dimanche 19 décembre 2010

Vlaanderen voor dommekloten

Een BV in Wallonie: op tournee met Bert Kruismans

Als humor therapeutisch is, dan is Bert Kruismans de zielenknijper van Franstalig België. Zijn show La Flandre pour les Nuls maakte van de Vlaamse komiek een vedette in Brussel en Wallonië. 'De Franstaligen berusten erin dat dit land uiteen zal vallen.' Lieven Sioen

DE VLAMINGEN STEMMEN VOOR SEPARATISTISCHE PARTIJEN, MAAR WILLEN GEEN SPLITSING VAN HET LAND
DE WALEN BLIJVEN GEHECHT AAN BELGIË, MAAR ZIJN ERVAN OVERTUIGD DAT HET LAND UITEENVALT
VLAAMSE POLITICI WILLEN HET LAND SPLITSEN, MAAR GELOVEN NIET DAT DIT MOGELIJK IS
EN DE WAALSE POLITICI WILLEN BELGIË BEHOUDEN, MAAR BEREIDEN DE SPLITSING VOOR...

ZIEDAAR, VOLGENS LE ROI BERT, EEN SAMENVATTING VAN DE BELGISCHE POLITIEK.
Een warme, ontladende schaterlach stijgt op in de theaterzaal Les Riches Claires in hartje Brussel. Vier weken lang trekt de Vlaamse komiek Bert Kruismans hier volle zalen met zijn show La Flandre pour les Nuls, Vlaanderen voor dommekloten. Een show in het Frans, waarbij Kruismans zijn publiek provoceert met de Vlaamse leeuw en moppen over Di Rupo, de koning en domme Walen, maar tegelijk Walen en Brusselaars amuseert door de spot te drijven met de arrogante Flamouches en hun valse blondines in veel te grote terreinwagens. Om ten slotte de zaal te masseren met de geruststellende gedachte dat Vlamingen en Walen meer gemeenschappelijk hebben dan ze zelf beseffen. Si l'union belge fait la farce, c'est la bouffe qui fait l'union.

Het is een huzarenstukje dat geen enkele Vlaamse of Waalse komiek hem heeft voorgedaan. Bert Kruismans is een taalvirtuoos voorbij de taalgrens geworden. Sinds zijn voorstelling eind 2009 in première ging, heeft de stand-upcomedian alle hoeken van zuidelijk België gezien, van het bourgeois Ukkel en de verpauperde industriestadjes van de Borinage, over de diepe Ardennen tot het verre Aarlen. Overal loopt het storm voor La Flandre pour les Nuls. Ondertussen heeft Kruismans ook een wekelijkse column in het actuaprogramma Matin Première op RTBF, en is hij een graag geziene gast in praatprogramma's op RTBF en RTL. De lachende Vlaming in de Waalse theaterzalen is zelfs de Franse en Zwitserse televisie niet ontgaan, die reportages aan hem wijdden. Vorige week had Kruismans nog een Japanse cameraploeg achter hem aan lopen. Alleen in Vlaanderen lijkt het nog niet door te dringen hoe BV Kruismans is geworden in Brussel en Wallonië.

'Wat nog maar eens een illustratie is van de grote culturele kloof in dit land', reageert Kruismans na de voorstelling. 'We kennen nog elkaars sportlui, en de Franstaligen kennen verschillende Vlaamse muziekgroepen, wat omgekeerd veel minder het geval is. Maar zeker op het vlak van humor leven we in gescheiden werelden. François Pirette, bijvoorbeeld, wordt voorgesteld als le plus grand humoriste belge, omdat hij ooit 800.000 kijkers haalde op de televisie. Niemand kent Pirette in Vlaanderen.'

JOU KENNEN ZE ONDERHAND WEL IN WALLONIË. VANWAAR DAT SUCCES?
'Er zijn twee soorten bekende Vlamingen in Wallonië; politici en sportlui. Zij kunnen doorgaans alleen over hun eigen winkel praten. De Waalse media zijn daarom blij een Nederlandstalige te kunnen uitnodigen die op een humoristische manier naar de actualiteit kijkt, zonder een eigen agenda te verdedigen. Ik merk ook een enorme honger naar kennis over Vlaanderen. Die interesse komt rijkelijk laat, maar de Franstaligen zijn eindelijk wakker geschoten en heel benieuwd naar wat er in Vlaanderen gebeurt.'

HOE VERTROUWD WAS JIJ MET DE FRANSTALIGE HUMORSCENE?
'Niet. Maar ik kom wel uit een generatie die nog het geluk had om op het snijpunt van drie culturen op te groeien. Ik keek naar de Nederlandse jeugdtelevisie, die, toen ik jong was, nog 36 procent marktaandeel had in Vlaanderen. Ik volgde uiteraard ook de Engelse cultuur, maar ik ben net oud genoeg om ook nog de Franse populaire cultuur te hebben meegepikt, met Louis De Funès en Bourville. Bovendien ben ik dicht bij Brussel opgegroeid, in Ternat, zodat ik vertrouwd was met bijvoorbeeld een typisch Brussels fenomeen als de strip Pat'apouf.'

HOE BENT U ERBIJ GEKOMEN OM MET COMEDY DE TAALGRENS OVER TE STEKEN?
'Ik speelde al dertien jaar comedy in Vlaanderen en wilde iets nieuws. Twintig kilometer van mijn deur ligt Wallonië, en toch kende ik niets van de Franstalige humor. Uit nieuwsgierigheid ben ik dan met mijn broer naar het Festival du Rire van Rochefort geweest. Na afloop had ik mijn beslissing genomen: volgend jaar zou ik zelf op dat podium staan.'

EN DAT IS GELUKT?
'Ik won zelfs een prijs, met het embryo van wat later La Flandre pour les Nuls is geworden. Maar ik ben wel van nul moeten herbeginnen. Na de preselecties van Rochefort sprak de jury lof over de manier waarop ik als Waal het Vlaamse accent had geïmiteerd. Er hebben komieken uit de hele francofonie aan het Festival du Rire deelgenomen, dat dertig jaar oud is. Maar dat een Vlaming zich zou inschrijven, kon er bij de organisatoren niet in. Als ik hen naar mijn show op Canvas verwees, wisten ze vaak niet wat Canvas was. Kortom, in Wallonië was ik niemand.'

SCÈNE 2. UN FLAMOUCHE À LIBRAMONT
Met Vlaamse vlag stapt Kruismans het podium op. In de zaal stijgt luid boegeroep op. Kruismans keert op zijn stappen terug met het wit vlagje van overgave en vraagt zijn publiek of ze minister Bourgeois kennen. Opnieuw boegeroep. Kruismans vertelt dat hij naar Brussel is gestuurd om de Franstaligen warm te maken voor een bezoek aan Vlaanderen. En vraagt aan zijn publiek of ze nog naar Vlaanderen willen komen. Verschillende keren is een kordaat non het antwoord. Niet om te lachen, zo lijkt het, maar uit de grond van het hart.

ZIT DE AVERSIE TEGENOVER VLAANDEREN ECHT ZO DIEP?
'Het viel nochtans goed mee vandaag. Er waren zelfs mensen in de zaal die positief antwoordden op mijn vraag of ze nog naar Vlaanderen willen komen. In volkser omgevingen gaat de hele zaal uit zijn dak als ik met de leeuwenvlag tevoorschijn kom, en al helemaal als ik de namen Bourgeois of De Wever laat vallen.'

'Ik lok die vijandige reactie bewust uit, om vervolgens het publiek te overtuigen dat de Vlamingen veel gemeen hebben met de Franstaligen. Ik maak me sterk dat mijn recept werkt. Niet zozeer door wát ik zeg, maar door de manier waarop ik op het podium sta, als de underdog die Frans spreekt met een sterk Vlaams accent. Er bestaan ook nog sympathieke Vlamingen, vertel ik mijn publiek.'

DAT WEET TOCH ELKE WAAL DIE AL EENS NAAR DE KUST GAAT? POLITIEK IS ÉÉN ZAAK, DE OMGANG TUSSEN DE MENSEN IETS HEEL ANDERS.
'Vergis je niet. Franstaligen hebben nooit veel bezocht in Vlaanderen, behalve de Zoo van Antwerpen of, inderdaad, de kust. De verklaring daarvoor is taal. Ze durven niet naar Vlaanderen te komen, omdat ze geen Nederlands spreken. Ik schrik er nog altijd van hoe slecht het Nederlands is van vaak hooggeschoolde Franstalige vrienden, die zelf nog geen pintje kunnen bestellen in Vlaanderen. Hun talenkennis gaat er weliswaar op vooruit, onder meer dankzij het succes van hun immersiescholen, maar het gaat heel traag.'

'Taal blijft echt wel een barrière. Een Vlaming tire son plan met het weinige Frans dat hij kent. Franstaligen, daarentegen, hebben een enorm respect voor wie verbaal sterk is. Franstalige humor, bijvoorbeeld, speelt voortdurend met taal. Iemand als Bruno Coppens is een echte woordkunstenaar. Wij, Vlaamse komieken, vinden dat passé en flauw. Een comedian die in het Algemeen Nederlands een show wil geven, gaat op zijn bek. Het Franstalig publiek, daarentegen, applaudisseert voor wie goochelt met klassiek Frans.

Ook dat verklaart waarom Franstaligen zo bang zijn om Nederlands te spreken. Ze durven gewoon geen fouten te maken, “parce qu'alors, je suis un con,. Dat ik met mijn gebrekkige Frans op een podium ga staan, of zelfs op de radio durf te komen, vinden ze dan ook fantastisch. Ze kunnen zich niet voorstellen dat ze hetzelfde zouden doen op de Vlaamse radio.'

SCÈNE 3. LE PETIT BERT CHEZ LE ROI BERT
Bert Kruismans mag bij de koning op audiëntie, le Roi Bert. Hij krijgt de geheime missie om te polsen naar wat leeft onder de bevolking. Ondertussen klaagt de koning over zijn zonen -'Quick et Flupke' - over Astrid 'qui est un peu simple et marche comme une péquenaude', en over 'notre veuve Fabiol'. In het publiek schuifelen enkele mensen ongemakkelijk op hun stoel. Nog meer geschuifel is er wanneer Kruismans insinuaties maakt over de geaardheid van Di Rupo. 'Il n'a pas de choix, il est né comme ça.' Waarna Di Rupo tegenover zijn moeder uit de kast komt: 'Je suis socialiste.'

Een schitterende voorstelling, zeggen twee wat oudere Brusselse echtparen achteraf. 'Kruismans dit la vérité. Il dit ce qu'on pense, mais qu'on n'ose pas dire.'

Wat durft men dan niet te zeggen? vraag ik aan Daniel, Marie-Paule, Anne en Paul. 'Satire over de koning, bijvoorbeeld. Dat ontbreekt aan Franstalige kant.'

(…)
'Nu, Vlaanderen heeft ook zijn taboes, hoor. Ik merk dat het hoe langer hoe moeilijker wordt de spot te drijven met Bart De Wever, of met Yves Leterme in West-Vlaanderen. Walen lachen gemakkelijker met Di Rupo dan Vlamingen met De Wever.'

HOE VERSCHILLEND IS DE FRANSTALIGE HUMORSCENE VAN DE VLAAMSE?
'Een aantal formats vind je aan de twee kanten van de taalgrens terug, zoals Mannen komen van Mars en Vrouwen van Venus, of de Penismonologen. Het verschil zit vooral in de stijl. Stand-upcomedy staat in Franstalig België zo ver als het zes jaar geleden in Vlaanderen stond. Het wordt gebracht door jonge mensen in cafeetjes en kleine zalen, maar ze zijn nog niet doorgebroken bij het grote publiek. Op de grote podia zie je revues, imitaties, typetjes of sketches.'

'Franstalige humor is ook vriendelijker en politiek correcter. Je zou het ook hypocrieter kunnen noemen, of minder to the point. Terwijl Vlaamse humor eerlijker is, scherper, of, als je wilt, boertiger, platter... Ik zie in De slimste mens ter wereld grappen passeren die in Franstalig België tot een lawine van boze lezersbrieven zouden leiden.'(…)

SCÈNE 4. L 'ÎLE DE LA TENTATION
Bert Kruismans gaat op de landbouwbeurs van Libramont op zoek naar wat Vlamingen en Walen gemeen hebben: Ikea, foeilelijke fermettes en l'île de la tentation, of Temptation island, ontdekt hij. Hij vat de plot van Temptation island samen als 'L'ultime test relationnel, tout comme les négotiations communautaires.' En over de verhouding tussen De Wever en Joëlle Milquet: 'Ik kan begrijpen dat ze Madame Non is.'

Het publiek smult van zulke grappen over de regeringsonderhandelingen en de absurditeit van veel communautaire conflicten. 'We zijn de situatie zo beu dat het deugd doet om er eens een avond mee te kunnen lachen', zegt het oudere Brusselse koppel Daniel en Marie-Paule. 'Het is een bevrijdende lach', vindt ook de veel jongere Jean-François Castel. 'Het feit dat deze voorstelling zo goed werkt, zegt veel over de politieke toestand. Het publiek heeft er nood aan zich eens te ontladen.'

Zou zijn voorstelling ook in Vlaanderen werken, vragen we aan Kruismans. 'Ik denk het niet. Vlamingen reageren veel onverschilliger op de politieke situatie. We hebben niets tegen België, maar het interesseert ons niet.'

DE FRANSTALIGEN ZOEKEN TROOST BIJ U?
'Soms komen ze me zeggen dat ik nog een goeie ben.'

(…)Ik ben blij dat ik in een klein cultuurgebied ben geboren, waar niets evident is, en waar zekerheden voortdurend worden uitgedaagd door wat buiten ons gebeurt.'

'Daarom ben ik ook zo blij dat ik de sprong voorbij de taalgrens heb gewaagd. Het voordeel van Belg zijn is dat je wereld zoveel groter is zonder dat je daar veel kilometers voor moet afleggen.


U WIL IN UW VOORSTELLING BENADRUKKEN WAT WE GEMEENSCHAPPELIJK HEBBEN. MAAR ILLUSTREERT WAT U VERTELT NIET VOORAL HOE VERSCHILLEND WE ZIJN?
'Voor een stuk wel, en dat verklaart ook waarom de Franstaligen zo geïnteresseerd zijn om naar mij te komen kijken. Ik ben een beetje een buitenlander voor hen. Vergelijk het met de eerste allochtone humorist in Vlaanderen. Het feit dat er belangstelling is voor zijn verschijnen op zich, bewijst net dat de kloof bestaat. De dag dat ik in Wallonië niet meer als Vlaming gepercipieerd word, is de integratie geslaagd.'

'Ik ontken die verschillen niet. Ik benadruk wel dat we tegelijk veel gemeen hebben, maar dat we het niet meer weten. En dat we ons te zeer laten leiden door het taalverschil. Vaak spreken we in een andere taal, terwijl we hetzelfde denken. Met de Nederlanders delen we dezelfde taal, maar we denken helemaal anders.'

EPILOOG
Bij een pint in een Brussels café. Kruismans maakt graag tijd om te praten over zijn ervaringen van het voorbije jaar in Brussel en Wallonië. 'Het viel me op dat er bij elke voorstelling ook Vlamingen in de zaal zaten, zelfs in het diepe Wallonië. Het bewijst dat mijn show Belgisch is. Als mensen samen kunnen lachen met dezelfde grappen, moeten ze toch veel gemeenschappelijk hebben. En dat gemeenschappelijke komt in de politiek noch in de media nog naar boven. Integendeel, zij vergroten de verschillen uit.

Nochtans zie ik ook grote verschillen binnen Vlaanderen, tussen jong en oud bijvoorbeeld, met gigantische financiële transfers van de ene generatie naar de andere. Maar daar maakt voorlopig niemand een probleem van. Die boodschap wil ik ook meegeven. Er lopen vele scheidingslijnen door de maatschappij, en het is een politieke keuze welke daarvan je electoraal uitspeelt.'

VOELDE U DE REACTIES VAN HET PUBLIEK EVOLUEREN NAARGELANG DE SFEER TIJDENS DE REGERINGSONDERHANDELINGEN?
'De mensen hebben afgehaakt. Twee jaar geleden zag je nog veel Belgische vlaggen hangen in de betere wijken van Brussel. Die zijn bijna allemaal alweer verdwenen. De Franstaligen berusten erin dat dit land uiteen zal vallen. Ze hebben het huidige België opgeheven, en leven al volop in een imaginair Waals-Brussels België. Tijdens een van mijn voorstellingen vroeg ik een vrouw of ze de Vlaamse actualiteit volgde. 'Non', antwoordde die dame, 'je suis les actualités belges.' Vlaanderen lag voor die vrouw al buiten België. Dat wordt de algemene teneur. Ik heb onlangs een boek gekocht over de beste Belgische humoristen. Daar staat maar één Vlaming in, en het is dan nog een in Leuven geboren Franstalige, Marc Herman.'

HEBT U HET VOORBIJE JAAR MEER BEGRIP GEKREGEN VOOR HET VLAAMSE RESSENTIMENT TEGENOVER DE FRANSTALIGEN?
'Dat begrip had ik al. Ik durf te beweren dat ik de geschiedenis van de Vlaamse Beweging vrij goed ken, en ik ben me er ook van bewust dat ze haar wortels heeft in een sociale strijd. Bovendien heb ik vijfentwintig jaar in Brussel/Halle/Vilvoorde gewoond en ik ken de problemen van de streek. Bij mijn buren is ooit op de garagepoort “sales flamands dehors, geschilderd.'

EN KREEG U MEER BEGRIP VOOR HET FRANSTALIGE RESSENTIMENT?
'Dat zeker. Kijk naar de geschiedenis: de Franstaligen zijn al honderdvijftig jaar aan het verliezen van de Vlamingen. De Franstalige humorist Bruno Coppens heeft zijn eerste kandidatuur in Leuven gedaan, in 1978. Nochtans spreekt hij geen woord Nederlands, want de Franstalige studenten hadden hun eigen faculteiten, hun eigen winkels en cafés, hun eigen studentenrestaurants. Ik ben zes jaar later in Leuven gaan studeren en heb daar nooit een woord Frans gehoord.'

'Zo snel is het gegaan. Binnen Vlaanderen is het Frans ondergronds gegaan. De Franstaligen hebben het Nederlands moeten toelaten in het leger, in de rechtbanken, in het onderwijs. Ze hebben de universiteiten van Leuven en Gent moeten opgeven, en ze hebben al bijna veertig jaar geen Franstalige premier meer gehad. Vanuit hun perspectief zijn ze de eeuwige verliezers.'

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
PAS SI DRÔLE QUE CA, LE BERT
Ebloui par cet article dithyrambique, nous nous sommes précipité illico aux Riches Claires pour assister à ce « fabuleux » one man show. Sold out ! Liste d’attente, un monde fou. Public quinqua, classe moyennes, abonnés de la revue des Galeries.

Ouf, deux places malgré tout, grâce à la neige qui a fait annuler plusieurs réservations. Le mec monte en scène avec un drapeau flamand en chantant le Vlaamse Leeuw. Ambiance électrique, malaise dans le public, huées ; il revient tout penaud avec un drapeau blanc. Rires. « Vlaanderen voor dommekloten », c’est cela en effet, la Flandre pour les nuls, littéralement pour les pauvre cons et c’est à peu près aussi nul que les dialogues belgicains de la Revue des galeries.
Un spectateur commente :'Kruismans dit la vérité. Il dit ce qu'on pense, mais qu'on n'ose pas dire.' Il dit aussi « sa vérité » au Zevende Dag l’émission dominicale phare de la VRT où il est régulièrement invité, en posture d’intellectuel, comme ce dimanche face à Yves Leterme et au célèbre professeur Etienne Vermeersch.
On rit gras et facile, hormis une réplique subtile placée dans la bouche d’un roi Albert en peignoir et pantoufles qui paraît échappé d’une caricature de Kroll :
« Les Flamands votent pour des partis séparatistes mais ne veulent pas d’une séparation du pays.
Les Wallons restent attachés à la Belgique mais sont persuadés qu’elle va éclater.
Les politiciens flamands rêvent de scinder la Belgique mais doutent que cela soit possible.
Les politiciens wallons sont pour le maintien de la Belgique mais préparent son éclatement. »
Bert Kruismans, fils naturel de Marc Herman, est franchement moins drôle que l’inventeur du « stuut » à répétition. Il tient son public en haleine avec des plaisanteries de corps de garde sur l’arrogance des flamouches blondes américanisées au volant de leurs 4X4, la passion de leurs maris pour barbecues collectifs, leur goût excessif pour les fermettes quatre façades meublées Ikea… Et d’enchaîner avec des pantalonnades sur Di Rupo ('Il n'a pas de choix, il est né comme ça….il est né socialiste.), De Wever, Dardenne, Lizin et 'notre veuve Fabiol'. Surtout sur AlbertII se plaignant de ses fils « 'Quick et Flupke » et d’ « Astrid un peu godiche qui marche comme une péquenaude.' Franchement, c’est limite ! Son propos est pimenté de répliques creuses telles que : « Si l'union belge fait la farce, c'est la bouffe qui fait l'union. »
Apparemment le public bruxellois et les Wallons adorent et en redemandent puisque Kruismans fait salle comble jusqu’au cœur du borinage. Il explique son succès par « een enorme honger naar kennis over Vlaanderen.” Donnez leur des clichés en pâture, jamais ils ne seront rassasiés.

La trame de son monologue tourne autour d’un argument simpliste: sa majesté Bert II a invité Bert Kruismans à encourager les francophones à faire un séjour touristique en Flandre.

On devine la suite. Bert (qui n’est pas pas Bart) s’efforçant de convaincre son public bon enfant “dat de Vlamingen veel gemeen hebben met de Franstaligen.” Sa recette : incarner sur scène un benêt bonasse, une sorte de Bourvil des Flandre tenant avec un accent à couper au couteau des propos destinés à plaire: « Er bestaan ook nog sympathieke Vlamingen, vertel ik mijn publiek. Walen lachen gemakkelijker met Di Rupo dan Vlamingen met De Wever.”

Commentaire du Standaard : l’humour francophone est moins plat et plus politiquement correct, en somme beaucoup plus hypocrite. On imagine qu’ils n’ont pas vu « sois belge et tais toi »

Cet humour un peu fastoche fonctionne à merveille parce qu’il déclenche “een bevrijdende lach », un rire libérateur : « Het publiek heeft er nood aan zich eens te ontladen. »

En somme ça grince beaucoup et ça manque de finesse. On est très loin de l’auto dérision, à la juive, du désormais fameux humour belge version “beur”. Jeunes, drôles et irrévérencieux, ils font mourir de rire toute la Belgique , même si leur notoriété n’a pas encore traversé la frontière. L’interculturel par le rire, voilà un créneau d’avenir à exploiter sans mesure ni limite.
MG

LATIFA ZOUBIR UNE “VOIX DE CITE”
Animatrice sur la chaîne Demain TV et chroniqueuse sur la radio Le Mouv’, Latifa Zoubir entend redorer le blason des banlieues trop souvent mal comprises. Elle n’en oublie néanmoins pas son pays d’origine, le Maroc, pour lequel elle ne manque pas de projets.
A tout juste 27 ans, et après un parcours éclectique, Latifa Zoubir est aujourd’hui animatrice télé et chroniqueuse radio. Deux missions qui lui permettent d’aller à la rencontre des gens, source de richesse pour elle. Après des études d’histoire, Latifa intègre en 2001 le prestigieux cours Florent pour apprendre le métier de comédienne. “C’est là que j’ai senti pour la première fois le racisme parce qu’il n’y avait jamais de rôle pour moi”, se souvient-elle. Elle décide alors de passer à la réalisation puis écrit une première pièce, Leïla ou la nuit, l’histoire d’une révoltée qui s’acharne contre toutes les formes d’archaïsme, qu’elle présentera quelques mois plus tard à l’association Ni putes ni soumises.
En 2005, elle devient responsable du pôle jeune de l’association et va à la rencontre des adolescents dans les établissements scolaires. “A ce moment-là, j’ai senti que tout était possible, j’ai senti la tension chez les jeunes et j’ai pressenti les fameux événements des banlieues.” Après avoir quitté Ni putes ni soumises, elle fait la connaissance, en janvier 2006, de Fahim Benchouck, responsable d’antenne de la radio Le Mouv’.
Elle devient alors chroniqueuse de l’émission Esprit rock es-tu là ? et réalise des micro-trottoirs. Puis tout s’enchaîne. A peine quelques mois plus tard, elle est contactée par la chaîne Demain TV pour animer une nouvelle émission, Voix de cité. Le principe : aller dans un quartier en voie de rénovation urbaine et le faire parler à travers ceux qui le font vivre.
“Dans cette émission, nous recherchons qui est l’humain qui se cache derrière l’urbain. Nous sommes bien accueillis, nous sommes là pour créer du lien, et ce que je peux en dire, c’est que les gens aiment leur quartier, en dépit des problèmes. Et ils l’aiment encore mieux quand on leur donne l’occasion d’en parler. Je me sens à ma place dans une relation de proximité.”
Tantôt comédienne, tantôt journaliste, Latifa ne manque pas d’énergie et de projets, notamment quand il s’agit de son pays d’origine, le Maroc. “J’y vais régulièrement pour voir ma famille du côté de Casablanca. J’ai l’ambition de faire des choses dans ce pays. Je ne sais pas quand, tout ce que je sais, c’est qu’un jour ou l’autre, ça arrivera.”

DU MOINS POUR LE MOMENT…
Moi, par exemple, je suis musulman. Mais c’est pas grave, je vais rien te faire !” Enfant terrible de la télévision belge – où il fut le premier présentateur d’origine marocaine –, danseur et comédien, Sam Touzani, 35 ans, ignore la grimace futile ou le ricanement imbécile. Le rire, estime-t-il, “doit pousser les gens à la réflexion”. Issu d’une modeste famille de sept enfants, laïc convaincu, révélé par son One human show puis par Allah Superstar, adaptation du roman iconoclaste de Yassir Ben Miloud, il s’est jusqu’à présent contenté de son public belge. “Ici, précise-t-il, les artistes peinent et galèrent, mais généralement, ils parviennent à concrétiser leurs projets. Sortir des frontières est autrement plus difficile…” Mais pourquoi, à l’exception de Devos, Poelvoorde et Philippe Geluck, les humoristes en rouge-jaune-noir peinent-ils à exporter leurs spectacles ? “Ce n’est certainement pas par manque de talent, tranche Sam Touzani. Il n’y a qu’à voir ceux qui se produisent sur les scènes de Mons, Liège ou Bruxelles. Leurs textes sont drôles et ciselés.” La faute à pas de place ? “La concurrence est forte, il y a beaucoup de comédiens talentueux parmi nos voisins”, admet pour sa part Mohamed Ouachen.
Prince de la mimique, roi des verbes qui claquent et des mots qui s’entrechoquent, il s’est fait connaître avec Je ne suis pas là pour foutre la merde, son premier one-man-show, où il raconte notamment l’histoire de sa famille, et comment elle est arrivée en Belgique. “Depuis septembre 2001, les choses ont changé, nous sommes beaucoup à évoquer les notions de religion, d’islam et d’immigration dans nos spectacles. Même si, personnellement, j’ai parfois envie de dire et de faire autre chose.”
En septembre prochain, il sera à Limoges pour rejouer Djurdjurassik bled : “Ce sera ma première vraie tournée en France. C’est comme ça le boulot, on fonctionne aux rencontres, au feeling…”

“LES FRANÇAIS APPRECIENT L’AUTODERISION”
Amitié et complicité, c’est encore la recette de Ben Hamidou, Bruxellois d’origine berbère, qui a fait ses armes au Club Med et les a affûtées sur les scènes de la capitale belge pour véritablement les dégainer avec Sam Touzani dans Gembloux ! Chronique d’une guerre oubliée. “Ce spectacle a pas mal tourné en France, raconte Ben. Percer le marché français est très difficile, mais je pense que les Belges y ont une bonne réputation parce que leurs productions, que ce soit au théâtre ou au cinéma, sont souvent de bonne qualité. Peut-être que je pourrais, comme d’autres l’ont fait, tenter ma chance en allant m’installer à Paris, mais je suis bien ici, je connais les gens, j’ai créé une association pour apporter la culture dans les quartiers…”
“C’est vrai qu’il y a une demande pour nos spectacles, embraye Sam Touzani. Je pense que les Français nous aiment bien, qu’ils apprécient notre autodérision et notre irrévérence. Ils ne se foutent plus de notre gueule comme il y a dix ans.” Primé en 2002 au Festival de Rochefort après avoir fait la pre-mière partie de Guy Bedos, il s’apprête à remettre le couvert au prochain Festival d’Avignon, en juillet prochain : “J’y présenterai mon dernier spectacle, Liberté-Egalité-Sexualité, précise-t-il. Ce sera en quelque sorte un test avant une nouvelle tournée française. J’avais eu quelques déboires avec Allah Superstar, que j’avais joué des centaines de fois en Belgique, mais dont la tournée française a été annulée après l’affaire des caricatures. Absurdement, les organisateurs craignaient que ce soit l’étincelle qui risquait de tout péter. Maintenant, je me dis que c’est peut-être le moment…”
Le Courrier de l’Atlas - Céline Fornali & Joël Matriche

Aucun commentaire: