mercredi 29 août 2012

'N-VA is een bouillabaisse van ideeën en ideetjes'




Paul De Grauwe en Paul Verhaeghe
Bart Dewaele
Klinisch psycholoog Paul Verhaeghe schreef een boek over onze manisch depressieve samenleving. Econoom Paul De Grauwe gelooft in de vrije markt. De Standaard zette beide heren samen rond de tafel.
Het hele gesprek met Paul Verhaeghe en Paul De Grauwe vindt u dit weekend in DS Weekblad. We bieden u al enkele fragmenten aan.

VERHAEGHE: ‘Ik heb niets tegen meritocratie: prestaties en capaciteiten mogen beloond worden. Maar onze vorm van meritocratie is een survival of the fittest, waarin er alleen nog winners en losers
zijn. Ik raad u de boeken van Richard Wilkinson aan, de man van The spirit level: daar wordt met cijfers bewezen hoe de competitie op de werkvloer de inkomensongelijkheid doet stijgen. De effecten zijn nefast, en niet alleen bij psychiatrische patiënten.’
DE GRAUWE: ‘De laatste twintig, dertig jaar hebben de markten, te veel speelruimte gekregen. Dat heeft geleid tot meer ongelijkheid, en dus ook tot meer onzekerheid en stress. Dat valt niet te betwisten. Ik was ook onder de indruk van het boek van Wilkinson. De overheid moet aan herverdeling doen, dat is duidelijk. Vandaag ontspringen te veel grootverdieners de dans, door uitbetalingen in opties en andere financiële systemen. De voordelen voor die toplaag moeten we dringend opnieuw gaan belasten.’
(...)
VERHAEGHE: ‘Op bepaalde punten zijn we erop vooruitgegaan. Maar die objectieve verbeteringen verklaren niet waarom mensen zich vaak veel slechter voelen. We hebben het nog nooit zo goed gehad, en we hebben ons nog nooit zo slecht gevoeld.’
DE GRAUWE: ‘Dat is niet wat het wetenschappelijk onderzoek zegt. Het geluksgevoel is de laatste vijftig jaar ongeveer constant gebleven.’
VERHAEGHE: ‘Hoe verklaar je dan het toenemende medicijnengebruik? De wildgroei aan verslavingen? Het stijgend aantal zelfmoorden?’
DE GRAUWE: ‘Misschien waren er vroeger barrières die zelfmoorden tegenhielden die nu zijn weggevallen. De katholieke kerk, bijvoorbeeld, zette mensen geweldig onder druk om géén zelfmoord te plegen. Maar dat betekent niet dat er toen geen mensen waren die erg ongelukkig waren. Ik zie weinig bewijzen voor je krasse uitspraken over geluk.’
(..)
VERHAEGHE: ‘Vandaag zijn er véél meer depressies, en veel meer burn-outs. Op de speelplaats maken kinderen elkaar uit voor loser. Daar maak ik mij zorgen over.’
DE GRAUWE: ‘Ik ben op school geweest hier niet ver vandaan, in een jezuïetencollege. Op het einde van het jaar was er een plechtige proclamatie: de eerste van de klas kreeg een dikke stapel boeken mee. De stapel van de tweede op de lijst was al iets kleiner. De derde kreeg nog minder boeken mee. En daarna was er niets meer. Maar de ranking werd wel van de eerste tot de allerlaatste leerling
afgeroepen. De druk om te presteren was vroeger groter dan nu. Voor de leerlingen die de druk aankonden, was dat niet erg.  Maar veel van mijn vrienden konden dat niet aan. Het was desastreus.’
VERHAEGHE: ‘Ik weet waarover je het hebt. Ik zat op internaat: we hadden vier uur en twintig minuten studie per dag, in een zeer prestatiegericht systeem. Maar er was één verschrikkelijk belangrijk verschil: we werden opgeleid om deel uit te maken van een gemeenschap.’
DE GRAUWE: ‘Van de elite, bedoel je.’
VERHAEGHE: ‘Een elite die haar verantwoordelijkheid moest nemen. En die werd geleerd om niet in de eerste plaats de eigen zakken te vullen.’
DE GRAUWE: ‘De mensen die uit die nobele jezuïetencolleges gekomen zijn, hebben ondertussen ook hun zakken gevuld.’
(...)
DE VLAMING LIJKT HET TEGENGIF VOOR DIE VERBROKKELING VANDAAG BIJ DE N-VA TE ZOEKEN, EEN PARTIJ VAN NORMEN EN WAARDEN. KAN BART DE WEVER VOOR MEER SAMENHORIGHEID ZORGEN?
De Grauwe: ‘Maar wat is dat, die partij? Waar staan zij voor: individualisme of nationalisme? Ze willen het zogezegd allebei, dat is toch een enorme contradictie? In een nationalistische partij zou de
solidariteit sterk aanwezig moeten zijn. Maar omwille van politieke redenen heeft De Wever geprobeerd om er liberale elementen in te smokkelen.’
‘De N-VA is een bouillabaisse van ideeën en ideetjes, waar ze zelf nog niet klaar in zien. Als ze het liberale verhaal doordrukken, clashen ze met hun nationalistisch verhaal. Je moet toch echt gek zijn om te geloven dat er met de N-VA aan de macht meer volksverbondenheid zal komen? Het is pure politieke marketing.’

COMMENTAIRE DE DIVERCITY
LA BOUILLABAISSE INDIGESTE DE BART DE WEVER
Paul De Grauwe, économiste phare de Flandre et Paul Verhaeghe psychologue clinicien de grande réputation ne condamnent pas la méritocratie (prestaties en capaciteiten mogen beloond worden). Mais
ils y voient une forme de darwinisme social: survival of the fittest, dans lequel une minorité de gagnants écrasent une majorité de vaincus.
Les deux hommes renvoient au livre de Richard Wilkinson: "The Spirit Level " qui démontre, chiffres en main,  qu’un excès de compétition creuse très sensiblement les écarts de revenus avec des effets
psychologiques selon eux désastreux.
Pour l’économiste libéral, les marchés ont profité ces dernières décennies de trop de latitude. Conséquences: inégalité, stress et insécurité.  Ergo: les pouvoirs publics doivent veiller à une meilleure redistribution. Les très gros revenus doivent être dégraissés par l’impôt.
Jamais on ne fut globalement plus à l’aise financièrement et plus mal à l’aise psychologiquement: explosion de la consomation de médicaments, augmentation du nombre des suicides, des dépressions  et des burn outs…
Surgit alors la question à un million de dollar: “pourquoi les Flamands voient-ils dans la N-VA (définie comme le parti des normes et des valeurs) le contre-poison capable de vaincre tous ces maux?”
De Grauwe: C’est quoi ce parti  C’est quoi ses valeurs? Individualisme ou nationalisme? Ils prétendent vouloir les deux! Quelle contradiction! Dans un parti nationaliste, la solidarité devrait être très présente. mais en vertu de raisons politiques, De Wever a essayé d'amalgamer des idées libérales.
La N-VA a concocté une  bouillabaisse qu’elle ne semble pas maîtriser. Il faut être tombé sur le crâne pour imaginer qu’il y aura plus de solidarité avec ce parti. Le libéralisme n’est pas soluble dans le nationalisme.
“Het is pure politieke marketing.”
Ainsi que nous l’écrivons depuis des mois, les thèses de la N-VA et celles des républicains tendance Tea Party à la Romney sont très proches et parfaitement incompatibles avec le socialisme wallon à la
Di Rupo.

MG

RICHARD WILKINSON ET KATE PICKETT : THE SPIRIT LEVEL

Encore un mythe qui ne survivra pas à l’ouvrage de Wilkinson et Pickett : celui de l’inégalité comme résultat d’une saine compétition, moteur de l’intérêt général. « Rendez les riches plus riches, tout le
monde en profite » dit la doxa de la pensée unique. Au contraire, ces deux chercheurs britanniques nous confirment, faits et chiffres à l’appui, ce que notre intuition nous disait : les sociétés les plus
égalitaires sur le plan des revenus sont aussi celles où il fait le mieux vivre – pour tous!

THE SPIRIT LEVEL: WHY MORE EQUAL SOCIETIES ALMOST ALWAYS DO BETTER
From Wikipedia, the free encyclopedia
The Spirit Level: Why More Equal Societies Almost Always Do Better is a book by Richard G. Wilkinson and Kate Pickett published in 2009 by Allen Lane.
The book argues that there are "pernicious effects that inequality has on societies: eroding trust, increasing anxiety and illness, (and) encouraging excessive consumption" It claims that for each of eleven different health and social problems: physical health, mental health, drug abuse, education, imprisonment, obesity, social mobility, trust and community life, violence, teenage pregnancies, and child well-being, outcomes are significantly worse in more unequal rich countries.
The book contains graphs that are available online.
Michael Sargent said that "In their new book, epidemiologists Richard Wilkinson and Kate Pickett extend this idea" (of the harm caused by status differences) "with a far-reaching analysis of the social
consequences of income inequality. Using statistics from reputable independent sources, they compare indices of health and social development in 23 of the world's richest nations and in the individual US states. Their striking conclusion is that the societies that do best for their citizens are those with the narrowest income differentials—such as Japan and the Nordic countries and the US state of New Hampshire. The most unequal—the United States as a whole, the United Kingdom and Portugal—do worst."
Lecturer David Runciman said that the book fudged the issue of its subtitle thesis "More equality is a good thing and it’s an idea that’s worth defending." Richard Wilkinson responded to the review in a
letter, claiming that "while pointing out that we do not have evidence on the fraction of one percent who are very rich, we show that people at all other levels of the social hierarchy do better in more equal
societies" Richard Reeves in The Guardian called the book "a thorough-going attempt to demonstrate scientifically the benefits of a smaller gap between rich and poor".

Aucun commentaire: