jeudi 19 janvier 2012

De tragedie van de ultraorthodoxe Joden

Deze kleine groep fundamentalisten verzwakt de herinnering aan de Holocaust, alsof de afschuw voor deze catastrofe zonder meer op alles en nog wat kan toegepast worden

Slechts een kleine groep fundamentalistische Joden vergelijkt Israël met nazi-Duitsland, stelt filosoof en publicist Ludo Abicht. Abicht legt uit hoe complex de wereld van de orthodoxe en ultraorthodoxe Joden in elkaar zit. Hij is auteur van De joden van Antwerpen.

Indien er, binnen het Jodendom, één gemeenschap is die wellicht meer dan andere het recht heeft naar de Shoah (Holocaust), de geplande uitroeiing van de Europese Joden, te verwijzen, dan zijn het inderdaad de orthodoxe en ultraorthodoxe Joden. In Europa en Noord-Amerika kennen we hen als 'Hassidim' of vromen, terwijl ze in Israël 'Haredim' of ultraorthodoxen genoemd worden. Wat betekenen deze labels?

In alle godsdiensten en levensbeschouwingen is een 'orthodox' iemand die de ware leer kent, beleeft en verkondigt, denk maar aan de 'orthodoxe' christenen in Rusland en Griekenland. Ook binnen het Jodendom behoort een hoog percentage tot de orthodoxe stroming, gelovigen die zich zo getrouw mogelijk aan de vele regels en voorschriften van hun geloof houden. Binnen die orthodoxe gemeenschap heeft zich sinds ongeveer het midden van de achttiende eeuw een Hassidische of ultraorthodoxe beweging ontwikkeld. Deze mensen respecteren niet alleen alle 613 religieuze wetten (mitsvot), maar ze hebben daarbovenop nog een aantal extra regels gemaakt die als het ware als beschermende 'hekken' moeten dienen om de regels zo goed mogelijk te volgen. En ze hebben hun eerbied voor de stichters van hun beweging zover gedreven dat ze ook door hun opvallende kledij de traditie zo veel mogelijk eerbiedigen.

JUDEOCIDE
In Oost-Europa, waar ze zich tijdens de middeleeuwen gevestigd hebben, vormden zij de grootste en actiefste Joodse gemeenschap. Om die reden werden zij ook het ergst door de racistische uitroeiingspolitiek van de nationaalsocialisten en hun handlangers getroffen: meer dan één derde van alle Oost-Europese Joden is in de kampen omgekomen of werd door de zogenaamde speciale Einsatzgruppen vermoord. Om die reden kan niemand hen het recht ontzeggen, ons aan de tragedie van de geplande en industrieel uitgevoerde judeocide te herinneren, om het even welke verklaring men voor deze misdaad tegen de mensheid kan bedenken. Was de Shoah het rechtstreeks gevolg van meer dan vijftien eeuwen christelijk geïnspireerd 'anti-Judaïsme' of van het negentiende-eeuwse pseudowetenschappelijke antisemitisme? Was het, zoals bepaalde ultraorthodoxen beweren, een goddelijke straf voor het gebrek aan religieuze trouw, waarbij men zich toch de vraag mag stellen waarom uitgerekend de vroomsten het meest getroffen zijn? We zullen waarschijnlijk nog generaties over de diepere oorzaken nadenken en van mening verschillen, maar men kan het feit van de Shoah zelf onmogelijk ontkennen, zonder ongeloofwaardig of absurd over te komen.

De tweede tragedie van deze groep Haredim in Israël is het feit dat ze dit recht om naar de Shoah te verwijzen jammer genoeg niet verbonden hebben aan de verantwoordelijkheid, deze nagedachtenis van de slachtoffers zo zuiver mogelijk te houden. Wanneer ze op straat komen om de reactie van de Israëlische regering op hun onverdraagzaamheid ten opzichte van minder gelovige Joden - de grote meerderheid van de Joodse Israëli's - met de houding van de nazi's en hun bondgenoten te vergelijken begaan ze een enorme historische, ethische en strategische fout. Om te beginnen is er geen enkele vergelijking mogelijk tussen de uitspraken en maatregelen van de overheid en de systematische uitroeiingspolitiek van de nationaalsocialisten. Ten tweede gaat het hier niet om een racistische politiek zoals die in het Derde Rijk domineerde, en ten derde verzwakken ze hiermee de herinnering aan de Shoah, alsof de afschuw voor deze catastrofe zonder meer op alles en nog wat kan toegepast worden.

Het is dringend nodig dat we een onderscheid maken tussen de uitspraken en acties van deze kleine maar luidruchtige groep van fundamentalisten en de grote meerderheid van de Hassidim en orthodoxe Joden in Israël en de wereld die gewoon het recht opeisen om hun geloof zo integraal mogelijk te mogen beleven. En dat we uit de Shoah vooral blijven leren dat elke vorm van onverdraagzaamheid en vertekening, of dat nu uit ultraorthodoxe of islamistische hoek komt, tot een verslechtering van de situatie in het Midden-Oosten leidt. Een extra complicatie die wij, maar vooral de Joden en Palestijnen ter plaatse, kunnen missen als kiespijn.

COMMENT PARLER "NORMALEMENT" D’ISRAËL ?
Guy HAARSCHER (*)
Mis en ligne le 11/01/2012
Le contexte géopolitique actuel apparaît on ne peut plus incertain.
Il est périlleux de prendre la plume sur un tel sujet. L’auteur se sait d’avance surveillé des deux côtés. La suspicion règne : à quel camp appartient-il ?
Comment parler "normalement" de la politique du gouvernement d’Israël ? Certains n’osent pas trop la critiquer, en souvenir de ce qu’a subi le peuple juif sous le nazisme. Et les opposants à cette politique se laissent trop souvent entraîner dans une dénonciation d’Israël comme tel, voire des Juifs en général. Dans le premier cas, on critique trop peu, en ne tenant pas compte de la vitalité de la démocratie israélienne et des positions très antigouvernementales prises par exemple par le grand journal "Haaretz". Dans le second, on se livre à une critique outrancière et de mauvaise foi. Le gouvernement israélien se situe très à droite sur l’échiquier politique. Le ministre des Affaires étrangères Avigdor Liberman peut même être qualifié d’homme d’extrême droite. Les colons de Cisjordanie exercent de fortes pressions sur le Premier ministre Netanyahou.
Le contexte géopolitique actuel apparaît on ne peut plus incertain. Le printemps arabe des "blogueurs" risque bien de se transformer en hiver des "barbus". Les islamistes sortent renforcés en Egypte par le processus électoral. Nul ne sait ce que signifient leurs proclamations démocratiques et pluralistes, et chacun ferait bien d’y regarder à deux fois avant de les déclarer sincères. Ils risquent de se montrer nettement moins complaisants que le régime Moubarak vis-à-vis d’Israël. Il y a aussi l’agressivité de l’Iran, et la radicale incertitude concernant l’évolution de la sanglante tyrannie syrienne ainsi que du Hamas, qui domine Gaza.
Un mouvement est né aux Etats-Unis. Il s’appelle "J Street", la "Rue juive", sur le modèle de "K Street", à Washington, où se trouvent la plupart des lobbies qui tentent d’influencer les membres du Congrès. Ce mouvement s’oppose à l’Aipac, lobby inconditionnellement favorable à la politique israélienne. Il tente de montrer que l’avenir d’Israël n’est pas dans la subjugation d’un autre peuple mais dans une coexistence pacifique entre deux Etats. Il ne nie pas la mauvaise foi et l’antisémitisme de nombreux adversaires d’Israël. Mais il n’utilise pas ces outrances injustifiables comme des prétextes pour ne rien faire. Il se définit pro Israel (le peuple, l’Etat - pas son gouvernement, normalement critiquable en démocratie), pro peace .
Le statu quo est intenable pour les Palestiniens, l’accroissement des colonies de peuplement leur rendant la vie impossible. Mais il l’est aussi pour Israël. Les projections les plus sérieuses montrent en effet qu’à partir de 2020, peut-être plus tôt, la population palestinienne sera plus nombreuse que la population juive dans le "grand" Israël actuel. La démocratie voudra qu’un jour ou l’autre les Juifs y soient minorisés, ce qui peut faire craindre le pire dans un contexte de haine persistante. Ou alors Israël instaurera un régime d’apartheid, en maintenant les Palestiniens dans un statut de citoyens de seconde zone. On n’ose y penser.
Le "printemps israélien", n’est pas loin, il a peut-être déjà commencé. Bien sûr, comme le disait Sartre : "on ne nous a rien promis" et Israël ne doit en aucun cas mettre en danger sa sécurité, même en faisant les gestes forts indispensables. "J Street" a déjà fait des émules : un mouvement européen, appelé "J Call". On lui souhaite tout le succès possible, bien que, dans le contexte ambiant de manichéisme, la tâche soit particulièrement ardue. Mais il faut croire au pouvoir des idées claires. La confusion ne sert que les petits et grands despotes.
Savoir Plus
(*) Professeur à l’ULB et au Collège d’Europe.

0 commentaires: