samedi 3 mars 2012

Het lerarenberoep van tweede- naar derderangskeuze

Marleen Vanderpoorten is Vlaams Parlementslid namens Open Vld en was onderwijsminister van 1999 tot 2004. De eenzijdige maatregel van minister Smet maakt het beroep van leraar (nog) onaantrekkelijker, vindt ze.

De Vlaamse regering heeft beslist om het vervroegd pensioen voor leraren af te schaffen. Technisch iets juister geformuleerd: door het tbs-systeem uitdovend te maken, zullen leraren langer moeten werken. Een logische beslissing, die ook te verwachten viel. De manier waarop de minister is te werk gegaan bij de voorbereiding van de beslissing is evenwel verrassend.

Het besluit van de federale collega's om de pensioenleeftijd op te trekken van 60 tot 62 had grote gevolgen voor de betaalbaarheid van de bestaande TBS-regeling. Vooral het dreigende lerarentekort maakte het ongeoorloofd om onderwijzend personeel nog op 58 jaar te laten uitstappen. In het Vlaams Parlement had de minister al lang te kennen gegeven dat deze onderwerpen pasten in het lerarenloopbaandebat "zonder taboes", dat onder andere met de vakbonden werd opgestart. Spijtig genoeg heeft dit debat met de vakbonden nog tot geen enkel resultaat geleid. Het gevolg hiervan is dat er één geïsoleerde beslissing genomen is zonder flankerende maatregelen voor oudere leerkrachten en zonder maatregelen voor de broodnodige herwaardering van het beroep van leraar.

De TBS is ingevoerd als voorlopige maatregel in het begin van de jaren '80, toen er leraren te veel waren. Bedoeling was om oudere leraren te stimuleren om plaats te maken voor jongeren. In de paars-groene regering-Dewael heb ikzelf als minister van Onderwijs de regeling ter discussie gesteld. De arbeidsmarktrapporten van het departement Onderwijs maakten duidelijk dat er een lerarentekort dreigde dat vanaf 2001 alarmerende vormen zou aannemen. Het was dus hoge tijd om een tijdelijke en anachronistische regeling te wijzigen.

Na veel discussies met de vakbonden en felle acties werd de uitstapleeftijd opgetrokken tot 56 jaar voor kleuteronderwijzers en tot 58 voor de rest van het onderwijzend personeel, mét een overgangsregeling en een reductie van het wachtgeld voor al wie in die periode tussen 50 en 55 jaar was.De afspraak met de vakbonden was dat er na uitgebreid overleg in de volgende legislatuur een vervolg zou komen op deze nieuwe regeling die ook het hele eindeloopbaandebat zou omvatten. Die afspraak werd nooit uitgevoerd.

De voorbije jaren kondigde zich, mede door de demografische groei en een dalende instroom in de lerarenopleidingen, opnieuw een heel groot lerarentekort aan. Sowieso tijd dus om ons over de vervroegde uitstap te bezinnen én over het wachtgeld dat vervroegde uitstappers desgevallend ontvangen. Nu bedraagt dat 70 procent van het loon dat leraars ontvangen door fulltime te werken. De aantrekkelijkheid van het systeem is dus heel groot.

De beslissing op federaal niveau om de (vervroegde) pensioenleeftijd op te trekken tot 62 jaar betekende dat als de TBS-regeling op 58 zou blijven, deze vier jaar zou duren, wat de Vlaamse overheid meer dan 200 miljoen extra zou kosten (ongeveer 430 miljoen euro in plaats van de huidige 215 miljoen). Dit zou onverantwoordelijk zijn in budgettair krappe tijden, maar vooral in tijden van een groot lerarentekort.

Debat dat er nooit komt
Goed en kwaliteitsvol onderwijs staat of valt met goede leerkrachten. Als die niet voorhanden zijn, wordt de situatie dramatisch. Een reeks maatregelen drong zich daarom al een tijdje op. De TBS-regeling, regeling én wachtgeld op heel korte termijn herbekijken was er daar één van. Maar er was en is veel meer nodig. Meer studenten naar de lerarenopleiding krijgen bijvoorbeeld, het beroep van leraar aantrekkelijker maken (ook voor mannen), verhinderen dat jonge leraren te snel het beroep de rug toekeren, de overstap vanuit andere beroepen stimuleren, de job van directeur attractiever en beter betaald maken, oudere leerkrachten inzetten voor andere functies... Het moeten opnieuw de beste studenten zijn die kiezen voor een onderwijsloopbaan die carrièremogelijkheden inhoudt. Jongeren opleiden, begeleiden en opvoeden is een zeer uitdagende opdracht in de snel evoluerende en complexe samenleving van vandaag. Kiezen voor het beroep van leraar mag geen tweede of zelfs derde keuze zijn zoals nu al te vaak het geval is. De overheid moet zorgen voor een aantrekkelijk kader waardoor kiezen voor onderwijs een opportuniteit wordt. Dat is tot nu toe niet gebeurd.

Want wat deed minister Smet intussen? Hij kondigde sinds twee jaar een debat aan dat er nu wellicht nooit meer komt.

Met het vooruitzicht van de uitdoving van de TBS-regeling had de minister snel werk moeten maken van dringende maatregelen om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken, om meer jongeren naar een onderwijsloopbaan te krijgen.

Met deze eenzijdige maatregelen is de kans groot dat het beroep onaantrekkelijker wordt, want positieve, stimulerende maatregelen blijven uit, er moet alleen langer gewerkt worden.

Dit is een dramatische wending voor een aangekondigd debat waar veel werd van verwacht maar waarin veel te veel gedraald werd.

Pascal Smet heeft een historische kans gemist om de toekomst van ons kwaliteitsvol onderwijs en van alle jongeren te verzekeren van voldoende uitstekende leraren.

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
BON PROFS=BON ENSEIGNEMENT
Pas besoin d’avoir fait l’ENA ou la faculté de psycho péda pour résoudre cette équation : c’est l’évidence même.
Pour mille raisons que l’on connaît tous, les meilleurs enseignants potentiels ne sont pas dans les écoles. Beaucoup parce qu’ils quittent après cinq ans, la plupart parce qu’ils refusent d’entrer dans un système débilitant. Résultat et c’est la leçon de cet article, la carrière d’enseignement n’est plus qu’un troisième choix. Voilà qui annonce la mort de l’école à assez court terme. J’ai connu un temps où les meilleurs enseignants étaient regardés comme des enseigneurs et des maître à vivre et à penser. C’est un temps que les moins de cinquante ans n’ont pas pu connaître.
On peut honnir Sarko pour mille raisons mais sa décision de revoir les traitements enseignants à la hausse est la seule valable. Tout le reste c’est du blabla, hormis l’effort à faire en matière de formation des enseignants. Autre chose : l’effet directeur !
L’équation est tout aussi simple :il faut deux personnes à la tête d’une école :un gestionnaire administratif professionnel et un leader pédagogique chargé de motiver l’équipe, de la soutenir dans la mise en place d’un projet d’école autonome. C'est lui le capitaine qui a intérêt à ne pas oublier ses jumelles à quai et à éviter les nombreux écueils. Mission difficile mais exaltante! Aussi et enfin, il faut moins d’ingérence administrative de la Communauté française /ou flamande qui embrouillent tout. A force de tout vouloir contrôler ils embrouillent tout et ne contrôlent plus que le chaos qu'ils feignent alors d'organiser selon le mot de Cocteau.
MG

Aucun commentaire: