dimanche 19 décembre 2010

Een land in stilstand

BELGIE VOOR ZWITSERS VERKLAARD

Terwijl de Belg zijn schouders ophaalt voor het gebrek aan regering en de media een vermoeide zucht slaken bij de zoveelste impasse, verliest de bedrijfswereld stilaan zijn geduld met het getalm rond de regeringsvorming. Op verzoek van de Zwitserse krant ‘Neue Zürcher Zeitung' gaf ERWIN MORTIER toelichting bij een land in de kou.
Bijna met opluchting was het, dat de Belgische media het de voorbije weken over de vroege winter konden hebben. Het land kraakte onder de zwaarste novemberkou sinds 1878, meldden kranten en journaals, verheugd hun bulletins met iets anders dan de politieke impasse te kunnen openen. Tegelijk leek het vriesweer een metafoor voor de toestand waarin we terechtgekomen zijn. Het staatsapparaat is vastgelopen in zichzelf en boven deze inertie blaast nu de kille wind van een dreigende financiële crisis.

De modale Belg lijkt het voorlopig niet aan zijn hart te laten komen. Hij maakt het trottoir sneeuwvrij en vertoont zijn jaarlijkse opstoot van mededogen met daklozen en migranten. Anders dan bij de uitbraak van de kredietcrisis in 2008, toen een paar banken in zwaar weer terechtkwamen, blijft ongerustheid vandaag achterwege. De Belg schiet kennelijk maar wakker als men hem in zijn ziel, dus zijn spaarcenten, dreigt te raken.

Niettemin, het land is moe. Onze bestuurders zijn uitgeput door de uitzichtloze onderhandelingsrondes, symptomen van een diep wantrouwen dat ze niet kunnen overstijgen. Hier en daar wordt hardop aan nog maar eens nieuwe verkiezingen gedacht, wat niemand echt wil of waar geen mens optimistisch van wordt, terwijl men tegelijk de nogal ijdele hoop koestert dat die de patstelling zullen doorbreken. België wordt stilaan een land waar de leiders – de poëtische boutade van Bertolt Brecht indachtig – het juiste volk willen verkiezen, in plaats van andersom.

INFANTIEL GEMODDER

Moeheid is wat onze media overmant, ondanks hun onuitputtelijke appetijt voor conflict en oneliners. Steeds vaker dienen ze futloze commentaar te leveren bij iets wat je alleen nog maar een tragische politieke deurenkomedie kunt noemen. Ook daar zorgt het vooruitzicht, of doembeeld, van verkiezingen voor gelaten gezucht. Hoofdredacteuren kijken aan tegen een volgend rondje verkiezingsshows waarin de decorstukken er anders zullen uitzien, terwijl de standpunten, en waarschijnlijk ook de uitslag, ongewijzigd zouden blijven.

Alleen de bedrijfswereld verliest stilaan zijn geduld en stak voor het eerst een waarschuwende wijsvinger op. Toen buitenlandse kranten schreven dat België het volgende doelwit zou kunnen worden van de speculatiegolf die de eurozone bedreigt, moest het maar eens uit zijn met dat infantiele gemodder in onze nationale politieke zandbak. Het kwam neer op een eis tot staatsmanschap die vooral bestemd leek voor de Nieuw-Vlaamse Alliantie en haar kopman Bart De Wever. De twijfel of de Vlaams-nationalisten eigenlijk wel een werkbare regering willen, een twijfel die al langer in de parlementaire middens rondhangt, breidde zich uit naar de economische salons.

Een en ander is symptomatisch voor de toestand waarin onze democratie zich al een jaar of twintig bevindt. Aan Vlaamse kant doet zich toenemende spanning voor tussen een klasse van bedaagde, professionele politici met een visie die verder reikt dan de onmiddellijke partijbelangen, en een groep van amateurs of populisten die sterk zijn in slogans en mediagenieke retoriek, maar die zowel de ervaring als de logistieke structuur ontberen om goed te regeren. Keer op keer is het wel die tweede groep die electoraal het spektakel maakt. Tegelijk zijn het telkens weer de eerstgenoemde, de professionals, die uiteindelijk de heikele klus van het besturen moeten klaren, indirect gestuurd door de verzuchtingen van de anderen.

Die verhouding is met de jaren fragieler geworden. Populistische strekkingen hebben de wind in de zeilen en oefenen ook grote aantrekkingskracht uit op een jongere generatie politici in de meer klassieke partijen, voor wie een radicalere, ook nationalistisch gekleurde partijkoers primeert boven het landsbelang. Dit nieuwe politieke klimaat in Vlaanderen botst bovendien steeds harder met de politieke cultuur in Wallonië, waar het populisme nooit echt aansloeg, vooral door de alomtegenwoordigheid van de machtige socialistische familie. Voeg daarbij de anomalieën die zich met de jaren in de steeds hertimmerde staatsstructuur hebben opgestapeld en je hebt de blauwdruk voor de absolute stilstand die het land momenteel in zijn greep houdt.

NEONATIONALISME

Hoe zit het intussen met de culturele wereld? Op het eerste oog lijkt die, algemeen gesproken, niet erg betrokken, maar wat kunstenaars in de publieke ruimte uiten weerspiegelt de situatie op het politieke vlak.

De Franstalige culturele wereld stapt grotendeels mee in het beeld van Vlaanderen dat in Wallonië overheerst. Satirici deinzen er niet voor terug de Belgische democratie te vergelijken met de schijndemocratie in Iran en natuurlijk zijn er de obligate verwijzingen naar Bart De Wever als een Hitler in miniatuur. Uitspraken die ongetwijfeld een scheut adrenaline onder de drukinkt mengen, maar van weinig intellectuele eerlijkheid getuigen, laat staan van veel historisch besef. Het was nota bene Bart De Wever die er, tijdens een bijeenkomst met Waalse ondernemers, op wees dat dit Franstalige wantrouwen mede heeft geleid tot een federaal land dat een aantal overkoepelende beleidsniveaus ontbeert. Natuurlijk verzweeg hij enigszins dat hij als Vlaams-nationalist niet meteen geneigd is dat federale België te versterken.

In Vlaanderen weerspiegelt het culturele veld dan weer de verdeeldheid op het politieke vlak. Vooraanstaande figuren uiten hun bezorgdheid over het nationalistische discours en wijzen op het belang van waarden als solidariteit en saamhorigheid. Tegelijk heeft een deel van de culturele wereld zich tot de standpunten van de N-VA bekend. Sommige commentatoren hebben het zelfs over een heus neonationalisme. Een zware betiteling gezien het geringe aantal cultuurdragers dat een werkelijk separatisme voorstaat. De discussie verloopt wel vrij hard. In een reactie op de pro-België-standpunten liet de postmodernistische dichter Dirk Van Bastelaere, onlangs tot het separatisme bekeerd, weten dat al die gesubsidieerde kunstenaars dan maar in Brussel of Wallonië om staatssteun moesten vragen, met de zoetgevooisde uitsmijter: You don't shit where you eat. Een redenering die van even grote intellectuele armoede getuigt als de sneren van de satirici in het zuiden des lands. Een burger mag best kritiek leveren op de overheid die hem ondersteunt, dat is het wezen van een democratie.

AMBIGU DISCOURS

Op zich is het tekenend dat de discussie op een dergelijk bruut machtsargument uitloopt. Het nationalistische discours is niet vrij van ambiguïteit. Staan De Wever en co in hun officiële standpunten de splitsing van het land voor, evengoed geven ze te verstaan dat die splitsing onhaalbaar is. Het zou veeleer om een natuurlijk, geleidelijk proces gaan. ‘België' verdampt naarmate Europa aan gewicht wint, waardoor het belang van de regio's toeneemt. Waarom ‘Vlaanderen' niet aan diezelfde dynamiek onderhevig zou zijn, blijft onduidelijk, net als de vraag waarom een ‘natuurlijk proces' eigenlijk behoefte heeft aan een nationalistische ideologie. Nu al is onze economische bedrijvigheid meer en meer grensoverschrijdend. De groeipolen in Vlaanderen vervlechten zich al langer dan vandaag met de havenregio rond Rotterdam, het Maas- en Rijnbekken, of Noord-Frankrijk en de Pas de Calais, en dat geldt evenzeer voor de bedrijvigheid in Wallonië. In het kielzog daarvan doen zich ook grensoverschrijdende culturele contacten voor, behalve, voor alle duidelijkheid, tussen de regio's in België zelf, waar de nationalistische strekking culturele samenwerkingsakkoorden stelselmatig blokkeert.

Al met al bestaat het huidige Vlaams-nationalisme uit weinig meer dan een economisch regionalisme, gesteund door een pragmatisch ingestelde bedrijfswereld, waaraan ietwat oneigenlijk een antieke retoriek van onafhankelijkheid en zelfbeschikking vastplakt – waar maar weinigen echt warm voor lopen. Intussen zit in een van de Brusselse paleizen de zoveelste onderhandelaar, door het staatshoofd het ijzige politieke niemandsland ingestuurd, te kleumen in het vooruitzicht van wellicht de zoveelste mislukking. Wat zal de toekomst brengen? De nationale bank waarschuwt dat er snel een regering moet komen. De markten worden nerveus. Vroeg of laat zullen we toch moeten regeren, niet uit hartstocht, maar uit bittere noodzaak. En omdat België, verdampend of niet, wel degelijk nog altijd bestaat.

ERWIN MORTIER Wie? Dichter, romanschrijver en essayist. Wat? Vroeg of laat zal er toch een regering moeten komen. Waarom? De bedrijfswereld wordt stilaan nerveus van de hardnekkige politieke stilstand.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
THERE IS SOMETHING ROTTEN IN THE STATE OF BELIGUM
« La Belgique expliquée aux Suisses », en l’occurrence sous la plume d’un des plus brillants romanciers flamands, est un texte exemplaire de la mentalité très critique du monde artistique face à la Bartomanie qui frappe le peuple flamand comme une épidémie pernicieuse de grippe porcine : "Alles Voor Vlaanderen ; Vlaanderen Voor Bert."
Un lecteur nationaliste du Standaard commente: “ Het land wil leiders die vooral niet toegeven! Voor de eerste keer horen de Walen een 'neen'!”
Un texte à lire donc et à décortiquer comme un homard aux pinces coupantes.
Tentons une traduction du dernier paragraphe:
"A tout prendre, le nationalisme flamand n’est rien d’autre, dans sa version actuelle, qu’un sous régionalisme économique bénéficiant du soutien de la très pragmatique sphère patronale, sur lequel on aurait plaqué, presque à contre cœur, un discours pimenté des recettes de la bonne vielle rhétorique indépendantiste réclamant l’autodétermination.
Et pendant ce temps là, le nème négociateur s’en va quérir sa feuille de route dans les palais de Laeken et de Bruxelles avant d’être expédié par le souverain dans le no man’s land sibérien du monde politique belge avec pour seule perspective l’angoisse d’essuyer un nouvel échec.
Que nous réserve l’avenir ? La banque nationale nous met en garde: les marchés deviennent extrêmement nerveux.
Tôt ou tard on sera contraint en effet de gouverner, non par goût ou par passion mais par pure nécessité. Parce que, déglinguée ou pas, la Belgique continue de fait à exister. »
On ne saurait mieux résumer la situation inextricable dans laquelle est plongé le royaume de Belgique.
MG

Aucun commentaire: