mercredi 23 février 2011

Wereldstad

Eric Corijn

Brussel staat in de top van de meest internationale lijstjes, maar daar staat nauwelijks beleid tegenover. Hoog tijd voor gedurfd leiderschap.

Europa is Brussel overkomen. In 1958 zorgde de B van België voor het eerste voorzitterschap van de E.E.G en enkele tientallen functionarissen. Inmiddels zijn er dat al zo’n 40.000. Maar daardoor zijn er in Brussel ook 5.300 diplomaten en meer dan 300 regionale gezanten. De NATO heeft hier 4.000 mensen. We zijn ook wereldkampioen met tussen 15 en 20.000 lobbyisten. Er zijn 1.400 journalisten, 150 internationale advocatenkantoren, nog zo’n 2.500 andere internationale agentschappen en meer dan 2.000 internationale bedrijven. Ongeveer 105.000 jobs zijn dus verbonden met de internationale status van Brussel en dat brengt ons tot een schatting van zo’n 200.000 expats in de stad. Dat alles genereert tussen 13 en 14 procent van de werkgelegenheid. De instellingen bezetten 30 procent van de bureauruimte: 3,3 miljoen vierkante meter.
Dat maakt Brussel ook een knooppunt in de mondialisering. We weten dat de stad sterk verbonden is met het Belgische hinterland en dat er dagelijks 350.000 pendelaars komen werken. We vergeten soms dat de HST ons ook op minder dan twee uur houdt van London, Parijs, Keulen en Amsterdam en dat Brussels Airport de Europese luchthaven is met de meeste dag retourvluchten. Dagelijks pendelen er dus ook nog enkele duizenden buitenlanders. Brussel is echt een knooppunt in de “Space of Flows”. Dat maakt dat deze kleine stad voorkomt in de top van de meeste internationale lijstjes. Een Bèta-world city. En echt hét wereldknooppunt voor bepaalde mondiale activiteiten, zoals bijvoorbeeld de hulp aan de derde wereld. Mondialisering grijpt echt plaats, en dat vanuit enkele metropolitane centra. En Brussel is er één van. Dat zijn de feiten.
Lijdzaam toekijken
Daar staat nauwelijks beleid tegenover. De internationalisering groeide project per project, gedragen door bedrijven en instellingen en gerealiseerd door promotoren. Terwijl de industriële tewerkstelling op enkele decennia drastisch terugliep, werd Brussel een dienstenstad - 91 procent van de tewerkstelling! – met een zeer hooggeschoolde arbeidsmarkt. De werkloosheid bij de arbeiders sloeg toe terwijl de tewerkstelling voor hooggeschoolden enorm toenam. Die ontwikkelingen hadden een grote impact op de ruimtelijke ordening en op de prijzen. En de Brusselaars keken lijdzaam toe en ontwikkelden geen visie. Het P.I.O. (het Plan voor de Internationale Ontwikkeling van 2008) kan nauwelijks beleid worden genoemd. Het doet in feite niets meer dan een tiental ontwikkelingszones aanbieden aan (internationale) ontwikkelaars.
“Brussel, hoofdstad van Europa” zou nochtans een dragend project voor de stad kunnen zijn. We hebben vele troeven in handen. Vergeten we niet dat de Europese ontwikkeling gedragen wordt door een Noordwest Europees kerngebied: 19 procent van het grondgebied omvat 60 procent van de bevolking en 72 procent van het Europees BBP. En Brussel ligt er middenin.
Dorre Europawijk
Maar om werkelijk een Europese hoofdstad te worden volstaat het niet de instellingen en de vergaderingen te huisvesten. Een hoofdstad moet ook zorgen voor het goede culturele en intellectuele klimaat. Daarom zou het goed zijn dat Brussel met zijn multiculturele en cosmopolitische bevolking ook zorgt voor de nodige artistieke, academische, culturele en commerciële initiatieven om die Europese roeping te onderstrepen. Maak van deze stad toch een knooppunt in de Europese projecten, neem actief deel aan de uitbouw van het wereldstedennetwerk, zorg ervoor dat de nodige diensten en infrastructuren hier worden ontwikkeld! Een beetje ambitie alsjeblief! En laten we alvast beginnen van de dorre Europawijk een levend stadscentrum te maken de Europese hoofdstad waardig. In een tijd waarin België verdampt en de andere gewesten ons niet genegen zijn moeten we radicaal de internationale kaart trekken.
Gedurfd leiderschap
Twee voorwaarden moeten dan wel in het oog worden gehouden. Elke internationalisering moet zorgen voor compensaties voor de lokale bevolking en uitsluiting tegengaan. De gevolgen op het vlak van mobiliteit, huisvesting, werkgelegenheid en taalgebruik moeten goed worden begeleid. En anderzijds moet er veel beter worden gezorgd voor een onthaalbeleid voor nieuwkomers, voor een meertalige communicatie en informatie, voor stemrecht voor EU-burgers op gewestelijk niveau, .. De kansen grijpen en onze eigen troeven uitspelen vergt dan wel een gedurfd leiderschap, dat niet bang is van de eigen (communautaire) schaduw. Er moet een mentaliteitswijziging aan de top komen. En dan moet Brussel ook eens durven zeggen waar het op staat tegen de vertegenwoordigers van twee gewesten die dat derde gewest wel willen gebruiken als ‘gateway” naar de wereld, maar het verdommen daar de nodige financiële én culturele middelen voor vrij te maken. Want dat zou hen verplichten toe te geven dat de tijd van eentalige suburbane landstreken stilaan overgaat naar de era van cosmopolitische stadsgewesten. Misschien is dat inzicht voor de Belgische politiek wat teveel gevraagd.
Postscriptum: Overigens vind ik de discussies over loonmatiging totaal onevenwichtig indien er een taboe blijft op het aanpakken van de inkomensongelijkheid (die groeit!) of op de fiscaliteit (die de rijken en de ondernemingen spaart!).

Eric Corijn is hoogleraar Sociale en Culturele Geografie aan de VUB en directeur van de onderzoeksgroep Cosmopolis.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
BRUXELLES CAPITALE EUROPÉENNE DES ASSISTÉS
Bruxelles cartonne sur toutes les listes soulignant le caractère international et cosmopolite des villes monde et pourtant, elle se gère et se vit comme une ville de province.
Il est grand temps selon Corijn d’enclencher le turbo en matière de gouvernance.
40.000 fonctionnaires européens, 5.300 diplomates et plus de 300 envoyés régionaux, 4.000 fonctionnaires Otan 20.000 lobbyistes, 1.400 journalistes, 150 cabinets d’avocats internationaux , 2.500 agences internationales, plus de 2000 entreprises internationales, soit 105.000 jobs générés par le statut international de Bruxelles qui accueille 200.000 expats soit 14% de l’emploi haut de gamme et 30 % de l’espace bureaux. Des emplois pour 350.000 navetteurs venus de la périphérie verte.
Une situation géographique privilégiée, à deux heures de TGV de Paris, Londres, Cologne ou Amsterdam, dotée d’un super aéroport utilisé quotidiennement par quelques milliers de navetteurs complémentaires. Tout cela fait Bruxelles une ville mondiale de tout premier plan a very special “Space of Flows”.

Mais il faut déplorer avec Corijn que ces atouts phénoménaux sont médiocrement gérés par les autorités régionales bruxelloises qui ont d‘autres fers aux feu.
« Het P.I.O. (het Plan voor de Internationale Ontwikkeling van 2008) kan nauwelijks beleid worden genoemd. Het doet in feite niets meer dan een tiental ontwikkelingszones aanbieden aan (internationale) ontwikkelaars. »
Et pourtant ajoute Corijn, imagine-t-on projet plus porteur que « Bruxelles capitale de l’Europe »

Ce n’est cependant pas faute d’atouts. Bruxelles est idéalement située « Vergeten we niet dat de Europese ontwikkeling gedragen wordt door een Noordwest Europees kerngebied: 19 procent van het grondgebied omvat 60 procent van de bevolking en 72 procent van het Europees BBP. En Brussel ligt er middenin. »
Pour devenir effectivement la capitale incontestée de l‘Europe et pas seulement sa capitale administrative, Bruxelles se devrait de développer un climat culturel de tout haut niveau en faisant plus de cas de la dimension idéalement multi et interculturelle de cette ville avec ses artistes participant de toutes les cultures possibles capables de générer un climat hardiment cosmopolite.
« Maak van deze stad toch een knooppunt in de Europese projecten, neem actief deel aan de uitbouw van het wereldstedennetwerk, zorg ervoor dat de nodige diensten en infrastructuren hier worden ontwikkeld! Een beetje ambitie alsjeblief! »
In een tijd waarin België verdampt en de andere gewesten ons niet genegen zijn moeten we radicaal de internationale kaart trekken. »

Tout cela exige un leadership audacieux qui hélas fait largement défaut.
« een gedurfd leiderschap, dat niet bang is van de eigen (communautaire) schaduw. Er moet een mentaliteitswijziging aan de top komen. »
Osons le dire: Bruxelles est gérée comme un vaste CPAS, un mister cash social pour une population fragilisée qui vote en masse pour les partis qui pratiquent à outrance le communautarisme ethnique. Bruxelles a besoin d’avoir à sa tête une équipe de gestionnaires conscients de ses atouts, déterminés à les faire fructifier et à relever le niveau socio-économique des habitants de la capitale par le biais de la création d‘emplois et d‘un meilleur enseignement. On en est très loin et on voit mal, qui, dans le paysage politique bruxellois actuel aurait l’étoffe nécessaire pour relever ce défi. Personne hormis le brillant Bernard Clerfayt capable de donner toute sa mesure dans une entreprise de cette ampleur (pourvu qu’il prenne quelques distances avec un FDF à œillères) .
Ce brillant économiste et excellent municipaliste (il a fait ses preuves à Schaerbeek) bilingue est en effet, selon nous, le seul homme politique de sa génération à posséder un profil économico-politique à la Mendes France. Un profil qui fait de l’ombre à tous les nains de jardin qui pourraient demain briguer la succession de Charles Picqué.
MG

Aucun commentaire: