dimanche 22 juillet 2018

Philippe, le Roi qui règne à l’ombre

BÉATRICE DELVAUX
Le souverain est autorisé à remplir une fonction mais sans que cela se voie vraiment.


Philippe, le Roi lisse ? C’est ce qu’on pourrait conclure de ses cinq premières années de règne qui n’ont été marquées par aucun excès ou expression saillante. Ce que certains pourraient déjà considérer comme un objectif atteint.
Le nouveau souverain marche sur une poutre étroite, autorisé à remplir une fonction mais sans que cela se voie vraiment, ou alors de façon cadrée et discrète. Comme si le mot d’ordre était : « Règne à l’ombre. »
Un chef d’Etat protocolaire ? Par bien des aspects, oui : son rôle politique est quasi inexistant et son influence, d’apparence. Mais ce serait injuste de le comparer avec ses prédécesseurs, que ce soit le très intervenant Baudouin, ou le très vibrant Albert II. Les circonstances actuelles sont en effet extrêmement différentes, car potentiellement explosives, avec une N-VA séparatiste et républicaine au gouvernement. Toute action ou prise de parole est soumise à une prudence de Sioux : surtout ne rien faire qui précipiterait la fin de la monarchie, ou celle de la Belgique.
La discrétion du Roi et son comportement, plus que jamais aligné sur celui du gouvernement, préservent les intérêts du Premier ministre Charles Michel, qui serait très embarrassé par des attitudes ou prises de position royales plus marquées. Même l’empathie est sous contrainte. Sous d’autres cieux, on aurait vu ou entendu le Roi s’exprimer avec enthousiasme et soutien envers la Plateforme citoyenne qui héberge les réfugiés du parc Maximilien. Et la seule allusion belgicaine autorisée semble devoir se limiter aux Diables rouges.
Coincé entre les difficultés du monde (et de l’Europe), l’équilibre d’un gouvernement sous haut contrôle nationaliste et les incartades de ses proches (Laurent, Delphine, les parents Albert et Paola), le couple royal peut juste exprimer cette volonté forcenée de servir l’image et l’économie du pays, mû par la volonté de bien faire autant que tétanisé par la peur de mal faire.
Le couple royal a atteint les nouveaux objectifs, extrêmement définis et limités, dans les prés carrés très convenus qui lui ont été fixés, avec une simplicité et une classe que, dans ce pays, on préfère à la flamboyance. Sur ce point, la monarchie fait l’unanimité. Ce qui, vu le contexte, est une sorte de prouesse.
On dit le Roi très attaché à des valeurs. De quoi se départir de l’extrême prudence actuelle si la configuration politique le lui dictait ? Le futur reste à écrire.


COMMENTAIRE DE DIVERCITY
UN MONARQUE CORNAQUÉ?

La fonction royale qui est au centre de l'appareil constitutionnel belge est assurément réduite ad minima. Nos souverains marchent dans les clous. Les clous sont définis par la majorité et dépendent du bon vouloir de la NVA.
Il en résulte une impression de monarchie terne malgré le charisme "chicos" de Mathilde et le profil très prometteur de la jeune princesse Elisabeth. Philippe marche sur des oeufs et tourne sept fois la langue dans sa bouche en cul de poule avant de ne rien dire qui puisse heurter. Il est, de fait, lisse et ennuyeux comme un jour sans soleil. "Son" discours du 21 juillet d'un convenu affligeant fut prononcé sur un ton feutré avec une diction incertaine et un regard éteint. On ne lui pardonnerait pas une fanfaronnade à la Macron au stade du mondial à Moscou, voire une affaire Benalla. Hors de question!
En Belgique, le roi règne mais ne gouverne pas. Philippe règne carrément "light" conformément aux voeux du parti nationaliste flamand au pouvoir, comme le suggère l'excellente analyse de Béatrice Delveaux.
A quoi bon vouloir supprimer une monarchie tellement discrète qu'elle devient presque invisible. Les joggeurs de Laeken et environs aimeraient pouvoir demain courir dans son domaine privé qui constitue un des plus vastes espaces verts de la capitale. Finiront-ils par  squatter le domaine royal?
Et pourtant, constitutionnellement (le mot est long) le rôle du" roi arbitre" sera déterminant après les élections fédérales de 2019.
Le roi devra désigner alors un informateur, un explorateur avant de désigner un formateur de gouvernement.
Ce sera à tout le moins compliqué, tellement compliqué que cela pourrait même être tout à fait insoluble.
Mais attention, le couple royal s'est montré au bal populaire des Marolles en l'absence de Laurent et Claire qui en avaient fait leur point de chute annuel.
Quel contraste avec le discours  musclé du ministre président Bourgeois le jour de la fête "nationale" flamande et l'allucution d'adieu téméraire du président du parlement flamand. Pour Jan Peumans, il est temps de les concrétiser. Il propose d'aboutir à une Constitution flamande en 2021, année du cinquantenaire de l'institution du Conseil culturel de la Communauté culturelle néerlandaise, ancêtre du Parlement flamand. Cette Constitution, souligne le nationaliste, doit entrer dans le cadre d'un fédéralisme de coopération, mais être placée sur un même pied que la Constitution belge, en vue d'une plus grande autonomie de la Flandre.
Dont acte.
MG


VANDAAG ZIJN WIJ VLAMINGEN ONMISKENBAAR EEN VOLK EN EEN NATIE': DE INTEGRALE 11 JULITOESPRAAK VAN BOURGEOIS

Vlaanderen is een plek waar mensen een collectieve identiteit vinden, zegt Geert Bourgeois aan de vooravond van 11 juli.Lees ook: Bourgeois droomt van excellerende Vlaamse wereldburgers (en een overwinning van de Rode Duivels)
En weer zijn we hier, op de Groeningekouter, op deze lieu de mémoire, om het Feest van de Vlaamse Gemeenschap, om onze nationale feestdag te vieren. Die ene dag van het jaar waarop wij ons, meer dan op andere dagen, over levensbeschouwelijke en religieuze, over politieke en ideologische, over sociale en culturele verschillen heen, verbonden weten als Vlaming, als bewoner van het laagland tussen Noordzee en Maas, waar wij thuis kunnen zijn, waar wij thuis mogen zijn.
Altijd al wilden, altijd weer willen mensen ergens thuis zijn. Altijd al zochten, en altijd weer zoeken mensen een plek waar zij beschutting en bescherming vinden, vertrouwdheid en geborgenheid - en in deze rusteloze tijd van globalisering en digitalisering, van ontgrenzing en versnelling, van veranderingsangst en toekomstonzekerheid wellicht meer dan ooit tevoren.
Vandaag zijn wij Vlamingen onmiskenbaar een volk en een natie.
Lode Wils, die als geen ander historicus de Vlaamse Beweging bestudeerd heeft, zegt het zo:
'Een mens is niet alleen een individu, maar ook een collectief wezen met een psychologische drang om ergens thuis te horen. Hij heeft behoefte aan een collectieve identiteit, een groep of een waaier van groepen waarmee hij zich kan identificeren en waarin hij sociale status, veiligheid en eigenwaarde zoekt.
Die identiteit drukt zich uit in vele vormen en wordt bepaald door vele elementen, waarvan de betekenis varieert in verschillende culturen en dus in de tijd.'
Plekken waar mensen thuis kunnen komen, groepen waarmee mensen zich kunnen identificeren: ze zijn veelvoudig en veelvormig, want wij zijn mensen met meer dan één dimensie: het is niet 'of - of', het is 'én - én'.
Het gezin, de familie, de vereniging, de club, de beroepsgroep, de wijk, de parochie, het dorp, de gemeente, de stad: het zijn plekken waar mensen thuis kunnen komen, waarmee mensen zich kunnen identificeren, waar mensen collectieve identiteit vinden. Ook Vlaanderen is zulk een plek.
Ik citeer opnieuw Lode Wils:
'Een van de belangrijkste elementen of vormen van collectieve identiteit in Europa sinds twee eeuwen is de moderne natievorming. Onder invloed van ingrijpende economische, culturele en politieke veranderingen ontstonden sinds de Franse Revolutie naties, waarin de bevolking zich opgenomen voelde in een democratische gemeenschap van vrije en gelijke staatsburgers. Die natievorming, zoals heel het bewustzijn van collectieve identiteit, ontwikkelt zich voortdurend en fundamenteel. Zo is na 1830 in Europa de taal een belangrijke factor in het nationale bewustzijn geworden, en is onder meer de Vlaamse Beweging ontstaan.'
Die Vlaamse Beweging, die strijd van de flaminganten voor het behoud van de volkstaal, hun verzet tegen de verfransing van het openbare leven en hun actie voor de erkenning van het Nederlands als landstaal hebben vanaf het midden van de 19de eeuw een gevoel van verbondenheid, een nationaal bewustzijn gecreëerd, dat almaar verder uitdijde en waarop zich in de 20ste eeuw de Vlaamse natie heeft ontwikkeld en gevormd.
vANDAAG ZIJN WIJ, vLAMINGEN, ONMISKENBAAR EEN VOLK.
vANDAAG ZIJN WIJ ONLOOCHENBAAR EEN NATIE.
Wij zijn een natie omdat wij op een afgegrensd en overzichtelijk grondgebied en in vrij gelijkaardige omstandigheden leven, en wij dat nu en in de toekomst willen blijven doen.
Door het staatsvormingsproces dat in 1970 is begonnen en dat nog niet tot voltooiing is gekomen, hebben we eigen politieke instellingen, een eigen administratie, eigen openbare instellingen en bedrijven.
Wij delen een gemeenschappelijk verleden, en wat door en in die vele eeuwen tot ons is gekomen, zowel materieel als immaterieel.
Tot dat laatste behoren de grondwaarden en basisnormen van onze samenleving: de representatieve democratie, de verdeling van de staatsmacht over wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, de voorrang van het recht, de scheiding van Kerk en Staat, de fundamentele vrijheden zoals die van mening, van levensbeschouwing en van vereniging, en, niet het minst, de onvervreemdbare mensenrechten - waarden en normen met wortels die tot in de Oudheid reiken, maar die vooral door en sinds de Verlichting vorm en gestalte hebben gekregen.
Wij zijn een natie omdat wij dezelfde taal spreken, het Algemeen Nederlands, met haar oude, te koesteren dialectvarianten en - helaas ook - haar jammerlijke tussentaalvorm.
We lezen dezelfde kranten, we luisteren naar dezelfde radio-uitzendingen, we kijken naar dezelfde televisieprogramma's.
We zijn trots op onze kathedralen en stadhuizen, op onze belforten en begijnhoven, op Rubens, Breugel en Permeke, op Van Maerlant, Streuvels en Claus, op alles wat creatieve handen en schrandere geesten hebben voortgebracht.
We koesteren onze tradities van stoeten en ommegangen, van kermissen en jaarmarkten.
We zwaaien met leeuwenvlaggetjes als de Ronde van Vlaanderen voorbijkomt, en zitten tricoloor uitgedost voor reuzenschermen wanneer de Rode Duivels spelen.
Dat alles - en nog meer - verbindt ons met elkaar en creëert een samenhorigheidsbesef. Dat alles - en nog meer - is ons DNA en geeft Vlaanderen zijn eigen, unieke gestalte. Dat alles - en nog meer - vormt onze collectieve, onze nationale identiteit, ook al blijft dat sommigen storen, ook al blijven sommigen dat ontkennen.
* * *
'Een nationaal gevoel', schrijft Johan Huizinga, de grondlegger van de cultuurgeschiedenis in de Lage Landen, 'een nationaal gevoel dat zich niet spiegelen kan in de roerloosheid van het verleden, mist den grondslag van zijn wezen. Het leven van een natie is historie, zoals het leven van den enkelen mensch historie is. Op ieder oogenblik dat men het leeft, heeft het zijn vorm en zijn beteekenis, zijn zin en zijn richting uit dat deel wat voorbij is. Wie zich afgesneden denkt van de herinnering aan zijn herkomst, groei en lotgeval, staat redeloos voor het leven.'
Wat kan er ons beter voor behoeden dat wij ooit 'afgesneden' zouden raken van 'de herinnering aan' onze 'herkomst, groei en lotgeval' - wat kan ons daar beter voor behoeden dan een museum?
In Leeuwarden, bijvoorbeeld, staat sinds 1881 een Fries Museum, dat in de jaren 1990 uitgebreid en verbouwd werd. en de geschiedenis en cultuur van Friesland tot leven laat komen. 'Met het erfgoed van het verleden als uitgangspunt is het een spiegel voor de samenleving en een laboratorium voor wat de Friese samenleving in de toekomst kan zijn,' zo staat in de visie van het museum.
Volgend jaar gaat in Regensburg het Museum der Bayerischen Geschichte open: 'Ein Haus der Zukunft für die Geschichte der Gegenwart' - 'een huis van de toekomst voor de geschiedenis van het heden'. De klemtoon zal er liggen op de geschiedenis van de laatste tweehonderd jaar. 'Van architectuur tot sport, van kunst tot taal, van geloof tot politiek: geen thema wordt verwaarloosd,' zeggen de ontwerpers.
Is niet de tijd gekomen om deze en andere voorbeelden te volgen en een Museum te creëren dat op een wetenschappelijk verantwoorde wijze en met moderne museale vormen en technieken toont hoe Vlaanderen de culturele, sociologische en staatkundige entiteit is geworden, die het vandaag is; hoe zich uit de pagus flandrensis van de vierde eeuw het Vlaanderen van de eenentwintigste eeuw heeft ontwikkeld.
Het Europese project zal maar succesvol voortgezet kunnen worden, wanneer de Unie respect heeft voor de rijkdom van haar talen en culturen,
Wij hebben in Vlaanderen schitterende musea over de meest uiteenlopende onderwerpen, maar geen museum dat onze geschiedenis en onze cultuur in de meest brede betekenis tot leven laat komen. Dat toont hoe Vlaanderen vorm heeft gekregen en wat Vlaanderen bijzonder maakt.
Mij lijkt de tijd gekomen een dergelijk museum tot stand te brengen, opdat ook de komende generaties niet afgesneden zouden raken van 'onze herkomst, groei en lotgeval', zodat ook hen die na ons komen niet 'redeloos voor het leven' staan.
Mij lijkt dit voorwaar een uitdaging voor een volgende Vlaamse regering.
* * *
Wie het over de identiteit van een natie heeft, kan niet voorbij aan de realiteit van een diverse samenleving. Wie spreekt over de Vlaamse identiteit, kan niet voorbij aan de ruim één miljoen inwoners van Vlaanderen die van buitenlandse, van allochtone herkomst zijn.
Wanneer zij zich hier duurzaam willen vestigen, wanneer zij hier hun toekomst willen uitbouwen, kunnen wij hen niet vragen hun geschiedenis te vergeten, hun identiteit af te leggen.
Wel kunnen, mogen en moeten wij hen vragen tot op een bepaalde hoogte in onze Vlaamse identiteit te stappen. Het minimum minimorum dat wij hen kunnen, mogen en moeten vragen, is onze taal te leren en zich onze publieke cultuur eigen te maken.
Onze taal, het Nederlands, is de kern van onze collectieve, van onze Vlaamse identiteit. Taal slaat bruggen. Taal maakt iemand tot deelgenoot van een cultuur, van een samenleving. Het is daarom de opdracht, zeg maar de plicht van eenieder die in Vlaanderen komt wonen, die in Vlaanderen woont, Nederlands te leren en te spreken. Nederlands leren en spreken opent de deur naar een geslaagde integratie en helpt om snel een volwaardige plaats in onze samenleving in te nemen.
Wie in Vlaanderen zijn toekomst wil uitbouwen, moet ook bereid zijn onze publieke cultuur te internaliseren, eigen te maken. De belangrijkste bestanddelen ervan wil ik nog eens opsommen: onze fundamentele rechten en vrijheden, waaronder de vrijheid van mening; de scheiding van Kerk en Staat; de gelijkheid van man en vrouw; de pluraliteit van levensbeschouwingen; de niet-discriminatie op grond van afkomst maar evenmin op grond van seksuele geaardheid.
Die normen, waarden en regels, die publieke cultuur vormen de grondslag van ons samenleven. Zonder die canon van normen, waarden en regels verliest onze samenleving haar samenhang, haar cohesie. Ze trekken het kader waarin wij, ongeacht onze afkomst, in wederzijds respect voor elkaars overtuiging, in vrijheid en verantwoordelijkheid, conflictvrij kunnen leven en kunnen samenleven. Ze definiëren het burgerschap, ze bepalen wie deel is van onze politieke gemeenschap. Op basis van dat burgerschap kunnen wij, ondanks onze verschillende afkomst, ondanks een verdeeld verleden - op basis van dat burgerschap kunnen wij samen aan een gedeelde toekomst, aan de toekomst van Vlaanderen bouwen.
***
'Om iets te zijn, moeten wij Vlamingen zijn. - Wij willen Vlamingen zijn, om Europeeërs te worden.'
De gevleugelde woorden van August Vermeylen zijn intussen bijna 120 jaar oud - en nog immer actueel. Uiteraard kon Vermeylen niet de Europese Unie als interne markt of politieke structuur bedoelen, en verwees hij naar Europa als cultuurpatroon, als drager van gemeenschappelijke waarden.
Intussen zijn we niet alleen Europeeër, maar ook burger van de Europese Unie. En aan die Europese Unie hebben wij veel te danken.
Al zestig jaar verbindt ze mensen en volkeren.
Al zestig jaar brengt ze ons continent vrede en stabiliteit.
Al zestig jaar verankert ze de waarden van de Verlichting, zoals die bij de eeuwwisseling bevestigd werden in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.
Al zestig jaar creëert ze werk, groei en welvaart. Zeker voor Vlaanderen, met zijn extreem open economie, vormt de Europese Unie een enorme afzetmarkt zonder grenzen. En het gemeenschappelijk handelsbeleid creëert ook buiten Europa grotere afzetmarkten voor Vlaamse producten.
Ter wille van het belang van de Europese Unie voor Vlaanderen, heeft de Vlaamse regering zich in haar visienota van 30 september 2016 over de toekomst van de Europese Unie uitgesproken voor een verdieping van de interne markt, zodat de economische unie ook een transportunie, een energie-unie en een digitale unie wordt. Wij willen de Europese Unie zien uitgroeien tot een wereldspeler in internationale handel, tot een factor van vrede en stabiliteit in de wereld, tot een Unie die onze gedeelde fundamentele waarden, normen en vrijheden bewaakt en in alle continenten uitdraagt.
Het Europese project zal echter maar succesvol voortgezet kunnen worden, wanneer de Unie trouw blijft aan haar devies: "In varietate concordia" - Verenigd in verscheidenheid.
Het Europese project zal maar succesvol voortgezet kunnen worden, wanneer de Unie respect heeft voor de rijkdom van haar talen en culturen, respect voor de diversiteit van haar volkeren en naties, voor hun geschiedenis en hun identiteit - ook wanneer die naties streven naar staatsvorming.
Daarom betreuren wij dat de Europese Commissie en de leiders van de Europese Unie de andere kant opkeken, toen verkozen vertegenwoordigers van de Catalaanse natie aangehouden en opgesloten werden, en de uitoefening van het regionale zelfbestuur de facto onmogelijk werd gemaakt - regionaal zelfbestuur dat nochtans gewaarborgd is door het Unieverdrag, ik citeer artikel 4: 'De Unie eerbiedigt de gelijkheid van de lidstaten voor de Verdragen, alsmede hun nationale identiteit die besloten ligt in hun politieke en constitutionele basisstructuren, waaronder die voor regionaal en lokaal zelfbestuur.'
Ik kan niet aanvaarden dat in 2018 in een lidstaat van de Europese Unie leiders van een volksbeweging, verkozenen des volks en ministers vervolgd worden en al negen maanden in de cel zitten, hoewel ze nooit enige daad van geweld hebben gepleegd, hoewel ze daar nooit toe opgeroepen hebben.
Het is hoog tijd dat die gang van zaken getoetst wordt aan het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.
***
In de opgang van het Vlaamse volk en de ontvoogding van Vlaanderen zijn er enkele markante mijlpalen.
1898 is zulk een mijlpaal. De Gelijkheidswet, die op 8 april honderd twintig jaar oud was, erkende eindelijk het Nederlands als officiële landstaal, naast en gelijkwaardig aan het Frans.
Vijftig jaar na 'Leuven Vlaams' is Vlaanderen een zelfbewuste natie en een toonaangevende, dynamische deelstaat
Ook 1968 is een mijlpaal. De doortrekking van het beginsel 'streektaal = onderwijstaal' tot de universiteit van Leuven, was het sluitstuk van het taalwetgevingsproces dat een eeuw voordien was begonnen. Tegelijk vormde de Leuvense kwestie de politieke opmaat van de staatshervorming, van de verbouwing van het unitaire België tot een federale staat - een transitie die nog niet tot voltooiing is gekomen.
Honderdtwintig jaar na de Gelijkheidswet, vijftig jaar na 'Leuven Vlaams' is Vlaanderen een zelfbewuste natie en een toonaangevende, dynamische deelstaat, zijn de Vlamingen trots op de weg die is afgelegd, op wat in al die opeenvolgende jaren en decennia is verwezenlijkt en verworven.
Zelfbewust en trots mogen we zijn, zeker op onze Vlaamse Feestdag. Zelfbewust en trots, maar niet zelfgenoegzaam en ijdel. In tal van domeinen staat Vlaanderen aan de Europese top. Wij hebben excellente universiteiten, wij hebben uitmuntende onderzoeksinstellingen, wij hebben innovatieve ondernemers en vakbekwame werknemers. Wij hebben sporters van het allerhoogste niveau, vrouwen zowel als mannen. Vele Vlamingen schitteren in de wereld van kunst en cultuur.
De wil om bij de beste te zijn, om te excelleren, maakt deel uit van onze Vlaamse identiteit.
Ons onderwijs is altijd al van topniveau geweest, en op vele vlakken is het dat nog altijd. Laat er ons allen samen voor zorgen dat ons onderwijs ook in de toekomst op álle vlakken tot de Europese top blijft behoren, de wapenspreuk van Gruuthuse indachtig: 'Plus est en vous!'
Op deze Groeningekouter hebben we in 1302 het Franse ridderleger verslagen. Laat ons hopen dat onze Rode Duivels straks de Fransen opnieuw verslaan
Ook in de strijd tegen de krapte op de arbeidsmarkt moeten we ambitieus zijn. De werkzaamheidsgraad in Vlaanderen is beduidend hoger dan in Wallonië en Brussel.
Tegen 2020 halen we wellicht de 75 procent-doelstelling, maar om écht tot de Europese top te behoren, moeten we naar 80 procent streven.
Ik roep de federale regering daarom op om inzake arbeidsmarktbeleid een nieuw pakket ambitieuze hervormingsmaatregelen te nemen die het arbeidsmarktbeleid van de Vlaamse regering ondersteunen en versterken.
Inzake investeringen heeft de Vlaamse regering het tempo al drastisch opgedreven, en ze blijft dat doen, zonder de begroting uit evenwicht te brengen. Willen we aansluiting vinden met de Europese top, dan moeten we een ambitieuze investeringsnorm durven vast te leggen.
In de strijd tegen de klimaatverandering moet Vlaanderen eveneens ambitieus durven te zijn. De omslag maken naar een koolstofarme samenleving met zoveel mogelijk hernieuwbare energie, is broodnodig. In alle cruciale domeinen, met name transport, landbouw, gebouwen en industrie, moeten we bijkomende ambitieuze klimaatmaatregelen nemen.
Ambitie hebben, de lat hoog leggen, excelleren: ze zijn altijd al eigen geweest aan de Vlamingen, ze zijn - ik zei het al - deel van onze identiteit. Laten wij dat zo houden, en zodoende de basis leggen voor de welvaart en het welzijn van morgen en overmorgen. Dat is mijn wens, dat is mijn droom op de vooravond van 11 juli.
En tot slot: op deze Groeningekouter hebben we in 1302 het Franse ridderleger verslagen. Laat ons hopen dat onze Rode Duivels straks de Fransen opnieuw verslaan, zij het dit keer in een sportieve en niet bloedige strijd.
Ik wens u allen een fijne Vlaamse Feestdag!

AUJOURD'HUI, NOUS SOMMES INDÉNIABLEMENT UN PEUPLE ET UNE NATION" :
LE DISCOURS COMPLET DU 11 JUILLET PAR LES BOURGEOIS (extraits)

Un être humain n'est pas seulement un individu, mais il est aussi un être collectif avec le besoin psychologique d'appartenir à quelque chose. Il a besoin d'une identité collective, d'un groupe ou d'une série de groupes auxquels il peut s'identifier et dans lesquels il recherche le statut social, la sécurité et l'estime de soi.
Le processus de construction de l'État qui a commencé en 1970 et qui n'est pas encore terminé signifie que nous avons nos propres institutions politiques, notre propre administration, nos propres institutions publiques et nos propres entreprises.
Nous sommes une nation parce que nous parlons la même langue, le néerlandais , avec ses anciennes variantes dialectales à chérir.
Tout ceci - et plus encore - est notre ADN et donne à la Flandre sa propre forme unique. Tout cela - et plus encore - constitue notre collectif, notre identité nationale, même si cela continue de troubler certains, même si certaines personnes continuent de le nier.
Pour être quelque chose, il faut être flamand. - Nous voulons être flamands pour devenir européens.
La citation célèbre d'August Vermeylen ont maintenant presque 120 ans - et demeure toujours d'actualité aujourd'hui. Bien sûr, Vermeylen ne pouvait pas parler de l'Union européenne comme d'un marché intérieur ou d'une structure politique, et il a parlé de l'Europe comme d'un modèle de culture, porteur de valeurs communes.
Nous voulons que l'Union européenne devienne un acteur mondial du commerce international, un facteur de paix et de stabilité dans le monde, une Union qui sauvegarde et promeut nos valeurs, normes et libertés fondamentales communes sur tous les continents.
Toutefois, le succès de la poursuite du projet européen dépend de la fidélité de l'Union à sa devise : "In varietate concordia" - Unie dans la diversité.
Nous pouvons être sûrs de nous et fiers, surtout le jour de notre Fête flamande. Consciente et fière, mais pas complaisante et vaine. La Flandre est au sommet de l'Europe dans de nombreux domaines. Nous avons d'excellentes universités, d'excellentes institutions de recherche, des entrepreneurs innovateurs et des employés qualifiés. Nous avons des sportifs de haut niveau, hommes et femmes. De nombreux Flamands brillent dans le monde de l'art et de la culture.
La volonté d'être parmi les meilleurs, d'exceller, fait partie de notre identité flamande.


Le taux d'emploi en Flandre est nettement plus élevé qu'en Wallonie et à Bruxelles.
LE "TESTAMENT POLITIQUE" DE M. PEUmans
Le Vif
Source: Belga

Le président du Parlement flamand, Jan Peumans (N-VA), a plaidé mercredi, dans son discours officiel pour la Fête de la Communauté flamande à l'Hôtel de Ville de Bruxelles, pour une révision des cinq résolutions que l'assemblée flamande avait lancées en 1999 en vue d'une réforme de l'État. Il demande aussi de doter la Flandre d'une Constitution propre d'ici 2021 et de faire du 11 juillet un jour férié.

Pour son dernier discours du 11 Juillet avant une probable retraite politique, M. Peumans (67 ans) n'a pas hésité à qualifier son allocution de "testament politique" de sa présidence de l'assemblée flamande, non sans l'agrémenter de plusieurs traits d'humour.
Devant les autorités du pays, il n'a toutefois pas lancé de proposition réellement neuve, lui qui s'était fait rabrouer dernièrement par son président de parti Bart De Wever pour avoir critiqué en public le secrétaire d'État Theo Francken et la dureté de ton de son parti sur l'asile et la migration.
Ses propositions - doter la Flandre d'un texte fondamental propre (comme le ministre-président flamand Geert Bourgeois l'avait réclamé l'an dernier) ou faire du 11 juillet un jour férié - constituent des demandes déjà entendues par le passé.
Pour Jan Peumans, il est temps de les concrétiser. C'est ainsi qu'il propose d'aboutir sur une Constitution flamande en 2021, année du cinquantenaire de l'institution du Conseil culturel de la Communauté culturelle néerlandaise, ancêtre du Parlement flamand.
Cette Constitution, souligne le nationaliste, doit entrer dans le cadre d'un fédéralisme de coopération, mais être placée sur un même pied que la Constitution belge, en vue d'une plus grande autonomie de la Flandre.
Quant au jour férié du 11 juillet, c'est une revendication que le Vlaams Belang a soutenue par une action menée peu avant la cérémonie à l'Hôtel de Ville de Bruxelles.
Interrogé, le ministre-président flamand Geert Bourgeois l'a aussi revendiquée au nom de son parti, la N-VA. Il a précisé qu'il ne s'agissait pas d'ajouter un jour de congé au calendrier, mais de remplacer un jour férié existant.
Dans les deux autres partis flamands au pouvoir, le CD&V et l'Open Vld, on y est aussi favorable. Le vice-Premier ministre CD&V Kris Peeters souligne toutefois la difficulté de trouver le jour férié qui passera à la trappe. La présidente de l'Open Vld Gwendolyn Rutten ne s'est pas opposée à l'idée.
Autre suggestion, le président du Parlement flamand est revenu sur les cinq résolutions de 1999 dans lesquelles l'assemblée balisait ses demandes pour une sixième réforme de l'État qui a fini par advenir. "Certaines (résolutions) ont été entièrement concrétisées, d'autres partiellement, d'autres encore sont désormais dépassées par les évolutions sociétales ou politiques", a constaté M. Peumans.
Pour le Limbourgeois, plusieurs parlements du pays (fédéral, flamand, bruxellois et francophone) devraient donc évaluer l'impact réel de ces résolutions "et leurs mérites". Jan Peumans souhaite la constitution d'un groupe de travail au parlement flamand. Ces exercices devraient à ses yeux faire émerger de nouvelles perspectives, "qui pourraient servir de fondement à de nouvelles réformes de notre configuration étatique".
De manière inattendue, le bourgmestre de Bruxelles a pour la première fois été invité à faire lui aussi une allocution durant la cérémonie, alors que la Ville n'y reçoit traditionnellement la parole que par la voix d'un échevin néerlandophone.
Philippe Close (PS) a ainsi reçu l'occasion de vanter à la fois le caractère international de Bruxelles et de souligner son caractère flamand parmi ses multiples identités, ainsi que la volonté de la Ville de renforcer ses liens avec la Flandre comme avec la Wallonie. Un discours salué jusque dans les rangs de la N-VA, notamment par Theo Francken sur Twitter.

Aucun commentaire: