dimanche 27 février 2011

BELGIË, DEEL VAN ONZE VLAAMSE IDENTITEIT

De N-VA had de voorbije dagen een aantal cultuurhuizen in het vizier die zich profileren met een naar de smaak van de partij te Belgische programmatie. In zijn column in De Standaard deed Bart De Wever er nog een schep bovenop, door Luc Tuymans ('ongemanierd'), Tom Lanoye ('kleinburgerlijk') en Paul Goossens ('verzuurd'), maar vooral het 'verstikkende eenheidsdenken' van de cultuurdragers op de korrel te nemen. Schrijver Geert van Istendael mengt zich in het debat.

· Flaminganten roepen graag dat België een kunstmatige staat is. Ze hebben honderd procent gelijk. Echter, indien België kunstmatig is, dan is Vlaanderen en ergo de Vlaamse identiteit kunstmatig in het kwadraat
Op 21 januari van dit jaar stond ik op het groot podium van de KVS Koninklijke Vlaamse Schouwburg iets te doen wat ik uiterst zelden doe, toch in het openbaar. Ik zong een lied. Het was een Vlaamse kaskraker, zo'n gouwe ouwe, een die in de jaren zeventig de jongerencafés onveilig maakte: 'De peulschil', van Lamp, Lazarus en Kris. Lamp zelve begeleidde me op de gitaar, Frans Ieven speelde bas, enfin, er stond daar in de KVS een trio oude venten bij elkaar. Met toestemming van de oorspronkelijke makers had ik een nieuwe tekst geschreven: 'Ik ben de bastaard, ik ben de bastaard, de bastaard staat hier', enzovoort.

Woorden van die strekking kun je dagelijks opvangen in Brusselse volkscafés. Aan de toog murmelt bestendig de zelfrelativering boven de pinten, "IK ZEN 'NEN ECHTEN BASTOED, E ZINNEKE, A JA, MA POEPA, DA WAS NE VLOINDERÈR EN MA MOEMA WAS VAN DE WOELE", je hoort het helaas steeds minder vaak in dat prachtige Brabants, die gesmade, ondergespitte taal, en steeds meer in een soort Frans waar een Parijzenaar geen woord van zou begrijpen. Als een rasechte bastaard, zo definieert de Brusselse volksmens zichzelf bij voorkeur.

Hij wist al lang iets waar antropologen en sociologen pas veel later achter zijn gekomen: dat identiteit een onscherp begrip is. Tegenwoordig noemt men het bij voorkeur een sociale constructie. Je mag daarbij niet denken aan een keurig afgewerkt gebouw, sleutel op de deur; nee, de constructie is vooral wankel. Identiteit is een gebouw met een wirwar van kamers, gangen, traphuizen, kapellen, zolders en kelders en vergeetputten in alle maten en stijlen, deels voorvaderlijk, deels modern, deels ondeugdelijk, deels stevig, een gebouw ook dat permanent in de steigers staat. De mensen zijn voortdurend hun identiteit aan het verbouwen.

EEN HOOP KOTERIJ
Vlaming. Toevallig ben ik Vlaming. Dat zit zo. Ik ben geboren in Brussel. Dan ben je een Brusselaar? Ja, dat ook nog eens een keer, maar er is meer aan de hand. Ik was nog een luierkind, mijn broer en mijn zus gingen al naar de Franstalige school, ik zou hun voorbeeld volgen, maar toen verhuisden mijn ouders naar Nederland. Waren wij in Brussel gebleven, dan was mijn hoofdtaal nu Frans. Na vijf jaar kwamen mijn ouders terug. Waren zij in Nederland gebleven, dan was ik nu een kaaskop. Ik voel me nog altijd zeer thuis boven de Moerdijk. Én Vlaming. Maar toch, de Franse taal mag niemand me afpakken. Ik zal daar even gek wezen. Al dat gezwoeg op subjonctifs en participes passés, dat moet iets opbrengen. Even recapituleren: Belg, Nederlandstalig, Vlaming, Brusselaar, een stevige scheut Holland, Frans. Ja, ook dat laatste. Indien ooit de Vlamingen zo dom zijn dat ze Brussel laten vallen, overweeg ik in alle ernst om in het Frans te gaan schrijven. Grote literatuur. Prachtige poëzie. En la France est une douce mère.

Bent u nog mee? Ik ben ook nog eens katholiek, of liever, ik wás katholiek, maar die sombere leer is niet weg te branden uit mijn lijf. Even goed ben ik godloochenaar, bijna een halve eeuw al. Ik zal er maar mee stoppen. Mijn identiteit lijkt verdacht op de achterkant van een modaal Belgisch huis: een hoop koterij.

Denkt u dat uw identiteit meer gestroomlijnd is dan de mijne? Vergeet het. U bent ondubbelzinnig Vlaams? De Vlaamse identiteit is een nevenproduct van België. Hadden we in 1830 ons verstand gebruikt en waren we bijgevolg bij Nederland gebleven, dan bestond de Vlaamse identiteit niet eens. Flaminganten roepen graag dat België een kunstmatige staat is. Ze hebben honderd procent gelijk. Echter, indien België kunstmatig is, dan is Vlaanderen en ergo de Vlaamse identiteit kunstmatig in het kwadraat. En begin nou maar niet over de geweldige Waalse identiteit, want die kon pas ontstaan als reactie op de Vlaamse emancipatiebeweging. De Waalse identiteit is dus kunstmatig tot de derde macht. In ieder geval geldt, België is een integrerend deel van onze Vlaamse identiteit, België met alles erop en eraan, tsjeven, frammessons, flaminganten, on parle le flamand aux animaux et aux domestiques, Waalse mijnen, twee wereldoorlogen, mosterdgas bij Ieper, Oostkantons bij Eupen, witten en zwarten, Congo, Leuven Vlaams, gemeenschappen, gewesten, dat alles is België en het rammelt dat horen en zien vergaat en het zit in iedere Vlaamse identiteit. Dwars. Jeukend. Diep. Wie dat ontkent, liegt. Of is blind en doof.

Ieder van ons is de som van wat hij noemt des appartenances, we horen thuis in verschillende landschappen en daar is niets mis mee, integendeel. Eén uitgezuiverde identiteit leidt al gauw tot moord en doodslag - denk aan Libanon of Noord-Ierland of ex-Joegoslavië. Gelukkig zijn we in België wijzer geweest. Verwerp die wijsheid niet.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
BRUXELLOIS, COSMOPOLITE ET FIER DE L’ÊTRE
“Vlaming. Toevallig ben ik Vlaming. Dat zit zo. Ik ben geboren in Brussel. Dan ben je een Brusselaar?”
Bruxellois!?
Par hasard, moi qui vous écris, je suis né bruxellois, la même année que Geert Van Istandael, de mère francophone et de père flamand.
Contrairement à Geert, je fus inscrit dans l’enseignement communal francophone où je reçus une formation d’excellence qui m’a profondément marqué.
Comme Geert, je peux et je veux chanter en bruxellois : "ik zen 'nen echten bastoed, e zinneke, a ja, ma poepa, da was ne vloinderèr en ma moema was van de woele",
Et j’ajouterai, avec lui, “de Franse taal mag niemand me afpakken. Ik zal daar even gek wezen. Al dat gezwoeg op subjonctifs en participes passés, dat moet iets opbrengen.”
En somme, nous sommes comme des frères siamois, sauf que lui a effectué ses études dans le réseau scolaire flamand et catholique, moi, comme Jacques De Decker, notre ami commun, dans le réseau francophone laïc et avec cette réserve qu’eux ont du talent et ont accompli une œuvre, ce qui n’est pas mon cas mais cela c’est une autre histoire.
« Even recapituleren: Belg, Nederlandstalig, Vlaming, Brusselaar, een stevige scheut Holland, Frans. Ja, ook dat laatste. Indien ooit de Vlamingen zo dom zijn dat ze Brussel laten vallen, overweeg ik in alle ernst om in het Frans te gaan schrijven. Grote literatuur. Prachtige poëzie. En la France est une douce mère. »
Oui, il me plairait, moi aussi, sil ne manquait l’audace, om in het Nederlands te gaan schrijven, een taal waarvan ik even veel houd als het Duits of het Engels die ik ging studeren aan de ULB, bij uitstekende meesters.
Je partage pleinement la colère de Geert Istendael et celle de De Gucht, de Van Parijs, de Jan Goossens et de tous ceux qui hurlent en ce moment sur la toile: « niet in onze naam pas en notre nom »

”De Vlaamse identiteit is een nevenproduct van België. Hadden we in 1830 ons verstand gebruikt en waren we bijgevolg bij Nederland gebleven, dan bestond de Vlaamse identiteit niet eens. Flaminganten roepen graag dat België een kunstmatige staat is. Ze hebben honderd procent gelijk. Echter, indien België kunstmatig is, dan is Vlaanderen en ergo de Vlaamse identiteit kunstmatig in het kwadraat. En begin nou maar niet over de geweldige Waalse identiteit, want die kon pas ontstaan als reactie op de Vlaamse emancipatiebeweging.”
Oui, vous, lui, moi que vous vous appelliez Geert, Marc, Mehdi, Costa ou Mithad avons ce qu’il appelle des “ appartenances” ( we horen thuis in verschillende landschappen en daar is niets mis mee, integendeel. Eén uitgezuiverde identiteit leidt al gauw tot moord en doodslag - denk aan Libanon of Noord-Ierland of ex-Joegoslavië. Gelukkig zijn we in België wijzer geweest. Verwerp die wijsheid niet)

Mais attention, je revendique pleinement mon appartenance européenne et mon identité bruxelloise, plurielle et cosmopolite.

Elle m’est chevillée au cœur et fait partie de mon équation personnelle. C’est à travers elle que se dessine ma vision du monde, celle d’un bruxellois cosmopolite c'est-à-dire citoyen du monde et franchement fier de l’être.
(Marc Guiot)

Aucun commentaire: