vendredi 25 février 2011

‘Wereldburgers in elke school’

"Kleur en diversiteit op school creëert meer kansen. Vasthouden aan witte scholen versus concentratiescholen levert geen betere burgers op, en zelfs geen beter opgeleide. Het is bewezen: in gemengde scholen wordt het niveau opgetrokken door de ‘sterkere’ leerlingen, dus iedereen wint.” Minister Jean-Luc Vanraes (Open VLD) over zwarte en witte scholen, de hoop van ouders, de 0 motivatie van leerkrachten en de elasticiteit van kinderen.

Onze overtuiging werd nogmaals versterkt door een studie van een groep onderzoekers, verschenen in De Standaard van 21 februari. Sinds 2008 loopt er een onderzoek in 68 basisscholen in Antwerpen, Gent en Genk. Daaruit blijkt dat vele ‘zwarte’ scholen (de concentratiescholen) een uitstekend rapport krijgen, en dat gemengde scholen ook veel kansen geven op ontplooiing van zowel autochtonen als allochtonen. Hoopvol is dat het geheim van het succes van die scholen vooral ligt aan de hardwerkende leraars.
In Brussel is het niet anders dan in Antwerpen, de grootstad waarmee Brussel vaak wordt vergeleken. Ook in Brussel halen concentratiescholen de eindtermen en halen ze goede inspectierapporten. Ook dankzij de inzet van hun leraars.
In Brussel groeit ongeveer een derde van de kinderen op in een gezin zonder inkomen uit arbeid. Wie in dit landschap pleit voor aparte witte versus concentratiescholen (want daar komt de oproep tot ‘keuzevrijheid’ van de schooldirecties op neer), heeft nooit echt over de impact van deze cijfers nagedacht.
Hier in Brussel ligt een unieke kans om wereldburgers af te leveren. Niet alleen naar de vorm (een diploma) of naar kennis (taalverwerving), maar ook naar menselijke vaardigheden: samenleven, je niet terugtrekken op het eigen culturele of etnische eiland. Voor mij is het dan ook essentieel dat de Brusselse scholen een weerspiegeling zijn (en blijven) van het multiculturele en meertalige Brussel. Ze moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Heel wat kinderen spreken thuis Nederlands noch Frans. Ook deze kinderen hebben recht op kwaliteitsvol onderwijs, in het Frans of het Nederlands.
En dat is er, hoor, dat kwaliteitsvolle onderwijs. Zowel in witte als in zwarte scholen worden de eindtermen gehaald. Wie nu dus roept dat we ‘opeens’ moeten inzetten op een verhoging van de kwaliteit in de concentratiescholen, gaat grotendeels voorbij aan de inspanningen en de motivatie van de directies en leerkrachten in die scholen.
Betekent dat dan dat alles in orde is? Dat is weer het andere uiterste. De waarheid ligt in het midden. De waarheid is dat de grote lijnen die we uitstippelen voor het kunstmatig mengen, absoluut oké zijn, maar dat het inkleuren binnen de lijntjes hier en daar krampachtig is, en dat de regels moeilijk zijn, waardoor het utopische idee verzuipt en waardoor zowel witte als zwarte ouders gepolariseerd raken.
Studies tonen aan dat kans armoede een veel groter probleem is dan diversiteit; ook de studie die De Standaard belichtte, komt tot die conclusie. Taalproblemen zijn trouwens vaak een uiting van deze kansarmoede die het dieperliggende probleem is, met als uitdaging voor al die kinderen hun kansen op de arbeidsmarkt later te maximaliseren.
Hoe doe je dat? Door gevarieerd en op maat oplossingen te zoeken. Er is niet één zaligmakend of vernieuwend idee. Stilaan wint het idee veld dat de school niet de énige partner hoeft te zijn. Precies dat verstaan we onder brede school, waar de culturele sector, de gemeente, een sportclub, een pedagogische ondersteuningsdienst een samenwerking in en met de school aangaan. Elke samenwerking, elke actie wordt afgemeten aan de waarde ervan voor de ontwikkeling van het kind of de jongere. Een ‘breed’ idee, dat à la carte ingevuld wordt, en dat aan kansarmoedebestrijding doet langs de meest natuurlijke weg, en zelfs zonder het woord ooit in de mond te nemen...
Daarnaast zijn er nog hulp rond taalvaardigheidsonderwijs en ICT, de speelse Zomer- en Lenteschool – allemaal activiteiten om de inter actie tussen school, ouders en buurt te optimaliseren.
De nieuwste inzichten van de school worden zo automatisch naar de thuisomgeving gekatapulteerd. ‘Alle schooldagen naar school’ werkt bijvoorbeeld aan de mentaliteit van de ouders, zodat ze hun kinderen elke dag – én op tijd – naar school sturen. Het hele aanbod voor kansarme ouders komt de emancipatie van de kinderen met een taal- en kansarme achtergrond ten goede.
Ik sta sterk achter het VGC-initiatief Samen naar school, dat ouders (al sinds 2008) laat kennismaken met scholen in de buurt (waarover ze misschien een fout beeld hebben). De drempel naar de buurtschool kan daardoor kleiner worden.
Zo ontstaat er een sociale mix in de school en kunnen zoveel mogelijk kinderen uit de buurt profiteren van de voorrangsregeling. Wie dichter bij de school woont, heeft namelijk voorrang bij de inschrijving. Door ouders met elkaar in contact te brengen, hopen de initiatiefnemers mogelijke drempels weg te werken.
Deze hele batterij aan middelen kan aan scholen en organisaties ondersteuning bieden om op een efficiënte en kwaliteitsvolle manier aan de slag te gaan, in het bijzonder met taalarme en kansarme kinderen.
Voor mij hebben deze initiatieven gemeen dat ze niet toegepast kunnen worden als een ‘doelgroepenbeleid’. Dáár ligt hun falen.
Alleen wanneer deze initiatieven, in combinatie of los van elkaar, op maat van een bepaalde situatie en op maat van het individu worden toegepast, zullen ze slagen.
Roepen dat het GOK-decreet gefaald heeft, dát is pas het kind met het badwater weggooien. Het idee achter het GOK-decreet is nog altijd actueel en valabel. Misschien moeten we wél, met een aantal partners en bottom-up, het kluwen aan regel gevingen eromheen opnieuw onder de loep nemen.
Jean-Luc Vanraes (Open VLD) is Brussels minister en collegelid in de VGC, bevoegd voor Onderwijs
© Brussel Deze Week

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
LYCÉES COSMOPOLITES?
Un ami, jeune cadre brillant et ambitieux, ancien de Catteau et Bruxellois d’origine autant que de cœur, a choisi d’inscrire ses deux mômes dans un athénée cosmopolite du centre de Bruxelles. Ses enfants y côtoient une population mixte d’élèves aux parents motivés. Le taux de réussite en terminale y est excellent et l’ambiance très interculturelle dans un esprit de rigueur sans excès. En somme le meilleur passeport possible pour l’avenir. Ses enfants s’épanouissent et se préparent à affronter, bien armés l’enseignement supérieur.
En somme tout le monde y trouve son compte : parents, enfants et enseignants.
MG

En revanche, un lecteur bougon et chagrin regarde les choses d’un tout autre oeil. A chacun sa vérité.
“Ja, in de multikulschool in Diest was het niveau zo hoog, dat ze de deuren maar hebben gesloten. Waarschijnlijk om al die kinderen direct naar de universiteit te sturen.
Dat de gemengde scholen goed zijn voor het niveau van de allochtone kinderen, dat kan wel zijn. Maar ze zijn nefast voor het onderwijsniveau voor de autochtone, Nederlandstalige kinderen. Heeft Vanraes dan nog nooit gehoord van het internationale PISA onderzoek ? Of om profgessor Dirk Jacobs van de ULB te citeren: "Het grote voordeel van de PISA-gegevens is dat je internationaal kunt vergelijken. De multilevel-resultaten voor zowel de Vlaamse als de Franstalige Gemeenschap zijn heel duidelijk: er is een zeer uitgesproken effect van de schoolsamenstelling. Daarmee heb ik niet beweerd dat concentratiescholen per definitie slecht zijn, noch dat kinderen die op een concentratieschool zitten per definitie slecht presteren; de kans ertoe is alleen veel groter".
Maar ja, wat weet zo'n prof er van he. Vanraes weet dat natuurlijk véél beter allemaal”

Aucun commentaire: