mardi 3 avril 2012

Antisemitisme, bedekt met de mantel der liefde


Noem de dingen bij naam, ook als het Jodenhaat heet, stelt Volkskrantcolumnist Paul Brill

Hier is sprake van een prominent politicus en kandidaat voor een belangrijk ambt die, bewust of onbewust, gebruik maakt van antisemitische stereotypen

Van alle verkiezingen die dit jaar worden gehouden, is de slag om het burgemeesterschap van Londen op 3 mei niet bepaald het grootste spektakelstuk. Maar er speelt rond die verkiezing een controverse die er toch een bredere betekenis aan geeft. Labourkandidaat Ken Livingstone, die vier jaar geleden door de Conservatief Boris Johnson uit het gemeentehuis is verdreven en nu probeert een comeback te maken, is namelijk in ernstige aanvaring gekomen met de Britse Jewish Leadership Council. Na bemiddeling van partijleider Ed Miliband heeft hij zijn excuses aangeboden voor opmerkingen die hij begin deze maand maakte in een gesprek met Joodse partijleden, dat juist was bedoeld om de lucht wat te klaren.

Of met die excuses de zaak is afgedaan, valt te betwijfelen. Columnist Jonathan Freedland van The Guardian - de krant die zeer dicht bij Labour staat - gaat in elk geval niet meer op Livingstone stemmen. Freedland was aanwezig bij het 'verzoeningsgesprek' en werd zeer onaangenaam getroffen door de minachting die Livingstone toonde voor de kritiek van zijn Joodse partijgenoten. Bovendien vindt Freedland het bezwaarlijk dat de oud-burgemeester in dienst is getreden van de door Iran gecontroleerde televisiezender Press TV en daarvoor programma's is blijven presenteren toen hij zich opnieuw kandidaat had gesteld voor City Hall.

Meer dan dubieus
Waarom moest tussen Livingstone en zijn Joodse partijgenoten de lucht worden geklaard? Omdat er een lange geschiedenis is van dubieuze uitspraken door de voormalige burgemeester. In zijn felle kritiek op Israël wijst hij afwisselend de Israëli's, de zionisten en de Joden als boosdoeners aan. In 2005, nog geen twee weken na de terroristische aanslagen op de Londense metro, noemde hij Palestijnse zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd omdat de Palestijnen nu eenmaal niet beschikken over tanks en vliegtuigen. Kort erop ontving hij de Egyptische religieuze leider Yusuf al-Qaradawi, naar wiens oordeel aanslagen op Israëlische burgers een gepast strijdmiddel zijn.

In het gesprek met zijn Joodse partijgenoten wees Livingstone elke kritiek op zijn optreden van de hand. Ook zei hij niet veel waarde te hechten aan hun bezwaren omdat hij ervan overtuigd is dat een uitgesproken linkse kandidaat als hij het moet hebben van de lagere inkomensgroepen, terwijl Joden overwegend gefortuneerd zijn.

Dit gaat natuurlijk verder dan dubieus. Hier is sprake van een prominent politicus en kandidaat voor een belangrijk ambt die, bewust dan wel onbewust, gebruik maakt van antisemitische stereotypen. En het geeft te denken dat zijn partijleider slechts bemiddelt en geen afstand neemt; integendeel, Miliband heeft Livingstone voluit geprezen.

Het is dezer dagen niet het enige geval waarin antisemitisme met de mantel der liefde wordt bedekt. Of in elk geval zo veel mogelijk uit beeld wordt gehouden. Ik doel op de nasleep van het terreurdrama in Toulouse en de opvallende tendens in diverse commentaren om het antisemitische karakter van de aanslag op een Joodse school weg te poetsen. Een tendens ook om de terreurdaad van Mohamed Merah minder zorgwekkend te vinden dan de mogelijke populistische reactie erop of het politieke profijt dat Nicolas Sarkozy eruit zou kunnen trekken - alsof het voor de president een optie zou zijn om bij zo'n schokkende gebeurtenis niets van zich te laten horen.

RETORISCH GEWELD
Illustratief was de analyse van islamoloog Tariq Ramadan. Voor Ramadan staat vast: religie speelde geen rol bij de terreuraanslag. Merah werd niet gedreven door racisme en antisemitisme, "zijn politieke denken is dat van een jonge man die op drift is geraakt". En waarom is hij op drift geraakt? Omdat de Franse staat hem en miljoenen andere immigranten geen perspectief biedt en 'veroordeelt tot een marginaal bestaan'. De Franse staat is dus de ware schuldige.

De Britse Stop the War Coalition - waarvan Labour-veteraan Tony Benn de bekendste vaandeldrager is - volgde dezelfde lijn, met nog wat extra retorisch geweld. Dat Merah welbewust een Joodse school uitkoos als een van de doelen van zijn wraakoefening, die notie ontbreekt ten ene male in dit soort commentaren.

Natuurlijk kan het geen kwaad om bij een tragedie als in Toulouse te waarschuwen tegen een overreactie. Maar allereerst dienen de dingen bij hun naam te worden genoemd: deze terreurdaad is gevoed door antisemitisme. Tevens moet onder ogen worden gezien dat antisemitisme geen uitzonderlijk verschijnsel is in islamitische kringen. Het is van het grootste belang dat daartegen actie wordt ondernomen. Geen eenvoudige opgave, ik heb er geen handzaam stappenplan voor. Maar ik weet wel wat niet helpt: antisemitische uitingen verdoezelen en individuele verantwoordelijkheid wegstrepen tegen de tekortkomingen van de overheid.




TOULOUSE, LE RETOUR DE L'ANTISEMITISME PUR ET DUR
L’assassin a suivi l’enseigement de la haine.

Guy Haarscher, Chroniqueur



L’enseignement de la haine. Je reprends à un mot près le titre d’un beau livre de l’historien Jules Isaac (“L’enseignement du mépris”), qui avait en son temps montré à quel point l’antijudaïsme de l’Eglise avait alimenté la haine des Juifs et ainsi contribué, fût-ce indirectement, à la solution finale, c’est-à-dire à l’extermination.

Je reprends cette expression parce qu’il existe un risque de trivialisation des assassinats de Toulouse. D’abord, aussi horribles soient-ils, les meurtres de militaires ne peuvent être comparés à ce qui s’est passé quelques jours plus tard devant une école juive. Les soldats sont des combattants professionnels, ils s’engagent et savent qu’ils prennent des risques : des hommes peuvent les haïr pour ce qu’ils font, et parfois en venir au meurtre. C’est injustifiable et insupportable pour les familles et les proches. Et pourtant, il existe un degré d’abjection supplémentaire. Jean Moulin a été torturé à mort par Barbie.

C’est horrible et odieux : un crime de guerre. Mais Moulin était un combattant (de la bonne cause). Les Allemands pouvaient être menacés par la Résistance. Cette situation ne justifiait en aucune manière le traitement qui lui a été infligé, mais il combattait le nazisme les armes à la main.

A Izieu, dans la banlieue de Lyon, Barbie a fait rafler des enfants juifs pour les déporter à Auschwitz. C’est pire qu’un crime de guerre : le chef de la Gestapo de Lyon s’en est pris à des enfants, par définition innocents, en obéissant aveuglément à l’ordre hitlérien d’anéantissement. C’est ce que l’on a appelé, à Nuremberg, un crime contre l’humanité : massacrer des enfants (ou des vieillards), non-combattants par excellence.

Il faudra longtemps essayer de ne pas oublier l’insupportable : un homme a abattu un autre homme, désarmé, et massacré trois enfants. Il a poursuivi une petite fille et l’a froidement tuée. Il a filmé ses méfaits. Or on découvre qu’il a fait deux séjours au Pakistan et en Afghanistan. C’est là qu’il a suivi l’enseignement de la haine. Et justement : il existe quelque part des salauds qui, non contents d’inciter à attaquer des militaires à cause de la présence française en Afghanistan ou pour tout autre motif, poussent les décervelés de service à aller assassiner des enfants parce qu’ils sont juifs.

On pourra bien dire – et on l’entendra beaucoup dans les semaines qui suivront – que, si Merah n’avait pas vécu dans une cité, s’il n’avait pas volé, si on lui avait donné sa chance, si la majorité était moins raciste, s’il y avait du travail, si la paix régnait au Proche-Orient, l’horreur ne serait pas advenue. L’assassin a, d’après ce que nous en savons, été pris en charge en prison par des religieux radicaux. On connaît la suite.

Pour qu’un individu se radicalise à ce point, il faut bien entendu une “demande” : sans doute devait-il considérer que le monde ne le respectait pas, qu’il était une victime, un moins que rien – et les sbires de l’islamisme djhadiste lui ont fourni une identité, une fierté de pacotille. Mais il doit aussi y avoir une “offre” – il existe dans notre monde, presque 70 ans après Auschwitz, des gens qui, froidement, façonnent des “identités meurtrières” (Amin Maalouf), et incitent leurs affidés à tuer des enfants juifs parce que juifs.

Nous nous déshonorerions à vouloir chercher les responsabilités dans nos défauts d’Occidentaux (ce “sanglot de l’homme blanc” si bien décrit par Pascal Bruckner), ou dans la communauté musulmane dont ces monstres se réclament. C’est le retour de l’antisémitisme pur et dur, c’est la “bête immonde” de Brecht, qu’il nous faut avoir le courage de regarder en face.

Aucun commentaire: