vendredi 21 janvier 2011

NVB’ERS : NIEUWE VLAAMSE BRUSSELAARS

Leven in de Vijfhoek: kosmopolitisch op een kluitje

Ook nu hij in Mechelen woont, blijft Mattias Tuyls ze tegenkomen, de NVB’ers, Nieuwe Vlaamse Brusselaars. “Wat ze gemeen hebben, is een wantrouwen tegenover alles en iedereen die buiten Brussel woont of zich buiten de hoofdstad durft te begeven. Alsof daar nog iets te beleven valt, djeezus!”

Brussel, Bruxelles, Brussels, Bruselas... Leuke stad, en misschien wel de enige die we hebben. Niet de mooiste, niet de properste, niet de veiligste, niet de meest efficiënte... maar wel leuk, dus. En kosmopolitisch, dat ook. Ik heb er zeven jaar gewoond en dan word je automatisch ‘Brusselaar’... en da’s voor het
leven, onvermijdelijk. Om eens een huizenhoog cliché te gebruiken: Brussel is van iedereen en niemand, anarchie en chaos in een light-versie in de schaduw van het Atomium. Da’s Brussel, toujours été comme ça, fieu.
Intussen heb ik de hoofdstad al bijna vier jaar ingeruild voor... Mechelen, Malines, Malinas. Goedkopere huizen, minder administratief gezeik, gezelliger. Toegegeven, net iets minder kosmopolitisch, net iets kneuteriger, net iets ‘Vlaamscher’, ondanks een bloeiende Marokkaanse, Assyrische en Russische gemeenschap.
Hoor ik daar al hoongelach in de verte? Nee, mooi... Mechelen dus, provinciaal nest aan de oever van de Dijle: zijn Romboutstoren, zijn Grote Markt, zijn Margaretha van Oostenrijk, zijn Somers en Gennez, zijn eigenste Eén-serie, zijn voetbalrivaliteit... euh... zijn Romboutstoren dus. Centrumstad in volle ontwikkeling, opklimmend uit een diep dal, ook leuk, maar geen Brussel... anders. Ontwakend zelfvertrouwen en geslaagde citymarketing in de schaduw van de Sint-Romboutstoren. Cru gesteld: ‘Brugge minus de toeristen, met allochtonen’, et voilà, Malines!
Nu wil het toeval dat ik als – jawel – fiere Nieuwe Mechelaar Brussel nog altijd een warm hart toedraag (zoals ik al zei: ‘voor het leven’), en dus ben ik nog vaak in de pocketgrootstad te vinden. Werk, vrienden, een nooit aflatende Brusselhonger en een drang naar sleaziness zijn daar niet vreemd aan. Voor de afstand hoef je het overigens niet te laten. Als Charleroi tegenwoordig als Brussels-South door het leven mag, is Mechelen niets minder dan Brussels-North (hoewel de meeste Maneblussers wellicht opteren voor Antwerp-South). Een slordige twintig kilometer, ziedaar de kloof tussen beide nederzettingen. Maar het lijkt erop dat ik telkens als ik de hoofdstad bezoek, alles wat buiten de Brusselse gewestgrenzen ligt moet verdedigen tegenover sommige lieden, die ik aldaar blijf tegenkomen.
Lui die ik gemeenzaam de ‘Nieuwe Vlaamse Brusselaars’ zou willen noemen. NVB’ers, zo u wilt. Wat ze allemaal gemeen hebben naast hun ‘provinciale’ afkomst, is een plots ontwikkeld wantrouwen en scepticisme tegenover alles en iedereen die buiten Brussel woont of zich tout court buiten de hoofdstad begeeft. Alsof daar sowieso nog iets te beleven valt, djeezus!
Meewarig
Dat dit soort figuren doorgaans is opgegroeid in minder mondaine oorden als Leffinge, Steenokkerzeel, Ninove, Kasterlee of Meeuwen-Gruitrode, vormt daarbij geen hinderpaal. Vaak worden deze plaatsen uit een minder hip en minder ‘artistiekerig’ verleden dan ook angstvallig verborgen gehouden. Brusselaar, mijnheer... zéééker en vaaaast, jom! Als je die capitalino’s vertelt dat je Brussel na zeven jaar hebt ingeruild, voor Mechelen godbetert, dan krijg
je steevast blikken die een mengeling van meewarigheid en mededogen verraden. Als je het dan nog bestaat hen te verzekeren dat je daar zelfs graag woont, stuit je op compleet ongeloof. Het woord verrader valt net niet. Niet zelden dus uit de mond van lieden die nog maar drie maanden geleden de weg van Bachten de Kupe naar Brussels DC hebben ontdekt. Hun provinciale tongval is daarbij meestal intact hebleven.
NVB’ers zweren ook bij het internationale en kosmopolitische karakter van Brussel, waarop ze te pas en te onpas wijzen. Daar hebben ze natuurlijk een punt. Het contact met andere culturen kan inderdaad een ongelooflijke verrijking zijn. Kán, want de Nieuwe Vlaamse Brusselaar wouldn’t know. Die houdt zich bij voorkeur op met andere NVB’ers in de vijf of zes Vlaamse intellectuele cafés in het centrum van Brussel. Nu battleground van CD&V-mandatarissen, dus gezelliger zal het er daar vermoedelijk niet op worden.
Waar ligt de kosmopolitische meerwaarde als je je uitsluitend omringt met andere Nieuwe Vlaamse Brusselaars, die om ter hardst hun best doen om zo Brussels mogelijk over te komen? Putain, kun je dan niet evengoed à l’aise pinten gaan pakken in de betere bruine kroeg in pakweg Zwevezele of Zoersel?
Wat opvalt, is dat echte ‘geboren’ Brusselaars helemaal geen last hebben van dit soort snobisme; ‘leven en laten leven’, da’s zo’n beetje hun houding. Niet toevallig de houding die heel de stad samenvat. Iedereen kan Brusselaar zijn, Brussel valt niet te claimen en al zeker niet door een Nieuwe Vlaams-Brusselse elite.
Natuurlijk is er in Vlaanderen al jaren een tendens aan de gang van Vlamingen die niets meer om Brussel geven, die het nu al als een soort van ‘buitenland’ beschouwen. Bekrompen, provinciaal? Absoluut... Langs de andere kant kan ik me niet van de indruk ontdoen dat er een subcultuur van NVB’ers in Brussel
woont die, zonder het te beseffen, net dezelfde houding aanneemt. Even bekrompen? Zeer zeker. Even provinciaal? Reken maar...
Ex-Brusselaar Mattias Tuyls is reporter bij De Ochtend op Radio 1. (Uit BDW)

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
NVB VERSUS NVA
Les citoyens flamands choisissant de s’installer dans la capitale se révèleraient très vite plus bruxellois que nature au point de ne plus comprendre comment l’on peut vivre en dehors du pentagone. Attirés par le cosmopolitisme et le vent de liberté - vivre et laisser vivre ,ils s’inscrivent parfaitement dans cette ville de minorités. Mais n’imaginons pas pour autant qu’ils se plongent dans un bain d’interculturalité: ils se retrouvent de préférence dans quelques cafés intellectuels du bas de la ville, tout comme les expats de luxe se retrouvent dans les bistrots entre la place de Luxembourg et Schumann.
Mais bien que tous les néerlandophones de Bruxelles ne soient pas des NVB, ou des « Daensaert vlamingen » -il y a aussi les nouveaux immigrés qui choisissent le « inburgering » processus et les écoles flamandes pour leurs enfants et il reste aussi, surtout au nord de la ville les populations vieillissantes qui pratiquent encore la langue de Vondel cuisinée à la sauce zinneke- ils ne sont pas toujours bien vus par les flamands de Flandre, parce que considérés comme trop enclins à défendre les intérêts de la Capitale et à gaspiller à coups de subsides culturels l’argent durement engrangé par Mère Flandre.
VDB

Aucun commentaire: