mercredi 1 juin 2011

Space, the last frontier

Geen parkeerplaats vinden. Vuilnis, achtergelaten op straat.
Hondepoep. Lawaai. Drukte. Wachten op de bus. Een plaatsje zoeken op
de tram. Aanschuiven bij de post of op het gemeentehuis. Op het
voetpad of op de weg voor een hindernis uitwijken. De ergernis is
dikwijls groot. En het is veelal enkel ergernis die ons als bewoners
verbindt.

Als bewoner van een stad worden we dagelijks geconfronteerd met het
feit dat we ruimte innemen, en die ruimte moeten delen met anderen.
Het samen delen van publieke ruimte wordt alsmaar penibeler, zo lijkt
het wel. De veelheid aan culturele codes, de vaag- of zelfs
afwezigheid van een gemeenschaplijk aanvaarde gedragscode, maakt het
er niet eenvoudiger op. Maar ook het beheer van de openbare ruimte
zelf speelt hier een zeer grote rol.
De openbare ruimte met zijn vele vertakkingen en bijgebouwen is de
ruimte waar het politieke beleid zijn ware gelaat moet tonen. Gedaan
met gepalaver. Voet aan de grond! Het beleid van politici zou dan ook
best afgemeten worden, niet aan het programma of het geloof in een
bepaalde ideologie, maar hoe ze de openbare ruimte gestalte geven. The
proof of the pudding is in the eating.
Naast de virtuele openbare ruimte, in gemeentelijke en gewestelijke
bestuursorganen waarin administratie en burger elkaar ontmoeten, en
waar iets zoals taalhoffelijkheid zijn plaats heeft, is er de tastbare
openbare ruimte van elke dag.

KOOPLUI EN HANDIGAARDS
Wat dat laatste betreft, is het resultaat van de laatste decennia
bedroevend. De visie op stedenbouw reikte meestal niet verder dan op
de winkel letten. De kooplui en handigaards, van betonboeren tot
promotoren, maakten dankbaar gebruik van de kortzichtigheid van de
politici, die eerder getuigden van een provinciaalse
ons-kent-ons-mentaliteit, dan van een visie op een kosmopolitische
stad.
Zo kwam het afschuwelijke Novotelcomplex aan het Europakruispunt bij
het Centraal Station tot stand. Werden de politici met de bouw van de
Europese wijk door betonboeren voor een voldongen feit gesteld. Haalt
de kleinzoon van Charly De Pauw in de Noordwijk alsnog zijn slag
thuis. De aanpak van de wijk rond het nieuwe Zuidstation bewijst dat
men zijn les nog niet heeft geleerd. Net zoals de aanpak van de
Havenlaan en het gebied rond het kanaal het potentieel van een
bruisende kanaalzone voor decennia dreigt te hypothekeren.

DE SPLINTERBOM VAN STIJL
Nochtans zijn de wonderen de wereld niet uit. Kijk naar de opleving
rond de Dansaert- en de Sint Gorikswijk. Dertig jaar geleden nog een
ten dode opgeschreven buurt van magazijnen en depots. Afgezien van de
Archiduc en de Beursschouwburg. Maar daarin hebben niet de politici
het voortouw genomen.
Nu ongeveer 25 jaar geleden opende Sonja Noël er tegen het advies van
alles en iedereen in, een klerenwinkel met een eigenzinnig visie op
mode, genaamd 'Stijl'. Peter Cornelis tekende het verfrissende
interieur. Ik heb nog mee staan schilderen en plamuren. Eric Sleichim
begeleidde het eerste defilé op het trottoir van de Dansaertstraat met
minimalistisch provocerende 'saxuele' tonen. De mannequins waren
Brusselse madammen die Sonja Noël had aangesproken op straat.
De opening van 'Stijl' bleek een splinterbom waarvan de schokgolven nu
nog te voelen zijn. De Dansaertvlaming is diegene die men nu benijdt
om het paradijs dat hij bewoont. Sonja Noël, en zij als eerste, gooide
ooit een steen in de kikkerpoel.
Dat er een Brusselse bouwmeester is, is een stap in de goede richting.
Tenminste als Olivier Bastin zelf niet verzuipt in het moeras van de
Brusselse vriendjespolitiek.
En ook de aanpak in Schaarbeek, waar ik zelf woon, geeft duidelijk aan
dat ze een openbare ruimte willen waar je wil vertoeven, en niet
eentje waar je uit wil wegvluchten. De bevolkingsdruk en het gebrek
aan burgerzin maakt het echter niet makkelijk. Wat vandaag vernieuwd
werd, is morgen al aan herstel toe. Maar het gemeentebestuur gaat het
gevecht aan, en maakt slimme keuzes door oninteressante en
verwaarloosde hoekpanden op te kopen en te vernieuwen en aldus de
buurt een impuls te geven. Er zijn wijkcontracten en buurtwinkels. En
dus is er hoop. En als er hoop is, is er veel mogelijk.

WARE GELAAT
Want de impact van de openbare ruimte is al te lang onderschat. Te
lang als louter utilitair en functioneel beschouwd. Het is echter de
plaats waar mensen elkaar ontmoeten. Waar mensen hun ware gelaat tonen
in de manier waarop ze die ruimte gebruiken. Hoe men elkaar bejegent
zegt immers meer dan wat men verkondigt.
En ontmoeten is de eerste stap naar samenleven. Ik geloof dat het
gevecht voor een leefbare stad hier kan gewonnen worden. Dat dit het
cement is dat ons samen kan brengen. Dat de fundamenten van een stad
die we in ons hart kunnen dragen effectief ligt in een uitgesproken
visie in het beheer van de openbare ruimte.
Wie durft? Wie gooit na het grootstedelijk beleid van Charles Picqué,
de steen in de poel?
Kris Cuppens (48) is acteur en theatermaker en woont in Schaarbeek.
Voor brusselnieuws.be schrijft hij een tweewekelijkse column.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
ESPACE PUBLIC
Ce type a raison, il est impératif de se préoccuper de l’espace public
afin qu’il devienne un incubateur d’interculturalité.
Ce devrait-être la fonction première de la place Flagey mais ce ne
l’est pas et nous sommes nombreux à le déplorer. Cette place est ratée
et c’est une tragédie car nombreux sont les niveaux de pouvoir:
région, commune, quartiers qui ont uni leurs forces pour en faire un
lieu d’exception. C’est raté, chacun vous le dira et c’est une
tragédie. Un autre lieu susceptible de réunir en son sein les
communautés culturelles est le Parc Josaphat. Il est en voie de
restauration. Beliris en est le maître d’oeuvre et les travaux
avancent rondement. Mais on ne voit pas, au-delà d’une restauration
onéreuse, qui doit remettre le parc dans son pristine état, de projet
permettant de faire de ce parc un incubateur d’interculturalité
comparable à central Park, le joyau de New York et son poumon vert.
Décidément Bruxelles n’arrive pas à créer en son sein la dynamique
interculturelle susceptible de faire décoller cette mégapole géniale
et pleine de potentiel.
Il faut, de toute urgence travailler en effet sur les espaces publics
pour déclencher ce mouvement, cette dynamique que beaucoup attendent
cosmopolite de tous les européens.
MG

Aucun commentaire: