dimanche 5 juin 2011

Emotie regeert ons land

Het is niet verwonderlijk, vindt MIA DOORNAERT, dat anderstaligen zich soms afvragen waarom ze Nederlands geleerd hebben. Als je ziet hoe weinig respect Vlamingen voor hun eigen taal opbrengen.
Niet de middenstand maar de emotie regeert het land. Dat geldt zeker voor de twee partijen die de verkiezingen gewonnen hebben, maar niet de nodige politieke verantwoordelijkheid nemen.

De partij van Elio Di Rupo gelooft rotsvast dat de Franstaligen in ‘88 ‘gerold' zijn door Jean-Luc Dehaene en zijn ‘Toshiba boys'. Dat misbruik van de Franstalige goedgelovigheid en beminnelijkheid zou gebeurd zijn in de onderhandelingen over de dotaties voor onderwijs aan de gemeenschappen.

Dat trauma beantwoordt aan geen enkele werkelijkheid, maar emoties hebben meestal weinig met objectieve feiten te maken.

Aan de overkant, bij de N-VA, vindt men een gelijkaardige paranoia. Zo peroreerde advocaat Vic Van Aelst onlangs dat ‘wij Vlamingen' nu al 180 jaar lang ‘gepluimd' worden door de Walen, die ons als een ‘kolonie' zien. Tja, dan is het allicht optisch bedrog dat Vlaanderen zoveel rijker doet lijken dan Wallonië.

Opvallend is nog het taalgebruik van Van Aelst en vele andere Vlaams-nationalisten om alleen over ‘Vlamingen en Walen' te spreken. Het versluiert opzettelijk het bestaan van Brussel, met zijn honderdduizenden Franstaligen die geen Walen zijn, en zijn vele Vlaamse Brusselaars. Het verdoezelt daarmee ook het feit dat geen enkele separatistische formatie een geloofwaardig scenario heeft voor Brussel, tenzij die zogenaamd Vlaamsvijandige stad over te laten aan ‘de Walen'.

Bart De Wever weigerde zich van zijn partijgenoot te distantiëren, maar zette veiligheidshalve vooral één punt van diens uitlatingen in de verf, namelijk het slechte Nederlands van politieke leiders als Di Rupo, Onkelinx en Milquet.

Om die tekortkoming te laken hoef je geen nationalist en separatist te zijn, wijzelf hebben dat op deze pagina's ook al gedaan.

Maar als het over tweetaligheid gaat moeten we toch ook eens naar de zienswijze van de andere kijken, en de hand in eigen boezem durven steken.

Het was voor Vlamingen interessanter om Frans te leren, dan Nederlands leren dat voor Walen was. Frans was een wereldtaal en is nog steeds een internationale taal, een taal die toegang geeft tot een grootse cultuur. Dat is een objectief gegeven.

Daarnaast moeten we ons afvragen waarom Vlaanderen en zijn taal niet aantrekkelijker zijn voor de Franstaligen, en waarom zoveel Vlamingen in Brussel zich hebben laten verfransen.

En dan moet je toch vaststellen dat één van de redenen is dat we zelf onze taal niet respecteren. Wie Frans leert kan overal in Wallonië met die taal terecht. Er bestaan in Wallonië ook dialecten, en Walen hebben ook regionale accenten. Maar als je in Wallonië in een winkel binnen gaat of weg vraagt, dan krijg je begrijpelijk Frans te horen. Als je naar de RTBf of RTL-TVI kijkt, dan hoor je daar Frans. Als je als Vlaamse of buitenlandse dokter in een Waals ziekenhuis gaat werken, wordt je niet gevraagd of je wel het dialect van la Louvière of Bastogne machtig bent.

Veel Vlamingen daarentegen zeggen nu dat hun taal niet het Nederlands maar het ‘Vlaams' is. Wil je in bijvoorbeeld West-Vlaanderen in een ziekenhuis of een zorgtehuis gaan werken, dan wordt je gevraagd of je het plaatselijke dialect wel verstaat. In Brugge is zelfs het idee gelanceerd om allochtonen lessen Brugs te geven. Kijk naar een feuilleton op onze omroep, ook de publieke, en je hoort alleen nog verkavelingsvlaams.

Stel je een Franstalige Belg of allochtoon voor die Nederlands heeft geleerd, maar in Vlaanderen voortdurend dialect of het verkavelingstaaltje te horen krijgt. Die zijn kennis wil op peil houden door naar onze tv te kijken, en daar in feuilletons iets moet verstaan als ‘ik zin iel content van maanen nieven oto' terwijl hij geleerd heeft ‘Ik ben zeer tevreden over mijn nieuwe wagen'.

Is het dan te verwonderen dat die mensen zich afvragen welke taal ze eigenlijk geleerd hebben en waarom? Ze dreigen zich net zo bedot te voelen als Franstalige Zwitsers zich bedot voelen door een schwitzerdütsch waarmee ze in de rest van het Duitstalig gebied niet terecht kunnen.

Behoorlijk Nederlands kennen was ooit een symbool van en sleutel tot ontvoogding en volksverheffing, nu is dat ‘elitair' geworden. Hoe autonomer Vlaanderen wordt, hoe slordiger zijn taal en stijl worden.

Dat is niet de schuld van ‘de Walen'. Maar het heeft wel een effect op hen. Als we zelf onze taal niet eerbiedigen, hoe kunnen we dan respect vragen vanwege onze anderstalige landgenoten?

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
BROEBELLAND
“Hoe autonomer Vlaanderen wordt, hoe slordiger zijn taal en stijl worden.”

Plus la Flandre se rend autonome plus elle néglige sa langue, son style qui deviennent de plus en plus médiocres. « Broebeler » veut dire en bruxellois parler de manière relâchée, inintelligible.

La nouvelle Flandre « broebelle » dans tous ses dialectes qui après quelques décennies de ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands) retombe dans ses travers dialectaux. On se fait fort en Broebelland où triomphe le provincialisme le plus plat, de ne plus regarder la TV hollandaise et de se complaire dans son dialecte local. C’est le contraire de l’évolution observée en Wallonie dont il ne survit, comme souvenir du wallon qu’un accent local quelquefois pittoresque mais pas forcément. Wallons et Bruxellois francophones regardent plus les chaînes françaises que la VRT ou RTL.

Le plaidoyer de Mia Doornaert fait chaud au cœur. Il montre que nonobstant la marée noire du national populisme à la De Wever , il reste en Flandre une élite intellectuelle qui résiste à la montée de ce fascisme soft qui empoisonne la vie politique belge et divise le plat pays en « goede en slechte Vlamingen ». Comme on aimerait que s’y crée demain une confrérie « van de slechte Vlamingen » des gens hautement fréquentables qui finiront par demander l’exil en Wallonie, comme les travailleurs immigrés flamands d’autrefois, les Onkelinx, Cools, Reyneders et autres Vancauwenberg.
MG

Aucun commentaire: