dimanche 27 février 2011

De Vlaamsnationale kringredenering

Karel De Gucht over DE identiteitspolitiek

Vlaanderen heeft het nationalistische discours over identiteit er intussen flink ingelepeld gekregen. Niet in onze naam!, protesteerden eindelijk een aantal ongemanierde, kleinburgerlijke, zogeheten cultuurdragers als Tom Lanoye en Luc Tuymans, die van Bart De Wever daarom meteen bovenvermelde adjectieven opgespeld kregen. Toch is wat ideologisch weerwerk tegen de heersende identiteitspolitiek meer dan nodig, stelt Karel De Gucht.
'De maatschappelijke meerwaarde van een gezonde identiteitsbeleving,' betoogt De Wever, 'ligt vooral in de creatie van een ethische gemeenschap'. Ik huiver instinctief als ik een dergelijk adjectief lees. Ideologisch gezond zijn lijkt me iets, om Thatcher te parafraseren, 'like being a lady. If you have to tell people you are, you aren't.' Ik vrees dat het politieke cultiveren van identiteit vooral gemeenschappen verdeelt en ethisch burgerschap ondermijnt. Ze herleiden tot nationale identiteit stuit me bovendien tegen de borst. Ik kies mijn eigenheid graag zelf, als het even mag.

En zelfs al zou een open identiteitsbeleving een maatschappelijke meerwaarde opleveren, dan nog spoort de politieke invulling ervan niet met mijn opvatting over democratie en burgerschap. Dan wordt Vlaanderen onwillekeurig ook de grens van onze democratie. Dan zijn we Vlaming, niet om Europeeër te worden, maar om Vlaming te blijven, punt uit.

RADICALISME
Het ideologische kader voor De Wevers nationalisme haalt hij naar eigen zeggen bij Edmund Burke, de 18de eeuwse politieke filosoof die als grondlegger van het conservatisme gezien wordt. Die waarschuwde bij het uitbreken van de Franse revolutie voor het geloof in de maakbare samenleving, voor eenvoudige politieke utopieën die men tracht op te leggen aan een complexe realiteit. 'De overmoed van een maatschappelijke tabula rasa wordt keer op keer door de geschiedenis afgestraft', leerde De Wever, en alleen de organisch gegroeide maatschappij, steunend op tradities en structuren, biedt kans op een leefbare democratie.

In die behoudsgezindheid wortelt hij zijn nationalisme: 'Het gezin, de school, de buurt, de vereniging en uiteindelijk de Vlaamse cultuurgemeenschap zijn de kringen waarin de overdracht van waarden optimaal georganiseerd wordt.'

Kan je daar tegen zijn? Ja hoor, het Vlaams-nationalisme zou zichzelf niet zijn als het niet in de verdomhoek zou zitten. Want 'na de simplismen van de Koude Oorlog hebben sommigen nood aan nieuwe simplismen. En een aantal bloedige conflicten, ex-Joegoslavië op kop, stigmatiseerden het nationalisme verder'. Toch wil De Wever 'positief met een nationale identiteit aan de slag, want hij gelooft niet in het verhaal van de global village, alsof we nu allemaal wereldburgers zijn.'

Wie nationalisme afzweert daarom meteen als wereldvreemd kosmopoliet afdoen, is wel erg kort door de bocht - bijna simplistisch. (..)
Toch maakte Burke (die door BDW zo bewonderd wordt ) duidelijk onderscheid tussen een progressieve en platvloerse variant van nationalisme: 'We need hardly say that we do not mean nationalism in the vulgar sense of the term: a senseless antipathy to foreigners; an indifference to the general welfare of the human race, or an unjust preference for the supposed interests of our own country.' Alleen iemand van kwade wil kan het moderne Vlaanderen ervan verdenken zo'n bekrompen nationalisme aan te hangen, toch?

Maar als je dieper graaft, trekt het nationalisme in Mills wereldbeeld wel degelijk in een andere richting: 'We mean a principle of sympathy, not of hostility; of union, not of separation. We mean, that one part of the community do not consider themselves as foreigners with regard to another part, that their lot is cast together.' Hem ging het om burgerschap: de bereidheid en bekwaamheid van mensen uit verschillende bevolkingsgroepen, klassen en met verschillende ideologieën en levensstijlen om boven zichzelf uit te stijgen. Dat een meertalige massademocratie moeilijk te bevatten was voor een Brit 150 jaar geleden, mag niet verbazen. Maar voor het afboorden van de democratie op basis van nationale identiteit zal je bij liberalen niet snel steun vinden. Toen niet, nu niet, en terecht.

Mill keek dan ook meewarig neer op suggesties om van Schotland of Wales onafhankelijke naties te maken. De Italiaanse Risorgimento daarentegen kreeg wel de enthousiaste steun van veel liberalen, alleen omdat de nationale samenhang er aan het begin stond van de uitbouw van een democratie, niet aan het eind ervan.

De rol van het nationalisme is bovendien flink veranderd door de jaren heen - dat zou uitgerekend de historicus in De Wever toch naar waarde moeten schatten. Een kinderziekte, noemde Einstein het ooit, de mazelen van de mensheid. Een noodzakelijke fase voor opgroeiende democratieën, maar bij volwassenen erg schadelijk.

Ook dat blijkt uit de geschiedenis. De geroemde ethische praxis uit zich vooral in een gedoemde poging de normen en waarden van de gemeenschap aan iedereen op te leggen. Wat nu onbeschoft heet, wordt dan al gauw on-Vlaams. Mijn lezing van het nationalistische palmares is inderdaad simpel: zonder is gezonder.

RESSENTIMENTO!
Blijft nog de vraag waarom nu net de Vlaamse identiteit overheerst en niet de Belgische of de Europese, niet de maatschappelijke breuklijnen, ideologische, religieuze of klassenverschillen en -verbanden, hoewel deze voor het merendeel van de Vlamingen veel saillanter zijn. Waar bestaat die Vlaamse identiteit überhaupt uit, dat ze alle andere overvleugelt?

'De Vlamingen zijn een lotsgemeenschap van 6 miljoen mensen,' legt Bart De Wever uit, 'die elkaar kunnen herkennen als spelers van dezelfde ploeg, omdat ze een naam hebben - 'wij zijn de Vlamingen', dan weten we precies over wie we spreken. We hebben een welomlijnd grondgebied, een gemeenschappelijk verleden of toch de perceptie daarvan. We hebben een mythe van ontstaan en een cultureel patroon dat ons aan mekaar verbindt op het niveau dat we gemakkelijker met mekaar communiceren en ageren dan met buitenstaanders. Vlaanderen is ook de grens van onze democratie. Dat zijn objectieve elementen die ons tot Vlaming maken. Maar er is ook een subjectief element: je moet het ook willen, anders ga je ook die objectieve factoren niet erkennen.'

Hoe nuchter het ook klinkt - I don't buy it. Aan die welomlijnde grenzen en organische voorgeschiedenis kan je minstens twijfelen, net als aan de eenduidige culturele patronen in het hedendaagse Vlaanderen.

Een dergelijke stelling is bovendien pas juist als de omgekeerde bewering daarom ook onjuist is, en de genoemde elementen gaan stuk voor stuk evenzeer op voor andere kringen van identiteit. Heeft die vermaledijde Belgische natie dan geen welomlijnde grenzen, een naam en een gemeenschappelijk verleden? Wat met verschillende levensbeschouwelijke overtuigingen die evenzeer een sterk gevoel van verbondenheid impliceren, maar die het hopelijk niet in hun hoofd halen zichzelf tot de grens van onze democratie uit te roepen? En waarom ligt de grens van dat gemakkelijk communiceren tussen Essen en Roosendaal en tussen Clinge en De Klinge?

De Vlaamsnationale kringredenering staat voor mij haaks op de liberaal-democratische uitgangspunten. Ook de zogenaamd objectieve elementen zijn immers net zo subjectief als de andere. We zijn maar een 'lotsgenootschap' in de mate dat we dat zelf willen zijn, en de definities van onze collectieve identiteit, inclusief de rol die taal, geschiedenis en grondgebied daarin spelen, zijn ondergeschikt aan de belangen en doelstellingen die we voor ogen hebben.

Zo hoort het ook: een democratische politieke ruimte wordt geschapen en ingevuld door de burgers zelf. Niet door nationalistische a-priori's. Het nationalisme ziet een volk daarentegen als een lichaam op zich, boven de burgers, een levend wezen dat haar eigen 'lot' bepaalt - wat men daar ook onder mag verstaan. Mogen we het daar nog hartsgrondig mee oneens zijn?

Probleem is ook: ik ken het Vlaanderen niet, dat weerklinkt in dat Vlaamsnationale discours. Het Vlaanderen dat een eigen natiestaat nodig heeft om zichzelf te kunnen zijn, waarin de 'identiteitsbeleving te problematisch en te zwak is om meerwaarde te bieden aan een actief burgerschap.'

Het Vlaanderen dat ik ken is al ontvoogd, heeft zijn eigen lot al in handen, én de middelen om maatschappelijk een meerwaarde te bieden. De Vlaming zoals ik die ken is stilaan Vlaming genoeg om Europeer te worden. De Vlaamse natie waarin ik intussen meer dan 55 jaar rondloop heeft geen onafhankelijkheid nodig om democratisch, solidair en open van geest te zijn.

Een gezonde portie zelfrelativering zou misschien wel helpen.

EUROPA!
Als het nationalistische discours in Belgische context al overtrokken lijkt, wordt het in die Europese context zonder meer onrustwekkend. Want hoezeer De Wever ons ook gerust mag stellen dat 'het Vlaanderen van de toekomst ingebed zal liggen in een grote Europese, meertalige democratie', het consequent doortrekken van zijn ideologie maakt zo'n Europese, meertalige democratie onmogelijk, zelfs ondenkbaar.

Het nationalistische paradigma maakt de Europese gedachte een logische tegenstrijdigheid.

HOLLE FRASEN
Als de Belgische federatie per definitie onwerkbaar, elitair en democratisch onhaalbaar verklaard wordt, hoe zit het dan met de Europese legitimiteit? Waar ligt dan die grens van de democratie in bijvoorbeeld de Baltische staten, met aanzienlijke Russische minderheden en een pijnlijk turbulent verleden? Als het te laat is om het Belgische verleden te overstijgen, wat zegt dat over Cyprus, Noord-Ierland en, ja, de Balkan? En als nationale identiteit voor Vlaanderen het begin en eind vormt van de solidariteit, hoe leg je dat uit tegen Britten, Duitsers of Nederlanders die overtuigd moeten worden hun lot onlosmakelijk aan Roemenen en Spanjaarden en Vlamingen te verbinden?

De Europese eenmaking is fundamenteel gebaseerd op het overstijgen van de natiestaat en het relativeren van nationale identiteit als politieke factor - The Breaking of Nations, zoals Robert Cooper het omschreef. Niet afzweren, maar het politiek relativeren.

De postmoderne kijk op identiteit is dus meer dan wat holle frasen van zelfgenoegzame artiesten, maar een van de basiskenmerken van de Europese integratie. De onontkoombaarheid van de Vlaamse natiestaat staat haaks op het politieke pluralisme dat een Europese democratie nodig heeft.

Vanuit een nationalistisch politiek concept - of dat nu volks, Frans, Duits, conservatief, progressief of gezond nationalisme genoemd wordt, maakt niet veel uit - kom je nooit tot het uitbouwen van een Europese politieke ruimte.

Nooit.

Karel De Gucht is Europees Commissaris. Hij schreef deze bijdrage in eigen naam.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
LE VENT TOURNE EN FLANDRE
Le débat nationaliste sur l’identité dérape !
Le libéraux flamands mais aussi les progressistes du côté de Groen et du SPa en ont carrément marre d’être traités de « mauvais flamands » par le camp De Wever. “Je ne me reconnais absolument pas dans sa Flandre au discours ultranationaliste. Cette Flandre qui veut devenir un Etat national pour exister, cette Flandre qui a besoin d’une plus value d’identité pour assumer activement sa citoyenneté, n’est pas la mienne.
Ma Flandre à moi est pleinement émancipée depuis longtemps et elle tient son destin bien en main. Les Flamands tels que moi je les connais se sentent assez flamands pour devenir de vrais européens. La Flandre dans laquelle je vis depuis plus de 55 ans n’a vraiment pas besoin d’indépendance pour se sentir pleinement démocratique, solidaire et ouverte d’esprit” (De Gucht)
Tous se rebiffent hardiment dans la presse et sur les plateaux de télévision (notamment au Zevende Dag de ce dimanche) contre l’accès, plutôt l’excès de fièvre nationaliste.
Karel De Gucht sort de ses gongs. Geert Van Istendael (on lira son article dans de Morgen) sort de sa réserve et le jeune De Clercq sort carrément de son rôle, nous l’avons relevé déjà.
Tous refusent d’être assimilés au discours NV-A des Chevaliers, Jambon, Bracke et autres De Wever aux petits pieds. Après tout, 70% des Flamands n’on pas voté pour Bart. Tout cela a un fort parfum de campagne électorale et annonce les nouvelles élections. Di Rupo proclame qu’il ne veut pas de dissolution des chambres mais il le dit un peu trop fort pour être vraiment convainquant.
« Dis le vite pour pas mentir longtemps, » commente la sagesse populaire.
Et De Gucht d’éructer :
« Peu me chaut que le concept nationaliste soit de caractère populiste, franchouillard, pangermanique, réactionnaire ou néo conservateur, c’est pas qui sera capable de construire l’espace politique européen. »
DiverCity est franchement d’accord avec lui, même s’il défend bec et ongle une identité qui soit foncièrement de caractère Bruxellois.
« Pas en notre nom ; Niet in onze naam ! » on lancé les “KVS Vlamingen” comme on les appelle désormais du côté de De Wever, depuis qu’ils ont clamé leur raz le bol au cours d’une inoubliable soirée, aussi symbolique que la représentation de la Muette de Portici en septembre 1830.
MG

Aucun commentaire: