde stage hebt gelopen op een Italiaanse redactie. Dat moet dan na je universitaire studie gebeuren. In de praktijk is zo'n betaalde stageperiode enkel weggelegd voor de happy few, die connecties hebben in de perswereld. Voor veruit de meeste aspirant-journalisten is de School voor Journalistiek het enige alternatief. Je mag het staatsexamen namelijk ook afleggen, nadat je twee jaar nog een extra opleiding journalistiek hebt gevolgd. De goedkoopste opleiding kost 5.000 tot 6.000 euro per jaar, de duurste jaarlijks zo'n 20.000 euro. In Milaan is er een vrij goedkope opleiding journalistiek, maar omdat die een numerus clausus hanteert, zijn de wachtlijsten bijzonder lang.'

Pas na afloop van die tweejarige opleiding mag de student aan het staatsexamen deelnemen. 'Als je het haalt, dan krijg je een pasje als journalist. En pas dan kan je solliciteren.'

GEEN PRAKTIJKERVARING
Davide Conti, de arts uit het Siciliaanse Messina, heeft zijn staatsexamen geneeskunde wel afgelegd, maar is meteen daarna uit Italië vertrokken: 'Omdat ze op de Italiaanse universiteitsbanken helemaal geen arts van je maken. Voor je staatsexamen werk je wel een stage af, maar dat volstaat niet. Ik ben vertrokken, wegens het schrijnende gebrek aan praktijkervaring.'

Conti werkte tijdens zijn studie medische stages af in Brazilië, Japan, Slovenië en Taiwan, buitenlandse ervaringen die hem sterkten in zijn overtuiging dat hij buiten Italië geneeskunde wilde beoefenen: 'Ik ben na mijn studie zonder concreet plan vertrokken, met enkel een ticket naar Dublin op zak. In Italië kon niemand mij enig advies geven. De eerste maanden in Ierland heb ik gewerkt voor de customer care van het online-verkoopbedrijf e-Bay. Toen was mijn inschrijving als arts in Ierland aanvaard, en heb ik als dokter gesolliciteerd.' Vier maanden geleden is Davide Conti vanuit Dublin naar Wellington, in Nieuw Zeeland vertrokken.

Had hij met zijn buitenlandse medische stages in Italië werkelijk geen baan gevonden? 'Ik vrees ervoor', zegt Conti. 'In Messina waren acht op tien van mijn medestudenten geneeskunde zoon of dochter van een arts. Van die acht op tien waren er nog eens vijf op acht zoon of dochter van een arts die in de universiteitskliniek werkt. Heb je - zoals ik - geen arts in de familie, dan kom je moeilijk aan de bak. Het beroep arts begint in Italië sterk te lijken op notariaat: het gaat over van vader op zoon.'

Omdat niemand hem bij zijn vertrek tips kon geven, heeft Davide Conti zelf de Facebook-pagina 'Italians in fuga' ('Italianen op de vlucht') opgericht. Na twee dagen telde de pagina al 101 leden.

Dat de Italiaanse jeugd het land de rug wil toekeren, staat blijkbaar vast. Maar hoeveel jongeren dat ook doen, daarnaar heeft Rome het raden. 'Van immigratie, buitenlanders die in Italië komen wonen, kunnen we veel betrouwbaardere cijfers voorleggen. Wat de emigratie van onze jongeren betreft, hangen we af van de statistieken van andere landen', reageert onderzoekster Maria Carolina Brandi.

GEZOCHT :TOEKOMST VOOR ITALIË
Bij het Italiaanse Instituut voor Bevolkingsonderzoek en voor Sociaal Beleid - een overheidsorgaan - voert Brandi al ruim tien jaar onderzoek naar de Italiaanse emigrerende jeugd. De onderzoekster spreekt van een toenemende tendens: 'De economische crisis versterkt dit fenomeen. Onze jongeren vertrekken om drie redenen. Eén: ze vinden geen baan in hun sector of hun specialisatie. Twee: het is voor universitairen met één of twee diploma's, en vaak nog een doctoraat erbovenop, haast onmogelijk om een contract voor onbepaalde duur in de wacht te slepen. En drie: wetenschappelijk onderzoekers vinden zelfs geen beurs die amper één academiejaar overbrugt.'

Jaar na jaar beknibbelt de overheid op wetenschappelijk onderzoek: 'De voorbije tien jaar zijn de fondsen voor onderzoek tot vijftien procent ingekrompen. Italië investeert niet in innovatie en onderzoek, en daarom slagen we er niet in onze jonge talenten in eigen land te houden.'

Weet Brandi een oplossing? 'Minder geld uitgeven aan andere dingen, misschien? Universitair geschoolde jongeren in Italië verzilveren hun diploma vandaag niet, maar beschouwen het op den duur dan maar als een persoonlijke verrijking. Dat is een onaanvaardbare verkwisting van tijd en van geld. We zetten de toekomst van deze jongeren op het spel, en daarmee ook de toekomst van ons land.'

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
ATTIRER LES ELITES NOMADES
L’Italie perd ses meilleurs cerveaux.
Devant la difficulté de faire carrière en Italie, pays de castes et de privilèges, les jeunes les plus diplômés prennent le chemin de l’exil vers Paris, Berlin, Londres, Barcelone ou Bruxelles. Les meilleurs cerveaux européens sont de plus en plus enclins à s’expatrier vers des horizons plus prometteurs, tandis que des millions d’indigents sans formation se pressent aux pieds de la forteresse Europe.
Il s’agit, l’article le précise, d’une retombée des programmes Erasmus, Leonardo, Socrates et lingua qui encouragent et facilitent les échanges entre étudiants et créent une prise de consience européenne par le brassage d’une jeunesse dénuée de préjugés et surtout de velléités nationalistes.
On a l’impression que ces jeunes diplômés qui s’en vont construire ailleurs que dans leur pays d’origine leur destin professionnel participent de cette nouvelle citoyenneté européenne qu’on a cherché en vain à forger par d’autres moyens. On constate par exemple à Bruxelles la présence d’un très grand nombre de ressortissants français qui ont choisi de vivre, d’étudier, de travailler ici plutôt qu’en France.
Faut il y voir la naissance d’une élite européenne nomade et cosmopolite ou, plus simplement, le “capital humain” serait il en train de devenir franchement nomade comme l’avait prédit Jacques Attali dans ses ouvrages prophétiques?
“Du berceau à la tombe, le nouveau travailleur européen doit augmenter son “capital” personnel en “compétences” , afin de maintenir en état et surtout d’accroître son “employabilité”. (“ La grande mutation, néolibéralisme et éducation en Europe”, p. 45)
Aussi longtemps que ces élites tentent de se fixer ailleurs au sein du vieux continent, l’Europe aura quelqu’avenir. Si elles devaient nous quitter pour de plus lointaines Amériques ce serait vraiment le début de la fin.
En attendant, et généralement à notre insu, de plus en plus de travailleurs surqualifiés venus de l’Est et du Sud s’installent au centre de Bruxelles dans les logements de qualité que désertent les classes moyennes locales au profit des banlieues flamandes où ils ne sont pas vraiment les bienvenus.
Dans la concurrence sans merci à laquelle se livrent les mégapoles, Bruxelles dispose de précieux atouts qu’elle valorise insuffisamment. Citons en quelques uns dans le désordre: situation privilégiée au sein du réseau des trains rapides, logements de qualité, situation centrale en Europe à la frontière de la latinité et de la germanité, cosmopolitisme et diversité culturelle, présence de diverses universités et d’écoles internationales de renom et de qualité. Bruxelles a donc tout pour attirer les élites nomades et devenir ce qu’on appelle désormais une ville de la connaissance.
MG

Aucun commentaire: