vendredi 25 février 2011

Belegerde despoten en hun vrienden

HOE LANG LAAT WASHINGTON DE ARABISCHE LENTE DUREN?

Als de Arabische lente echt doorbreekt in Bahrein, heeft Washington een probleem, voorziet TARIQ ALI. Want als Bahrein valt, komt het koningshuis van Saudi-Arabië onder druk te staan en moeten de VS kiezen of ze ingrijpen of niet.
Dat het volk weigert de hand te kussen die hen decennialang heeft gekastijd, opent een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de Arabische wereld. De absurde maar vaak verkondigde neoconservatieve stelling dat Arabieren of moslims afkerig zijn van democratie, is als een perkament in vlammen opgegaan. De kampioenen van die stelling lijken nu het ongelukkigst: Israël en zijn lobbyisten in Euro-Amerika; de wapenindustrie, die haastig probeert te verkopen wat ze nog kan (waarbij de Britse premier op de wapenbeurs van Abu Dhabi handelaar des doods speelt); en de belegerde heersers van Saudi-Arabië, die zich afvragen of de ziekte naar hun tirannieke koninkrijk zal overslaan. Tot nu toe hebben ze de ene tiran na de andere asiel gegeven, maar waar moeten ze zelf naartoe als het hun beurt is? Ze moeten wel beseffen dat hun beschermheren hen zonder plichtplegingen zullen laten vallen, en zullen zeggen dat ze altijd de democratie hebben verkozen.

Als we een vergelijking met Europa willen maken, moeten we terug naar 1848, toen alleen in Groot-Brittannië en Spanje geen revolutie uitbrak — en zelfs koningin Victoria zich zorgen maakte over de beweging van de Chartisten. In een brief aan haar belegerde neef op de Belgische troon drukte ze haar medeleven uit en vroeg ze zich af of ‘ze ons allemaal in ons bed zullen vermoorden'. Gekroonde of met juwelen getooide hoofden met miljarden in buitenlandse banken slapen slecht.

Net als de Europeanen in 1848, vechten de Arabische volkeren tegen buitenlandse overheersing (volgens een recente opiniepeiling heeft 82 procent van de Egyptenaren ‘een negatief beeld' van de VS); tegen de verkrachting van hun democratische rechten; tegen een elite die verblind wordt door haar gestolen rijkdom – en vóór economische rechtvaardigheid. Dat is een verschil met de eerste golf van het Arabische nationalisme, die vooral de resten van het Britse rijk uit de regio wilde verdrijven. Onder Nasser nationaliseerden de Egyptenaren het Suezkanaal. Groot-Brittannië, Frankrijk en Israël vielen het land binnen – maar hadden geen toelating van Washington en moesten zich terugtrekken.

TOEN WAS ER KADHAFI

Caïro zegevierde. In Irak bracht de revolutie van 1957 de Britsgezinde monarchie ten val. In Damascus grepen radicalen de macht. Een vooraanstaande Saudische prins probeerde een paleiscoup te plegen, mislukte en vluchtte naar Caïro. In Jemen en Oman braken onlusten uit. Overal werd er gepraat over een Arabische natie met drie hoofdsteden. Een van de neveneffecten was een excentrieke staatsgreep in Libië, die een jonge, nauwelijks geletterde officier, Moammar Kadhafi, aan de macht bracht. Zijn Saudische vijanden hebben altijd volgehouden dat de Britse inlichtingendiensten achter de coup zaten, net als achter de staatsgreep die Idi Amin in Uganda in het zadel hielp. Kadhafi's nationalisme, modernisme en radicalisme waren slechts schijn, net als de sciencefictionverhalen die hij door een ghostwriter liet schrijven.

Ze drongen nooit door tot bij zijn eigen volk. Ondanks de olierijkdom gaf Kadhafi de Libiërs geen onderwijs, gezondheidszorg of betaalbare huisvesting. Hij verkwanselde het geld aan absurde projecten in het buitenland, zoals de kaping van een Brits vliegtuig met leden van de Sudanese socialistische en communistische oppositie aan boord. Hij leverde hen uit aan de Sudanese dictator Jafaar Numeiri, die hen opknoopte. Zo verhinderde Kadhafi de kans op radicale veranderingen in dat land, met de trieste gevolgen die we vandaag nog zien. Thuis hield hij een starre tribale structuur in stand, om de stammen te verdelen en om te kopen, zodat hij aan de macht kon blijven.

In 1967 luidde het succesvolle bliksemoffensief van Israël de doodsklok over het Arabische nationalisme. Interne conflicten brachten in Syrië en Irak met de zegen van Washington de rechtse Baathpartij aan de macht. Na de dood van Nasser en de Pyrrusoverwinning van zijn opvolger, Sadat, op Israël in 1973, besloot de militaire elite van Egypte om geen risico's meer te nemen, de Amerikaanse subsidies van miljarden dollars per jaar te aanvaarden en een akkoord te sluiten met Tel Aviv. Euro-Amerika beloonde de Egyptische dictator door hem als een staatsman te eren, zoals het dat lange tijd ook met Saddam Hoessein zou doen. Hadden ze die laatste maar door zijn volk laten verdrijven, in plaats van een smerige, verwoestende oorlog en bezetting te beginnen, met meer dan een miljoen doden en vijf miljoen weeskinderen tot gevolg.

SCHETEN MET EEN DEUNTJE

De door de economische crisis uitgelokte Arabische revoluties hebben massabewegingen gemobiliseerd maar niet elk aspect van het leven aan de orde gesteld. ALLEEN IN TUNESIË WORDT ER HEFTIG OVER SOCIALE, POLITIEKE EN RELIGIEUZE RECHTEN GEDEBATTEERD. ER ZIJN GEEN NIEUWE POLITIEKE PARTIJEN OPGESTAAN, WAT VOORSPELT DAT DE VERKIEZINGEN EEN STRIJD ZULLEN WORDEN TUSSEN ARABISCH LIBERALISME EN CONSERVATISME. DAT LAATSTE WORDT VERTEGENWOORDIGD DOOR DE MOSLIMBROEDERSCHAP, DIE ZICH MODELLEERT NAAR DE ISLAMISTEN DIE IN TURKIJE EN INDONESIË AAN DE MACHT ZIJN EN DOOR DE VS WORDEN GESTEUND.

De Amerikaanse hegemonie in de regio heeft klappen gekregen, maar is niet vernietigd. De regimes die op het despotisme volgen, zullen zich waarschijnlijk onafhankelijker opstellen, met een jong, subversief democratisch systeem en – hopelijk – nieuwe grondwetten die de maatschappelijke en politieke behoeften tegemoetkomen. Maar in Egypte en Tunesië zal het leger radicale ontwikkelingen verhinderen. Europa en Amerika maken zich vooral zorgen over Bahrein. Als daar de heersers worden verjaagd, zal het moeilijk worden om een democratische opstand in Saudi-Arabië te voorkomen. Kan Washington dat laten gebeuren? Of zal het troepen inzetten om de Wahhabitische kleptocraten in het zadel te houden?

Enkele tientallen jaren geleden maakte Moeddafar al-Nawab, de grote Iraakse dichter, zich zo boos over een bijeenkomst van tirannen die als een Arabische top bestempeld werd, dat hij zijn zelfbeheersing verloor: ‘Toppen... toppen... toppen... / Geiten en schapen komen samen, / Scheten met een deuntje...' Wat er ook zal gebeuren, de Arabische toppen zullen nooit meer zoals vroeger zijn. Het volk heeft zich achter de dichter geschaard.
(The Guardian)

TARIQ ALIWie? Brits schrijver en filmmaker, auteur van ‘The Obama Syndrome'. Wat? De Arabische lente is nog geen ramp voor Washington. Waarom? De Amerikaanse hegemonie in het Midden-Oosten is aangetast, maar niet vernietigd, ook niet in Egypte en Tunesië.

Aucun commentaire: