samedi 3 octobre 2015

Rome aurait trouvé le successeur de Mgr Léonard


La Libre Belgique

BOSCO D'OTREPPE 




Après la démission de Mgr Léonard comme archevêque de Malines-Bruxelles en mai dernier, tout indique que la Belgique devrait connaître prochainement le nom de son successeur.

Si beaucoup pariaient sur une mise en avant de l’évêque d’Anvers Mgr Bonny, c’est un autre nom qui semble récolter le consensus. La personnalité de Lode Van Hecke, père abbé de l’abbaye d’Orval, aurait, en effet, convaincu le nonce apostolique en Belgique, Mgr Giacinto Berloco, tout comme la congrégation pour les évêques à Rome.

Pour l’heure, rien n’est encore confirmé, mais après une sortie en ce sens de Rik Torfs, le recteur de la KUL sur les ondes de la VRT, la rumeur tient le coup et trouve un écho certain auprès de l’Eglise belge.

ORVAL CAPITAL

Il se confirme, en tout cas, que parmi la quarantaine de personnes que le nonce aurait rencontrées pour établir sa terna, sa liste de trois personnalités susceptibles de reprendre la fonction, le nom du cistercien trappiste aurait gagné en légitimité semaine après semaine. Si ce choix se confirme, il s’agirait pour Rome d’un compromis parfait, confirment plusieurs sources.

Néerlandophone, originaire de Roulers, Lode Van Hecke a su se faire apprécier en Wallonie, en redynamisant l’abbaye d’Orval mais en gardant également des liens précieux avec les évêchés flamands, qui lui envoient régulièrement leurs paroissiens en retraite.

Et puis, il faut le reconnaître, sa personnalité est moins clivante que celle de Mgr Bonny, encore super-favori il y a un an. Sa très ouverte prise de position en amont du synode sur la famille de 2014 aurait refroidi quelques personnalités en quête d’un "rassembleur" à la tête de l’Eglise de Belgique.

"Discret , Lode Van Hecke est une personnalité fidèle et efficace", explique-t-on au sein de l’Eglise. "Et puis il a fait de l’abbaye d’Orval un lieu par lequel tout le monde finissait par passer."

Agé de 65 ans, père abbé depuis 2007, Lode Van Ecke peut donc compter sur sa bonne réputation pour devenir le nom qui contenterait tout le monde dans une Eglise cherchant à s’assurer d’une nouvelle stabilité.

 

L’AVENIR EST DANS LES MAINS DU NONCE

Une fois la démission d’un évêque acceptée par Rome, le Pape demande au nonce apostolique de lui présenter une terna, une liste secrète reprenant trois personnalités susceptibles d’assurer le poste, en sachant que la condition pour devenir évêque est d’être prêtre. Une fois la terna remise, c’est la congrégation pour les évêques qui soumet au Pape ses recommandations avant que celui-ci ne nomme le successeur en question. En Belgique et contrairement à la France, aucun avis n’est demandé au gouvernement. Seul un échange d’informations purement protocolaire est organisé entre le nonce et le Premier ministre.




COMMENTAIRE DE DIVERCITY

UN MOINE D’ORVAL ?



Certes l’homme est convivial, c’est un bon Ouest-Flamand qui dirige avec talent une abbaye wallonne : un gros plus.

Reste à se demander si un moine contemplatif est la personne la plus adéquate pour réformer une église belge vermoulue.

Volwassen worden betekent voor mij dat je met frustraties kan leven zonder dat je gefrustreerd bent. Wie gefrustreerd is, zit niet op zijn plaats en is bijgevolg ook nooit echt gelukkig.

Johan Bonny n’a pas dit son dernier mot.

MG




"BONNY, OF MISSCHIEN WEL EEN REGULIERE GEESTELIJKE"

De Redaktie.be

Rik Torfs, professor kerkelijk recht en rector van de KU Leuven, ziet Johan Bonny, bisschop van Antwerpen, als een grote kanshebber. "Al denk ik niet dat het per se iemand van de andere taalrol zal worden, dus een Nederlandstalige na een Franstalige", zegt Torfs. "En hou er ook rekening mee dat de paus voor een reguliere geestelijke kan kiezen: voor de abt van Orval, Lode Van Hecke, bijvoorbeeld of voor de abt van Averbode, Jos Wouters."

Torfs heeft geen slechte indruk overgehouden aan aartsbisschop Léonard."Hoewel ik zijn ideeën, zoals die over het homohuwelijk, niet deel, heb ik hem leren kennen als een vriendelijk en hartelijk mens. Hij stond open voor debatten,ook al veranderde hij daardoor niet van mening.

Maar ik denk dat je meer hebt aan een hartelijke mens waar je het niet mee eens bent, dan aan iemand wiens ideeën je wel deelt, maar die een akelige persoonlijkheid heeft."



GESPREK MET LODE VAN HECKE, ABT VAN ORVAL

Het Teken . 2, Juli 2007

"Zorg dat je op de plaats bent" is de titel van het langere gesprek van Braambos-redacteur Goedele Miseur met de Vlaming Lode Van Hecke, dit jaar verkozen tot abt van de abdij van Orval

Abt van Orval. Lode Van Hecke

De abdij van Orval ligt in het uiterste zuiden van ons land, bijna op de grens van Frankrijk en Luxemberg. Een plek voor Waalse trappisten, denk je dan, maar niets is minder waar. Er huizen vijftien monniken uit verschillende hoeken van de hele wereld. Sinds dit voorjaar hebben ze een Vlaamse abt: Lode Van Hecke. Een gesprek met hem over roeping, inspiratie en het leven als trappist.


GOEDELE MISEUR – WAAR KOMT U VANDAAN?

Abt Lode – Mijn wortels liggen in West-Vlaanderen, ik ben in 1950 geboren in Roeselare. Ik heb er mijn hele vorming gehad. Ik liep college in het Klein Seminarie van Roeselare en ben daarna in Brugge naar het seminarie getrokken. Achteraf heb ik in Leuven mijn filosofische en theologische opleiding gevolgd.Ik kan niet loochenen dat ik een Vlaming ben.

GOEDELE MISEUR – WIE WAREN UW OUDERS?

Abt Lode – Mijn ouders komen uit een klassiek katholiek milieu en ze hebben die inspiratie ook doorgegeven. Ze waren ontzettend geëngageerd. Zo hebben ze elkaar leren kennen binnen de werking van KSA en VKSJ. De ‘Katholieke Actie’ lag hen na aan het hart. Mijn broers en ik zijn bijgevolg ook altijd lid geweest van de KSA. Mijn vader werkte voor het bisdom als administratief directeur van het centrum Licht en Ruimte in Roeselare. Mijn ouders waren erg geïnteresseerd in het reilen en zeilen van de Kerk. Kerkelijk nieuws werd op de voet gevolgd. Zo speelde het Tweede Vaticaans Concilie voor hen een belangrijke rol, omdat zij zich als geëngageerde leken daardoor aangesproken voelden. Dat heeft me allemaal wel ergens getekend.

GOEDELE MISEUR – WERD DAAR THUIS OOK OVER GESPROKEN?

Abt Lode – Ja, vaak zelfs. Maar we waren tegelijkertijd ook erg vrij. Mijn ouders hebben mij nooit een diocesane of religieuze roeping aangepraat.

GOEDELE MISEUR – HOE REAGEERDEN UW OUDERS TOEN ZE VERNAMEN DAT U NAAR HET SEMINARIE WILDE?

Abt Lode – Ik denk dat mijn ouders goed begrepen hebben dat het voor mij een manier was om te zoeken. Ik had het geloof op een meer volwassen manier gevonden aan het eind van de retorica, maar daardoor kwam alles ook enigszins op z’n kop te staan. Ik dacht immers aanvankelijk aan andere studies. Het geloof bracht echter zo’n ingrijpende verandering teweeg dat ik besliste om mijn toekomst over een andere boeg te gooien. Ik trok naar het seminarie, al was dat op de eerste plaats om verder uit te zoeken wat ik nu echt wilde. In die tijd was er in ieder geval geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht om trappist te worden. En wel integendeel, een monnikenbestaan leek me weinig zinvol. Het was toch al te gek om je in stilte en gebed terug te trekken, terwijl er op sociaal en pastoraal vlak zoveel te doen viel in de wereld. Ik vermoed dat mijn ouders me ook eerder als missionaris zagen – te meer daar ik graag reis – dan als monnik in een slotklooster.
Na mijn kandidatuur in wijsbegeerte heb ik mijn legerdienst gedaan. Dat was toen nog verplicht. Héél toevallig heb ik in die periode Orval leren kennen. Ik had tevoren nog nooit eerder van de naam gehoord. Een vriend van me uit het leger was erg vertrouwd met Orval en hij stond erop dat ik hem een keer vergezelde bij een bezoek aan de abdij. Eigenlijk stond ik niet te springen, maar na lang aandringen van die vriend ben ik meegegaan. En vreemd genoeg kreeg ik in Orval onmiddellijk het gevoel dat ik er op mijn plaats was. Dat ik er zou vinden wat ik zocht. Rationeel gezien wrong dat, want mijn studies waren nog niet afgerond. Bovendien speelde ik piano op een behoorlijk niveau en had ik ook op sociaal vlak best wel wat alternatieven. Er waren bijgevolg weinig redenen om dat allemaal overboord te gooien. Achteraf gezien ben ik blij dat ik de keuze voor Orval heb moeten maken op een moment dat ik zo geëngageerd in het leven stond. Dat heeft er juist een échte keuze van gemaakt.

GOEDELE MISEUR – WAS HET NIET MOEILIJK OM DAT SOCIAAL ENGAGEMENT LOS TE LATEN EN TE KIEZEN VOOR EEN CONTEMPLATIEF LEVEN?

Abt Lode – Dat proces heeft zich in twee fasen voltrokken. Het inzicht was voor mij onmiddellijk heel klaar en helder: mijn plaats was in Orval. Dat is nadien ook nooit meer veranderd. Maar ik heb uiteraard wel voor mezelf een aantal vragen moeten beantwoorden. Zoals gezegd vond ik een monnikenbestaan weinig zinvol in een wereld die getekend wordt door sociale noden. Heb je dan het recht om je op te sluiten tussen vier muren? Ik was zelf op dat ogenblik actief in een alfabetiseringsproject voor Marokkaanse jongeren in het Brusselse Noordkwartier. Ik vond het belangrijk om hen niet alleen taalkundig iets bij te brengen, maar ook op menselijk vlak. Dat werk lag me heel erg. En dus wilde ik uitzoeken waarom dat sociaal engagement zo wezenlijk voor me was. En mijn antwoord was duidelijk. We zijn allemaal gemaakt om het leven door te geven. Je bent maar gelukkig als je ook ergens vruchtbaar bent. De sleutel heb ik gevonden tijdens een werkkamp van de Bouworde. We werden begeleid door een Zwitser. Die man wist op mij een grote indruk te maken. Hij was een metselaar en hij werkte op een zodanige manier dat wij er allemaal beter van werden. Er was een soort van adel in zijn werk. Ik herinner me dat hij het begrip roeping bij me wakker maakte. Roeping moest volgens mij iets zijn dat je spontaan uitstraalt zonder het zelf te weten, maar waarvan de anderen beter worden. En dat kan alleen maar als je ergens op je plaats bent. Dat inzicht heeft die Zwitserse metselaar me bijgebracht. Wanneer je ergens op plaats bent, hoef je niet met jezelf bezig te zijn. Dan kan je gewoon geven wat je te geven hebt, zonder te moeten werken aan een ideaal van jezelf. Dat heb ik ook gezien in de sociale wereld. Er zijn twee categorieën mensen die goed werk verrichten. De ene groep heeft de kansarme nodig om zelf iemand te zijn. Dat noem ik het barmhartige Samaritaan-complex. De andere categorie bestaat uit mensen die niet met zichzelf bezig zijn, maar het leven gewoon doorgeven. Dat zijn wellicht de échte barmhartige Samaritanen. Zij raken ook veel minder snel uitgeblust.Welnu, dat alles heeft mijn keuze voor Orval getekend. Hoe mysterieus het ook moge klinken, als ik voel dat die abdij mijn plaats is en dat die ervaring bovendien de voorwaarde is om het leven door te geven, dan moet ik monnik worden.

GOEDELE MISEUR – ZIJN ER NIETTEMIN MOMENTEN GEWEEST WAAROP U HET GEVOEL KREEG DAT DE MUREN OP U AFKWAMEN?

Abt Lode – Wel, ook dat hangt nauw samen met het geleidelijke proces om voor een contemplatief leven te kiezen. Zoals gezegd is het basisinzicht “Ik ben hier op mijn plaats” niet meer veranderd. Ook niet na mijn reis naar Latijns-Amerika. Na mijn licentie in de wijsbegeerte ben ik voor enkele maanden naar Zuid-Amerika getrokken. Op die manier kon ik meteen toetsen of mijn monnikenroeping stand zou houden in het licht van een heel andere situatie. Ik herinner me nog zeer goed dat ik in Guatemala een dispensarium bezocht en daar een ondervoed kindje in mijn armen hield. Op dat ogenblik heb ik me opnieuw de vraag gesteld of ik ook niet gelukkig kon worden buiten Orval. Of mijn plaats ook niet Guatemala kon zijn. In feite ging het om mijn antwoord aan dat hulpeloze kind. Ik zie nog altijd z’n gezichtje voor me, alsof het gisteren was. En toen leek het alsof God langs de ogen van dat kindje tot me zei: “Als je ernstig monnik wil zijn, doe het dan maar. Als je het alleen maar wordt om je op te sluiten binnen vier muren en je van de wereld niks meer aan te trekken, dan zal je de abdij snel weer verlaten.” En ik heb dat toen aan dat kind beloofd. We hebben een soort van verbond gesloten. Dat kind zou voor mij de uitdaging zijn om mijn leven in Orval ernstig te nemen. Dat was het principiële uitgangspunt, maar natuurlijk volgde daar de concrete verwerking op. Vaak bleek het monnikenleven moeilijker op gebieden waar ik het niet meteen had verwacht. Ik was bang voor het opgeven van mijn sociale engagementen, maar in de praktijk was het vooral de muziek die me parten speelde. Ergens had ik ook een muzikale roeping in mij en daar kon ik niet langer ten volle gehoor aan geven. Maar dat is een facet van volwassen worden. En dat vraagt een heel leven tijd.Volwassen worden betekent voor mij dat je met frustraties kan leven zonder dat je gefrustreerd bent. Wie gefrustreerd is, zit niet op zijn plaats en is bijgevolg ook nooit echt gelukkig. Je hoeft kleine frustraties niet te cultiveren, maar ze zijn zeker niet ongezond. Want frustraties tonen precies aan dat je niet onverschillig geworden bent. En ze tonen ook aan dat we andere mensen nodig hebben. Daarmee kom ik bij het beeld dat Paulus zo graag gebruikt, het beeld van het lichaam van Christus met de verschillende ledematen. Niemand is hét lichaam. Dat schijnen we wel eens uit het oog te verliezen. Als ik de beeldspraak doortrek, dan zie ik de monniken als de kleine vinger. Daaruit zou nederigheid kunnen spreken, want een kleine vinger heb je voor niet veel nodig.Maar tegelijkertijd spreekt uit die vergelijking ook wel een rechtmatige fierheid, want zonder kleine vinger kan je geen viool meer spelen. Dan verdwijnt bijvoorbeeld alle muziek van Mozart voor viool in het niets. En zonder de muziek van Mozart is de mensheid ook wat minder mens.

 

 

 

Aucun commentaire: