samedi 8 janvier 2011

CD&V, een partij tussen wal en schip

Volgens DAVE SINARDET valt een aantal denkpistes van CD&V te verklaren door verkiezingen, zowel het tegenvallende resultaat van de vorige, als de angst voor degene die zullen komen.
Toen CD&V tijdens die vorige kwakkelende regeringsvorming, in 2007, nog maar aanstalten maakte om zich ietwat minder Vlaams-radicaal te profileren, gingen er meteen stemmen op die de partij beschuldigden van kiezersbedrog. Want had het kartel CD&V/N-VA geen 'grote staatshervorming' beloofd? (En dan was die campagne van 2007 niet eens erg communautair gekleurd, maar alla.)

Raar genoeg hoorde je geen verwijten van kiezersbedrog, toen CD&V woensdagavond onmiskenbaar 'nee' had gezegd tegen de basistekst van Johan Vande Lanotte. Nochtans profileerde de CD&V zich tijdens de laatste kiescampagne, in 2010, duidelijk als de partij van communautaire redelijkheid, dialoog en verzoening. Dat was een expliciete, strategische profilering tegenover N-VA. Herbekijk bijvoorbeeld de confrontatie tussen Marianne Thyssen en Bart De Wever in Het groot debat van de VRT op 6 juni of die tussen Rik Torfs en diezelfde De Wever op 10 juni in Oog in oog. Net als de hele CD&V-campagne, waren die debatten opgebouwd rond de tegenstelling tussen een redelijke, compromisbereide CD&V die de N-VA ervan beschuldigde een confrontatiestrategie te volgen die enkel maar nieuwe blokkeringen en crisissen zou opleveren. Torfs zei op een bepaald moment letterlijk dat CD&V had geleerd uit de fouten van de voorbije jaren: die confrontatiestrategie was geprobeerd en mislukt.

Men kan zich dus inbeelden dat de kiezers die in juni 2010 bij CD&V bleven of ernaartoe kwamen, voor dat redelijke en constructieve profiel hebben gestemd.

Maar het zijn vooral de kiezers die de partij verlaten hadden waar de CD&V-top - dat is in de praktijk vooral Kris Peeters - sinds de verkiezingen oog voor heeft. Snel was de analyse gemaakt dat het verlies lag aan een te weinig Vlaams profiel in de campagne. Meteen werd bijgevolg een bocht genomen, met CD&V voortaan in de rol van wieltjeszuiger van N-VA. Vanaf de eerste bijeenkomsten met de zeven partijen tijdens de zomer werd dat duidelijk. Het werd nooit explicieter dan woensdagavond, toen de top na het vernemen van het N-VA-standpunt een soort putsch pleegde en het 'ja, maar' van het partijbureau omboog tot een 'nee, tenzij'.

Velen verklaren die houding vanuit een angst voor eventuele vervroegde federale verkiezingen. Dat zal best meespelen, maar belangrijker zijn ongetwijfeld verkiezingen die er zéker aankomen: de gemeenteraadsverkiezingen van 2012. De lokale, landelijke machtsbasis was voor CD&V altijd al cruciaal. Die verliezen zou ook symbolisch een zware klap zijn. Omdat CD&V blijkbaar niet meer in de eigen kracht gelooft, komt het eropaan om in 2012 zoveel mogelijk kartels te sluiten, of minstens te behouden, met dé grote partij van het moment: de N-VA. Nu te veel afwijken van de N-VA kan kartels vormen bemoeilijken.

Die electorale strategie kan CD&V zuur opbreken. Een blinde ziet immers de stijgende polarisatie in Vlaanderen tussen voor- en tegenstanders van de N-VA-logica. De eersten zullen voor N-VA stemmen, want ook in de politiek is het origineel steeds beter dan de kopie, ook al omdat de volgzame houding van CD&V weinig wervend is. De anderen zullen volgende keer wellicht ook minder geneigd zijn voor CD&V te kiezen. Zo dreigt de partij tussen wal en schip te vallen, ook al omdat er kapers op de kust zijn.

Sommigen binnen CD&V beweerden na de verkiezingsnederlaag van vorig jaar dat CD&V weg moet van haar profiel van verantwoordelijke, staatsdragende bestuurspartij en terug naar haar echte kern. Wanneer ze dan moeten uitleggen wat die echte kern precies is, volgen in het beste geval wat vage woorden.

Zou dat niet zijn omdat net staatsmanschap en verantwoordelijkheid de essentiële onderdelen zijn van de identiteit van CD&V?

JE KAN ZEKER KRITIEK HEBBEN OP JOHAN VANDE LANOTTE, MAAR DE VOORBIJE TWEE MAANDEN HEEFT HIJ MET BRIO DE TRADITIONELE ROL VAN CD&V OVERGENOMEN: stapje voor stapje tegengestelde standpunten verzoenen, rekening houden met gevoeligheden, trekken, sleuren en naar een compromis toewerken. Ook over de compromistekst kan je veel zeggen, maar niet dat die, in vergelijking met de stand van zaken bij de mislukking van Di Rupo begin september, niet fundamenteel in de richting opschoof van N-VA en CD&V. Toen was de hoofdkritiek immers het gebrek aan koppeling tussen extra geld voor Brussel en de herziening van de financieringswet, waarover enkel 12 principes waren afgesproken. Ondertussen werd een heel nieuwe financieringswet uitgewerkt en ligt het bedrag voor Brussel lager dan wat de Franstalige partijen vroegen. Bovendien werd de bevoegdheidsoverdracht nog uitgebreid. Iedereen weet dat CD&V met een kwart van de nota-Vande Lanotte nog geen jaar geleden op de tafels zou hebben gedanst.

De reactie van N-VA - nadat eerst rekening is gehouden met al haar punten van kritiek, zal de partij nog eens bekijken of ze over het voorstel wil onderhandelen - doet steeds meer vermoeden dat het voor de Vlaams-nationalisten nooit voldoende zal zijn. Daarvoor hoeft de partij niet eens doelbewust een verrottingsstrategie te voeren, maar ze heeft zo te zien niet de wil om compromissen te maken voor een akkoord. Het alternatief is voor N-VA dan ook minstens even aantrekkelijk, want het bevestigt haar basisstelling dat België niet werkt. Dat kan je de partij ook niet kwalijk nemen. Hooguit kan je zeggen dat ze de nationalistische kern van haar programma tijdens de verkiezingen wat onder het tapijt moffelde. Maar op zich is het geen verrassing dat er met de N-VA geen akkoord komt. Zeker niet voor CD&V, want dat is precies de kernboodschap die de christen-democraten tijdens de hele kiescampagne aan de kiezers overbrachten: kies voor ons, want met N-VA eindig je in blokkeringen en crisissen.

Dat is ook de overtuiging die de voorbije maanden achter de schermen steeds sterker leeft bij verschillende CD&V'ers, en niet bij de minsten. CD&V speelt dus het spel van N-VA mee, goed wetende dat dit op een totale blokkering dreigt uit te lopen, onder het oog van hongerige financiële speculanten.

En zo verliest de partij almaar meer haar ziel.

DAVE SINARDETWie? Politicoloog aan de VUB en de UA. Wat? CD&V verliest steeds meer haar eigen ziel. Waarom? De partij houdt al te zeer rekening met wat N-VA doet.


COMMENTAIRE DE DIVERCITY
LE CARTEL N-VA CD&V S’EST RESSOUDÉ
1. Avec le jeune président Beke, le CD&V s’est aligné sans vergogne sur les positions de la N-VA afin d’accentuer son profil flamingant. Objectif : reconquérir les voix perdues en faveur de la N-VA. C ’est aussi le combat de Chris Peeters. Président du gouvernement flamand qui bombe le torse flamingant.
2. Dorénavant le CD&V roule dans la roue de la N-VA et cesse d’être un parti intéressé par le niveau fédéral. Il ne désire plus être le parti des hommes (et des femmes) d’Etat, autrement dit des notaires de la maison Belgique.
3. Curieusement c’est Vande Lanotte qui a repris ce rôle en le jouant brillamment. (“je kan zeker kritiek hebben op Johan Vande Lanotte, maar de voorbije twee maanden heeft hij met brio de traditionele rol van cd&v overgenomen” )
4. Les nationalistes flamands en veulent toujours plus.
5. Ils n’ont aucun soucis d’atteindre une quelconque forme de compromis.
6. Surtout ne soyons pas surpris qu’avec la N-VA aucun accord n’est possible.
7. Désormais le CD&V joue la même partition que le N-VA ce qui risque de déboucher sur un blocage complet et une attaque des spéculateurs.
8. Le CD&V est en train de perdre son âme (“En zo verliest de partij almaar meer haar ziel”).

S’ENGAGER SUR LA VOIE FEDERALE
Dave Sinardet (Politologue à l’université d’Anvers et, à temps partiel, à Saint-Louis et à la VUB )

De Wever fait d’une pierre deux coups : si on ne parvient pas à former un gouvernement d’ici peu, ce ne sera pas de sa faute et cela renforce la thèse de la N-VA selon laquelle le pays ne fonctionne pas.

Elio Di Rupo a soupçonné la presse flamande de pratiquer une forme de« militantisme autonomiste » tandis qu’il taxait la presse francophone de modèle d’objectivité. De Wever a tenu de semblables propos, en sens inverse. Cela en dit long sur l’évolution d’un pays où tant De Wever que Di Rupo estiment que de l’autre côté de la frontière linguistique, les médias soutiennent les politiciens de leur communauté plutôt d’observer une stricte neutralité communautaire.

Pour De Wever la Belgique se compose de deux démocraties : « nous organisons deux élections distinctes avec des partis distincts qui mènent des débats distincts dans des médias distincts. Ensuite il faut tenter de former un gouvernement à partir de ces réalités distinctes. » Un tel système ne peut fonctionner que si chacun en a la volonté, comme ce fut par exemple le cas en Belgique entre 1988 et 2007. Ou comme c’est le cas dans l’Union européenne, où la logique de base est la même, mais à 27 partenaires.

Cette logique explique l’impasse dans laquelle nous nous enlisons. Elle rend compte aussi du succès d’un discours à la De Wever. Pour inverser cette logique, il ne faut pas défédéraliser le pays mais , mais au contraire accentuer son caractère fédéral, en incitant les politiciens à tenir compte de l’intérêt général et pas seulement celui de leur communauté.

Une circonscription électorale fédérale est un de ces moyens. Elle implique que des responsables politiques qui mènent une politique pour tout le pays soient responsabilisés envers tous les citoyens de ce pays, pas seulement ceux de leur communauté. Cela peut d’ailleurs parfaitement aller de pair avec l’attribution de plus de compétences et de responsabilités aux Régions.

Une autre « solution » pour résoudre le problème des deux démocraties est de scinder le pays, mais ce n’est pas parce que c’est peut-être techniquement possible que c’est politiquement réalisable. Ne fût-ce que sur un « partage » de Bruxelles, on se retrouverait rapidement dans une impasse politique à côté de laquelle celle d’aujourd’hui ferait pâle figure.

Les partis qui ne veulent pas d’une scission du pays, parce qu’ils l’estiment impossible ou non souhaitable, devraient donc logiquement s’engager sur l’autre voie, la voie fédérale, dans le vrai sens du terme. A moins qu’ils ne veuillent faire en sorte que nous puissions continuer à pulvériser joyeusement nos propres records du monde.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
DÉNOMINATEUR COMMUN ?
Au moment où le roi, qui jamais n’a été autant sollicité, se prépare à prendre une nouvelle initiative, tous les commentateurs patentés, les professeurs et analystes de toutes couleurs y vont de leur analyse. C’est le moment de prendre du recul pour essayer de bien comprendre dans quelle pièce nous jouons.

Aucun commentaire: