vendredi 21 janvier 2011

Waarom N-VA ‘neen' zal zeggen

Hangar 26 zet voor morgenavond al zijn multifunctionele wanden aan de kant. De N-VA houdt er een nieuwjaarsfeestje en dat is goed voor een full house.
Voor Bart De Wever wordt het, na meer dan zeven maanden uitputtingsslag op het communautaire front, een fijn weerzien met de actieve achterban. ‘Onzen Bart' heeft nog altijd niet gezondigd tegen de leuze ‘liever geen akkoord dan een slecht akkoord'.

Dat de partij onder druk wordt gezet om nu toch maar een compromis, een ietwat bijgesleutelde versie van de nota-Vande Lanotte, te aanvaarden, maakt weinig indruk. Jazeker, het gevaar van de financiële speculanten is niet weg, burgers komen op straat voor ‘iets' en de N-VA-top weet drommels goed dat veel van haar kiezers net gestemd hebben tegen stilstand. Ook de solidariteit van CD&V in de ‘Vlaamse strijd' is niet meer gegarandeerd nu de ACW-vleugel zich roert.

Toch is het een illusie dat de N-VA nu plots wel zou instemmen met het ‘hoogst haalbare', omdat een compromis nu eenmaal een compromis is en dus geen doordruk van het eigen programma. De N-VA zal ‘neen' zeggen, tenzij er in de doodbloedende onderhandelingen alsnog een totaal onverwachte wending zou komen.

STAP ACHTERUIT
Nochtans zit er wel wat verdedigbaars in de staatshervorming die Johan Vande Lanotte heeft voorgesteld. Een overdracht van bevoegdheden ter waarde van 15 miljard, fiscale autonomie voor de regio's ter waarde van 14 miljard, en niet te vergeten – eindelijk! – een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, een 40 jaar oude eis.

Helaas, te weinig. Het zal Vlaanderen te veel kosten, de bevoegdheidsoverdrachten zitten gewoonweg niet goed in elkaar en er is te veel water in de wijn nodig om BHV te splitsen, zo redeneert de N-VA. ‘Het is alsof je met veel moeite een bouwvallig en op te knappen rijhuisje kan verwerven, maar daarvoor de prijs van een chique villa moet betalen. Dan kopen we liever niets', luidt het in de partij.

De oefening van Vande Lanotte is er naar aloude Belgische traditie een van stapjes. Een beetje meer fiscale autonomie en mondjesmaat meer bevoegdheden of inspraak, een BHV-splitsing met toegevingen die zich beperken tot de zes faciliteitengemeenten, het is een staatshervorming met onmiskenbare pro's. Maar hoe je het draait of keert, de nota-Vande Lanotte staat inderdaad ver af van de Copernicaanse revolutie die de N-VA beloofd heeft. De bric-à-brac van bevoegdheden, het is terechte kritiek. Dat zal ons écht geen beter bestuur brengen.

Helemaal onmogelijk wordt het voor de N-VA als de hervorming ook stappen achteruit betekent. Het kan niet door de Vlaamse beugel dat Brussel een volwaardig derde gewest wordt, ook al ontbreekt tot vandaag een coherent plan over wat de multiculturele hoofdstad dan wel moet zijn. Of samenvallende verkiezingen, dat is voor de Vlaamse kerk ook de klok achteruit draaien.

Het wordt dus hoogstwaarschijnlijk ‘neen' begin volgende week, alle wanhoopspogingen van het paleis met het vooruitgestuurde triumviraat ten spijt. In de geest van de Vlaams-nationalisten is het spoor van Vande Lanotte allang ten dode opgeschreven en zit men in de fase van de palliatieve verzorging.

Trechter
Et alors? ‘Als men het signaal van de kiezer echt niet begrepen heeft en ons programma niet wil uitvoeren, dan gaan we maar in de oppositie. Het heeft lang genoeg geduurd', zegt een vooraanstaand N-VA-kamerlid. Oppositie, het woord komt er zonder blikken of blozen uit. Liever een zweeppartij zoals het in de genen van de oud-VU'ers zit dan een partij die uit verantwoordelijkheidsbesef of, godbetert, staatszin zich achter een verre van volmaakt compromis schaart.

De Wever heeft geen andere keuze als hij de eigen partijlogica volgt. De militante achterban liet zich dit weekend al horen bij monde van de Vlaamse Volksbeweging. Liever geen regering dan een slechte regering. Liever geen akkoord dan een slecht akkoord. Trek de stekker eruit, was de conclusie.

Bovendien heeft Bart De Wever voor een communautair akkoord en de daarop volgende regeringsdeelname groen licht van ten minste twee derde van zijn partijraad en partijcongres nodig. In die raad zit de traditionele Vlaams-nationalistische achterban, niet die bredere laag. Elke communautaire beslissing moet dus door die radicalere trechter.

Met zijn kolossale politieke gewicht zou De Wever wellicht, als hij dat al zou willen, wel heel veel ‘door de strot' kunnen duwen van zijn partij. Maar de voorzitter heeft zijn congres nog nooit iets voorgelegd waarvan hij vooraf aanvoelde dat het moeilijk zou worden. Daarvoor kent hij de roots veel te goed. De compromisgezinde De Wever versus een radicale achterban, zo zit het plaatje echt niet in elkaar.

Wie beweert bovendien dat de impasse bij de meer gematigde N-VA-kiezer matigend werkt? De peilingen geven het tegendeel aan. Een impasse is alleen nog een illustratie van Rien ne va plus.

Dertig procent
De partij lijkt te gokken op het scenario dat de anderen haar eruit zullen knikkeren om alsnog met de traditionele partijen een regering zonder N-VA te vormen, ook al ontkent ze dat officieel in alle talen. Vanuit de enge partijlogica is er voor dat standpunt zelfs veel te zeggen. Een zweeppartij is zoveel comfortabeler en rechtlijniger dan de scepter moeten zwaaien samen met Franstaligen die nog altijd veel te behoudsgezind zijn.

Een Franstalige studie heeft berekend dat de Franstaligen elke week 4 uur onbetaald moeten werken om het huidige beleid te kunnen voortzetten indien ze onafhankelijk zouden zijn. Wel zij kiezen wel voor dit beleid maar ze weigeren om die 4 uren te presteren. Iemand anders moet die presteren. Dit noemt men solidariteit. Ze kunnen die 4 uren presteren maar het is iemand anders die het voor hen moet doen. En als die iemand anders zich daarover een vraag durft te stellen dan moet die maar van mentaliteit veranderen. Alsjeblieft NVA, laat daar toch 1 Vlaamse partij zijn waar ik nog in kan geloven. Ik wil graag aan een mars deelnemen, niet tegen iets (zoals stilstand) maar voor iets: een minimum aan fierheid, wat meer geld voor onze gehandicapten, voor onze wegen en misschien zelfs voor mijn eigen buidel. Allemaal zaken die we met de opbrengst van die 4 uur zelf kunnen doen. Tot in Gent of Antwerpen?

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
POURQUOI « MONSIEUR NEEN » DIRA «NJET! »
Du temps du cartel ce gros gourmand boulimique voulait « een dikke vis in de pan ».
Mais voilà, pas de chance, un gros poisson pour l’appétit d’Elio est une sardine pour le Bart éternellement affamé.
En bon pêcheur ostendais, Vande Lanotte a ramené une belle marée : un transfert de 14 milliards du fédéral vers les régions et les communautés et »– eindelijk! – een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, een 40 jaar oude eis. »Mais cela exige de mettre beaucoup trop d’eau dans le vin capiteux de la N-VA.

Hélas, il n’y a pas dans le filet du pêcheur ostendais de quoi rassasier les appétits de Bart « De bric-à-brac van bevoegdheden, zal ons écht geen beter bestuur brengen”.
Surtout, pour De Wever, il est carrément imbuvable que Bruxelles soit reconnue comme une région à part entière!. Ensuite il,dénoncera une absence de plan pour gérer la capitale fédérale autrement, «en over wat de multiculturele hoofdstad dan wel moet zijn. » Et puis cette idée saugrenue d’organiser tous les scrutins en même temps exaspère le N-VA aime se présenter régulièrement devant l’électeur.
Et alors? Et alors autant tourner les talons, tirer la prise et rejoindre les rangs de l’opposition.
“Oppositie, het woord komt er zonder blikken of blozen uit.”
“ Liever geen regering dan een slechte regering. Liever geen akkoord dan een slecht akkoord. Trek de stekker” .
Est-ce que cela veut dire que l’idée de former une majorité sans la N-VA pourrait carrément être mise à l’ordre du jour ?
Il faut absolument une avancée politique, sociale et sociétale ; faute de quoi les marchés vont nous massacrer.
Qu’est-ce qu’une avancée ? Politique, sociale ou sociétale ? « Toujours le résultat d’une convergence. La conséquence d’un moment magique où des affluents, provenant de différentes sources, confluent en un fleuve qui submerge ou emporte les obstacles qui bloquent l’évolution nécessaire de la société. » (voir le superbe article de J. F. Kahn qui suit)
Autrement dit : tous pour contre un et un compromis de tous pour mettre Bart échec et mat.
Si on y a compris quelque chose, mieux vaut une avancée hardie, une réforme franche sans De Wever qu’un accord avec lui qu’il pourrait mettre, le cas échéant, à son actif !
Donc, les rasoirs dans l’armoire et tous ensemble dans la rue dimanche contre la N-VA et pour un déblocage de la situation.
C’est ça ou « l’indicible plaisir de piétiner sur place sans que, surtout, rien ne change. »
MG

IL FAUT UNE CONVERGENCE CONTESTATRICE
Par JEAN-FRANÇOIS KAHN Cofondateur de l’hebdomadaire «Marianne». (dans Libération)
Qu’est-ce qu’une avancée ? Politique, sociale ou sociétale ? Toujours le résultat d’une convergence. La conséquence d’un moment magique où des affluents, provenant de différentes sources, confluent en un fleuve qui submerge ou emporte les obstacles qui bloquent l’évolution nécessaire de la société. Aucune exception ! Il n’y a pas d’exemple de système oppressif, autocratique ou archaïque qui ait été renversé par une dynamique autre que celle qu’avait initiée une vaste convergence contestatrice.
C’est la rencontre des aspirations libératrices et modernistes du monde paysan, du peuple des artisans, commerçants et salariés urbains, de la moyenne bourgeoisie et de l’aile progressiste de l’aristocratie qui enclencha le processus de la Révolution de 1789. C’est l’alliance de la bourgeoisie libérale, des petits entrepreneurs et d’un prolétariat naissant qui a rendu possible le soulèvement émancipateur de 1830. C’est une coalition qui regroupait les orléanistes réformateurs, les républicains modérés, des bonapartistes et des socialistes (soutenus par quelques monarchistes légitimistes), qui, en 1848, initia ce qu’on appela le «printemps des peuples». C’est le pacte qui permit aux communistes, socialistes, démocrates chrétiens, gaullistes et libéraux de progrès d’intégrer le même Comité national de la Résistance qui rendit possible la libération du pays, mais surtout une résurrection et un relèvement assez spectaculaire pour que, malgré les aberrantes guerres coloniales, l’œuvre que ce grand «front républicain» initia, fut qualifiée de Trente Glorieuses.
Oui ou non, estime-t-on qu’il faut, imaginer, élaborer, puis construire un autre modèle de société que celui qui est en train, moralement, socialement et humainement, de faire faillite ? Oui ou non, pense-t-on que cela passe absolument par un changement de gouvernance ? Croit-on que l’on pourra initier une dynamique alternative en se recroquevillant sur des forces qui représentent au pire 38 % de l’électorat et, au mieux, 44% ? 44% quand ce sont, au minimum, 55% des Français qu’il faudrait parvenir à regrouper pour pouvoir initier un processus de transformation politique et sociale. Croit-on que l’invention progressive d’un nouveau monde, le formidable élan, théorique et pratique, que cette mutation nécessite, pourrait résulter d’un entre soi frileux et défensif ? Qu’on mobilisera en refusant, a priori, tous les renforts ? Sans des convergences républicaines, aucune chance de renverser les montagnes. La radicalité d’enfermement n’est que posture. Ou bien on s’élargit pour avancer et construire, ou bien on se ratatine pour se procurer l’indicible plaisir de piétiner sur place sans que, surtout, rien ne change. Au choix.

Aucun commentaire: