vendredi 3 juin 2011

De Belgische paradox

Paul Magnette

In juni van vorig jaar stemde meer dan veertig procent van de Vlaamse kiezers op een partij die openlijk naar onafhankelijkheid streeft. Anderzijds blijkt uit verscheidene opiniepeilingen in Vlaanderen dat tachtig procent van de ondervraagden de hypothese van een onafhankelijk Vlaanderen verwerpt. Statistisch - en voor zover men peilingen kan vertrouwen - zou dus minstens één Vlaamse kiezer op de vijf eigenlijk tegen zijn eigen voorkeuren hebben gestemd.
Een eerste verklaring van deze schijnbare paradox is een conjuncturele radicalisering. Veel van de nieuwe kiezers van de N-VA zouden niet het einde van de Belgische Staat wensen, maar wel een diepgaande hervorming. Ze zouden ontgoocheld zijn door Open VLD en de SP.A, zodat ze in juni 2007 voor de communautair radicalere CD&V kozen en in 2010, na het stranden van Oranje-Blauw en de volgende regeringen, naar de N-VA overstapten. Eigenlijk zouden de Franstaligen in grote mate verantwoordelijk zijn voor de politieke radicalisering, door te lang de houding van 'demandeurs de rien' aan te houden.

Er zit ongetwijfeld een grond van waarheid in die uitleg. Steeds meer Franstalige politieke leiders geven trouwens toe dat 2007 'een gemiste kans' was. Maar er gaat meer schuil achter de transformatie van het Vlaamse kiesgedrag. De verschuiving van de stemmen naar extreemrechts in de jaren negentig en daarna naar de populistische N-VA heeft diepere oorzaken, oorzaken die we in heel Europa terugvinden.

Ten eerste kan men niet negeren dat het politieke leven alsmaar meer om persoonlijkheden draait. Volgens de opiniepeilingen laat meer dan veertig procent van de kiezers van de N-VA zich op de eerste plaats door de persoonlijkheid van de partijleider beïnvloeden. Bart De Wever bespeelt meesterlijk alle registers van de politieke communicatie, maakt zich populair in televisiespelletjes, vertelt de juiste verhalen en doet spitse uitspraken. Weinig Vlaamse leiders voor hem zijn erin geslaagd om een beweging zo sterk te verpersoonlijken en het politiek leven in het noorden van het land zo rond zich te concentreren.

Maar ook dat is eigenlijk een relatief bijkomstige factor. Nog niet zo lang geleden zei men in Vlaanderen over een socialist 'Steve is God'. Machiavelli wist het al: zelfs de behendigste politicus vermag niets als Fortuna niet aan zijn kant staat. En de tijdsgeest speelt in het voordeel van de N-VA. Sinds het einde van de jaren zeventig zien we, eerst langzaam, maar in het jongste decennium sneller, overal in Europa het traditionele rechts verbrokkelen en plaats maken voor radicalere politieke groeperingen. Dat is begonnen toen Margaret Thatcher het vreedzame, meevoelende, pro-Europese Britse conservatisme door een neoliberaal, autoritair, naar soevereiniteit strevend rechts verving. Tien jaar later implodeerde de Italiaanse christendemocratie, die net als de CVP sinds de Tweede Wereldoorlog onafgebroken aan de macht geweest was, en maakte ze de ruimte vrij die sindsdien door het Berlusconisme gevuld wordt. In Frankrijk volgde het Sarkozysme op het sociale Gaullisme van Jacques Chirac (Aznar en Barroso hadden de toon gezet) en in Duitsland heeft Angela Merkel de schroeven van de 'sociale markteconomie' aangespannen en is het enthousiasme voor Europa dat de CDU/CSU sinds Konrad Adenauer had gekenmerkt, bekoeld. Alleen in Scandinavië blijft rechts meer centristisch en gematigd, waarschijnlijk omdat er jaren van sociaaldemocratische consensus aan voorafgegaan zijn. De kans is groot dat het zal verharden naarmate de populistische partijen hun positie versterken.

De electorale evolutie van Vlaanderen lijkt in dat opzicht, net als die van Nederland, een uiting van een fenomeen dat heel Europa treft: overal lijkt rechts minder gematigd, minder genuanceerd, zoals Inge Vervotte en Rik Torfs zouden zeggen, en dus minder geneigd tot sociale dialoog, compromissen, geleidelijke hervormingen, de trage Europese onderhandelingen. Uit het gezichtspunt van de politieke wetenschap is het eigenaardige aan ons Belgische politieke leven niet dat Vlaanderen naar een harder rechts evolueert. De paradox is dat minder dan één Waal op de drie op rechts stemt.

Paul Magnette is minister in de federale regering (PS). Zijn column verschijnt tweewekelijks op dinsdag.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
LE VOTE BAXTER
Une excellente analyse d’un homme politique wallon dont la côte ne cesse de monter.
C’est clair, nous le disons depuis des mois, Bart Dewever et les siens surfent sur une vague européenne de national populisme qui a tout pour nous inquiéter. Paradoxe belge ? Pas du tout, la bizarrerie vient de ce que la Wallonie , il faut le dire, est « en perfusion » avec un baxter fourni par l’argent flamand. Les trois quart des Wallons sont tellement accros à leur baxter qu’ils ne songeraient pas à voter autre chose que Olivier (Ps, Cdh ou écolo).
Toute l’habileté de De Wever consiste à dire et à redire démagogiquement aux Flamands qu’ils subsidient de leur poche la politique sociale et le clientélisme de l’olivier. Et ça marche.
Que veut la N-VA ? Un lecteur du Morgen le résume en trois lignes :
« Wat weten we over N-VA programma? Anti ecologisch en antisociaal (voka slippendragers). Meer kerncentrales, opzegtermijn werknemers drastisch inkorten, loonindex afschaffen pensioenleeftijd omhoog, werkloosheidsuitkering in tijd beperken.”
On lira avec intérêt l’analyse très « flamande » de Rik Van Cauwelaert, Directeur de Knack publiée dans Le vif. Et intitulée « La dernière chance de Di Rupo ».
Surtout on s’efforcera de lire l’interview complexe, très complexe de l’Américain Donald Horowitz: ‘België werkt separatisme in de hand’. Selon lui, La Belgique induirait carrément le séparatisme. Terrifiant mais réaliste !
Bonne lecture.
MG

LA DERNIERE CHANCE DE DI RUPO
La mission de formateur est l'ultime chance d'Elio Di Rupo. Celui-ci a déjà raté, à l'été 2010, la première occasion de former un gouvernement, après la réunion du PS et de la N-VA à Vollezele. Le président du PS n'a pas osé prendre le risque, comme Spitaels en son temps, de conclure un grand accord communautaire avec les Flamands, en l'espèce avec Bart De Wever. Il est à craindre que Di Rupo essaie, désormais, de gagner du temps pour protéger la Wallonie et Bruxelles d'une réforme de l'Etat qui devrait aboutir, inévitablement, à un assainissement des finances publiques. La « règle » que la réforme de l'Etat ne peut coûter le moindre euro aux francophones fait figure de dogme politique chez Di Rupo et au PS. Le gouvernement fédéral est fier d'étaler au grand jour des prévisions économiques très favorables. Mais passe sous silence que la croissance est surtout réalisée dans le nord du pays, œuvrant dans le sillage de l'Allemagne. Cette croissance est due aussi à de nombreux investissements décidés par les entités fédérales et les pouvoirs locaux. Les bulletins de victoire présentés par le gouvernement en affaires courantes servent à créer l'impression que cette grande réforme de l'Etat n'est pas la première des priorités.
Or la fédération reste suspendue à un assainissement colossal. Les chiffres des inévitables efforts financiers à réaliser, rendus par le Haut Conseil des Finances et transmis à l'Europe, révèlent que le solde primaire belge (le budget sans les charges d'intérêts), planté dans le rouge durant deux années déjà, devra être amélioré, entre 2011 et 2015, avec, au moins, 4,2 % du PNB. Et ce à l'heure où la Wallonie présente un solde primaire négatif de quelque 6,2 milliards d'euros, à en croire le Cerpe (l'institut de recherche des économistes de l'université de Namur). Qui plus est, l'étude namuroise indique que ce chiffre a augmenté, depuis 2006, de 4,5 milliards d'euros. Ce qui laisse présager que le PS continuera à refuser une vraie réforme de l'Etat, si incontournable soit-elle pour assurer le sauvetage de la fédération et de la sécurité sociale. Même le bureau de notation Standard & Poor's juge que cette réforme de l'Etat et surtout la révision de la loi de financement sont inéluctables. Le risque est très réel que le formateur Di Rupo utilisera tous les moyens dont il dispose pour bloquer toute tentative de réforme approfondie de l'Etat. Il préférera n'importe quoi à des concessions accordées à la N-VA de Bart De Wever. Il ira même jusqu'à tenter le maintien du gouvernement dirigé par Yves Leterme. Or opter pour un gouvernement qui n'a pas la majorité en Flandre constitue une vraie menace pour la survie de la fédération.

Aucun commentaire: