vendredi 12 novembre 2010

Dit is mijn Brussel

In afwachting van oplossingen voor Brussel zoals een uitkomst voor de cijferdiscussie hoopt Jan Goossens dat kunstenaars als Nabil Ben Yadir en DJ Rival de hoofdstad glans blijven geven. Goossens is artistiek directeur van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) in Brussel. Hij schrijft regelmatig bijdragen voor De Gedachte.

Als je vraagt hoe we het in Brussel de volgende jaren gaan redden, dan vergaat me de goesting om de Franstalige burgemeesters, de linkse kerk of de jonge Maroxellois alweer de zwartepiet toe te spelen
Ik wil u graag enkele van mijn favoriete Brusselaars voorstellen. Van Nabil Ben Yadir hebt u allicht gehoord. Zijn film Les Barons veroverde voor de zomer niet enkel de Brusselse, maar ook de Vlaamse en Waalse filmzalen. Het verhaal van een stel jonge Maroxellois uit Molenbeek, meer 'Brusselse ket' dan alle Dansaert-Vlamingen en Sablon-Franstaligen samen, oefende een grote aantrekkingskracht uit op uiteenlopende toeschouwers. Jong en oud, allochtoon en autochtoon, filmfreak en totale leek: allemaal zorgden ze ervoor dat lastminutebezoekers vaak voor volle zalen stonden en onverrichter zake huiswaarts moesten.

Ben Yadir heeft het vooral aan zijn eigen koppigheid te danken dat hij in de cinema terechtkwam. En aan enkele rolmodellen uit zijn eigen gemeenschap: Molenbeeks theatermaker Ben Hamidou onder wiens leiding hij zijn eerste theaterworkshops deed en de razend populaire RTBF-nieuwslezeres Hadja Lahbib, die toont dat je als migrantenkind niet noodzakelijk met handenarbeid je brood moet verdienen. Dat was wat ze hem op de middelbare school probeerden wijs te maken: dat hij voorbestemd was voor een beroepsrichting en zonder twijfel een prima loodgieter zou worden. Het liep anders: hij schopte het tot succesvol, en ook nog eens drietalig, filmmaker. Verder opende ook de krant Le Soir zijn ogen. Zijn vader deelde die iedere ochtend rond in de buurt en bracht een exemplaar mee naar huis. Via Le Soir realiseerde Ben Yadir zich dat er buiten Molenbeek en Brussel ook nog een hele wereld te ontdekken viel.

KOPPIG KNOKKEN
Wie in Brussel woont, of gewoon De Morgen leest, merkte onlangs misschien op dat het performance-collectief C&H het fascinerende stadsproject Postcards From The Future lanceerde. Op een jaar tijd creëren ze in acht uiteenlopende Brusselse wijken acht beelden, die op postkaarten belanden en in de hele stad worden verspreid. Enkele weken later wordt de postkaart gerecreëerd en kunt u ze live meemaken, zoals vorige maand op het Flageyplein of morgen in Sint-Gillis. Avontuurlijke performance meets breed gedragen stadswerking. In oorsprong conceptuele kunstenaars komen oude en nieuwe Brusselaars van zeer diverse pluimage tegen. Iedereen doet mee en wordt performer. De artiesten van C&H zijn Duitse Brusselaars. Heike Langsdorf, Christophe Meierhans en Christoph Ragg belandden om allerlei redenen in deze stad, raakten erdoor gefascineerd, beheersen onze drie landstalen ondertussen perfect en maken met een minimum aan middelen een maximum aan verschil.

DJ Rival ten slotte is al jaren de drijvende kracht achter het hiphopcollectief Souterrain. Met hem samenwerken is de droom van iedere theaterdirecteur. In een mum van tijd stelt hij een affiche samen met een twintigtal artiesten uit binnen- en buitenland waarvan je er hoop en al drie kent. Maar de avond van het concert zelf staan er wel plots 1.000 jonge Brusselaars in je zaal die je anders nooit ziet en van wie je pertinent zeker weet dat ze je website nooit bezoeken, je brochures nooit bekijken en De Morgen of Le Soir nooit lezen. Ook DJ Rival is op en top Brusselaar, zij het d'origine obscure. Volgens alle statistieken was ook hij voorbestemd om in de loodgieterij of op straat te belanden. Na jaren knokken behoort Rival nu een beetje tot het officiële Brusselse culturele leven. Alweer dank zij zijn eigen koppigheid, zonder ooit iets cadeau te krijgen.

Wie wil snappen en appreciëren hoe de realiteit van Brussel vandaag in elkaar steekt, zou veel opsteken van 24 uur in de voetsporen van deze artiesten. Bijna allemaal opereren ze voor een deel 'onder de radar': met weinig geld, in los-vaste allianties met cultuurhuizen, maar ook vanuit een stedelijke en artistieke dynamiek die aan iedere institutionalisering ontsnapt. Allen zijn ze levende bewijzen dat de makkelijke clichés over artiesten even bij de haren getrokken zijn als de platte vooroordelen over Brussel: ze zijn niet elitair, niet ongeïnteresseerd in stad of samenleving, geen luxebeesten of luiaards. En een voor een blijven blijven ze voor een stukje buitenstaander in deze stad, zeker als je meegaat in gemakzuchtige karikaturen over Brussel.

Het zijn om te beginnen geen Vlamingen of Franstaligen, want ze hebben noch het Nederlands noch het Frans als moedertaal. Al wonen ze al lang in deze stad, of zijn ze er geboren, ze behoren niet tot een van de twee gemeenschappen of kampen die men hier stilaan graag met getrokken messen tegenover elkaar lijkt te willen zien staan. Bovendien hebben sommigen onder hen hier nog steeds maar heel gedeeltelijk stemrecht. Maar ondertussen maken ze wel zowat de helft van de bevolking uit: geëngageerde en betrokken Brusselaars, wroetend in de complexe realiteit van de zogenaamde no-gozones, met hun roots elders in de wereld. En je kunt je intussen afvragen of ze vaak niet meer doen om Brussel van dag tot dag leefbaar te houden dan sommige beleidsmakers die elkaar om de oren slaan met 'oplossingen' voor Brussel waarin de blinde vlekken talrijker lijken dan de grote doorbraken.

NAÏEF PLEIDOOI
Sommigen zullen dit zonder twijfel een naïef pleidooi van een welmenend politiek correcte vinden, die niet onder ogen ziet dat te veel 'Barons' in Molenbeek voor samenlevingsproblemen zorgen en dat te weinig Europese Brusselaars zich echt voor deze stad engageren. Die analyse is ook nodig en werd onlangs veelvuldig gemaakt. Als je echter de steeds pregnantere vraag stelt hoe we het hier de volgende jaren met elkaar gaan redden in een steeds grotere en armere stad, dan vergaat de goesting me om de Franstalige burgemeesters, de linkse kerk of de jonge Maroxellois die met de islam flirten alweer integraal de zwartepiet toe te spelen.

Wie het recent gepubliceerde Brusselse armoederapport erop naleest, kan enkel vaststellen dat zeer uiteenlopende beleidsverantwoordelijken van binnen en buiten de stad hebben tekortgeschoten, over de politieke en communautaire grenzen heen. In afwachting van visionaire én pragmatische oplossingen voor Brussel, los van ideologische scherpslijperij of onverantwoordelijke behoudsgezindheid, kan ik alleen maar hopen dat de civiele samenleving aan de kar blijft trekken. En daar spelen ook de artiesten die ik zonet aan u voorstelde een voortrekkersrol in. Op de eerste plaats door artiest te zijn, maar wel in voortdurende dialoog met hun stad.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
SEULS LES ARTISTES SAUVERONT BRUXELLES DU NAUFRAGE
Nous l’avons écrit cent foi, seuls les artistes sauveront Bruxelles du marasme social. Jan Goossens, directeur artistique du KVS est à l’avant-garde de ce mouvement. Il accueille régulièrement dans son KVS la crème de la crème des artistes d’origine étrangère et son public est à l’image du nouveau peuple de la capitale composé pour plus de la moitié de nouveaux Bruxellois venus d’ailleurs.

« Het zijn om te beginnen geen Vlamingen of Franstaligen, want ze hebben noch het Nederlands noch het Frans als moedertaal. Al wonen ze al lang in deze stad, of zijn ze er geboren, ze behoren niet tot een van de twee gemeenschappen. Maar ondertussen maken ze wel zowat de helft van de bevolking uit: geëngageerde en betrokken Brusselaars, wroetend in de complexe realiteit van de zogenaamde no-gozones, met hun roots elders in de wereld.”
Pas la peine de jeter la pierre aux « Franstalige burgemeesters, de linkse kerk of de jonge Maroxellois die met de islam flirten alweer integraal de zwartepiet toe te spelen”.
Le rapport sur la pauvreté à Bruxelles est accablant pour les gestionnaires politiques de la région et des communes en général. Pas de vision et peu d’approches pragmatiques tenant la route.

” Wie het recent gepubliceerde Brusselse armoederapport erop naleest, kan enkel vaststellen dat zeer uiteenlopende beleidsverantwoordelijken van binnen en buiten de stad hebben tekortgeschoten, over de politieke en communautaire grenzen heen. In afwachting van visionaire én pragmatische oplossingen voor Brussel”
C’est à la société civile, dit Goossens, qu’il appartient de tirer le char enlisé hors de l’ornière. “En daar spelen ook de artiesten die ik zonet aan u voorstelde een voortrekkersrol in. Op de eerste plaats door artiest te zijn, maar wel in voortdurende dialoog met hun stad.”
Les artistes qui sont en contact permanent avec leur ville sont les ouvriers les plus zélés oeuvrant sur ce chantier.
Bravo les artistes de nous donner l’espoir en un avenir meilleur fondé sur le dialogue des culture et le mélange des publics.
Le nouveau peuple bruxellois ne prendra conscience de son potentiel immense que grâce au monde des créatifs qui croient en l’avenir cosmopolite de la capitale de l’Europe miocrocosme de l’Europe métissée de demain.
Toutes celles et tous ceux qui fuient le centre pour s’établir dans la triste banlieue flamande de moins en moins verte, de plus en plus terne se réservent une bien triste vieillesse.
MG

Aucun commentaire: