samedi 5 février 2011

TE LAAT

Dit weekend deed Bart De Wever in interviews zijn beklag over de eentaligheid van de Franstaligen, met als voorbeeld - als dat nog nodig was - dat de onderhandelingen grotendeels in het Frans verliepen, wat hem trouwens de kans had gegeven om zijn kennis bij te schaven. 'Dat is toch almaar minder het geval', vonden de interviewers. 'Te laat', antwoordde de leider van de N-VA.
Wij kregen ongeveer hetzelfde antwoord van een andere Vlaamse politieke leider, die in 2007 op bezoek kwam op de redactie van Le Soir. Toen hij verwijtend op de slechte kennis van het Nederlands in het zuiden van het land wees, merkten wij op dat er intussen veel inspanningen zijn geleverd, met onder meer de toename van het aantal taalbadscholen. En op de redactie van Le Soir waren er heel wat mensen - ikzelf inbegrepen - die een stoomcursus Nederlands hadden gevolgd om wat te doen aan de evidente mislukking van het taalonderwijs op school. 'Zijn jullie niet te oud om nog te leren?' was het enige commentaar van onze gast.

Te laat. Is die dooddoener, die veroordeling zonder kans op beroep het antwoord op onze inspanningen, onze goede wil, onze bewustwording, ons verlangen, onze nieuwsgierigheid?

Te laat. Omdat de wonde zo diep is en de misdaad niet goed te maken? Of omdat het gemakkelijker is om blind te zijn voor wat er aan de andere kant gebeurt en voor de nuances van wat er bij de ander leeft?

Wij staan op de rand van een scheiding, van een botsing, van een krachtmeting zonder voorgaande. Loont het dan niet de moeite en is het niet gewoonweg eerlijker om de afstand te zien die afgelegd is, de daden die gesteld zijn, voor men de stekker eruit trekt? Het gevoel dat de Franstaligen niets goed kunnen doen, zelfs niet als het concreet en spontaan is, begint ergerlijk te worden. Soms lijkt het op kwade trouw, op manipulatie, op een strategie die zich door niets in de weg laat staan. België is twee landen en daarmee uit, dat is de nieuwe leuze. En dan is het natuurlijk lastig om de vele initiatieven te zien, de gebaren tussen de twee gemeenschappen die de simplistische stelling tegenspreken waarop men maar blijft hameren.

Ik heb het hier niet over de onderhandelingen en hun inhoud. Ik heb het over het leven zoals het is, de dingen die veranderen, de zaken die evolueren en waarvan men de realiteit en het belang gemakkelijk zou kunnen erkennen, op voorwaarde dat men het spel volgens de regels wil spelen en het conflict om het conflict echt zou willen vermijden.

Is het dus te laat voor de Franstalige ministers die voor de televisiecamera's Nederlands spreken: een Magnette, een Wathelet, een Charles Michel? Te laat voor de Franstalige journalisten die hun voorbeeld volgen? Is het te laat voor de Franstalige kunstenaars die beseffen hoe weinig ze over de andere gemeenschap weten, zoals Claude Semal, die op de avond in de KVS tot zijn schaamte besefte - hij zei het zelf - dat hij maar twee van de veertig aanwezige Vlaamse kunstenaars kende, en die zich voornam om daar iets aan te doen? Dezelfde Claude Semal die op het podium een bewogen mea culpa aflegde, in het Nederlands, over zijn slechte kennis van die taal. Te laat? Het is toch te gek om dat te zeggen, nu hij de daad bij het woord voegt en in zijn babbeltafels het Nederlands in Brussel tot leven brengt?

Is het te laat om Tom Lanoye te lezen, nu hij eindelijk in het Frans vertaald is, te laat om dinsdag in het Théâtre National naar Missie te gaan kijken, of deze zomer naar Josse De Pauw tijdens Theater aan Zee? Is het te laat om een duik te nemen in de Vlaamse film, die ons zal verbazen met Rundskop, na Loft en De helaasheid der dingen, of in die programma's op de Vlaamse tv-zenders die je eerst argwanend bekijkt en die je vervolgens fascineren met hun humor, hun speelsheid en hun onbeschaamdheid?

Te laat? Wie zegt dat, alstublieft? Welk almachtig ego kan zomaar beslissen dat het opeens te laat is? In welk boek over de mensheid leer je dat? Wie kan bevelen dat uitwisselingen, communicatie, initiatieven waardeloos zijn omdat de timing niet zou kloppen? Welke timing? Van wie?

Te laat? Ik geef het niet op. Dat is te gemakkelijk!

Béatrice Delvaux is hoofdredactrice van Le Soir. Elke dinsdag komt in de Chronique Francophone een gezaghebbende Franstalige stem aan bod.

O DIERBARE 'MATIN PREMIÈRE'
Rijzende radioster Gilles De Coster presenteert De Ochtend op Radio 1. Zijn column verschijnt tweewekelijks op donderdag.
-Anders dan bij ons zijn de Franstalige politieke televisie- programma's meestal gewijd aan één lang, groot debat
Dankzij de vingervlugheid van Laurette Onkelinx (PS) hebben nogal wat Vlamingen afgelopen weekend plots, al was het maar heel even, een stukje gezien van de Franstalige televisiedebatten op zondagmiddag. Een première wellicht, voor veel mensen, want afgezien van een kleine minderheid geïnteresseerden worden 'Controverse' (RTL-TVi) en 'Mise au Point' (RTBF) nauwelijks bekeken in Vlaanderen (omgekeerd geldt natuurlijk net hetzelfde voor 'De zevende dag'). Nochtans, het is wel degelijk de moeite waard, hoor.

Anders dan bij ons zijn die programma's nagenoeg integraal gewijd aan één lang (en groot) debat. Naast de politici en moderatoren verdringen zich aan de debattafel elke week professoren, opiniemakers, oude wijzen, economen, hoofdredacteurs, politologen, humoristen, communicatiedeskundigen, opiniemakers, cartoonisten, filosofen en dan nog wat watchers van allerlei slag. Omdat er dan allang geen stoelen en camera's meer overblijven in de omroepgebouwen wordt aan de burger dan maar gevraagd zich van de moderne media te bedienen om deel te nemen aan het debat (wat die burger ook in vrij groten getale lijkt te doen). Het mag een wonder heten dat er bezuiden de taalgrens nog mensen op café zitten op zondagmiddag, of taartjes eten bij de bomma.

Veel volk dus, en evenveel meningen, waardoor sommige deelnemers soms amper aan het woord komen. Maar boeiend is het altijd, en heerlijk geanimeerd ook. De handen en armen wapperen merkelijk vaker door de lucht dan wij gewoon zijn. Er wordt gezwaaid en gewezen, sommigen durven zich al eens van vinger te vergissen. Wenkbrauwen draaien overuren. Maar je steekt er als kijker elke week weer wat van op, niet het minst omdat je er Vlamingen en Franstaligen rechtstreeks in debat ziet gaan met elkaar, een eer die zelfs onderhandelingstafels niet te beurt valt dezer dagen.

Minstens even interessant is het om af en toe te luisteren naar 'Matin Première', het uitstekende ochtendprogramma van nieuwsradio La Première (RTBF). De studio is er nog ouderwets gemoedelijk: een afgesloten ruimte achter glas, enkel bereikbaar met het bekende S-gangetje. Binnen staat enkel een grote houten radiotafel - zo worden ze niet meer gemaakt - met slangenmicrofoontjes die eruit kruipen. De tafel is rond, je kunt niet anders dan de andere in de ogen kijken.

Op dagen dat ik 'De ochtend' niet presenteer, mag ik graag over en weer zappen. Naast een mix van lange nieuwsbulletins, rubriekjes en kranten, krijg je ook humor (Thomas Gunzig en Bert Kruismans), en natuurlijk 'l'invité', de dagelijkse gast die uitgebreid wordt geïnterviewd.

Die halen we vaak ook even naar onze studio. De ervaring leert ook dat dat de manier bij uitstek is om Franstalige politici op de Vlaamse radio te krijgen, want dat gaat lang niet altijd makkelijk.

Het is trouwens ook interessant na te gaan in hoeverre hun discours gelijkloopt op beide zenders. Het verschil, stel ik vast als luisteraar, zit hem voornamelijk in de verpakking van de boodschap.

Zo hadden we vorige week Waals minister-president Rudy Demotte (PS) te gast. Hij bestempelde een CD&V-voorstel over gedeeltelijke regionalisering van de gezondheidszorg als 'onredelijk', en schoot het daarmee de facto af (later die dag zou Johan Vande Lanotte (sp.a) zijn ontslag als bemiddelaar aanbieden bij de koning).

Terug op de RTBF zei hij eigenlijk grotendeels hetzelfde. Maar 'onredelijk' werd al snel 'gevaarlijk' en 'onaanvaardbaar'. De vijf resoluties van het Vlaams Parlement uit 1999 noemde hij 'theoretische vragen'. Voor wat het waard is: de kern van zijn betoog bleef overeind, maar in toon en woordgebruik zat toch enig verschil.

De vraag is natuurlijk of we dat nu zo verrassend moeten vinden, in een land waar partijen zich maar tot de helft van het kiespubliek moeten richten. Boodschappen worden aangepast aan het publiek dat meeluistert, het is in de politiek (en de communicatie) nooit anders geweest.

Maar het illustreert perfect hoe interessant het is om ook de Franstalige media te volgen. Daarom: leve 'Matin Première', leve 'Mise au Point' en 'Controverse'! Het zijn niet alleen steengoeie programma's, ze zijn ook verdraaid handig om dit (soms heerlijk) surrealistisch land, en dus ook de andere kant, beter te begrijpen. Of te leren kennen.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
LA MESSE LAÏQUE DU DIMANCHE MATIN
Dans son discours testament au KVS, Pierre Mertens a évoqué avec panache ce qu’il a appelé « la messe laïque du dimanche matin » faisant allusion aux trois émissions phares de la VRT (de zevende dag) de la RTBF (mise au point) et de RTL-TVI (confrontations).
Il suffit en fait de ne pas rater cette triple grand messe pour être parfaitement au courant des dernières avancées ou reculades dans le ring politique belge où se déroule depuis 2007 un interminable combat de « shadow boxing ». On songe en l’observant, au film « on achève bien des chevaux, à ces interminables marathons de danse organisés à travers le pays dans les années 1930, en Californie, au cœur de la Grande Dépression.
Mieux : suivre cet épuisant feuilleton dans les médias flamands et fracophones, comme nous le proposons à nos lecteurs.

Aucun commentaire: