mercredi 8 octobre 2014

Cultuursubsidies zouden meer dan vandaag afhankelijk moeten zijn van het aantal bezoekers

Topeconoom Paul De Grauwe, professor aan de London School of Economics, schrijft voortaan wekelijks over menswereld en economie.



©BELGA

Ik denk ook dat kunst en cultuur van uitermate groot belang zijn, maar die redenis onvoldoende voor subsidies

Het protest tegen de besparingen in de cultuursector heeft duidelijk gemaakt dater grote verwarring bestaat over het waarom van cultuursubsidies. Die verwarring maakt het ook gemakkelijker voor de Vlaamse regering om diep in die subsidies te snijden.

Waarom zijn cultuursubsidies nodig? Soms hoor ik als antwoord dat het is omdat cultuur levensbelangrijk is. Zonder kunst en cultuur kunnen we nietleven. Ik denk ook dat kunst en cultuur van uitermate groot belang zijn, maar die reden is onvoldoende voor subsidies. De productie en de verdeling van voedsellaten we haast volledig over aan het marktmechanismeondanks het feit datvoedsel levensbelangrijk is.

Het waarom van cultuursubsidies heeft dus geen uitstaans met het belang ervanvoor veel mensen. Het waarom heeft te maken met het collectief karakter van de cultuurEn met 'collectiefbedoel ik dat de cultuur die gecreëerd wordt ten goede komt aan de hele gemeenschapen niet alleen aan het publiek dat die cultuur 'consumeert'. Laat mij een voorbeeld gevenals niet alleen de bezoekersvan het theater genieten van deze kunstvorm, maar ook diegenen die nooit naareen theater gaandan hebben we een stevig argument om die kunstvorm tesubsidiëren. Is dat niet het gevaldan is het argument voor subsidies zwak.

ER IS EEN GROOT DEEL VAN HET PUBLIEK DAT CULTUREEL HEEL MONDIG IS EN DAT HET VERTROUWEN MOET KRIJGEN

Het collectieve karakter van de kunsten uit zich op verschillende wijzen. Kunstkan leiden tot nieuwe esthetische en emotionele ervaringen en expressievormendie uitgedragen worden buiten de kunsttempels en die de maatschappijverrijkenDat is natuurlijk moeilijk meetbaar, maar daarom niet minder reëelToch moet elke beslissing om te subsidiëren de test "komt dit ook ten goede aande mensen die er niet direct bij betrokken zijnpasseren.

De kunsten moeten dus gesubsidieerd worden. Maar hoe moeten we dat dandoen? Vlaanderen heeft sinds lang een model van subsidiëring gekozen datvolgens mij niet deugtBeoordelingscommissies bepalen in functie van allerleicriteria welke culturele organisaties subsidies verdienen. De minister neemt die beoordeling al dan niet over en beslist dan over hoeveel subsidies elkeorganisatie zal kunnen beschikken.

Het belangrijkste probleem met dit model is het top-down karakter ervanDe beoordelingscommissies bestaan uit een kleine groep mensen. De meesten zijnspecialisten met een eigen kijk op wat goede kunst en cultuur zijnDe cultureleorganisaties weten dit en passen zich aan de voorkeuren van die kleine groepdeskundigen aanWat aangeboden wordtweerspiegelt dan specialistischepreferenties van een kleine groep mensen en niet noodzakelijk wat leeft in eenmaatschappij.

Het kan andersEen bottom-up model van subsidiëren is het alternatiefDat bestaat erin meer macht te geven aan het publiek dat de theaters, de kunstencentra, de musea en de andere culturele organisaties bezoektZo'n effectverkrijg je door de subsidiëring meer dan vandaag het geval is afhankelijk te maken van het aantal bezoekers dat een kunstenhuis aantrekt.

Er bestaat in de cultuursector een grote vijandschap tegenover dit model. Het zaltot vervlakking leiden omdat het grote publiek niet in staat is de ware kunst en cultuur te appreciërenhoor ik al jaren verkondigenDit misprijzen past niet. Eris een groot deel van het publiek dat cultureel heel mondig is en dat het vertrouwen moet krijgenDat is ook nodig om een maatschappelijk draagvlak te creëren dat de subsidies aan kunst en cultuur kan bestendigen.


COMMENTAIRE DE DIVERCITY

SUBSIDIER ON N’A PAS SUBSIDIER LA CULTURE ?

C’est une très ancienne question. Il y répond d’une manière très pragmatique à savoir : selon quels critères procéder ? Et de reprocher aux autorités politiques de confier cette mission à un petit groupe d’initiés culturels d’avant-garde qui ont peu d’égards pour les attentes du grand public. De Grauwe suggère de changer de méthode et surtout de critères, considérant qu’ils faut subsidier par priorité ce qui attire le plus large public et non pas ce qui fait plaisir à un panel d’experts très élitaires. C’est typiquement un raisonnement d’économiste qui se veut d’abord pragmatique. Certes on peut regarder cette approche comme de caractère populiste. Toutefois, lorsque les budgets se rétrécissent comme peau de chagrin, ce raisonnement n’est pas tout à fait déraisonnable.

Toutefois on s’étonnera, une fois de plus, que le concept de l’interculturalité ne prenne pas le dessus sur celui de culture. Il serait en effet bon que les subsides culturels contribuent à promouvoir une dynamique d’échange, voire de métissage culturel. C’est vrai pour la culture comme c’est vrai pour l’enseignement.

MG

 

Aucun commentaire: