mercredi 23 octobre 2013

"Antwerpen creatieve hoofdstad"


De Morgen


Als het aan Guillaume Van der Stighelen ligt, roept Antwerpen zichzelf gewoon uit tot creatieve hoofdstad van Europa. “Na de agrarische, industriële en service economie, is nu het tijdperk van de creatieve economie aangebroken.” 

De haven en de diamant worden altijd als de belangrijkste economische motoren van de stad gezien, maar de creatieve economie wordt te snel over het hoofd gezien, stelde Citta-columnist en ex-reclamemaker Guillaume Van der Stighelen(foto) op het evenement Powered by Creatives, een netwerkevenement georganiseerd door de stad Antwerpen. “Antwerpen heeft 8000 bedrijven die in die sector actief zijn, met 17.000 werknemers. Dat is enorm veel”, zeiGuillaume Van der Stighelen.

“Ik vind dat Antwerpen zich zou moeten uitroepen tot creatieve hoofdstad van Europa, om een jaar lang veel aandacht aan die economische tak te kunnen geven. Na dat jaar geven we de titel door aan een andere creatieve stad. Zo gaat dat een eigen leven leiden. Een culturele hoofdstad van Europa bestaat al, een creatieve hoofdstad kunnen we zelf in het leven roepen.”

Hij gaf de stad in zijn enthousiaste speech drie opdrachten mee: roep Antwerpen uit tot creatieve hoofdstad, organiseer een creatieve bedrijvendag om iedereen te laten kennismaken met wat er in de stad gebeurt op dat vlak en ga naar arme wijken in de stad om jong talent te scouten.

Antwerps schepen van Economie Philip Heylen (CD&V) is dolenthousiast over het idee van Van der Stighelen. Hij beloofde er mee zijn schouders onder te zetten.

www.ondernemeninantwerpen.be/creative

MF / SVW

Foto Frederik Beyens

 

COMMENTAIRE DE DIVERCITY

A QUAND BRUXELLES CAPITALE INTERCULTURELLE DE LA CREATIVITE?

Michaël Bellon © Brussel Deze Week

 

Marc Didden publie dans le Morgen de ce WE une lettre ouverte aux futur, à la future bourgmestre de Bruxelles dans laquelle il dénonce l'immobilisme des maires qui se sont succédé à Bruxelles ville ainsi qu'aux ministres présidents de la Région Bruxelles capitale. Ce texte rugueux  auquel Divercity adhère n'est malheureusement pas accessible sur le site du Morgen mais seulement dans la version papier. Nous y renvoyons volontiers nos lecteurs.

A défaut, voici l'interview que ce grand flâneur bruxellois à donnée à BDW, non pas à Bart De Wever mais à Brussel Deze Week à propos de son livre consacré à Bruxelles: "un hameau dans un marais" autrement dit l'étymologie de Bruxcala(Broek le marais et sala la construction). "De tekst is vaak al wandelend ontstaan. Wandelen is mijn natuurlijke 'manier van zijn' geweest de afgelopen vijftig jaar."

MG


EEN GEHUCHT IN EEN MOERAS 

Marc Didden (© Ivan Put) 

 

In Een gehucht in een moeras wandelt Marc Didden (1949) in twintig hoofdstukken door het hele gewest, om in zijn ondertussen gekende schrijfstijl de aandacht te vestigen op wat meer aandacht verdient, om een resem totaal vrijblijvende, maar toch welhaast toeristische tips mee te geven, en om met welgemeend enthousiasme de plussen en de minnen op te sommen van pakwegde Pont Albert, het Josaphatpark, de gemeente Ganshoren, voetbalclubAnderlecht of de Brusselse burgervaders. Al bij al werd het ook wel eens tijd datDidden zijn stad in kaart bracht.

MARC DIDDEN: "Dat voornemen bestond wel al langer, maar ik ben nu in een periode van 'afsluiten'. Ik ben nog niet van plan om technisch gezien te sterven, maar er zijn toch zaken die ik nu ongeveer definitief gehad heb. Ik zou ook nog eens een rock-'n-roll-boek voor de hedendaagse jeugd kunnen schrijven, maar eerst was het tijd voor een subjectief boek over Brussel. Volgens de uitgever was daar om tal van redenen behoefte aan. Bijvoorbeeld omdat veel mensen niets weten van Brussel."

OOIT SCHREEF U IN DE REEKS 'EEN PASSIE VOOR...' AL EEN BOEKJE OVER ANTWERPEN IN PLAATS VAN OVER BRUSSEL.
MARC DIDDEN: "Omdat Brussel toen al vergeven was aan Eric De Kuyper. Maar er zijn wel de films die ik in Brussel gedraaid heb en de scenario's van anderen die ik vaak zo'n draai heb gegeven dat er ook in Brussel kon gefilmd worden. Ik was ook nog op zoek naar een vorm voor het boek, want voor een cultuurhistorische of sociologische aanpak zijn er verstandigere mensen te vinden dan ik. Nadat Omtrent Hugo Claus goed ontvangen was, wist ik dat badinerend moest schrijven. Niet al mijn gif inslikken, niet zeggen dat Brussel een aards paradijs is, maar toch met liefde over de stad schrijven, omdat er al genoeg kwaad over wordt gesproken."

"De tekst is vaak al wandelend ontstaan. Wandelen is mijn natuurlijke 'manier van zijn' geweest de afgelopen vijftig jaar. Dat dateert van toen ik van mijn ouders vrij rond mocht lopen in de stad en dat was al in het eerste studiejaar. Ik nam alleen de tram naar de Marollen (Didden ging naar het Sint-Jan-Berchmanscollege, red.) en tijdens de middag en voor het avondeten liep ik rond."

"Ik ben ook een groot voorstander van afluisteren. Kijken naar een mooi gebouw, tegelijk de smerige vuilbak ernaast zien staan, en ondertussen de twee mensen op het terras horen babbelen - dat is mijn perspectief. Ik heb dus eenMoleskine gekocht, puberfantasieën uitgevoerd zoals de tram nemen tot de terminus die Ban Eik heet, om dan in een duivenlokaal of een pretentieuze pub in telegramstijl zaken neer te schrijven. Uitwerken deed ik dan dikwijls op zondag, omdat ik nooit geëquipeerd ben geweest om met de verveling van een zondag om te gaan. Dankzij onze vriend Google kon ik dingen dubbelchecken, en een paar keer heb ik ook op gemoedelijke wijze een expert geraadpleegd, zoals Bob Pleysier over het Klein Kasteeltje, Dirk De Prins over de Brusselse cuisine, of Guido Fonteyn over het institutionele Brussel."

"Maar de grootste namen van Brussel zijn voor mij de verschillende mensen die samen de stad uitmaken - van de 'illegalen' tot de hoge piefen van de EU. Ik heb in mijn boek ook een serieuze lans gebroken voor de Zinneke Parade die mij om de twee jaar tot tranen toe beweegt. Ik vind het ongelooflijk wat die mensen doen, maar meestal krijgen zij van de nationale pers die hier natuurlijk niet woont maar een klein vierkantje in de krant."

WAT OPVALT: ELKE GEMEENTE KRIJGT AANDACHT. NIET ALLEEN DE DANSAERTSTRAAT.
DIDDEN: "Dat is iets dat me zelfs irriteert aan de Brusselse media. Het lijkt soms alsof alles zich hier om de hoek afspeelt. En mensen die dan toch eens naar Brussel komen, gaan schoenen kopen in de Dansaertstraat en daarna iets drinken in De Markten. Dat is niet het hart van Brussel. De pars pro toto werkt in dit geval niet. Het DNA van Brussel zit niet in deze buurt. Ik ben hier 35 jaar geleden komen wonen toen we voor Brussels by night een lange praatscène moesten draaien in een bus die van het Beursplein tot in Molenbeek reed. Door het raam zag ik het bordje 'A louer' hangen en tijdens de lunch ben ik mijn appartement gaan huren. Dit was toen een wijk met cafeetjes en winkels die visgerief en koorden verkochten."

"De structuur in het boek volgt concentrische cirkels door de stad. Ik vertrek aan mijn deur die op driehonderd meter ligt van het Sint-Goriksplein, waar Brussel ooit gesticht is. Onderweg wilde ik niets vergeten. Ik moest ook iets over Ganshoren en Jette zeggen, zelfs over Stokkel dat niet eens een gemeente is. Ik wilde het ook graag over de vele parken hebben, want ik zie ook graag bomen en dieren."

"Brussel is een stad waar je iets voor moet doen - een ville secrète. Als je aan het Noordstation uitstapt, dan kan je ofwel naar de hoeren, ofwel terug in de trein stappen en ergens anders naartoe gaan, ofwel de heuvel oplopen om de Louis Bertrandlaan en het Josaphatpark te ontdekken."

HET BOEK IS GEEN ONGEBREIDELDE LOFZANG.
DIDDEN: "Qui aime bien, châtie bienMaar op het gevaar af apostolisch te klinken, bevat dit boek toch een soort oproep. Ook aan de Brusselaars, waarvan er veel Brussel niet goed kennen. De negentien dorpen zijn nog een realiteit. Wie in Woluwe woont is niet per se al in Vorst geweest."

"Maar in de eerste plaats is het een oproep aan de Nederlanders en de Vlamingen - dat ze in plaats van een citytrip naar Tallinn te boeken eens een keer naar Brussel zouden komen. Ze moeten dan wel nog een praktische gids met adressen van hotels en restaurants bij kopen, want een reisgids is dit niet."

"Wat ik het meest beu ben is het dédain waarmee soms door provincialen over Brussel wordt gesproken. Alsof wij die hier wel wonen allemaal idioten zijn. Ze klagen over de files die ze grotendeels zelf veroorzaken. Ze vinden dat Brussel niet werkt omdat ze met hun auto niet vanuit hun randgemeente aan het ministerie geraken. Ze spreken over de 'olievlek Brussel', en over Franstaligendie de rand 'overspoelen'. Alsof die mensen een ziekte hebben, terwijl ze gewoon een groter appartement zoeken."

"Spreek met wat meer liefde over Brussel en denk niet dat de mensen die daar wonen slachtoffers zijn. Je moet Brussel ook niet willen vergelijken met Vlaanderen. Er kan hier meer gefietst worden, maar de topografie van Brussel is nu eenmaal niet ideaal voor wie al wat ouder is of met twee kleine kinderen van het centrum naar Flagey moet."

"Kom ook niet te combattief naar de stad. Bezoek ze met dezelfde tolerantie als je Tallinn zou bezoeken. Als je hier aankomt met het idee dat de eerste die Frans tegen je durft spreken het geweten zal hebben, dan maak je jezelf het leven zuur. Ik woon hier 62 jaar, het is zelden gebeurd dat ik mij als Vlaming benadeeld voelde. Als je gelukkig wil zijn in Brussel moet je van de zoon van een Berberherder niet eisen dat hij Nederlands kent."

"Omgekeerd zal ik de Franstaligen – als het me lukt om dit boekje vertaald te krijgen – ook duidelijk maken dat er geen Vlaams complot bestaat om Brussel over te nemen omdat de directeurs van de Munt en Wiels toevallig Vlamingen zijn of omdat Brussel ongevraagd de hoofdstad van Vlaanderen is geworden. Ik zou er overigens geen probleem mee hebben dat door-en-door Vlaamse steden als Gent, Antwerpen of zelfs Leuven de hoofdstad van Vlaanderen waren."

VOOR UW OUDERS MOET DE STAP VAN HET LIMBURGSE HAMONT-ACHEL NAAR BRUSSEL VRIJ GROOT GEWEEST ZIJN.
DIDDEN: "Ik was toen twee jaar, en hoewel ik er onlangs als een soort ereburger ontvangen ben, heb ik van Limburg alleen nog een vaag beeld van de hond van de buurman die naar mij blafte, waardoor ik lang schrik heb gehad van honden. Mijn ouders hebben de stap naar Brussel inderdaad op een radicale manier gezet. Ze hadden ook geen auto om af en toe nog eens terug te rijden. We woonden heel symbolisch in de Blijde Inkomstlaan aan het Jubelpark. Mijn ouders hebben snel Frans geleerd, en met de drie jongste broers liepen wij als kleine eendjes achter hen aan om de stad te ontdekken. Daarvoor werden plannen gemaakt: gingen we de ene week naar de voddenmarkt, dan de volgende naar de vroegmarkt, of met de tram naar Bosvoorde. We zagen ook de binnenkant van de gebouwen. De Munt, de KVS... Meestal op de goedkoopste plaatsen, maar ik kende de magie van de scène toch. Plots stond de Schipper (Nand Buyl, red.) niet meer naast Mathilde maar tien meter voor mij op de scène. Al die uitstapjes werden een kleine optelling van liefde voor de stad."

"Later ben ik zelf veel verhuisd omdat ik nooit geloofd heb in het kopen van een huis. Ik ben een archetypische huurder die het idee moet hebben dat hij rap weg kan, ook al woon ik nu al 35 jaar op dezelfde plaats. Maar daarvoor heb ik aan de Squares gewoond, in de Spoormakersstraat, aan Schuman, in Elsene, aan het Koninklijk Circus, in Vorst, en zelfs in Ukkel - in die bijzondere wijk die de Kat heet en opgericht is om de mensen die voor het Justitiepaleis moesten wijken."

HET BOEK WORDT NATUURLIJK OOK IN NEDERLAND VERKOCHT. MOETEN WE ONS SCHRAP ZETTEN?
DIDDEN: "Op het einde laat ik het aan de lezer of Brussel hem nu interesseert of niet. Kom naar hier als je wil, en als je niet komt is het ook goed. Ik werk niet voor de toeristische dienst, maar hoop dat mensen hun vooroordelen een keer opzijzetten en zelf komen kijken, of anders hun smoel houden."

"Gent is een fijne stad, maar als ik Nic Balthazar hoor zeggen dat Gent de mooiste stad van de wereld is, dan ben ik vooral bang dat hij dat echt meent. Een Antwerpenaar is al genuanceerder over zijn stad, omdat die ook goed kan klagen. Brussel is een stad die je nooit zal lokken, maar de rommel en de chaos heeft charme. Onlangs stond ik met fotograaf Johan Jacobs op het Poelaertpleinde stad te overzien. Daar herken je niet de patronen die andere steden wel leesbaar maken. Je ziet alleen rommel met op het einde het Atomium. Toen bedacht ik iets dat ik vergeten ben in het boek te schrijven: toen God aan Brussel moest beginnen, heeft hij gedacht 'fuck, ik heb er genoeg van', en heeft hij alles wat hij nog in zijn doos had zitten er daar uitgesmeten."

'Een gehucht in een moeras' van Marc Didden. Met foto's van Johan Jacobs, uitgeverij Luster, 240 blz., 19,95 euro.
 

 

CITIES AND THE CREATIVE CLASS

Cities are cauldrons of creativity. They have long been the vehicles for mobilizing, concentrating, and channeling human creative energy. They turn that energy into technical and artistic innovations, new forms of commerce and new industries, and evolving paradigms of community and civilization. The argument of this book is not that the role of creativity in city formation and growth is new, but that, with the decline of physical constraints on cities and communities in recent decades, creativity has become the principal driving force in the growth and development of cities, regions, and nations.

Richard Florida



Aucun commentaire: