mercredi 14 septembre 2011

Wolfijzers en onbeheerde schietgeweren in het Midden-Oosten

Tien jaar na 9/11 is Al Qaida 'alleen in de verbeelding van sommigen' verslagen. De toestand blijft onrustwekkend, schrijft Jef Lambrecht. Oud-VRT-journalist Lambrecht is de auteur van onder meer De Arabische revolutie. Van het offer van Bouazizi tot de val van Kadhafi.

Bij deze tiende verjaardag is de wat bizarre vraag of de aanslagen de wereld hebben veranderd. Niet, aldus sommigen die het liefst de rokende torens zouden onderbrengen in het geruststellende rijk van de fictie. Niet volgens sommige anderen voor wie de Arabische revolutie alles in de schaduw stelt. De vraag zelf houdt het antwoord in. Waarschijnlijk hebben ze allebei, de aanslagen én de revolutie, de wereld veranderd en veranderen ze die nog altijd. Nog, want het terrorisme is alleen bezworen en verslagen in de verbeelding van goedgelovigen. Nog, want de Arabische revolutie duurt voort, ook waar ze schijnbaar is afgelopen, en wat tevoorschijn komt wanneer het stof zal gaan liggen is nog altijd onvoorspelbaar. De twee werelden, die van de revolutie en die van de terreur, zijn ook niet van elkaar gescheiden. De tegenstelling tussen terreur en omwenteling leeft vooral in westerse geesten en berust op hoop waarvan de toekomst zal zeggen of die terecht was.

Wat wel klopt is dat het revolutionair gedruis het terrorisme van het voorplan heeft verdrongen zodat men is gaan geloven dat het intussen ongeveer dood is. Daarvoor ontbreken helaas de bewijzen. Over Pakistan, couveuse van het jihadisme, maken weinigen zich illusies. Al Qaida, de Pakistaanse taliban, een aantal Pathaanse stammen en een flinke hap van de almachtige militaire inlichtingendienst ISI en van het leger werken er samen. In de asymmetrische strijd met dat kluwen is er bij beide partijen een nauwelijks verhulde terugkeer naar barbaarse praktijken. In Somalië gijzelt het Al Qaida-filiaal Al Shabab een van honger stervende bevolking én de internationale hulpverlening.

Nauwelijks wordt gevraagd of ook niet daar 'de burgers' eindelijk moeten worden beschermd. Op de andere oever, in Jemen, is Al Qaida in het offensief en staan de terroristen tot op 50 kilometer van Aden, een van de meest strategische plekken van de planeet. In Libië is de bevrijder van Tripoli de voormalige leider van de Libische Islamitische Gevechtsgroep LIFG, die menig kopstuk heeft geleverd aan Al Qaida. In Syrië is de wankelende Bashar al-Assad onder meer bedreigd door de Al Qaida-cellen die hij ten behoeve van de opstand in Irak jarenlang op zijn grondgebied en in Libanon vrij spel gaf. In Egypte zijn honderden jihadi's vrijgelaten uit de gevangenis en 3.000 anderen zonder vorm van controle teruggekeerd uit ballingschap.

MOSLIMBROEDERS
De liefde maakt blind. Ook die voor de revolutie waarvan we enkel de pieken volgen. Het terrorisme heeft tijdens de Arabische omwenteling niet de eerste viool gespeeld om de eenvoudige reden dat het niet dominant is, noch in de Arabische wereld, noch in de moslimwereld en zelfs niet in Pakistan. Dat heeft niet belet dat deze marginale stroming tien jaar geleden op een schokkende en vernietigende manier kon uithalen. Wie erop vertrouwt dat de terroristen vandaag democraten zijn wordt verblind door de hoop. Van het terrorisme is er zelden een weg terug. Het spreekt voor zich dat het gewelddadig jihadisme niet mag worden verward met de Moslimbroederschap. Maar het blijft afwachten of de Moslimbroeders christendemocraten worden of een variant op de Turkse AKP, zoals ze willen doen geloven. De Broeders zijn nooit aan de macht geweest, al is hun invloed groot. Het is onzeker wat overeind zal blijven van hun democratische geloofsbelijdenis voorbij de stembus die hen in het zadel zal hijsen.

Niemand garandeert dat ze wakker liggen van de democratie tenzij zij zelf. Pas na een aanvankelijke aarzeling is de Broederschap zijn rol gaan opeisen in de revoluties die door de extremisten, Bin Laden incluis, zijn toegejuicht als een buitenkans. Hun toenemende assertiviteit en hun pogingen om de protesten te kapen leidden tot spanningen en soms splitsingen in de revolutionaire bewegingen van Egypte, Tunesië, Marokko en Algerije. Keken de Broeders meestal de kat uit de boom, dan waren ze in Jemen van bij de aanvang in de spits van de revolutie. In Syrië, waar ze een persoonlijke en oude wrok koesteren tegenover de Assad-clan, zijn ze verboden en bleven ze langer verdoken. Hun positie in Libië is niet helemaal duidelijk. Ze zijn belangrijk bij de rebellen uit het oosten maar het is niet uitgesloten dat sommige islamisten met de kolonel onder één hoedje spelen. Wel staat vast dat behoorlijk wat wapens die plots in Libië te grabbel liggen terecht zijn gekomen bij Al Qaida in de Maghreb.

Al langer is er bezorgdheid over de plundering van de Libische wapenarsenalen. Telkens weer verdwijnen het eerst de luchtdoelraketten die op de zwarte markt per stuk duizenden dollars kosten. Volgens Peter Bouckaert van Human Rights Watch zijn er 20.000 van in Libië, "genoeg om van heel Noord-Afrika een no-fly zone te maken". Pas nog zijn in Tripoli tientallen lege kratten gevonden van de Igla-S, het Russisch equivalent van de hittezoekende Amerikaanse Stingers, het wapen waarmee het Rode Leger in de jaren '80 tot de aftocht uit Afghanistan werd gedwongen. Al maanden zijn de Libische buurlanden Algerije, Tsjaad en Mali ongerust over de bewapening door Al Qaida dat ook volgens westerse bronnen vooral uit is op luchtdoelraketten. Het wekt de bezorgdheid van de Europese antiterreurchef Gilles de Kerckhove en van generaal Ham, de commandant van de Amerikaanse troepen in Afrika. Niet alleen heeft Al Qaida zijn entrees bij de rebellen en dus bij ons, het heeft ook contacten met de andere partij via Toeareg-stammen die zowel met Kadhafi als met Al Qaida samenspannen. Maar zelfs in het meest optimistische scenario blijft de overvloed van onbeheerd wapentuig een hypotheek op de toekomst en een begeerde buit voor obscure groepen. Naar Jemen kan men enkel kijken met minstens zoveel bezorgdheid.

Turkije, steeds actiever in de regio, en Katar, de motor, propagandist en financier van de Arabische revoluties (ook dat is nauwelijks opgemerkt) zien in de Moslimbroederschap de dominante politieke kracht van de toekomst in het Arabische Midden-Oosten en onderhouden goede contacten met Hamas. De Broederschap gedraagt zich zo beschaafd mogelijk om de discrete gesprekken met Washington niet te verstoren. Natuurlijk verdienen de Broeders het voordeel van de twijfel. Misschien gaat geen gevaar (meer) uit van de 'politieke islam'. Men zegt dat de jongere Broeders anders zijn en de lekenstaat aanvaarden. Maar tot die jonge generatie behoort ook een radicale, salafistische strekking die weinig nodig heeft om tot de jihad over te gaan als de democratie straks niet de gewenste sharia oplevert.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
LES NOUVEAUX FRERES MUSULMANS?
Jef Lambrecht − auteur de l’excellent “De Arabische revolutie” nous met en garde: tous ceux qui sont persuadés que les terroristes sont devenus de parfaits démocrates se laissent aveugler par leur excès d’optimisme. Le terrorisme, on en revient rarement. “Van het terrorisme is er zelden een weg terug”.
Pour certains, la révolution arabe du printemps dernier en a fait table rase. Il serait plus raisonnable d’imaginer, prévient Lambrecht, que, et l’attentat des Twin Towers d’il y a dix ans, et le printemps arabe actuel ont contribué ensemble à changer le monde tel que nous le concevons.
Le terrorisme n’a pas rendu les armes, que du contraire. Lambrecht montre qu’il est aujourd’hui surarmé tandis que la révolution arabe se poursuit sans que l’on ne discerne précisément où elle va.
On aurait tort de séparer les deux phénomènes: terreur et révolution. Si le second à relégué le premier à l’arrière-plan, il ne l’a pas éclipsé entièrement, les preuves ne manquent pas, l’article y renvoie.
Le spectre de Al Qaida plane au Yemen, en Lybie, en Syrie, au Liban et jusqu’en Egypte où les jihadistes ont été remis en liberté avec trois mille autres détenus politiques, dont une majorité de frères musulmans.
Le terrorisme n’a pas joué un rôle de pointe dans la révolution arabe, il ne faudrait pas en conclure pour autant, avertit Lambrechts, que tous les terroristes soient devenus des démocrates. Il ne faut pas confondre le jihadisme violent et la confrérie des frères musulmans. Rien ne prouve que frères musulmans soient devenu , comme beaucoup l’affirment, l’équivalent musulman de la démocratie chrétienne inspiré du modèle du parti turc AKP. “Niemand garandeert dat ze wakker liggen van de democratie tenzij zij zelf.”
Leur assertivité croissante, leurs efforts pour récupérer les mouvements de contestation et les infléchir provoquent un climat de tension en Egypte, en Tunisie, au Maroc et en Algérie, même en Lybie.

Les Turcs, très présents dans cette partie du monde estiment que “ de Moslimbroederschap de dominante politieke kracht van de toekomst in het Arabische Midden-Oosten zijn en onderhouden goede contacten met Hamas.”
La confrérie se tient coite en se faisant aussi discrète que possible pour ne pas perturber les négociations avec Washington.
Accordons le bénéfice du doute aux frères musulmans. Il est possible, en effet, qu’ils aient cessé d’être une menace. D’aucuns croient savoir que les jeunes frères musulmans seraient prêts à accepter un état laïc.
Maar tot die jonge generatie behoort ook een radicale, salafistische strekking die weinig nodig heeft om tot de jihad over te gaan als de democratie straks niet de gewenste sharia oplevert.
Voilà qui devrait ouvrir les yeux de tous les inconditionnels de la révolution arabe- dont DiverCity qui reste persuadé qu’il s’agit là d’une immense source d’espoir- :ex oriente lux.
MG

Aucun commentaire: