lundi 26 août 2013

Verkiezingen in de Arabische wereld hebben geen zin, vindt Youssef Azghari, als stamdenken blijft domineren.

 

Foto: Joris 


Youssef Azghari Marokkaanse Nederlander, docent aan de Avans hogeschool in Breda, auteur

Wat vele Egyptenaren en Syriërs aan de wereld laten zien, is niet dat de islam gewelddadig is, maar dat de meeste Arabieren, van welke religie dan ook, gevangen zitten in een vastgeroeste stammen-mentaliteit.

Dat deze bekrompen geesten in staat zijn om – tijdens zo’n bloederige stammenoorlog – zelfs hun eigen kinderen te vernietigen, bewijst de inzet van de recente gifgasaanval in Damascus. Mogelijk zijn er meer dan duizend burgers omgekomen. Waarom? Omdat stamdenken domineert, niet het gezonde verstand.

Bij de stichting van de islam positioneerde profeet Mohammed zich als fel tegenstander van dat stamdenken. Het moest maar eens afgelopen zijn met bloedvetes die van vader op zoon werden doorgegeven. Hij zocht naar manieren om dit stamdenken te doorbreken. Tevergeefs, zo blijkt.

GRILLEN EN WETJES

Nog steeds is het zo dat als de ene Arabische partij aan de macht komt, de oppositie zich helemaal moet onderwerpen aan de grillen en wetjes van de machthebber. De wil van de meerderheid wordt door de strot van de minderheid geduwd. De Moslimbroeders, met Morsi als democratisch gekozen leider, toonden dit maar weer eens aan.

Die vorm van politiek heeft niets met democratie te maken zoals wij die in het Westen kennen. Arabische verkiezingen stellen weinig voor als de dreiging van stammenoorlogen blijft aanhouden. Nu dondert het in Egypte en Syrië. Ongetwijfeld zal binnenkort in Saudi-Arabië een strijd losbarsten als de bodem van de oliegelden is bereikt.

Elke verandering in het politieke systeem (lees: nieuwe machtsverhoudingen tussen stammen) gaat in bijna alle Arabische landen gepaard met geweldsuitbarstingen. Nu zijn in Egypte de christelijke Arabieren slachtoffer van laffe pyromanen. Zij willen ons doen geloven dat het om een geloofsstrijd gaat.

NIET DE SCHULD VAN DE ISLAM

Dat lukt ze aardig, want in het Westen denken veel mensen dat het allemaal de schuld is van de islam. Wat in wezen niet zo is. Kijken we bijvoorbeeld naar de politieke realiteit, dan zien we het volgende: Arabische christenen worden door Arabische moslimbroeders gewantrouwd omdat zij het eigen leger, dat momenteel een heilige oorlog lijkt te voeren tegen de moslimbroeders, massaal steunen.

Dat religie eigenlijk geen rol speelt in de stammenstrijd, maar er wel vaak met de haren wordt bijgesleept, bewijzen de Arabische christenen. In het verscheurde land Syrië kiezen zij liever voor de dictator Assad. Tussen de twee kwaden, de terreur van de seculiere dictator of de terreur van de moslimextremisten, kiezen zij voor wat ze al decennialang kennen.

Gebrek aan tolerantie en respect voor minderheden leidt altijd tot dictatuur van de sterksten. In Arabische landen is dat al eeuwenlang schering en inslag. Arabieren zijn nu eenmaal niet gewend te luisteren naar minderheden met minder geld, minder status of minder macht. Laat staan naar mensen met een ander geloof, dat niet afkomstig is van het monotheïstische gedachtengoed.

Die arrogante houding zit diep in de Arabische cultuur verankerd en dateert van ver voor de islamitische jaartelling. Voor een toerist in een Arabisch land is dat tegenwoordig te zien in het chaotische verkeer. Van Marokko tot Syrië – automobilisten met een grotere bak wijken geen milimeter voor minderbedeelden.

MINDERHEDEN KOESTEREN

Kortom, Arabieren moeten hun eigen minderheden eens leren koesteren. Het tegendeel is praktijk: als de ene stam de verkiezingen wint, worden de leden van de andere stam compleet genegeerd of zelfs uit de weg geruimd. Het zal nog een tijd duren voordat Arabieren, hetzij christen of moslim of anderszins, kunnen omgaan met de democratie zoals wij die in het Westen kennen. Arabieren zijn namelijk ernstig verslaafd aan hun stammen-mentaliteit. Niemand denkt zelf na, men doet wat de stamleider zegt.

Het is precies die verslaving die overal in de Arabische wereld de kop opsteekt. Arabieren volgen zogezegd het model van de Arabische socioloog Ibn Khaldun. Hij onderscheidde verschillende fasen die een opkomende stam doorloopt – van nobele idealen tot natievorming, totdat die zelf om zeep wordt geholpen door een nieuwe stam met andere idealen. Als een nieuwe stam aan de macht komt, zal ze op den duur ook ten onder gaan aan eigen repressie, decadentie en arrogantie. Het lukt Arabieren maar niet zich te ontworstelen aan deze machtscyclus.

Hoe kom dat toch? Die stammen-mentaliteit is er van oudsher op gericht om te overleven, vergelijkbaar met wat dieren doen om het eigen territorium te beschermen. Voor Arabieren die vroeger in een karavaan door de woestijn reisden, had het zeker voordelen: onvoorwaardelijke loyaliteit aan de eigen groep verhoogde de overlevingskansen aanzienlijk. Afwijken van de groepsnorm kon dodelijk zijn. Van Marokko tot Saudi-Arabië – deze achterhaalde mentaliteit is daar nog steeds gemeengoed. Kritiek op de eigen stam wordt soms met de dood bekocht.

Kinderen in de Arabische wereld moeten leren onafhankelijk te denken en hetwij-zij-denken afleren. Te vaak leidt hun culturele bagage tot misplaatste superioriteitsgevoelens: ‘Wij zijn goed en komen in de hemel, zij zijn slecht en verdienen de hel, dus kan ik ze gerust de hersens inslaan.’ Het wordt tijd dat Arabieren hun brein eens gebruiken in plaats van slaafs de groepsnorm te volgen. Reken af met stamdenken, pas dan zal democratie werken.

Deze bijdrage is eerder verschenen in NRC Handelsblad.

 

Aucun commentaire: